dinsdag 10 december 2013

Boek

Ik moest me haasten om mijn trein nog op tijd te halen. Anders zou ik misschien een kwartier later thuis zijn en was het eten mogelijk verpieterd. Maar na de hele dag nauwelijks wat gegeten te hebben  had ik zo’n trek in wat lekkers dat ik nog even snel de Hema in schoot en daar een zakje  Japanse Peanut Mix kocht.  Van die pinda’s met een knapperig beige korstje waarin wat sesamzaadjes verwerkt zijn. Ze zeggen dat je er niet dik van wordt en het leek me een niet al te ongezonde keuze. 
Snel schoot ik na mijn kleine zonde de roltrap op waar een paar NS-controleurs op het perron alle reizigers alvast op een geldig vervoersbewijs controleerden. Aan hun chagrijnige koppen te zien hadden ze nog geen potentiele zwartrijders kunnen betrappen. Je zag ze denken “Als ze allemaal netjes de reis betalen waar hebben ze mij dan nog voor nodig?”
Dan rennen naar de trein die overvol zat, er nog net op tijd inspringen  en mezelf tussen drie dames op de bank proppen, die met strakke gezichten naar het schermpje van hun smartphones staarden.
En waar ik ook verder keek, iedereen was vertrokken naar zijn eigen virtuele wereld en onbereikbaar geworden voor zijn medereizigers.
Daar zat ik dan. Afgezien van het gesnotter en gerochel om mij heen was het doodstil. Blijkbaar was iedereen onbekend voor elkaar. 
Zo’n scene heeft iets absurds en intimiderends. Een grote groep stilzwijgende mensen die liever anoniem een korte tijd dezelfde ruimte en aanwezige lucht met elkaar deelden dan elkaar aanspraken  om wat basale informatie uit te wisselen. Dat deden ze alleen via Facebook.
Nu vind ik het ook niet gepast om in mijn eentje te gaan zitten snoepen als ik met zoveel mensen bijeen zit. Maar toen ik al die lege, vermoeide en elkaar ontwijkende blikken zag werd ik opstandig en haalde het krakende plastiek zakje met noten uit mijn tas. Dit trok bij sommigen gelijk de aandacht. En het werd nog erger toen ik de pinda’s met het knapperige jasje tussen mijn kiezen brak. Het klonk in mijn hoofd als een lege emmer die omvalt in een eveneens lege kerk. Wat een kabaal geeft dat.
Meerder hoofden wendden zich mijn kant op. Om zich daarna onmiddellijk weer af te wenden en de blik te richten op het plaatje voor zich. Zouden ze zich gestoord voelen? Dachten ze misschien “He makker, dat kan wel wat zachter. Kun je die nootjes niet gewoon opzuigen?” Dachten ze sowieso eigenlijk wel wat?
En plotseling zag ik haar een paar meter van me vandaan naar me lachen. Een jonge vrouw met een lieve lach. Dachten we allebei hetzelfde? Hadden we op dit ene ondeelbare moment even contact en zagen we beiden het absurde van de situatie in?

En weet je, dat ene mistige, korte maar wezenlijke contact gaf me even het gevoel dat ik in een treincoupé zat met mensen en niet met robots. Toen ik uitstapte en langs haar liep zag ik dat zij de enige was die niet met een smartphone in haar handen zat maar met een gewoon boek. En omdat ik vond dat ze er zo leuk uitzag maakte ik mezelf wijs dat het natuurlijk een boek was van gerecycled papier.

zaterdag 7 december 2013

Frustratie.

Vanmiddag liep ik bij ons in het winkelcentrum toen ik Truus tegen kwam. Truus is een oud-collega van Paula en is net als zij een tijdje geleden met pensioen gegaan. Truus kwam in het verleden wel bij ons langs, maar de laatste twee jaar had ik haar niet meer gezien.
Belangstellend informeerde ze naar Paula en ik kon haar naar eer en geweten zeggen dat Paula echt van haar pensioen genoot en dat het verder goed met haar ging. Afgezien dan van wat kleine gezondheidsprobleempjes.
Al pratend over ditjes en datjes kwam het kunstwerk ter sprake dat sinds kort de gevel van het verzorgingstehuis in onze wijk siert. Volgende week zou de wethouder het officieel komen onthullen. Iedereen in de wijk had een uitnodiging ontvangen om er bij aanwezig te zijn. Speech waarin de kunstenaar zou worden geroemd en vastgesteld zou worden dat het geld goed was besteed, hapje en drankje en een zoen van de juffrouw. Zo ongeveer luidde het programma.
Nee, ik zou niet bij de onthulling aanwezig zijn, want ik vond het kunstwerk spuuglelijk. Ik dacht aanvankelijk dat het een soort kerstversiering was waarvan alleen de lampjes ontbraken en dat het slechts tijdelijk tegen de gevel was gespijkerd. Toen ik later hoorde dat het een kunstwerk was, was ik hoogst verbaasd.
Paula zou er ook niet zijn, want ze had jaren voor de thuiszorg in het verzorgingstehuis spreekuur gehouden en de mensen verzorgd en ze had geen zin om door hen aangesproken te worden. Ze vond hen allemaal erg lief, maar was blij dat ze hen niet meer behoefde te zien. Sommigen van hen hadden haar vroeger zo geclaimd dat ze hen als het even kon zelfs trachtte te ontlopen in het winkelcentrum. Zij is immers niet het type dat met de boodschappentas naast zich een half uur lang de wereldgeschiedenis van onze wijk gaat doornemen, zoals dit wel gedaan wordt door vele andere vrouwen hier.
Truus fronste verbaasd haar wenkbrauwen. Ook zij had namens de thuiszorg in het verzorgingstehuis gewerkt, maar ze zag er juist naar uit om door een van haar vroegere patiënten te worden aangesproken. 
“Ik zou ze gelijk vertellen waar het op staat. Ik bedoel, ik heb er altijd graag gewerkt, maar wat een zeikerds waren die oudjes vaak. Vergis je niet in die grijze duiven met hun mooie permanentje. Ze mogen er dan kwetsbaar uit zien, maar wat heb je er een paar vreselijke galbakken tussen. Als een van die troela’s, die mij vroeger als een soort sloofje behandelden, mij zou aanspreken zou ik haar de wind van voren geven. Ik zou haar zeggen dat de slavernij al meer dan honderd jaar geleden is afgeschaft. Dat ik blij ben dat ik er niet meer werk. Dat ze niet zo moesten zeuren. Dat het meeste geld toch maar mooi bij de senioren zit en dat ze geboft hebben dat ze terecht konden in een verzorgingstehuis en niet gelijk werden opgenomen in een verpleegtehuis.
Dat ze, als ze nog geen alzheimer hadden, grote kans liepen om dat alsnog te krijgen. Dat ze niet zo moesten vitten op hun kinderen die nooit wat van zich lieten horen, want dat die daar vast wel een reden voor hadden.”
Ik was verbaasd over de felheid waarmee Truus sprak. Maakte ze nu een grapje of kwamen opeens al haar frustraties van jaren geleden naar boven?
“Die Marja, je weet wel mijn leidinggevende destijds, die kwam ik laatst tegen. Eerst wilde ik gewoon aan haar voorbij lopen, maar ze sprak me aan en vroeg me poeslief hoe het met me ging. Ze was zeker vergeten dat ze destijds het bloed onder mijn nagels vandaan haalde door me te behandelen als een klein kind. Ik heb haar gevraagd of ze nog steeds haar baantje had of dat ze er inmiddels op het hoofdkantoor waren achter gekomen dat ze behalve een bruine tong en eelt op haar ellenbogen geen grammetje verstand van leidinggeven in haar bovenkamer had. Ik zei haar dat ik vond dat ze destijds door gebrek aan gewicht naar boven was komen drijven en dat ze met haar bemoeienissen menig collega de ziektewet had in gewerkt. Je had haar moeten zien. Dat had ze niet van me verwacht. Je denkt toch niet dat ik destijds alleen maar met pensioen ben gegaan omdat ik het werk zat was? Haar was ik ook meer dan zat en ik zag er tegen op om haar nog een paar jaar om me heen te hebben.
Nee, hoor. Ik ga gewoon naar de onthulling van dat kunstwerk. Ja, ik vind er ook niets aan, maar ik heb wel zin om een paar van die oudjes de stuipen op het lijf te jagen. Ze maken toch nooit wat mee. Hebben ze tenminste iets om over te praten met elkaar. Ze mogen me wel dankbaar zijn.”
Verbouwereerd  nam ik afscheid van Truus, die beloofde om binnenkort weer eens bij ons lang te komen.
Ik moest nadenken over wat ze had gezegd. En over haar ongewone felheid. 
Ik herkende het wel. Net als in het onderwijs zouden sommige managers en leidinggevenden in de zorg veel meer oog moeten hebben voor hun personeel. Zij zijn vaak debet aan veel leed op de werkvloer en krijgen alle ruimte om hun gezag te doen gelden naar eigen gebrek aan inzicht. Niet zo vreemd dat ze soms van een ex-werknemer te horen krijgen dat ze zulke leeghoofden en bemoeials zijn. Je oogst immers wat je zaait.
Gelukkig maar dat ik straks mijn flitsende carrière afsluit met de herinnering aan een weliswaar chaotische maar menselijke leidinggevende.
Het was misschien wel lullig van Truus om zo over die oudjes te praten, maar helemaal ongelijk kon ik haar ook niet geven. Ik herkende de verhalen immers. Waarom zouden er onder oudere mensen minder zeurpieten zitten dan onder hun jongere leeftijdgenoten?
Ik moest glimlachen om haar laatste woorden. “Ze mogen me wel dankbaar zijn”. Uitgemaakt worden voor rotte vis en dan dankbaar zijn. Aan de andere kant zou de anekdote waarschijnlijk een langer leven beschoren zijn dan het gevoel van irritatie dat ze met haar woorden zou oproepen. En als je daarmee je leven in de ogen van anderen wat interessanter maken kunt? 


vrijdag 6 december 2013

Verrassing.

Wat doen net gepensioneerden meestal als eerste zodra zij weer een beetje op adem zijn gekomen? Juist, zij gaan de rommel opruimen die zij al die jaren hebben verzameld en waarvan zij, meestal uit sentimentaliteit, nooit afstand hebben kunnen doen.
Hoewel ik nog een paar maanden wachten moet voor ik mezelf gepensioneerd mag noemen heeft dit mij er niet van weerhouden om alvast eens naar mijn eigen rommelverzameling te kijken.
Die heeft de laatste jaren uit het zicht een paar vierkante meter van de bovenverdieping in beslag genomen, maar is nu na een kleine verbouwing tevoorschijn gekomen. Wat niet de bedoeling was.

Slechts door het open maken van één doos besefte ik dat dit opruimen straks om een lange adem vraagt. Pennen, pasjes, knijpers, batterijen, brieven, foto’s, munten en een grote hoeveelheid ongedefinieerde rotzooi. Allemaal kriskras door elkaar. Zoals bijvoorbeeld een ketting met het boze oog, zo’n veertig jaar geleden gekregen van Peggy, mijn Amerikaanse vriendin. En nog een andere ketting. Gemaakt van paardenhoefnagels.  Deze was van haar zus Sally, die mij toefluisterde dat de hoefnagels mij zouden openrijten mocht ik Peggy ooit ontrouw zijn. Dat de nagels mij met rust hebben gelaten is het bewijs dat ik haar waarschuwing serieus heb genomen. Ik heb de kettingen naast elkaar aan de muur gehangen, schuin boven het messing Jezuskruis van mijn overleden moeder.  Zij heeft Peggy nog gekend en zou dit wel gewaardeerd hebben.
Toen ik de doos weer wilde sluiten viel mijn oog op een zwarte glanzende steen. Nee, dit kon niet waar zijn. Voorzichtig pakte ik de steen op en legde hem in de palm van mijn hand. Het was alsof ik een zacht galmende vrouwenstem hoorde die vanuit een diepe put zijn weg zocht naar de oppervlakte. Zo’n bibberende stem uit een goedkope B-film van iemand die vanuit gene zijde contact met je zoekt.
Ik zag me weer op Rhodos op het strand van Lindos zitten onder een licht bewolkte hemel. Een zacht najaarsbriesje stuwde het zeewater tussen de grote brokken puinsteen, die mogelijk in een ver verleden door een flinke vulkaanuitbarsting hier naar beneden waren gekomen en overal verspreid lagen. Ik zat hier in mijn eentje en volgde met mijn ogen een schip dat langzaam aan de horizon voorbij vaarde. Zo geconcentreerd zat ik te kijken dat ik niet in de gaten had dat zij naast me was komen staan. Ik schrok op uit mijn gedachten toen ze zacht “Hallo” zei.
Twintig zal ze zijn geweest. Niet veel ouder. Ik werd getroffen door het diepe blauw van haar ogen, die vanuit een volmaakt symmetrisch gezicht naar me keken. Haar schoonheid was zo overweldigend dat ik aanvankelijk geen woord kon uitbrengen en haar stom bleef aanstaren.
Ze stelde zichzelf voor als Kalista en vroeg mij wie ik was en wat ik hier deed. Ik noemde mijn naam en vertelde dat ik op weg was naar Israël. We raakten aan de praat en ze kwam naast me zitten op het zand. Kalista kwam uit Athene en was hier met vakantie. Dit was haar laatste dag op Rhodos.
We deelden wat verhalen met elkaar en opeens, na een korte stilte,  vertelde ze me dat ze in de toekomst kon zien. Ze vroeg me of ze mijn hand mocht lezen. Na afloop vertelde ze me wat ze had gezien en vreemd genoeg zijn diverse van haar voorspellingen uitgekomen.
Toen stond ze op om afscheid te nemen. Ik wist dat ik haar nooit meer zien zou en gaf haar een hand. Ik voelde hoe ze er iets in legde wat glad en hard was. Ze sloot mijn vingers er om heen.

“Als je van je omzwervingen weer thuis komt, bewaar dan deze steen op een plek die je moet vergeten. Als je oud bent zul je hem onverwachts weer terug vinden. Vanaf dat moment zul je beginnen aan de laatste fase van je leven waarin je een vermogend man zal worden. De fantastische geschenken van de Kosmos zullen je verbazen.” Ik keek naar de glimmende zwarte steen die ze me in mijn hand had gedrukt en hoorde slechts vaag wat ze me zei. Toen drukte ze even haar lippen zacht op de mijne en liep zonder om te kijken van me weg in de richting van Lindos.

donderdag 5 december 2013

Snotter-John.

Met een dikke keel en verstopte neus zit ik achter mijn computer en voel me prima. Alleen al de gedachte dat ik morgen niet om zes uur hoef op te staan is voldoende om te vergeten dat ziek zijn ook een  keerzijde heeft. Al een week zit ik thuis te snotteren en te sputteren. Eerst nog met een lichte hoofdpijn en koorts, maar inmiddels alleen nog maar snuivend en rochelend.
Nee, de mens ziet er niet bepaald fraai uit als hij verkouden is. En zeker niet deze mens.
De hele dag loop ik rond in een donkerblauwe fluweelzachte kamerjas, die hoognodig eens in de was moet. Met sloffen aan mijn voeten uit het jaar nul, die nog net niet helemaal versleten zijn maar die ik blijf dragen omdat ze zo lekker zitten.
Paula vindt het zowaar gezellig dat ik de deur niet uit hoef en verheugt zich net als ik al op de dag dat ik als loonslaaf mijn vrijheid weer terug krijg. En dat is over nog geen drie maanden.
Ja, ik mag dan nog zo veel van mijn werk houden, er gaat toch maar niets boven baas over jezelf zijn.
Zo’n twintig jaar heb ik met veel plezier voor de klas gestaan. Pas de laatste maanden begonnen de ketenen me te knellen. De maatregelen die er zijn genomen om de organisatie weer gezond te maken hebben het werk er immers niet leuker op gemaakt.
Niet voor het personeel en niet voor de leerlingen. Bovendien heb ik er eerlijk gezegd niet veel vertrouwen in dat ze op langere termijn effectief zullen blijken te zijn.
Door de jaren heen heb ik de kwaliteit van het onderwijs achteruit zien hollen. Ondanks dat het personeel harder is gaan werken. Maar als stuurlui aan de wal het voor het zeggen krijgen loopt het schip vroeg of laat averij op. Dat kan een kind bedenken.
Geld is er niet. Visie heb ik nergens gezien. De twee elementen die een organisatie succesvol kunnen maken.
Zo is het met de middelen om goed onderwijs te kunnen verzorgen droevig gesteld.
De training in telefoneren geef ik bijvoorbeeld met behulp van twee walkietalkies aan zo’n vijftig leerlingen en daar heb ik tien uur de tijd voor. In nog eens tien uur moet ik hen leren om baliegesprekken te voeren. Een trieste zaak. En frustrerend voor mij en de leerlingen.
Het is makkelijk om dit voorbeeld met nog meer voorbeelden aan te vullen maar ik laat het hierbij.  
Er zijn zoveel ergere dingen.
Nee, ik doe er verstandiger aan om vooruit te kijken. Plannen te maken voor een eigen praktijk als S&O psycholoog, me te verdiepen in perma-cultuur en vierkante meter tuintjes, HDR-fotografie, wandelingen die ik maken wil, mijn schrijven dat ik op een hoger niveau wil brengen net als het spelen op mijn gitaar. En nog veel andere zaken waarover ik hier niet verder wil uitweiden.
Hoe bizar is het lot dat juist door het toedoen van een slecht functionerende bestuurder ik straks met een gouden handdruk op mijn luie reet mag gaan liggen. Want zonder reorganisatie had ik zeker nog drie jaar moeten werken.
Paula verwoordde het simpel: “we zitten onder het gat van de duvel.” Die schijt immers altijd op de grote hoop en dat heeft hij wel vaker bij ons gedaan.

Het hagelt en er staat een harde wind. Morgenochtend draai ik me nog eens een paar keer om en stel me voor dat ik al gestopt ben met werken. Nu ga ik eerst nog even lekker stomen en een warme douche nemen. Misschien ben ik overmorgen, net als het weekend begint, weer helemaal beter.

woensdag 16 oktober 2013

Kippetjes

Een tijdje geleden gaf ik al aan dat ik na mijn pensioen kippen ga verbouwen en groenten fokken.
Een gepensioneerde vriend van mij, die mijn verhaaltje gelezen had, wees mij er op dat het juist andersom is. Dat je kippen fokt en groenten verbouwt. “Je kunt kippen ook fucken”, sprak mijn vriend die vrijgezel is, “maar ik denk niet dat je dat bedoelt”.
Ik bedankte hem voor de goede raad. Ik weet van hem dat hij zelf wel eens een kip fuckt, maar dat is uit mededogen. De arme beesten moeten het namelijk stellen zonder een haan, want deze bleek op zekere dag verdwenen te zijn. Mogelijk heeft het arme dier zijn leven afgesloten met een bezoekje aan de poelier. Toen hij me dit vertelde moest ik denken aan het liedje van de haan en de hen van Cornelis Vreeswijk. Daarin komt het volgende couplet voor:

Geef ons toch een haan met ‘dat’
Die we hebben zijn we zat
Hij is lui en heel onwillig
Impotent en onverschillig
Geef ons toch een nieuwe haan zeg
Zo is het toch niets gedaan zeg
Wij zijn treurig, tok tok tok
Het gaat niet best bij ons in het hok

Ja, treurig zullen de kippetjes van mijn vriend ook wel zijn nu zij hun minnaar hebben verloren. Ik kan me ook niet voorstellen dat deze leegte door een eenzame oude vrijgezel kan worden opgevuld.
Zo’n ren met kippen zorgt overigens wel voor veel geluidsoverlast. Al dat gekakel en getok.
Ook in de klas zitten soms van die kleine groepjes meiden die net zo onrustig zijn als kippetjes die een eitje moeten leggen. En maar kakelen, en maar onrustig heen en weer schuiven op die stoelen.
Ze vermanen en ze netjes vragen om stil te zijn helpt meestal niet. Pas als je er een het kippenhok uitstuurt worden de anderen heel braaf. Schijters, denk ik dan. Wat is er immers fijner dan even verlost te zijn van zo’n alsmaar doorrazende docent die je allerlei dingen vertelt waarin je toch niet geïnteresseerd bent. Is dan weggestuurd worden uit de klas niet een cadeautje? Even lekker in de kantine zitten of, als het weer er naar is, buiten in het zonnetje. Hoe is het toch mogelijk, vraag ik me dan af, als ik de dametjes zo timide naar me zie kijken nadat ze is duidelijk gemaakt wie er de haan in het kippenhok is, dat er een tijd in mijn leven geweest is dat ik me door al die lieve kopjes liet intimideren? Want al zie ik dit nu volledig anders, als jongen voelde ik me vaak  niet zo op m’n gemak in het gezelschap van die bijdehante meiden. En ik weet dat ik dat niet alleen had. De meeste jongens die kende hadden er last van.
Ja, de ouderdom zet alles in een ander perspectief. Je ziet dat je je onnozele zelf steeds verder achter je laat, al zal hij nooit helemaal uit je gezichtsveld verdwijnen. Mensen zijn immers makers van hun eigen werkelijkheid. Je ziet de wereld zoals je hem wil zien en misschien maar het beste kunt zien. De azijnpissers natuurlijk daargelaten. En wat betreft het maken van je eigen werkelijkheid; zou het soms kunnen zijn dat ik straks kippen wil gaan fokken omdat ik het gekakel van de hennetjes in de klas erg zal missen? Of doe ik het alleen voor de verse eieren?

maandag 7 oktober 2013

Opzouten.

Wordt het niet tijd dat ik opzout? Ik bedoel; heeft mijn baas niet lang genoeg van mijn diensten gebruik kunnen maken? En dat voor een koopje?
Een ander reken ik mogelijk het dubbele of drievoudige als ik straks de cursus gebakken lucht die ik destijds in Leiden gevolgd heb ga verzilveren.  Ik ken tenslotte nog wel meer trucjes dan alleen les geven.
Zoals genoegzaam bekend wordt er bij ons stevig gereorganiseerd. Ik heb daar al menig maal over gemopperd en heb beloofd om dit niet meer te doen. Nou vooruit. Nog één keertje dan.
De nieuwe rekenmeester die onze tent runt lijkt in ieder geval de boekhouding weer op orde te krijgen. Dat is wel een complimentje waard. Hiermee wordt mogelijk veel werkgelegenheid behouden. Dus: Chapeau!
Over de wijze waarop hij de troep die zijn voorganger heeft achtergelaten opruimt zijn de meningen overigens wel verdeeld.
Op mij komt het over alsof er een vuilnisemmer wordt leeggegooid. De inhoud ligt op straat, maar je emmer is mooi leeg. Grote schoonmaak zullen we maar zeggen. Tussen het vuil liggen gefrustreerde docenten en leerlingen. Ze begrijpen niet goed wat hen is overkomen en vragen zich af hoe het komt dat ze daar als afgedankte lorren op een hoop gesmeten zijn. Ja beste mensen, waar gehakt wordt vallen spaanders. Jullie zijn niet het slachtoffer van kwaadaardigheid maar van het streven naar doelmatigheid en efficiëntie. Welkom in de nieuwe wereld van het MBO.

Grote kans dat ik er zelf dus ook binnenkort mee kap. Ik heb geen zin om straks net als hen weggegooid te worden met het nog resterende vuil. Al zou mij dat wel een flinke smak geld kunnen opleveren. Mijn voorkeur gaat uit naar de ‘nette’ manier.
Er wordt nu op mijn verzoek uitgezocht wat de in het sociaal akkoord opgenomen ‘ouwelullenregeling’ schuift. Als ik tevreden ben over het antwoord pak ik nog dit jaar mijn biezen.  En zo niet, dan wacht ik nog een paar jaartjes. Want mijn werk blijf ik gelukkig leuk vinden.
Een rare gedachte dat ik mogelijk na twintig jaar onderwijs straks even een tijdje ga rentenieren.
Ik ben er nog niet aan gewend. Als het zover is zal het me vast wel enige tijd kosten om er alsnog aan te wennen.
‘k Heb altijd gedacht dat ik door zou gaan tot het gaatje. En dan gaan ze opeens met van die mooie flappies zwaaien. Ook ik ben daar niet ongevoelig voor.  

Ja, het gaat onverwachts snel. Daarbij speelt mee dat dit kabinet veel geld nodig heeft en dat daarom een aantal fiscaal gunstige regelingen mogelijk per 1 januari komen te vervallen, waardoor de ontslagregeling mogelijk minder interessant wordt. Dus moeten er op erg korte termijn knopen worden doorgehakt door mij. Nee, ik heb nog geen besluit genomen. Maar er is zeker een kans dat ik volgend jaar een langere vakantie heb dan de zes weken die mijn collega’s hebben.

dinsdag 1 oktober 2013

Helpen; je wordt er zo moe van.

Een kind valt in het water en ik spring het achterna
Ik ben opeens voor iedereen een held
Een grote bos bloemen en een foto in de krant
Maar helaas geen grote zak met geld

Een brandend huis, ik ren naar binnen
‘k Red een vrouw, haar kinderen en een luizige hond uit de woning
‘k Krijg van de burgemeester een medaille
Maar helaas weer geen financiële beloning

Een kind dreigt uit het raam te vallen van vier hoog
Ik zie het aan de vensterbank hangen
Ik snel toe en spreid mijn armen; kijk, het valt
Echt, ik had het bijna opgevangen

Ik voel me niet best na deze mislukte poging
Ik had toch zo mijn best gedaan
Bijna is helaas net niet helemaal
Had ik maar een metertje naar rechts gestaan

Ja, het helpen zit mij in het bloed
Reeds menig leerling hielp ik aan zijn of haar diploma
Daarom is mijn baas echt reuze trots op mij
En ziet niet graag dat ik er vandoor ga

Maar de chaos op school wordt mij soms te veel
Het is dweilen met de kraan wijd open
Niemand die mij of mijn collega’s helpt
’t Lijkt soms wel of ze ons willen slopen

Ik ben nu zelf gestopt met helpen
Mij ontbreekt de tijd èn perspectief
Ik ga kippen houden en groenten verbouwen
En ik verberg mij in de armen van mijn lief

Zij troost mij en strijkt mijn grijze haren
Ze zegt: "Het is mooi geweest, het is genoeg
Laten we samen de lakens bevuilen
Of ons bezatten in de kroeg"

Ja, ik ben begonnen met afscheid te nemen
Ik denk steeds vaker aan het leven dat nog voor me ligt
Ik kan niemand helpen, laten zij het zelf maar doen
Nog even en ik trek de deur voorgoed achter mij dicht.

woensdag 25 september 2013

Terugblik.

Het was laat op de avond van mijn 63e verjaardag. De gasten waren weg en met mijn vijfde Belgische biertje van die avond in mijn hand keek ik terug op een bewogen jaar op school. 
Een paar maanden eerder had ik mijn werkmanskleren voorgoed aan de kapstok gehangen. Een overhemd dat ik iets te vaak gedragen had en dat bij de boorden versleten was. Een uitgelubberde grijze broek, die ik aanvankelijk op moest houden met een riem, maar die mij, nu ik al drie maanden niet meer voor de klas had gestaan, twee maatjes te klein was geworden. Mijn tas vol gaten en scheuren lag op zolder ergens in een hoek.
Alle boeken en verslagen die ik de afgelopen jaren bewaard had, alle mappen en handleidingen die ik ooit geschreven had, heel de zooi had ik weggeflikkerd.

Het goede leven dat mij bij mijn pensionering was beloofd bleek te bestaan uit laat naar bed gaan, lang uitslapen, teveel eten, drinken en blowen. Een teveel aan alles wat slecht voor mijn gezondheid en mijn geestelijk welbevinden was. Het kostte me moeite om het mezelf toe te geven, maar ik zat in een rouwproces.
Ik miste mijn fijne collega’s, mijn energieke en leuke leerlingen en de ergernis over het management, dat mij nu niet meer gek kon maken met zijn belachelijke eisen.
Ik bleek opeens volledig overbodig te zijn en daar treurde ik over. Het schip waarop ik zo lang op gediend had zou zinken zonder mij, terwijl de kapitein de bemanning en de passagiers optimistisch moed in zou blijven spreken totdat de oceaan zich boven iedereen gesloten had.

Had ik niet beter aan boord kunnen blijven en mee naar de kelder kunnen gaan? Was ik niet als een vuile rat bezweken voor de verleiding van de zak met geld die mij beloofd was als ik gebruik zou maken van de ‘ouderenregeling’, waardoor ik vervroegd met pensioen kon gaan?
Daar zat ik dan eenzaam aan het eind van mijn feestje. Vandaag geen collega’s die mij feliciteerden en mij een fijne avond toewensten. Geen leerlingen die mij toezongen. Dat was allemaal geweest.
25 september 2013 was het de laatste keer dat ik koeken van de Hema trakteerde aan de mensen waarmee ik zij aan zij geknokt had voor betere werkomstandigheden en beter onderwijs.  
De laatste keer dat ik na een chronisch slaaptekort stond te hakkelen voor de klas terwijl de leerlingen mij allen een fijne verjaardag toe wensten.   

Ik voelde mij een verrader nu ik mijn collega’s en mijn leerlingen zo had laten barsten. Ik trok nog eens een flesje open. Het kostte me enige moeite want ik kon nog steeds niet erg goed tegen alcohol. Maar ik voelde dat ik dat wel zou leren in de stille jaren die nu voor me lagen.

dinsdag 24 september 2013

Spiegel.

Op weg naar school of naar huis kom ik ze altijd in groten getale tegen. Mensen.  Ze hebben niet meer dezelfde lichte blos van opwinding op hun wangen als toen ze misschien lang geleden op weg waren naar een sollicitatiegesprek. Ook in hun ogen ontbreekt de sprankelende vonk van weleer.
Vergis ik me of zien ze er gewoon vreselijk moe uit? Sommigen zelfs uitgeput. Het is alsof hun energie door vampiers uit hun is weggezogen. Ze lijken een beetje gestorven van binnen. Als planten die, ver van het licht dat door het raam valt,  te lang op de verkeerde plek in de kamer hebben gestaan en al lange tijd geen water hebben gekregen.
Wat gebeurt er toch met de meeste mensen als zij zijn opgenomen in het arbeidsproces?
Worden ze soms langzaam door de eisen die men aan hen stelt uitgebeend?
Ik kijk om mij heen en als ik het treurige gezelschap zie heb de neiging om hard te lachen. Maar de sfeer is zo beklemmend dat ik zelfs de glimlach die zich spontaan om mijn lippen vormt verborgen hou achter mijn hand. Nee, ook vandaag heb ik geen zin om gelyncht  te worden.
Dan bedenk ik me dat ik er zelf ook niet zo fraai uit moet zien. Een chronisch tekort aan slaap roept vlagen van een lichte luciditeit bij me op en ik voel me baldadig worden. Ik moet opnieuw aan seks denken. En de dag is nog geen twee uur oud. Als ik een plofferige brillenkop zie die droevig voor zich uit staart kom ik van binnen weer wat tot rust. Met dit soort gedachtes lukt het me om ook mijn orgasmes uit te stellen.  Zo hebben we allemaal onze trucjes om het genot wat te rekken.
Ik begrijp waarom mensen liever in hun eentje in een auto stappen en de voorkeur geven aan dat half uur in de file boven het Openbaar Vervoer, waar ze steeds zichzelf weer in de spiegel zien die anderen hen voorhouden.
Want van mijn blosjes is ook niet zoveel meer over. Moe ben ik. Al is het bij vlagen en weet ik me nog steeds te herstellen in het weekend. Nee, ik voel me niet leeggezogen. Ik weet de vampiers die het op mij gemunt hebben nog gemakkelijk van me af te slaan. Maar het worden er wel steeds meer.  

Een extra teentje knoflook en een Jezuskruis moeten mij beschermen. Het kruis hangt naast me in mijn werkkamer. Het is van mijn moeder geweest.  Ik vermoed dat ze, toen ze nog leefde, er veel troost aan heeft ontleend. En ook al vind ik het heel lekker, de knoflook eet ik voorlopig alleen bij volle maan. 

maandag 23 september 2013

Filteren

Schrijven is een leuke, maar soms ook wel moeizame bezigheid. Vooral het vele schrappen ervaar ik bij vlagen als erg lastig.
Zo is mij is destijds gevraagd op school om een bijdrage te leveren aan het weblog van de school. Doel van dat weblog is om mensen die op zoek zijn naar een opleiding te enthousiasmeren en hen duidelijke en eerlijke informatie te verstrekken.
Nu bestaat er volgens mij niet zoiets als 'eerlijke informatie'. Je ziet in een tekst wat je geneigd bent om te zien. En zeker als je mensen wilt enthousiasmeren is er een grote kans dat je jezelf gaat censureren.
Wat heeft het voor zin om alle frustraties die een reorganisatie met zich mee brengt op het bord van iemand te gooien die op zoek is naar een geschikte opleiding voor zichzelf. Hem of haar te vertellen dat de roosters voortdurend wijzigen, dat het beleid heel vaak wordt aangepast, dat er veel wantrouwen in de capaciteiten van de leidinggevenden is, dat niet de leerling maar de bankrekening van de organisatie centraal staat.
Ik gebruik mijn eigen weblog immers al als een platform om helemaal leeg te lopen op de shit asses die het leven van mij en vele anderen vergallen, zowel binnen als buiten de organisatie. Dus schrijf ik in het weblog van school een mooi verhaal waarin ik wel vermeld dat het voor iedereen wat zwaarder is geworden op school nu het vaker voorkomt dat je van half negen tot half zes op school zit en dat ik dit jammer vind.
Dat na drie weken sommigen al weer naar de vakantie verlangen.
En verzwijg ik dat ik me blijf verbazen over het onvermogen van degenen die de verantwoordelijkheid hebben om de school weer om te vormen tot een plek waar het voor iedereen goed toeven is en niet alleen voor degenen die in schaal 12 of hoger zitten. Al vind je daar mogelijk meer mensen die verlangend uit kijken naar hun pensioen dan aan de basis. A propos: zelf zit ik in schaal 11.

Toen ik nog voor de Sociale Dienst werkte had ik eens een gesprek met een leidinggevende die enthousiast vertelde over de verbouwing waarmee hij thuis bezig was. Hij zei dat het hem een gevoel gaf eindelijk iets nuttigs te doen en genoot er van dat hij nu tenminste resultaten zag.
Later bedacht ik mij dat het inderdaad voor veel leidinggevenden frustrerend moest zijn om altijd maar de plek waarop zij zaten te beschermen tegen andere ambitieuze collega's en er steeds weer achter te komen dat de invloed die zij zo graag wilden hebben en meenden te bezitten slechts een illusie was.
In zo'n geval ben je natuurlijk blij dat je tenminste op een ander levensgebied wel echt kunt scoren. Wat zullen de woningen van die gasten er allemaal mooi uit zien.

We zijn allemaal kleine poppetjes in een groot marionettenspel. Poppetjes die denken dat ze zelf aan de touwtjes trekken in plaats van de poppenspeler. Alsof de druppel denkt dat hij de oceaan kan begrijpen.
Mijn ergernis over degenen in organisaties die menen te weten hoe zij een organisatie moeten runnen en mensen moeten motiveren wordt minder, al zal hij nooit helemaal verdwijnen.
Als de lezer hier een zekere gelatenheid meent te bespeuren dan heeft hij gelijk. Je ergeren aan anderen is erg vermoeiend en levert meestal niets tot zeer weinig op. Gelukkig weet ik aardig hoe mijn filters werken en zie ook ik wat ik wil zien. Het is geen 'wij' tegen 'zij'. Het is ons gezamenlijk onvermogen om de menselijke maat te blijven zien in wat wij van elkaar verlangen. Desalniettemin blijf ik een ieder die mijn leven vergalt of tracht te vergallen als een hufter zien. Gewoon omdat ik me daar goed bij voel.



maandag 16 september 2013

Herfst.

Net als vele anderen word ik wat weemoedig als ik terug denk aan de zomervakantie.
De lange dagen, de aangename temperaturen, de verrassende ontmoetingen, de avonden aan het vuur met een biertje of een stickie tussen mijn lippen. En niet te vergeten, met wat gitaarmuziek op de achtergrond, het oeverloze geouwehoer over niets op zo’n avond, dat je het gevoel geeft dat de taal alleen maar dient om betekenisloze klanken uit te stoten die een aangename warmte in je oproepen. Alsof je met goede vrienden in een café bent blijven plakken na sluitingstijd. Niemand die nog weet waar al het gelal en gebral over gaat, maar iedereen voelt zich met elkaar verbonden.
Ik denk dat onze verre voorouders zo ook hun zomervakantie vierden.
Overdag wat leuke spelletjes speelden met elkaar, zoals tikkertje en verstoppertje, en ’s avonds een vuurtje, wat te drinken, te eten en muziek. Waarschijnlijk onder begeleiding van wat aritmisch gebeuk op een trommel. En wat grommen en brommen naar elkaar. Daarna gingen ze gewoon weer op jacht of verzamelden ze bessen, wortelen en noten om de wintervoorraad aan te vullen.  Uderzo en Goscinny hebben zo’n gezellig samenzijn bij de Galliërs heel vaak mooi vastgelegd op de laatste bladzijden van hun Asterix en Obelisk boekjes.
Een flauw aftreksel van die tijd zien we nog terug in de vele straatbarbecues die aan het eind van de zomer worden gehouden. Tuinmeubelen voor de deur, barbecuesetjes aangestoken, bier, vooral veel bier en wijn, een berg vlees van plofkippen en plofvarkens, mannen met dikke buiken en korte broeken en vrouwen met minstens net zulke dikke buiken en korte rokjes, die de vlezige dijen bloot laten en geanimeerd gebabbel, dat naarmate het later wordt over gaat in luidruchtig geknor en gebral. Ik zie het als een verlangen naar een samenzijn dat men in de donkere dagen die komen node zal missen. Heimwee naar een voorbije zomer.

Zeker, de herfst is ook een mooie tijd. Ik hou van al die woeste wolkenpartijen met zo af en toe een wolkbreuk, waarbij het water onder begeleiding van de rollende donder van een onweersbui met zoveel geweld naar beneden komt dat de mensen verschrikt ineen krimpen onder hun paraplu’s.
Het landschap begint van kleur te verschieten en bereidt zich voor op de kou die onvermijdelijk komen gaat. De hartslag van de wereld lijkt rustiger te worden.
Gelukkig is het culturele leven weer begonnen. Wat betekent dat Paula en ik weer wat vaker naar de film zullen gaan. Misschien een enkele keer naar toneelvoorstelling of een zondagsochtend concert.
En twee keer per jaar naar een museum. Daarmee heb ik ons culturele leven wel beschreven.
De herfst is begonnen. En al is het frisser geworden en valt er veel regen, we hebben onze herinneringen nog. Ongetwijfeld krijgen we nog wat mooie nazomerdagen en daarna zullen we even geduld moeten hebben. Ook al horen we straks op Prinsjesdag weer hoe wij allemaal worden genaaid; een hete herfst verwacht ik niet. Echt heet wordt het pas weer als de herfst en de winter voorbij zijn en in april het voorjaarszonnetje begint te schijnen. Tot dan zullen de meeste van ons nog even geduld moeten hebben.

zondag 8 september 2013

Uitzicht

Laatst deed ik mezelf weer eens een genoegen en ging op weg naar mijn werk tegenover een geweldige stoot in de trein zitten. Het zweet brak me uit. Nu was het loeiheet in de coupé dus zo vreemd was dit niet.
De dame in kwestie zat zonder veel interesse in een krantje te bladeren. Een zijdelingse blik in mijn richting had haar duidelijk gemaakt dat voor haar het uitzicht minder interessant was dan dat het voor mij moest zijn.
Terwijl ik deed of ik mij verdiepte in mijn rooster bedacht ik dat ik helaas maar één halte het genoegen zou hebben om van haar aanwezigheid te genieten.
Twintig was ze vermoedelijk. Misschien een beetje ouder. Halflang blond pluizig haar, een klein fijn neusje en grijsblauwe ogen. Ze droeg een kralenbandje met azuurblauwe kralen om haar pols en glinsterende ringen aan haar vingers. De grote bruine laarzen die ze aan had stonden haar stoer.
Net toen de trein op het punt van vertrekken stond kwam er een blonde reus naast haar zitten. Zo te zien van ongeveer haar leeftijd. Hij had zo uit een modeblad gestapt kunnen zijn. Colbertje, wit overhemd met bovenste knoopje los.
Het bladeren in het krantje werd wat onrustiger. Hij pakte zijn laptop en logde in. En ging toen in het niets voor zich uit zitten staren. Met zijn blonde krullen en sympathieke uitstraling zou hij de ideale schoonzoon kunnen zijn, dacht ik.
De trein had zich inmiddels in beweging gezet. Daar zaten we dan. Ik, die mijn rooster uit mijn hoofd zat te leren, hij met zijn laptop op schoot en starend naar niets en zij, wat ongemakkelijk met het krantje ritselend omdat er twee mannen binnen haar territorium zaten. Ze legde haar krantje daarom maar weg, deed een paar oordopjes in en vertrok naar een ander universum, ons beide verslagen achter latend.
Maar gelukkig had ik mijn bestemming al bereikt. Ik keek nog eens naar hem. Ook hij voelde zich blijkbaar opgelaten. Zij keurde mij geen blik waardig toen ik op stond en weg liep. Het zal de mooie muziek wel zijn geweest die haar volledig in beslag nam…


donderdag 5 september 2013

Volk van dromers

Wie denkt dat je als hoogleraar ongezouten kritiek kunt hebben op een minister, die de effecten van het winnen van schaliegas voor het milieu aan zijn laars lapt, die komt bedrogen uit.
Professor Roos Vonk heeft zich vandaag tegenover de voorzitter van College van Bestuur en de rector magnificus van de Radbout Universiteit moeten verantwoorden voor een twitterbericht waarin zij aangeeft dat ze zich door minister Kamp verneukt voelde en hem graag op zijn bek wilde slaan.
Ja Roos, ik denk dat dit terecht is. Je hoort gewoon achter aan te sluiten en te wachten tot je aan de beurt bent. Ongetwijfeld zijn er velen in Nederland die, zoals jij dit zo mooi weet te zeggen, dat uitgestreken smoelwerk van hem willen verbouwen.  Maar het past niet om voor te dringen.
Dat Kamp meent ons allen een dienst te bewijzen begrijp ik heel goed. De behoefte aan energie neemt alleen maar toe terwijl de beschikbaarheid van toegankelijke en betaalbare energiebronnen hiermee geen gelijke tred houdt.
En laten we wel zijn, het gaat tenslotte om heel veel geld. Het bedrag wat we zo ongeveer kwijt zijn aan de aanschaf van 35 JSF’s.

Nederland is weggezakt naar de 8e plaats op de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum (WEF). Oftewel, het economisch beleid van onze regering begint duidelijk vruchten af te werpen. Gelukkig maar dat onze minister president kan blijven lachen. Dat zie ik graag. Lachen is immers goed voor de eigen gezondheid en gezonde mensen hoeven geen beroep te doen op de bijna onbetaalbaar geworden gezondheidszorg. Per saldo is lachen dus goed voor de economie en het is mooi als onze minister president hierbij het voortouw neemt.

Ook ik heb vandaag vreselijk gelachen. Want net als alle andere Nederlanders mag ik het droomgeschenk dat onze nieuwe koning is aangeboden tot 1 oktober gratis af halen bij de boekhandel. 
Als er één is die graag droomt, dan ben ik het wel. En nu blijk ik in het goede gezelschap te verkeren van het gehele Nederlandse volk, dat uit ‘dromers’ blijkt te bestaan, onze regering voorop. Ik maar denken dat wij een volk van ‘doeners’ zijn. Nu begrijp ik ook ineens waarom wij van de 5e naar de 8e plaats gezakt zijn op de mondiale concurrentie-index van het WEF. Helaas is het zo dat iedereen vroeg of laat wakker zal moeten worden. Misschien zullen we dan  nuchter moeten vaststellen dat we ons te lang en te vaak in slaap hebben laten sussen.

maandag 2 september 2013

De eerste schooldag.

Het lukte me zowaar om vanmorgen redelijk vroeg op te staan, ook al werd ik pas om twee uur vanmiddag op school verwacht. Natuurlijk was de omschakeling even wennen, maar ik klaag niet.
De jaaropening heb ik maar over geslagen en achteraf blijk ik daar goed aan te hebben gedaan. De collega’s die wel geweest zijn fungeerden prima als klapvee voor de paar beter betaalde functionarissen, die zonder publiek in zo’n grote lege kerk natuurlijk niet hun verhaaltjes kunnen afsteken. Hoewel een gebakje mogelijk misplaatst zou zijn geweest nu er zoveel mensen de laan uit zijn gestuurd en de centjes op zijn is dit m.i. geen excuses om de mensen een bakje koffie voor te zetten dat naar slootwater smaakt. Aldus een collega, die zei dat hij ook een volgende keer in zijn bed zal blijven liggen.

Ik was dus om één uur op mijn werk. Erg leuk om bijna al mijn collega’s weer terug te zien en even bij te praten. Niet iedereen had er zoveel zin in als ik, maar sommigen hadden helaas ook niet zo’n geweldige vakantie gehad. Een collega vertelde dat ze in Frankrijk vreselijk noodweer hadden gehad met hagelstenen zo groot als duiveneieren en dat het gebied waar zij zaten tot rampgebied was verklaard. Ik besloot mijn mond toen maar te houden over het noodweer dat wij meegemaakt hadden in Normandië. Want dat stelde niet zoveel voor vergeleken met wat zij had meegemaakt.
Een ander had vijf van de zeven weken bij de kaakchirurg gezeten. Ook niet bepaald iets wat je gewoonlijk in je vakantie doet. En mijn teamleider had bijna de hele vakantie doorgewerkt. Niet zo vreemd dat ik hem er moe vond uitzien.

Om twee uur begon de vergadering.  Onze nieuwe directeur stelde zich aan ons voor. Mijn eerste indruk was positief, ook al had hij niet veel goeds te vertellen. Zo moet het rendement van de opleiding omhoog, moet er volgend jaar veel aandacht besteed worden aan curriculum ontwikkeling, zal het aantal contacturen met de leerlingen met zo’n 10% toenemen en tegelijkertijd was hij er duidelijk over dat de randvoorwaarden voor het geven van onderwijs er het komend jaar niet beter op worden. Gelukkig behoren docenten tot de meest getemde en meegaande mensensoort en morrend hoorden wij hem aan zonder hem het slechte nieuws kwalijk te nemen.
Daarnaast kwamen nog de introductiedagen, lesbezoeken, ouderavonden (twee dit jaar), lesmateriaal, vakgroep overleg en jaarplanning ter sprake en stipt om vier uur waren we klaar met vergaderen.


Vanavond ben ik zo’n twee uur bezig geweest met het redigeren van een handleiding. Hier ga ik morgen mee verder. Ik zie dat het al weer bijna tien uur is en besluit dat de eerste schooldag er voor mij weer op zit.

zaterdag 31 augustus 2013

Het nieuwe schooljaar.

Wat doet een docent nu de grote vakantie er op zit en het nieuwe schooljaar na het weekend begint? Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe mijn collega’s dit doen, maar zo bereid ik mij in ieder geval voor op het nieuwe schooljaar.
Vrijdags begin ik diep te zuchten en zeg met klagerige stem: “Ik zal nu toch echt eens moeten kijken welke lessen ik straks moet gaan verzorgen. Tjonge, die zeven weken zijn omgevlogen”.
Meer dan een maand geleden heb ik mijn plan van inzet (PVI) toegestuurd gekregen van Wim en dat heb ik vluchtig even door genomen. Ik neem me voor om het nog eens goed door te nemen dit weekend.
Na nog wat gezucht en gepiep zeg ik tegen Paula dat ik nu geen zin heb om aan school te denken en dat ik naar het filmmuseum in Amsterdam ga, waar een tentoonstelling over Fellini is.
Het museum zelf valt me wat tegen, maar de tentoonstelling is beslist de moeite waard. Hierna ga ik nog even Amsterdam in, dompel mij onder in de massa en ter compensatie van de herrie en drukte ga ik op de terugweg nog even naar Scheveningen om uit te waaien op het strand. Bij thuiskomst is het helaas te laat om nog wat aan school te doen.
Zaterdag. Nu moet ik toch echt wat aan school gaan doen. Maar eerst een stukje rennen. Daarna mijn fietsje ophalen bij de fietsenmaker, nog wat spelen op mijn gitaar en als ik tot mijn schrik zie dat het al weer over tweeën is besluit ik om snel nog even naar de markt te gaan voor een makreeltje en wat groenten en fruit. Tegen zessen kom ik doodmoe van het geslenter thuis. 
Paula aanvaardt gretig mijn aanbod om te koken. Omdat we allebei moe zijn zien we er van af om naar het Veerhavenconcert in Rotterdam te gaan, dat om kwart voor acht begint.
Het is uiteindelijk half acht als ik achter mijn computer kruip.
Ik zie de lange lijst met mailtjes en kies er een paar uit. Een leerling die mij al een week eerder gemaild heeft zend ik een antwoord terug en wat studiemateriaal.
Maandag om 14.00 uur blijk ik een vergadering te hebben. En ’s morgens dan? Waarschijnlijk de opening van het nieuwe schooljaar in de Laurens Kerk. Als dat zo is kan ik gelukkig maandag uitslapen. Ik heb al zoveel van die openingen meegemaakt.

En morgen? Dan moet ik me toch echt eens gaan voorbereiden op het nieuwe schooljaar.

dinsdag 27 augustus 2013

De vader van…

Nu mijn vakantie er bijna op zit en ik de laatste nachten bijna elke nacht zo’n tien uur heb geslapen om de vermoeidheid uit mijn botten te verdrijven, lijkt  het gewone leven weer hervat.
Sinds zaterdag heb ik al twee keer door de polder gerend, ben ik wezen shoppen en heb ik mezelf een mooie zwarte leren jas cadeau gedaan, gemaakt van zacht lammetjesleer dat nog leek te leven.
Ik heb samen met Paula op een terrasje bij de Oude Haven gezeten tijdens het Oude Haven Zomerfestival en naar de muziek geluisterd van de bandjes die optraden en genoten van de gezellige levendigheid om mij heen.
Zo-even keek ik in de spiegel en zag dat ik nu minstens de helft van mijn grijze haren kwijt ben.
Dat komt natuurlijk omdat ik vanmorgen even naar de kapper ben geweest. En zo is er wel meer te vertellen wat niet de moeite van het lezen waard is.

In en om het huis moeten diverse klussen worden gedaan. Ook al zal ik deze voor het grootste deel uitbesteden, aan enig voorbereidend werk ontkom ik niet.
Verder is mijn wiet weer eens op. Als altijd sta ik opnieuw voor de keuze: even naar een coffeeshop gaan en een paar grammetjes bubblegum halen. Of een pauze inlassen.
Bij ons in de wijk zelf zijn geen coffeeshops, alleen maar slijterijen. Het zou ook niet lonen, want behalve ik is er niemand in het straatje waar ik woon die blowt. Wel ken ik minstens vier personen met een alcoholprobleem en een minstens even groot aantal die, als ik af mag gaan op de glazige blik in hun ogen, onder de tranquillizers zit. Slijterijen en apotheken doen in onze wijk dan ook goede zaken.
Als ik nu de komende dagen geen nieuwe wiet koop, zou het zomaar kunnen zijn dat ik ‘s morgens wat helderder in mijn hoofd ben. En dat ik bij het opstaan niet zo’n vieze smaak in mijn mond heb en niet zo veel slijm hoef op te geven.
Anderzijds is het heerlijk om je high te voelen. Of het blowen te combineren met het drinken van een paar whisky’s, waardoor je in een soort roes geraakt. Dus, wat te doen?
Laat ik mijn besluit maar uitstellen tot morgen. Het is nu toch te laat om nog de deur uit te gaan.

Wat wil ik nog over de vakantie kwijt? Dat ik er fantastische herinneringen aan heb over gehouden.
Zowel aan mijn vakantie met Paula in de Auvergne als aan Buitenkunst in Drenthe en aan het Randmeer. Dat ik de mensen mis waarmee ik zo’n fijne tijd gehad heb. Maar ook de mensen die er dit jaar helaas niet waren.
Dat ik het buitenleven mis, het vuur en de overweldigende sterrenhemel boven Drenthe, het gezang, de uitwisseling van geile blikken, het spel, de muziek, de dromen die onvervuld zijn en die me melancholisch maken, de verbazing en ontroering die mij op de meest onverwachte momenten overvielen. Ja, vakantie bij Buitenkunst is na die jaren nog steeds een vakantie waar ik vol verlangen naar uit kijk. Ook al werd ik er bij het Randmeer op een bijzondere manier aan herinnerd dat ik de jongste niet meer ben.

Ze had een open vriendelijk gezicht en was de eerst die me aansprak bij het Randmeer. “Bent u misschien de vader van Jasper?” Ondanks dat het zeker zo’n 20 jaar geleden was herkende ik haar als Brechtje Zwanenburg, het vakantievriendinnetje van mijn zoon. Ik vond het leuk om haar na al die jaren weer te zien. Later in de week stonden we beiden te swingen op de Zuid-Amerikaanse muziek die gespeeld werd door het gelegenheidsorkest van blazers en percussionisten op het afscheidsfeest.
Eerder die week zat ik ’s avonds te wachten tot de deuren van het Grote Theater open gingen voor al weer een voorstelling, toen ik werd aangesproken door een vriendelijke gast met een baard.
“Bent u misschien de vader van Eva en Mirte?”, vroeg hij. Het bleek Bart te zijn, een huisgenoot van Mirte. Toen ik dit bevestigde stelde hij zich voor en zei nog dat ik zulke leuke dochters had. Wat ik moeilijk kon ontkennen.
Even later zaten we op de tribune. Brechtje links van me en Bart rechts. Voor beiden was ik de “de vader van…”.  Toch wel bijzonder.  

woensdag 26 juni 2013

De stilte doorbroken



Eerst was het stil.
Dat duurde en duurde.
Er kwam geen einde aan
het wachten.
Verder gebeurde er niets.

Toen  viel een druppel  
in het rimpelloze water
met een helder, hoog geluid.
Ik schrok
en hield mijn adem in.

Altijd was het stil geweest
Comfortabel stil
Rustgevend stil
Geruststellend stil
Tot nu toe.

Weer was het stil.
Het eindeloze wachten
begon opnieuw
Alleen van binnen
was nu alles anders.




maandag 24 juni 2013

Zomer in Scheveningen.

Ach, ach. Wat zielig. Loop ik daar bijna in mijn eentje op het grote strand van Scheveningen. De regen valt af en toe met grote druppels op mijn hoofd, terwijl de wind het scherpe zand op enkelhoogte over de zandvlakte jaagt. Alleen de surfers en kite-surfers zijn met een flinke groep aanwezig en genieten van de woeste golven. Echte mannetjes en vrouwtjesputters.


Maar afgezien van hen en nog wat verliefde stelletjes, die alleen maar oog hebben voor elkaar en niet eens merken dat het zo fris is, ben ik de enige op deze winderige avond aan het strand.
De uitbaters van de strandtenten moeten wel moedeloos zijn van zoveel pech en tegenslag. Voor hen hoop ik dat het mooie weer zich alsnog zal laten zien de komende dagen. Helaas zijn de weersverwachtingen voor de rest van de week knudde. Gelukkig maar dat ik nog geen vakantie heb.



Al geniet ik met volle teugen van het gedonder van de golven in de branding en het gesuis en geruis  van de wind. Even mijn hoofdje leeg kiepen. Zo, ik laat al mijn zorgen en verdriet hier lekker achter op het strand, waar de wind het mee zal nemen naar verre oorden. Het was maar een vingerhoedje vol gelukkig, maar alle shit die je kwijt bent ben je kwijt. Woorden van de wijze Boeddha, en hij had er kijk op.


vrijdag 21 juni 2013

Onrust



Het stormt van binnen
Het zal zijn van te weinig slaap
Te weinig dope
De serotoninemoleculen
In elk van mijn synaptische spleten
Liggen weer eens
Hopeloos
Met elkaar overhoop

Morgen maar weer eens
Naar mijn favoriete dealer
Voor een grammetje of twee
Ik zal die neurotransmitters
Op hun kloten geven
Ze tot kalmte manen
Alleen even nu
Zit het niet mee

Wanneer gaan we het onderwijs eens echt serieus nemen?

Vandaag kwam naar buiten dat je je af kunt afvragen wat de diploma’s die aan het eind van elk schooljaar worden verstrekt  eigenlijk waard zijn.
Bij een onderzoek naar de beoordeling van de toetsresultaten is namelijk gebleken dat bij het centraal schriftelijk examen de beoordeling door de eigen docenten behoorlijk kan afwijken van die door een objectieve externe partij.
Zo kan een toets met  een zeven als beoordeling door een andere beoordelaar beoordeeld worden met een vijf of zelfs lager. Voorwaar geen gering verschil.
In de praktijk echter worden deze beoordelingen echter slecht of helemaal niet uitgevoerd. En daardoor lijkt het alsof de beoordelingen met elkaar overeenstemmen.
En waarom worden deze beoordelingen niet uitgevoerd? Omdat degenen die dit moeten doen er niet of nauwelijks voor worden betaald. Dus dit was te voorzien.
Misschien wordt er zelfs van de tweede beoordelaars verwacht dat ze meegaan in het eerste oordeel. Kun je je voorstellen wat een gezeik het kan geven als de beoordelaars het met elkaar oneens zijn. Nee, dan kunnen we beter doen alsof we het met elkaar eens zijn.
Die bijdehante Dekkers van de VVD heeft wat uit te leggen. Z’n mond vol van de examenfraude door leerlingen, maar ondertussen oogluikend toestaan dat er op grote schaal door docenten wordt gefraudeerd. Want hoe moet ik het anders noemen. En denk nu maar niet dat hij niet op de hoogte was.
Zo'n man weet alles, maar gebruikt alleen datgene wat hem en zijn partij het beste uitkomt.

De onderwijsinspectie heeft hier natuurlijk ook tekort in geschoten. Die hebben het te druk met mierenneuken. Zijn in dossiers op zoek naar ontbrekende handtekeningen.
Of bekommeren zich er over dat een school te weinig contacturen besteedt aan het onderwijs, terwijl juist is aangetoond dat meer contact uren leidt tot minder zelfstudie. Zie’ de wet van Vos’. Dus minder contacturen zou meer terecht zijn.
Moeten zij straks de oplossing bieden, zoals Dekkers voorstelt?  Wat een flauwekul. Gewoon die docenten betalen en ze niet behandelen als een stel ongeletterde vrijwilligers.
Nog beter: afschaffen die tweede beoordeling. Iedereen blij. Nou ja, iedereen. Natuurlijk niet de papierpooiers die de formulieren en voorschriften voor zich laten werken.
Ik hoop dat de oppositie van deze ambitieuze staatssecretaris gehaktballen maakt.

donderdag 20 juni 2013

Afscheid is een nieuw begin.

Afscheid namen wij van elkaar.
Maar ik wist het niet.

Opeens toch het besef…
Een gemis doet pijn in alle hoeken
van de lege kamers waarin ik woon

Ik verhuis naar binnen
En kijk toe hoe de koorts langzaam zakt
als ik weer tot zinnen ben gekomen
voel ik me opgelucht

Nee, het was mooi je te kennen
Nu geen verdriet, geen tranen
Wat geweest is, is geweest
Ik zeg vaarwel
Sans rancune

Hoog vlieg ik nu met de zwaluwen
En zie neer op mijn verleden
Hoger, steeds hoger
Het warme licht tegemoet.

Het raam staat open
Zinderend nieuw licht valt  naar binnen
En vult de lege hoeken van mijn kamer

Afscheid nam ik van je
Het was goed.

woensdag 19 juni 2013

We slaan weer eens lekker door

Dacht ik net als mijn collega’s nota bene dat ik volgende week mijn laatste lesweek zou hebben, blijkt dat er nog een lesweek aan wordt geplakt omdat we te weinig contacturen hebben gemaakt.
Althans volgens een mij volkomen onbekende berekening, waarvan ik alleen heb gehoord dat deze niet eens zou kloppen. 
Ik heb niet eens een poging gedaan om te begrijpen hoe het allemaal in elkaar zit. Mijn mening over het onderwijs en degenen die toezicht moeten houden op de kwaliteit hiervan is genoegzaam bekend. 
Net als in andere sectoren in onze maatschappij zijn onze bestuurders en controleurs volledig de weg kwijt. Maar waarom zouden zij een uitzondering zijn. Het gaat al lang niet meer om de leerling. Net zo min als het in de gezondheidszorg over de patiënt gaat of in de sociale zekerheid over de uitkeringsgerechtigde. Onze wereld is op hol geslagen en heeft alle subsystemen ontregeld.
Wat alleen nog telt is de onredelijkheid en wie hier verder invulling aan mag geven. Bottomline is dat de waan van de dag regeert.
De mens moet steeds meer plaats maken voor zinloze regelgeving en al jaren struikelt men over elkaar om hier, waarschijnlijk met de beste bedoelingen, een bijdrage aan te leveren.
Mij persoonlijk maakt het niet uit of ik er nog een lesweekje aan moet plakken. Ik zal het er niet drukker door krijgen en kan het makkelijk hebben.
Jammer alleen voor de leerlingen en de collega’s die het inmiddels wel gehad hebben. Ik gun het ze van harte dat ze wat rust krijgen. Ze hebben hard genoeg gewerkt. Helaas is er anders beslist.
Ja, ik verwacht dat de chaos in het onderwijs steeds groteskere vormen aan zal nemen. Net als overal om mij heen trouwens.

Nu, beste leerlingen. Jullie kunnen er ook niets aan doen. Je mag nog een weekje langer van ons genieten. En als je er wel iets aan wil doen, verdiep je dan eens in de gebeurtenissen van de zestiger en zeventiger jaren, toen jullie ouders of waarschijnlijk je grootouders wisten hoe ze op moesten komen voor hun belangen in het onderwijs. Kijk eens hoe zij de macht grepen en overweeg dan wat je met deze kennis wil doen.

Als jullie later volwassen zijn en aan het roer staan gaan jullie de rommel die wij maken waarschijnlijk alleen maar vervangen door jullie eigen troep. Hou dit in gedachte. Ik hoop oprecht dat sommigen van jullie wijzer dan velen van ons zullen blijken te zijn en zich voor een tijdje terugtrekken in een klooster. Voor de tijd dat je daar dan zit kun je immers de minste schade aanrichten.

dinsdag 18 juni 2013

Warm.

Het is zomer in Nederland. Gelukkig duurt het mooie weer nooit lang, al is het niet zo dramatisch als in dit gedichtje van Ivo de Wijs:

Kort

Tussen de lente en het najaar
Lag een dag met kalme wind
Met warme zon en blauwe luchten
Dat was de zomer, lieve kind

Vergeet niet dat de astronomische zomer nog beginnen moet. Zul je zien dat we, als het echt warm wordt en deze warmte enkele weken aanhoudt, straks weer massaal mopperen dat het zo vreselijk warm is. Misschien wordt er net als in de voorgaande jaren opnieuw een hitterecord gebroken.

Natuurlijk is voor grote groepen in de samenleving deze hitte niet zo fijn.
Denk aan ouderen, denk aan mensen met longaandoeningen. Denk aan ouderen met longaandoeningen.  Morgen zullen misschien daarom zelfs enkele van onze landgenoten hun laatste adem uitblazen omdat de voorspelde warmte hen te veel geworden is. Zij zullen de zomer missen. Denk aan hen als je morgen zit te klagen.
Ach, wat lijdt het mensdom toch onder de gesel der seizoenen. Daar heb ik een gedichtje over geschreven. Een mens moet wat…

Alsnog de pijp uit.

De kou duurt nu al weken
Haar ogen tranen, haar lippen zijn blauw
Zelfs onder haar allerwarmste deken
Ligt ze te rillen van de kou

Zou zij deze winter overleven?
Zou zij het redden met dit barre weer?
Of zou zij de pijp aan Maarten geven?
Legt zij het bijltje er bij neer?

Gelukkig is daar eindelijk toch het voorjaar
En trekt de kou uit haar broze botten
Eindelijk is het moment weer daar
Om de plantjes te verpotten

Maar ook de lente gaat voorbij en het wordt heter
Suf ligt ze te zweten onder het schuine dak
Amechtig en bang kijkt ze op de thermometer
Het leek of er binnen in haar zo-even  iets brak

Zo hebben ze haar tenslotte gevonden
Volledig uitgedroogd, gemummificeerd
Nakend in haar eigen warme stonde
Niets meer van over, weggeteerd

Zeker , het was al weer een jaartje later
Wat sneu, zeiden de mensen tegen elkaar
Het was de warmste zomer in jaren

Juffrouw Jansen, pas zeventig jaar

zondag 16 juni 2013

Een nieuwe dag.

Het is zondag vroeg in de ochtend. De lucht is grijs. Op het strand is het nog stil.  Zelfs de meeuwen staan nog wat slaperig op de vloedlijn suf voor zich uit te staren.
Een enkele trouwe gelovige zit nu geeuwend vroom te zijn in de kerk of moskee, terwijl minder trouwe broeders of zusters samen met de ongelovigen hun roes liggen uit te slapen.
Alleen of met elkaar. Het zal mij worst zijn. Als ze nog maar even wegblijven van het strand, dat nu van mij is.
Slechts enkele weken geleden kon ik mij niet voorstellen dat het snel weer zomer zou worden. Daar zag het toen ook niet naar uit. Iedereen maar mopperen dat het zo koud was en dat de winter zo lang had geduurd. En ze hadden gelijk; het was een lange en koude winter.
Inmiddels is alles veranderd. Dinsdag en woensdag wordt het zelfs tropisch warm met temperaturen van om en nabij de dertig graden. Gelukkig hoef ik nog maar twee weken les te geven en begint over een klein maandje de vakantie.

Nederland is het mooist zonder mensen. De stilte van de polder, het bos, heide of strand. Maar ook de stilte van een nog slapende stad. Ik kan er niet genoeg van krijgen. Het zal mijn leeftijd wel zijn.
Zaterdag kwam ik per ongeluk in het carnaval op de Coolsingel in Rotterdam terecht. Dat was me wel even schrikken. Ik worstelde mij moeizaam door de vrolijke massa naar de metro, die mij gelukkig weer snel naar rustiger oorden bracht.
Hossende feestmassa’s zijn nooit aan mij besteed geweest. De herrie die ze maken, de stank die er van af komt. Mijn bloeddruk neemt razendsnel toe en ik merk dat ik er hyper-alert van word.
Ik voel me er gewoon niet veilig in.
Een grote grijze meeuw scheert laag over de golven en stoot een scherp gekrijs uit. Alsof hij wil zeggen dat het nu met de stilte echt gedaan moet zijn en het tijd wordt dat de dag begint.

Over de boulevard komen twee motoren luidruchtig aangereden. Ze rijden ronkend het strand op. Gelukkig van me vandaan. Ja, de dag is begonnen. Tijd om weer naar huis te gaan en nog even onder de dekens te kruipen.

donderdag 13 juni 2013

Balans.

Alhoewel ik mezelf mijn leven lang al vragen stel over het hoe en waarom van dit ondermaanse en mijn plek hierin, valt het mij op dat naarmate ik ouder word ik vaker de behoefte heb om de balans van mijn leven op te maken. Niet om de boeken hierna te sluiten, maar om de mij nog resterende beperkte tijd zo intens en zinvol mogelijk te vullen.
Onvermijdelijk komt deze balans tot stand vanuit de opvattingen die ik mee gekregen heb tijdens mijn leven. Opvattingen van de mensen die mijn pad hebben gekruist, opvattingen in de boeken die ik gelezen heb en de dingen die ik zelf heb gedaan en gezien of gehoord. De geuren die ik heb geroken en de kleuren die ik heb gezien. De klanken die ik heb gehoord, de emoties die ik heb gevoeld en de gedachten die ik heb gehad. Je ziet, ik ga niet over één nacht ijs bij het maken van zo’n balans.  Het is een heel gezwoeg waar ik graag en met veel plezier mijn tijd in steek.
Van invloed op het altijd voorlopige resultaat is mijn goede gezondheid, mijn redelijk gevulde portemonnee, mijn gebrek aan respect voor gezag en het feit dat ik eerder sceptisch ben dan goedgelovig.
Zou slechts één van de genoemde variabelen anders zijn, dan acht ik het niet uitgesloten dat ik tot een andere visie zou zijn gekomen.
Ik ben door dit alles en nog veel meer geworden tot een materialist en atheïst. Concreet betekent dit dat in mijn visie uiteindelijk alles is te herleiden tot materie en energie en dat God slechts bestaat als een projectie van de menselijke behoefte aan zekerheid en troost. En de behoefte om te dienen niet te vergeten. Wat op zich een zeer bruikbare eigenschap is voor een groepsdiertje en bovendien erg zinvol voor de gemeenschap waartoe deze behoort. Gehoorzaamheid is de meeste mensen ingebakken. En hun angst voor straf als zij ongehoorzaam zijn is vaak reëel en goed te begrijpen.

Natuurlijk heb ik er wel oog voor dat we ons koesteren in een allesomvattende creatieve intelligentie, maar ik pas er voor om deze God te noemen.
Deze creatieve intelligentie is voormenselijk en beïnvloedt alle levensprocessen in het heelal en zal dit blijven doen nadat de laatste mens al lang verdwenen is. Evolutie vind ik daarom een beter woord. De mens is daar slechts een zoveelste uiting van.
Dat er binnen mijn materialistische visie voldoende ruimte is voor spiritualiteit zal velen vreemd klinken. Maar voor ons mensen zijn niet de feiten maar de interpretatie hiervan van invloed op ons voelen, denken en gedrag.
Ook ik ken betekenis toe aan wat vaak toeval wordt genoemd. Betekenisvol toeval of synchroniciteit is een verschijnsel dat in elk leven aanwezig is. God bestaat echt als je in hem gelooft. Datzelfde geldt voor kaboutertjes en elfjes. Ik vind het daarom storend dat wij elkaar vaak de ruimte niet gunnen om er verschillende opvattingen op na te houden.  Het is juist interessant om kennis te nemen van hoe anderen in het leven staan. En als zij mij met hun argumenten kunnen laten zien dat hun visie zinvoller is dan de mijn laat ik mij graag overtuigen. Tenslotte zijn vele anderen hun voor gegaan.

Er bestaat geen hel en geen hemel, of het moet tijdens ons leven hier op aarde zijn.
Zingeving zie ik als een manier om onze eigen hemel of hel te scheppen. In feite staan we machteloos en onbeschermd tegenover een onverschillig heelal. Er rest ons niets anders dan om er het beste van te maken. Kiezen we verkeerd of hebben we domweg pech, dan kan het slecht met ons aflopen.
Geen mens kan zich onttrekken aan de wetmatigheden waaraan wij als mens hebben te gehoorzamen. Zo kunnen wij bijvoorbeeld niet zonder anderen, hebben wij er behoefte aan om liefde te geven en te ontvangen en baseren wij onze keuzes op basis van wat wij denken dat waar en goed is.
Dat wij een gevaarlijke diersoort zijn heeft de geschiedenis aangetoond. Maar ook dat wij in staat zijn tot het brengen van grote offers in het belang van degenen die ons lief en waardevol zijn.
Terwijl ik dit typ hoor ik buiten sirenes gaan. Dat is altijd een teken van onheil. Jammer dat er zo vaak in ons eigen leven geen sirenes loeien als er onheil dreigt en wij daarom het gevaar te laat onderkennen.

Knappere koppen dan ik hebben de veronderstelling uitgesproken dat het met ons mensen uiteindelijk slecht zal aflopen. Ik verwacht dat ze gelijk zullen krijgen. De ingrediënten voor een nieuwe apocalyps zijn immers voldoende voorhanden. Gelukkig maar dat we nog steeds dansen kunnen, al is het op de rand van de vulkaan. Het geraas en gedonder daar beneden overstemt helaas het gehuil van de sirenes.

woensdag 12 juni 2013

Privacy.

Dacht ik slechts twee volgers te hebben voor mijn blog en zo af en toe een verdwaalde gast, blijken diverse Amerikaanse en ongetwijfeld ook Hollandse veiligheidsdiensten stiekem over mijn schouders mee te lezen. Wat leuk. Ik heb dus een veel groter publiek dan ik dacht.
Hi, guys. What’s up? Having a good time? Wat vinden jullie van de erotische verhalen die ik regelmatig verstuur aan jullie weten wel wie? Beetje over de top, hè? Nog tips hoe ik het toch geil kan houden zonder al te banaal te worden? Laat het me weten. Ik kan nog wel wat feedback  gebruiken.
Dacht ik in mijn onschuld dat iedereen wel blij zou zijn met de wetenschap dat hun gegevens voor het nageslacht wordt bewaard in grote databases ergens in een in de rotsen uitgehouwen stad in de Rocky Mountains, zie ik tot mijn verbazing grote verontwaardiging alom.
Want, je gelooft het niet, men voelt zich in zijn privacy aangetast.

Dezelfde jojo’s die luidruchtig in het openbaar vervoer of een willekeurig restaurant ongegeneerd via hun mobieltjes al de intieme details van hun persoonlijk leven met hun directe omgeving delen en op honderd en meer verschillende manieren hun privéleven onder de aandacht brengen van anderen op facebook of een ander sociaal medium zijn verontwaardigd dat anderen vrijelijk toegang hebben tot al hun gegevens. Ja, hoor eens. We leven wel in het informatietijdperk. Hoe had je het anders gewild?
Zelfs examens worden al met ons gedeeld nog voordat ze zijn afgenomen. Gewoon, via internet.
Vervolgens is iedereen geschokt, trekken geleerde heren ernstige gezichten en wordt vermanend het normerende vingertje opgeheven.
“Wat is het diploma nog waard als de toetsresultaten bij elkaar zijn gestolen,” piept men.
Ja, wat is het diploma eigenlijk waard als het niets meer of minder is dan een bewijs dat men jarenlang braaf in de banken heeft gezeten en zich zonder veel tegenstribbelen heeft vol laten gieten met wat fragmentarische kennis waarin men totaal niet geïnteresseerd is en waar de samenleving toch niet op zit te wachten?
Je kunt er hoogstens mee aan tonen dat je bereid bent om je aan te passen aan een gangbaar maatschappelijk systeem, in de hoop dat dit systeem je straks zal belonen met een mooie baan, omdat jij dat fel begeerde papiertje kunt laten zien. Inmiddels weten we door de crisis wel beter.
Iedereen die zelf voor de klas staat weet heus wel dat scholen hun leerlingen vol proppen met grote onzin. Kennis waaraan je in het werkelijke leven niet veel hebt, behalve dan als het gaat om talen en wiskunde en andere bètavakken.  Maar ook daarin zit veel overbodige troep, die na het examen gelijk de vuilnisbak in kan.
Ons onderwijssysteem is immers hopeloos verouderd en er niet op ingesteld om jongeren zelf te leren denken. En al verdien ik er als docent een goed belegde boterham aan, ook ik weet donders goed dat we in het beroepsonderwijs achter de feiten aanhobbelen. De kwalificatiedossiers die wij moeten vertalen naar een onderwijsprogramma zetten veel mensen in beweging, maar als we het werkelijk belangrijk vonden dat onze leerlingen goed werden voorbereid op de samenleving zou hun curriculum er heel anders uit zien.
Inmiddels ben ik weer flink afgedwaald, al gaat het nog steeds over het uitwisselen van informatie.

Als er maar één mensenleven mee wordt gered met het afluisteren, onderzoeken en analyseren van de privé-gegevens van iedereen, dan mogen ze van mij al mijn correspondentie of wat daar voor door gaat letter voor letter analyseren. We weten inmiddels dat er grotere gevaren zijn die de mensheid bedreigen.
Ik voorspel dat er een tijd komt waarop het leven van een ieder tot in detail toegankelijk wordt gemaakt via computers. Dan zal blijken dat het leven van de meesten absoluut niet de moeite waard is om kennis van te nemen en uiteindelijk zullen de databases niet meer worden bijgehouden uit een gebrek aan belangstelling. Dan kruipen de mensen weer, lekker met hun benen onder zich gevouwen, met een ouderwets boek in een hoekje van de bank en laten ze zich betoveren door de verhalen die ze lezen en zich mee voeren naar een wereld die in niets lijkt op het leven dat ze zelf leiden. Lekker spannend en interessant.



maandag 27 mei 2013

De zon gaat op, de zon gaat onder.

Het is al weer twee dagen geleden dat ik met enkele duizenden door de straten van Amsterdam liep om te protesteren tegen Monsanto. De zon scheen, de sfeer was uitstekend en de mensen waren in een prima stemming. Velen waren kleurig gekleed en de oude hippie in mij kwam even tot leven.
Met kreten als “Hi, ha, rucola” en “ Hi, ha, komkommersla”, goedaardige verbasteringen van “Hi, ha, hondenlul”, mij bekend van voetbalfans en andere demonstraties, werd de stemming er goed in gehouden. Ja, het was een leuke dag en omdat het zwart zag van de toeristen was het moeilijk vast te stellen hoeveel demonstranten er werkelijk mee liepen.
Nu maar hopen dat ook anderen worden geïnspireerd om hun stem te laten horen tegen Monsanto.
Inmiddels ben ik zelf weer bezig met andere dingen, want de zon gaat op en de zon gaat onder en zo kabbelt de tijd voorbij.
Nog enkele weken en de grote vakantie komt er aan. Over niet al te lange tijd hoop ik ’s avonds aan het vuur bij Buitenkunst te zitten en dromerig in de vlammen te staren, om er een blok hout op te gooien als het vuur dreigt uit te gaan.
Ik verlang er naar om de gezichten te zien van de mensen die ik vorig jaar of in de jaren daarvoor ontmoet heb en van ze te horen hoe het nu met ze gaat.
Al eerder beschreef ik hoe ik mijn hart verloren heb aan deze bijzondere plek in Drenthe, waar ik nu al bijna dertig jaar naar toe ga.
Natuurlijk is het ook leuk om straks enkele weken met Paula naar Frankrijk te gaan, maar eerlijk is eerlijk: voor mij gaat er niets boven een vakantie bij Buitenkunst. Bizar als ik er over nadenk, dus dat kan ik beter maar niet doen.
Vanuit mijn zolderraam zie ik zwaluwen vliegen tegen de vuilgele gloed boven de daken van de huizen. Hoe smeriger hier in het Rijnmondgebied de lucht is, hoe mooier de zonsondergangen. Als ik de kans over enkele jaren krijg om hieraan te ontsnappen zal ik deze kleurige zonsondergangen missen.

Melancholisch geworden door mijn gedachten aan de vakantie, die nu niet lang meer op zich zal laten wachten, besluit ik om straks mijn gitaar te pakken en voor de vuist weg wat eenvoudige liedjes te spelen. Ja, de zon gaat op en de zon gaat onder. Ik hoop dat het nog vele jaren duren zal voor hij niet meer op voor me gaat.

woensdag 22 mei 2013

Voedsel uit een reageerbuis.

Voor wie het nog niet was opgevallen: we leven in turbulente tijden. En al kan dit best vermoeiend zijn; ik zou niet anders willen. Want als ik ergens een hekel aan heb is het saaiheid en stilstand.
In de tijd dat ik nog met de Nieuwe Amsterdam noordreizen maakte van Rotterdam naar New York stond ik tijdens een storm het liefst op de plecht. Voor landrotten: dit is het dek op het voorschip.
Wind door mijn toen nog bijna zwarte haren, buiswater in mijn gezicht. En dan die enorme golven.
Geweldig. Soms was ik bang dat ze het schip door midden zouden breken en dat we met de spreekwoordelijke man en muis zouden vergaan. Hier kon geen rollercoaster tegenop. Na afloop was ik meestal zeiknat en moest ik een warme douche nemen om weer warm te worden.
De maatschappelijke ontwikkelingen zijn zoals ik al zei ook stormachtig. Alleen met een paar stevige zeebenen lukt het dan om overeind te blijven. Maar waar het op de Atlantische Oceaan altijd goed is gegaan in mijn varenstijd, lijkt het er op dat het schip van de EU in zijn immer zwalkende koers straks forse averij gaat oplopen. Of erger.
Veel inwoners beseffen niet dat ze mogelijk meevaren op de Titanic.
Overdreven? Ik denk het niet. Laat me proberen om uit te leggen wat er aan de hand is.

In de wereld zijn een aantal grote machtige ondernemingen die zich bezig houden met gentechnologie. Door het erfelijkheidsmateriaal van allerlei gewassen te veranderen hebben zij deze resistent gemaakt tegen bepaalde pesticiden. Pesticiden die deze bedrijven ook leveren.
Boeren worden nu volledig afhankelijk gemaakt van deze bedrijven. In India is bijvoorbeeld bijna de hele katoenproductie afhankelijk van één bedrijf, namelijk Monsanto. Deze levert tegen woekerprijzen, prijzen die nu vier keer zo hoog liggen als een aantal jaren geleden, de genetisch gemanipuleerde katoenzaden en het bestrijdingsmiddel ‘Roundup’ aan de boeren.
Helaas voor de boeren blijken de zaden de gevoeligheid van de katoenplant voor sommige ziekten te vergroten en moeten de boeren na enkele maanden extra bestrijdingsmiddelen gebruiken om te voorkomen dat de plant kapot gaat. Samengevat: Hogere kosten, afhankelijkheid van één bedrijf, meer gebruik van bestrijdingsmiddelen. Gevolg: wanhopige boeren en een sterke stijging van het aantal zelfmoorden op het platte land.

Het is maar een voorbeeld. Nu wil de EU het gebruik van niet-gecertificeerde zaden verbieden. Straks worden er forse boetes en mogelijk ook gevangenisstraffen uitgedeeld aan mensen die zaden gebruiken die niet door de EU zijn goedgekeurd. Dit geldt ook voor hobbyboeren en kleine tuinders. Dit is het resultaat van het lobbyen van de grote gentechbedrijven, waaronder Monsanto.
Gevolg: de biodiversiteit dreigt te verdwijnen, men wordt net als in India (en inmiddels ook in Amerika) afhankelijk van één of slechts enkele bedrijven voor de voedselproductie, de kwetsbaarheid van de gewassen neemt mogelijk toe en, minstens zo belangrijk, de kankerverwekkende eigenschappen van de pesticiden worden misschien wel via het voedsel over gedragen aan de mens. Want er zijn geen (lange termijn) onderzoeksresultaten bekend over de invloed van genetisch gemanipuleerd voedsel (zeg maar voedsel uit de reageerbuis) op de gezondheid van de mens en zijn nageslacht.

Kijk, men zegt dat je de vooruitgang niet tegen houdt. Maar is hier wel sprake van vooruitgang? Waar halen bedrijven het gore lef vandaan om te streven naar een monopoly op het verbouwen van bepaalde gewassen? Iedereen die zich maar een beetje verdiept in deze bedrijven en hun doelstellingen ontkomt niet aan de indruk dat zij gewetenloos zijn. Hun motto:”We’re all in it for the money”.
Tot voor kort was ik, ondanks dat er veel zaken gebeuren waar ik het niet mee eens ben, een voorstander van de EU. Maar deze affaire heeft mij sterk aan het twijfelen gebracht over het democratische gehalte van de besluitvorming in Brussel.
Zaterdag sta ik dan ook in Amsterdam om tegen Monsanto te protesteren. Want wereldwijd wordt er dan tegen de misdaden van dit bedrijf geprotesteerd.
Ik hou van de storm, de wind en de regen. Heerlijk om het geweld van de natuur zo tegen je huid te voelen. Maar als het zo hard gaat stormen dat mijn dak er dreigt af te waaien doe ik er verstandig aan om maatregelen te treffen.