Sinds zaterdag heb ik al twee keer door de polder gerend,
ben ik wezen shoppen en heb ik mezelf een mooie zwarte leren jas cadeau gedaan,
gemaakt van zacht lammetjesleer dat nog leek te leven.
Ik heb samen met Paula op een terrasje bij de Oude Haven
gezeten tijdens het Oude Haven Zomerfestival en naar de muziek geluisterd van
de bandjes die optraden en genoten van de gezellige levendigheid om mij heen.
Zo-even keek ik in de spiegel en zag dat ik nu minstens de
helft van mijn grijze haren kwijt ben.
Dat komt natuurlijk omdat ik vanmorgen even naar de kapper
ben geweest. En zo is er wel meer te vertellen wat niet de moeite van het lezen
waard is.
In en om het huis moeten diverse klussen worden gedaan. Ook
al zal ik deze voor het grootste deel uitbesteden, aan enig voorbereidend werk
ontkom ik niet.
Verder is mijn wiet weer eens op. Als altijd sta ik opnieuw
voor de keuze: even naar een coffeeshop gaan en een paar grammetjes bubblegum
halen. Of een pauze inlassen.
Bij ons in de wijk zelf zijn geen coffeeshops, alleen maar
slijterijen. Het zou ook niet lonen, want behalve ik is er niemand in het
straatje waar ik woon die blowt. Wel ken ik minstens vier personen met een
alcoholprobleem en een minstens even groot aantal die, als ik af mag gaan op de
glazige blik in hun ogen, onder de tranquillizers zit. Slijterijen en apotheken
doen in onze wijk dan ook goede zaken.
Als ik nu de komende dagen geen nieuwe wiet koop, zou het
zomaar kunnen zijn dat ik ‘s morgens wat helderder in mijn hoofd ben. En dat ik
bij het opstaan niet zo’n vieze smaak in mijn mond heb en niet zo veel slijm
hoef op te geven.
Anderzijds is het heerlijk om je high te voelen. Of het
blowen te combineren met het drinken van een paar whisky’s, waardoor je in een
soort roes geraakt. Dus, wat te doen?
Laat ik mijn besluit maar uitstellen tot morgen. Het is nu
toch te laat om nog de deur uit te gaan.
Wat wil ik nog over de vakantie kwijt? Dat ik er
fantastische herinneringen aan heb over gehouden.
Zowel aan mijn vakantie met Paula in de Auvergne als aan
Buitenkunst in Drenthe en aan het Randmeer. Dat ik de mensen mis waarmee ik zo’n
fijne tijd gehad heb. Maar ook de mensen die er dit jaar helaas niet waren.
Dat ik het buitenleven mis, het vuur en de overweldigende
sterrenhemel boven Drenthe, het gezang, de uitwisseling van geile blikken, het
spel, de muziek, de dromen die onvervuld zijn en die me melancholisch maken, de
verbazing en ontroering die mij op de meest onverwachte momenten overvielen.
Ja, vakantie bij Buitenkunst is na die jaren nog steeds een vakantie waar ik
vol verlangen naar uit kijk. Ook al werd ik er bij het Randmeer op een
bijzondere manier aan herinnerd dat ik de jongste niet meer ben.
Ze had een open vriendelijk gezicht en was de eerst die me
aansprak bij het Randmeer. “Bent u misschien de vader van Jasper?” Ondanks dat
het zeker zo’n 20 jaar geleden was herkende ik haar als Brechtje Zwanenburg,
het vakantievriendinnetje van mijn zoon. Ik vond het leuk om haar na al die
jaren weer te zien. Later in de week stonden we beiden te swingen op de
Zuid-Amerikaanse muziek die gespeeld werd door het gelegenheidsorkest van
blazers en percussionisten op het afscheidsfeest.
Eerder die week zat ik ’s avonds te wachten tot de deuren
van het Grote Theater open gingen voor al weer een voorstelling, toen ik werd
aangesproken door een vriendelijke gast met een baard.
“Bent u misschien de vader van Eva en Mirte?”, vroeg hij.
Het bleek Bart te zijn, een huisgenoot van Mirte. Toen ik dit bevestigde stelde
hij zich voor en zei nog dat ik zulke leuke dochters had. Wat ik moeilijk kon
ontkennen.
Even later zaten we op de tribune. Brechtje links van me en
Bart rechts. Voor beiden was ik de “de vader van…”. Toch wel bijzonder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten