donderdag 6 januari 2011

Hande

Het eerste wat je aan haar opviel was haar schitterende lach. Haar ouders hadden haar Hande genoemd, wat lach betekent. En ze deed haar naam eer aan.
Hande was al heel lang in Nederland, maar ze sprak de Nederlandse taal heel slecht. En ze begreep hem nog veel minder. Van haar man had ze jarenlang het huis niet uit gemogen. Behalve dan als het niet anders kon. Nee, geslagen had hij haar nooit. Maar ook niet gerespecteerd zoals hij haar ouders had beloofd.
Sinds ze in Nederland woonde voelde ze zich geen Turkse, maar ook geen Hollandse.
Met haar kinderen sprak ze een koeterwaals van Turks en Nederlands. Haar dochter Asli kreeg de kansen die ze zelf niet had gehad. Natuurlijk had haar man zich geërgerd aan de westerse manieren van Asli, maar hij had geen greep op haar kunnen krijgen. Hande genoot hier wel van, al liet ze het niet aan hem merken.
Nu hij er niet meer was leek het alsof de deuren van haar kooi waren open gegaan. Toch ging ze nog weinig de deur uit. Van vrijheid moet je leren genieten en ze had hierin nooit leermeesters gehad.
Nu zat ze in de tram, op weg naar de markt. Toen de conducteur kwam wilde ze hem een briefje van vijftig euro geven. “Heeft u niet kleiner”, vroeg hij geïrriteerd. Ze bleef hem vriendelijk toelachen en hield het briefje van vijftig omhoog, alsof ze zeggen wilde “ Pak het dan, als je kan, je kunt het toch niet pakken”. Eerlijk gezegd begreep ze niet wat hij van haar verlangde. Waarom pakte hij het geld niet aan?
“ Als u het niet kleiner heeft dan moet u er straks uit en het geld ergens wisselen”. Hij had op wat luidere toon gesproken. Zoals je tegen een dove praat die je niet kunt verstaan. Zij verstond hem wel, maar ze begreep hem niet goed. De conducteur, zo te zien een Marokkaan, liep door en zuchtte nauwelijks hoorbaar “Die buitenlanders begrijpen nooit iets als het hun niet uitkomt.”
De vrouw had het briefje weer terug gestopt in haar portemonnee en zocht nu naar wat kleingeld. Haar lach was geen moment van haar gezicht verdwenen. Ze vond slechts vijf munten van twintig eurocent. En drie stuivers. Ze keek naar het geld in haar hand en naar de conducteur die nu bijna achterin de tram bij een stelletje jonge knullen was aangekomen. Misschien kon ze het geld aan hem geven als hij straks weer langs kwam.
De deuren gingen open en er stapten vier grote kerels en een vrouw in uniform naar binnen.
“Wilt u allemaal uw vervoersbewijs bij de hand houden?” sprak de grootste van het vijftal met een mooie bruine stem.” De controleurs verspreidden zich over de tram.
“Uw vervoersbewijs alstublieft” . De grote man met de mooie bruine stem keek Hande vragend aan.
Ze lachte vriendelijk en pakte weer het briefje van vijftig uit haar portemonnee.
“Nee mevrouw. U moet geen kaartje bij mij kopen. U had een kaartje moeten kopen bij de conducteur. Als u geen kaartje heeft dan moet u straks bij de volgende halte even met ons uitstappen. Dan krijgt u van mij een boete.” Hande lachte nog steeds. Ze begreep wel dat de controleur iets vervelends gezegd had, maar wat hij bedoelde had ze niet begrepen.
Plotseling klonk er luid geschreeuw van achter uit de tram. Een vechtpartij. De controleur liep haastig naar achteren om zijn collega’s, die in gevecht waren geraakt met de jongens achterin, bij te staan.
Op hetzelfde moment stopte de tram. De markt. Hande stond op en liep achter een aantal passagiers aan naar buiten. Eerder verbaasd dan verbijsterd keek ze naar het heftige gezwaai van bovenlichamen, armen en hoofden achterin de tram. Blijkbaar had het ingrijpen van de grote controleur nog niet veel effect gehad. Ze schudde haar hoofd. Mannen. Altijd maar druk doen.
Als ze straks haar boodschappen gedaan had zou ze genoeg kleingeld hebben om hiermee een kaartje terug naar huis te kunnen kopen. Vandaag had ze geleerd dat je met kleingeld betalen moet in de tram. En met een stralende glimlach op haar gezicht liep ze de drukke markt op.

1 opmerking: