maandag 16 september 2013

Herfst.

Net als vele anderen word ik wat weemoedig als ik terug denk aan de zomervakantie.
De lange dagen, de aangename temperaturen, de verrassende ontmoetingen, de avonden aan het vuur met een biertje of een stickie tussen mijn lippen. En niet te vergeten, met wat gitaarmuziek op de achtergrond, het oeverloze geouwehoer over niets op zo’n avond, dat je het gevoel geeft dat de taal alleen maar dient om betekenisloze klanken uit te stoten die een aangename warmte in je oproepen. Alsof je met goede vrienden in een café bent blijven plakken na sluitingstijd. Niemand die nog weet waar al het gelal en gebral over gaat, maar iedereen voelt zich met elkaar verbonden.
Ik denk dat onze verre voorouders zo ook hun zomervakantie vierden.
Overdag wat leuke spelletjes speelden met elkaar, zoals tikkertje en verstoppertje, en ’s avonds een vuurtje, wat te drinken, te eten en muziek. Waarschijnlijk onder begeleiding van wat aritmisch gebeuk op een trommel. En wat grommen en brommen naar elkaar. Daarna gingen ze gewoon weer op jacht of verzamelden ze bessen, wortelen en noten om de wintervoorraad aan te vullen.  Uderzo en Goscinny hebben zo’n gezellig samenzijn bij de Galliërs heel vaak mooi vastgelegd op de laatste bladzijden van hun Asterix en Obelisk boekjes.
Een flauw aftreksel van die tijd zien we nog terug in de vele straatbarbecues die aan het eind van de zomer worden gehouden. Tuinmeubelen voor de deur, barbecuesetjes aangestoken, bier, vooral veel bier en wijn, een berg vlees van plofkippen en plofvarkens, mannen met dikke buiken en korte broeken en vrouwen met minstens net zulke dikke buiken en korte rokjes, die de vlezige dijen bloot laten en geanimeerd gebabbel, dat naarmate het later wordt over gaat in luidruchtig geknor en gebral. Ik zie het als een verlangen naar een samenzijn dat men in de donkere dagen die komen node zal missen. Heimwee naar een voorbije zomer.

Zeker, de herfst is ook een mooie tijd. Ik hou van al die woeste wolkenpartijen met zo af en toe een wolkbreuk, waarbij het water onder begeleiding van de rollende donder van een onweersbui met zoveel geweld naar beneden komt dat de mensen verschrikt ineen krimpen onder hun paraplu’s.
Het landschap begint van kleur te verschieten en bereidt zich voor op de kou die onvermijdelijk komen gaat. De hartslag van de wereld lijkt rustiger te worden.
Gelukkig is het culturele leven weer begonnen. Wat betekent dat Paula en ik weer wat vaker naar de film zullen gaan. Misschien een enkele keer naar toneelvoorstelling of een zondagsochtend concert.
En twee keer per jaar naar een museum. Daarmee heb ik ons culturele leven wel beschreven.
De herfst is begonnen. En al is het frisser geworden en valt er veel regen, we hebben onze herinneringen nog. Ongetwijfeld krijgen we nog wat mooie nazomerdagen en daarna zullen we even geduld moeten hebben. Ook al horen we straks op Prinsjesdag weer hoe wij allemaal worden genaaid; een hete herfst verwacht ik niet. Echt heet wordt het pas weer als de herfst en de winter voorbij zijn en in april het voorjaarszonnetje begint te schijnen. Tot dan zullen de meeste van ons nog even geduld moeten hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten