De lange dagen, de aangename temperaturen, de verrassende
ontmoetingen, de avonden aan het vuur met een biertje of een stickie tussen
mijn lippen. En niet te vergeten, met wat gitaarmuziek op de achtergrond, het
oeverloze geouwehoer over niets op zo’n avond, dat je het gevoel geeft dat de
taal alleen maar dient om betekenisloze klanken uit te stoten die een aangename
warmte in je oproepen. Alsof je met goede vrienden in een café bent blijven
plakken na sluitingstijd. Niemand die nog weet waar al het gelal en gebral over
gaat, maar iedereen voelt zich met elkaar verbonden.
Ik denk dat onze verre voorouders zo ook hun zomervakantie
vierden.
Overdag wat leuke spelletjes speelden met elkaar, zoals tikkertje
en verstoppertje, en ’s avonds een vuurtje, wat te drinken, te eten en muziek. Waarschijnlijk
onder begeleiding van wat aritmisch gebeuk op een trommel. En wat grommen en
brommen naar elkaar. Daarna gingen ze gewoon weer op jacht of verzamelden ze
bessen, wortelen en noten om de wintervoorraad aan te vullen. Uderzo en Goscinny hebben zo’n gezellig samenzijn
bij de Galliërs heel vaak mooi vastgelegd op de laatste bladzijden van hun
Asterix en Obelisk boekjes.
Een flauw aftreksel van die tijd zien we nog terug in de
vele straatbarbecues die aan het eind van de zomer worden gehouden. Tuinmeubelen
voor de deur, barbecuesetjes aangestoken, bier, vooral veel bier en wijn, een
berg vlees van plofkippen en plofvarkens, mannen met dikke buiken en korte
broeken en vrouwen met minstens net zulke dikke buiken en korte rokjes, die de
vlezige dijen bloot laten en geanimeerd gebabbel, dat naarmate het later wordt
over gaat in luidruchtig geknor en gebral. Ik zie het als een verlangen naar
een samenzijn dat men in de donkere dagen die komen node zal missen. Heimwee
naar een voorbije zomer.
Zeker, de herfst is ook een mooie tijd. Ik hou van al die
woeste wolkenpartijen met zo af en toe een wolkbreuk, waarbij het water onder
begeleiding van de rollende donder van een onweersbui met zoveel geweld naar
beneden komt dat de mensen verschrikt ineen krimpen onder hun paraplu’s.
Het landschap begint van kleur te verschieten en bereidt
zich voor op de kou die onvermijdelijk komen gaat. De hartslag van de wereld
lijkt rustiger te worden.
Gelukkig is het culturele leven weer begonnen. Wat betekent
dat Paula en ik weer wat vaker naar de film zullen gaan. Misschien een enkele
keer naar toneelvoorstelling of een zondagsochtend concert.
En twee keer per jaar naar een museum. Daarmee heb ik ons
culturele leven wel beschreven.
De herfst is begonnen. En al is het frisser geworden en valt
er veel regen, we hebben onze herinneringen nog. Ongetwijfeld krijgen we nog
wat mooie nazomerdagen en daarna zullen we even geduld moeten hebben. Ook al
horen we straks op Prinsjesdag weer hoe wij allemaal worden genaaid; een hete
herfst verwacht ik niet. Echt heet wordt het pas weer als de herfst en de
winter voorbij zijn en in april het voorjaarszonnetje begint te schijnen. Tot
dan zullen de meeste van ons nog even geduld moeten hebben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten