woensdag 16 oktober 2013

Kippetjes

Een tijdje geleden gaf ik al aan dat ik na mijn pensioen kippen ga verbouwen en groenten fokken.
Een gepensioneerde vriend van mij, die mijn verhaaltje gelezen had, wees mij er op dat het juist andersom is. Dat je kippen fokt en groenten verbouwt. “Je kunt kippen ook fucken”, sprak mijn vriend die vrijgezel is, “maar ik denk niet dat je dat bedoelt”.
Ik bedankte hem voor de goede raad. Ik weet van hem dat hij zelf wel eens een kip fuckt, maar dat is uit mededogen. De arme beesten moeten het namelijk stellen zonder een haan, want deze bleek op zekere dag verdwenen te zijn. Mogelijk heeft het arme dier zijn leven afgesloten met een bezoekje aan de poelier. Toen hij me dit vertelde moest ik denken aan het liedje van de haan en de hen van Cornelis Vreeswijk. Daarin komt het volgende couplet voor:

Geef ons toch een haan met ‘dat’
Die we hebben zijn we zat
Hij is lui en heel onwillig
Impotent en onverschillig
Geef ons toch een nieuwe haan zeg
Zo is het toch niets gedaan zeg
Wij zijn treurig, tok tok tok
Het gaat niet best bij ons in het hok

Ja, treurig zullen de kippetjes van mijn vriend ook wel zijn nu zij hun minnaar hebben verloren. Ik kan me ook niet voorstellen dat deze leegte door een eenzame oude vrijgezel kan worden opgevuld.
Zo’n ren met kippen zorgt overigens wel voor veel geluidsoverlast. Al dat gekakel en getok.
Ook in de klas zitten soms van die kleine groepjes meiden die net zo onrustig zijn als kippetjes die een eitje moeten leggen. En maar kakelen, en maar onrustig heen en weer schuiven op die stoelen.
Ze vermanen en ze netjes vragen om stil te zijn helpt meestal niet. Pas als je er een het kippenhok uitstuurt worden de anderen heel braaf. Schijters, denk ik dan. Wat is er immers fijner dan even verlost te zijn van zo’n alsmaar doorrazende docent die je allerlei dingen vertelt waarin je toch niet geïnteresseerd bent. Is dan weggestuurd worden uit de klas niet een cadeautje? Even lekker in de kantine zitten of, als het weer er naar is, buiten in het zonnetje. Hoe is het toch mogelijk, vraag ik me dan af, als ik de dametjes zo timide naar me zie kijken nadat ze is duidelijk gemaakt wie er de haan in het kippenhok is, dat er een tijd in mijn leven geweest is dat ik me door al die lieve kopjes liet intimideren? Want al zie ik dit nu volledig anders, als jongen voelde ik me vaak  niet zo op m’n gemak in het gezelschap van die bijdehante meiden. En ik weet dat ik dat niet alleen had. De meeste jongens die kende hadden er last van.
Ja, de ouderdom zet alles in een ander perspectief. Je ziet dat je je onnozele zelf steeds verder achter je laat, al zal hij nooit helemaal uit je gezichtsveld verdwijnen. Mensen zijn immers makers van hun eigen werkelijkheid. Je ziet de wereld zoals je hem wil zien en misschien maar het beste kunt zien. De azijnpissers natuurlijk daargelaten. En wat betreft het maken van je eigen werkelijkheid; zou het soms kunnen zijn dat ik straks kippen wil gaan fokken omdat ik het gekakel van de hennetjes in de klas erg zal missen? Of doe ik het alleen voor de verse eieren?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten