donderdag 5 december 2013

Snotter-John.

Met een dikke keel en verstopte neus zit ik achter mijn computer en voel me prima. Alleen al de gedachte dat ik morgen niet om zes uur hoef op te staan is voldoende om te vergeten dat ziek zijn ook een  keerzijde heeft. Al een week zit ik thuis te snotteren en te sputteren. Eerst nog met een lichte hoofdpijn en koorts, maar inmiddels alleen nog maar snuivend en rochelend.
Nee, de mens ziet er niet bepaald fraai uit als hij verkouden is. En zeker niet deze mens.
De hele dag loop ik rond in een donkerblauwe fluweelzachte kamerjas, die hoognodig eens in de was moet. Met sloffen aan mijn voeten uit het jaar nul, die nog net niet helemaal versleten zijn maar die ik blijf dragen omdat ze zo lekker zitten.
Paula vindt het zowaar gezellig dat ik de deur niet uit hoef en verheugt zich net als ik al op de dag dat ik als loonslaaf mijn vrijheid weer terug krijg. En dat is over nog geen drie maanden.
Ja, ik mag dan nog zo veel van mijn werk houden, er gaat toch maar niets boven baas over jezelf zijn.
Zo’n twintig jaar heb ik met veel plezier voor de klas gestaan. Pas de laatste maanden begonnen de ketenen me te knellen. De maatregelen die er zijn genomen om de organisatie weer gezond te maken hebben het werk er immers niet leuker op gemaakt.
Niet voor het personeel en niet voor de leerlingen. Bovendien heb ik er eerlijk gezegd niet veel vertrouwen in dat ze op langere termijn effectief zullen blijken te zijn.
Door de jaren heen heb ik de kwaliteit van het onderwijs achteruit zien hollen. Ondanks dat het personeel harder is gaan werken. Maar als stuurlui aan de wal het voor het zeggen krijgen loopt het schip vroeg of laat averij op. Dat kan een kind bedenken.
Geld is er niet. Visie heb ik nergens gezien. De twee elementen die een organisatie succesvol kunnen maken.
Zo is het met de middelen om goed onderwijs te kunnen verzorgen droevig gesteld.
De training in telefoneren geef ik bijvoorbeeld met behulp van twee walkietalkies aan zo’n vijftig leerlingen en daar heb ik tien uur de tijd voor. In nog eens tien uur moet ik hen leren om baliegesprekken te voeren. Een trieste zaak. En frustrerend voor mij en de leerlingen.
Het is makkelijk om dit voorbeeld met nog meer voorbeelden aan te vullen maar ik laat het hierbij.  
Er zijn zoveel ergere dingen.
Nee, ik doe er verstandiger aan om vooruit te kijken. Plannen te maken voor een eigen praktijk als S&O psycholoog, me te verdiepen in perma-cultuur en vierkante meter tuintjes, HDR-fotografie, wandelingen die ik maken wil, mijn schrijven dat ik op een hoger niveau wil brengen net als het spelen op mijn gitaar. En nog veel andere zaken waarover ik hier niet verder wil uitweiden.
Hoe bizar is het lot dat juist door het toedoen van een slecht functionerende bestuurder ik straks met een gouden handdruk op mijn luie reet mag gaan liggen. Want zonder reorganisatie had ik zeker nog drie jaar moeten werken.
Paula verwoordde het simpel: “we zitten onder het gat van de duvel.” Die schijt immers altijd op de grote hoop en dat heeft hij wel vaker bij ons gedaan.

Het hagelt en er staat een harde wind. Morgenochtend draai ik me nog eens een paar keer om en stel me voor dat ik al gestopt ben met werken. Nu ga ik eerst nog even lekker stomen en een warme douche nemen. Misschien ben ik overmorgen, net als het weekend begint, weer helemaal beter.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten