maandag 23 september 2013

Filteren

Schrijven is een leuke, maar soms ook wel moeizame bezigheid. Vooral het vele schrappen ervaar ik bij vlagen als erg lastig.
Zo is mij is destijds gevraagd op school om een bijdrage te leveren aan het weblog van de school. Doel van dat weblog is om mensen die op zoek zijn naar een opleiding te enthousiasmeren en hen duidelijke en eerlijke informatie te verstrekken.
Nu bestaat er volgens mij niet zoiets als 'eerlijke informatie'. Je ziet in een tekst wat je geneigd bent om te zien. En zeker als je mensen wilt enthousiasmeren is er een grote kans dat je jezelf gaat censureren.
Wat heeft het voor zin om alle frustraties die een reorganisatie met zich mee brengt op het bord van iemand te gooien die op zoek is naar een geschikte opleiding voor zichzelf. Hem of haar te vertellen dat de roosters voortdurend wijzigen, dat het beleid heel vaak wordt aangepast, dat er veel wantrouwen in de capaciteiten van de leidinggevenden is, dat niet de leerling maar de bankrekening van de organisatie centraal staat.
Ik gebruik mijn eigen weblog immers al als een platform om helemaal leeg te lopen op de shit asses die het leven van mij en vele anderen vergallen, zowel binnen als buiten de organisatie. Dus schrijf ik in het weblog van school een mooi verhaal waarin ik wel vermeld dat het voor iedereen wat zwaarder is geworden op school nu het vaker voorkomt dat je van half negen tot half zes op school zit en dat ik dit jammer vind.
Dat na drie weken sommigen al weer naar de vakantie verlangen.
En verzwijg ik dat ik me blijf verbazen over het onvermogen van degenen die de verantwoordelijkheid hebben om de school weer om te vormen tot een plek waar het voor iedereen goed toeven is en niet alleen voor degenen die in schaal 12 of hoger zitten. Al vind je daar mogelijk meer mensen die verlangend uit kijken naar hun pensioen dan aan de basis. A propos: zelf zit ik in schaal 11.

Toen ik nog voor de Sociale Dienst werkte had ik eens een gesprek met een leidinggevende die enthousiast vertelde over de verbouwing waarmee hij thuis bezig was. Hij zei dat het hem een gevoel gaf eindelijk iets nuttigs te doen en genoot er van dat hij nu tenminste resultaten zag.
Later bedacht ik mij dat het inderdaad voor veel leidinggevenden frustrerend moest zijn om altijd maar de plek waarop zij zaten te beschermen tegen andere ambitieuze collega's en er steeds weer achter te komen dat de invloed die zij zo graag wilden hebben en meenden te bezitten slechts een illusie was.
In zo'n geval ben je natuurlijk blij dat je tenminste op een ander levensgebied wel echt kunt scoren. Wat zullen de woningen van die gasten er allemaal mooi uit zien.

We zijn allemaal kleine poppetjes in een groot marionettenspel. Poppetjes die denken dat ze zelf aan de touwtjes trekken in plaats van de poppenspeler. Alsof de druppel denkt dat hij de oceaan kan begrijpen.
Mijn ergernis over degenen in organisaties die menen te weten hoe zij een organisatie moeten runnen en mensen moeten motiveren wordt minder, al zal hij nooit helemaal verdwijnen.
Als de lezer hier een zekere gelatenheid meent te bespeuren dan heeft hij gelijk. Je ergeren aan anderen is erg vermoeiend en levert meestal niets tot zeer weinig op. Gelukkig weet ik aardig hoe mijn filters werken en zie ook ik wat ik wil zien. Het is geen 'wij' tegen 'zij'. Het is ons gezamenlijk onvermogen om de menselijke maat te blijven zien in wat wij van elkaar verlangen. Desalniettemin blijf ik een ieder die mijn leven vergalt of tracht te vergallen als een hufter zien. Gewoon omdat ik me daar goed bij voel.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten