dinsdag 18 juni 2013

Warm.

Het is zomer in Nederland. Gelukkig duurt het mooie weer nooit lang, al is het niet zo dramatisch als in dit gedichtje van Ivo de Wijs:

Kort

Tussen de lente en het najaar
Lag een dag met kalme wind
Met warme zon en blauwe luchten
Dat was de zomer, lieve kind

Vergeet niet dat de astronomische zomer nog beginnen moet. Zul je zien dat we, als het echt warm wordt en deze warmte enkele weken aanhoudt, straks weer massaal mopperen dat het zo vreselijk warm is. Misschien wordt er net als in de voorgaande jaren opnieuw een hitterecord gebroken.

Natuurlijk is voor grote groepen in de samenleving deze hitte niet zo fijn.
Denk aan ouderen, denk aan mensen met longaandoeningen. Denk aan ouderen met longaandoeningen.  Morgen zullen misschien daarom zelfs enkele van onze landgenoten hun laatste adem uitblazen omdat de voorspelde warmte hen te veel geworden is. Zij zullen de zomer missen. Denk aan hen als je morgen zit te klagen.
Ach, wat lijdt het mensdom toch onder de gesel der seizoenen. Daar heb ik een gedichtje over geschreven. Een mens moet wat…

Alsnog de pijp uit.

De kou duurt nu al weken
Haar ogen tranen, haar lippen zijn blauw
Zelfs onder haar allerwarmste deken
Ligt ze te rillen van de kou

Zou zij deze winter overleven?
Zou zij het redden met dit barre weer?
Of zou zij de pijp aan Maarten geven?
Legt zij het bijltje er bij neer?

Gelukkig is daar eindelijk toch het voorjaar
En trekt de kou uit haar broze botten
Eindelijk is het moment weer daar
Om de plantjes te verpotten

Maar ook de lente gaat voorbij en het wordt heter
Suf ligt ze te zweten onder het schuine dak
Amechtig en bang kijkt ze op de thermometer
Het leek of er binnen in haar zo-even  iets brak

Zo hebben ze haar tenslotte gevonden
Volledig uitgedroogd, gemummificeerd
Nakend in haar eigen warme stonde
Niets meer van over, weggeteerd

Zeker , het was al weer een jaartje later
Wat sneu, zeiden de mensen tegen elkaar
Het was de warmste zomer in jaren

Juffrouw Jansen, pas zeventig jaar

Geen opmerkingen:

Een reactie posten