Dat wij de verstandigste wezens zijn die hier op aarde rondlopen weet iedereen. De enkeling die van zichzelf zegt dat hij niet verstandig is doet dit uit berekening en is teleurgesteld als tegenspraak uit blijft. Verder is het bekend dat wij verstandiger zijn dan anderen. Wij aanvaarden echter bescheiden onze talenten, in de wetenschap dat we ze bij onze geboorte ook maar cadeau hebben gekregen.
Dat anderen minder talenten hebben is vervelend, maar het is niet anders. Zij kunnen er niets aan doen.
We accepteren dat er zoiets bestaat als geluk en pech. En dat wie wil alles in dit leven kan bereiken.
Al wat we bereikt hebben danken we aan onze eigen inzet. En alles wat we niet hebben bereikt komt door pure pech. En anders wel door anderen die ons in de weg hebben gezeten. De ploerten.
Behalve de verstandige wezens zoals wij zijn er ook anderen. Wel eens in het Land van Waan geweest? Het bestaat al heel lang en zal over honderd jaar vast nog wel bestaan.
Helaas is er geen cartograaf die het ooit de moeite waard vond om het Land van Waan op de kaart te zetten. We moeten het dus doen met de spaarzame verhalen van reizigers die beweren dat zij er zijn geweest en die hun ervaringen aan het papier hebben toevertrouwd.
Het Land van Waan heeft geen duidelijke grenzen. Bovendien veranderen deze voortdurend en kan het zijn dat je de ene dag in het Land van Waan woont en de andere dag in één van de buurlanden. Met alle gevolgen van dien.
Men heeft er geen eigen munteenheid, maar gebruikt die van de omringende landen. Ook een eigen regering ontbreekt. Zelfs de taal is dezelfde taal die de buren spreken. En de vlag dan, zul je misschien vragen. Hebben ze dan geen eigen vlag? Ik zou het niet weten. Toen ik er was heb ik geen vlaggen gezien, maar het was dan ook een normale doordeweekse dag. Niks bijzonders.
Je begrijpt dat het lastig is om vast te stellen waar het Land van Waan ligt als er geen kaarten van zijn. En dat men er soms doorheen reizen kan zonder dit te beseffen.
Volgens mij is de enige manier om er achter te komen dat je in het Land van Waan bent door de bewoners er van te observeren. Pas dan blijkt dat er een eigenaardig volkje woont.
Zij noemen zichzelf Waanzinnig. En ze lijken sprekend op ons, de normale mensen. Maar ze zijn zo ongelooflijk anders.
Langer dan een week ben ik niet in het Land van Waan geweest en ik kwam er pas na drie dagen achter dat ik er was. Dat klinkt vreemd, maar er was niets dat er op wees dat ik de grens was over gegaan. Ik zag en hoorde geen dingen die mij niet bekend waren. Totdat ik met een bewoner in gesprek raakte.
Ik zat op een bankje in het park een boterhammetje te eten. Het was een aangenaam warme dag.
Er ging een man naast mij zitten nadat hij mij eerst gevraagd had of de plek vrij was.
We raakten al spoedig in gesprek. Ik vertelde dat ik op vakantie was. En dat ik een week in The Lions Inn logeerde.
De man zei me dat hij een dominee was en hier woonde. Dat hij altijd op dit bankje ging zitten als hij inspiratie zocht voor een preek. Ik zei hem dat ik niet wist wat een dominee of een preek was.
Geduldig legde hij mij uit dat er een opperwezen bestond en dat het zijn taak was om de mensen de boodschap over te brengen van dit opperwezen. Ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij bleek serieus te zijn.
“Hoe ziet dit opperwezen er uit?”, vroeg ik hem. “Heeft het misschien de gedaante van een man?” “Misschien”, zei hij. “Of lijkt het meer op een vrouw?”
“Dat weet niemand”, antwoordde hij.
“En wat zegt dit opperwezen dan?” Ik was nu toch wel nieuwsgierig geworden.
“Dat staat allemaal in dit boek”, zei de dominee en hij toonde mij een klein zwart boekje met flinterdunne blaadjes er in, die allemaal aan beide kanten vol geschreven waren.
“Maar als het in een boek staat kunnen de mensen het toch zelf lezen?”
“Je kunt het wel lezen, maar je moet het ook begrijpen”, zei de man fijntjes. “En ik help hen daarbij”.
“Heeft dat opperwezen nog meer boeken geschreven?” vroeg ik.
“Het boek is geschreven door de mensen en het is het enige boek waar de waarheid in staat en niets dan de waarheid. Zij hebben de boodschap van het opperwezen duizenden jaren geleden ontvangen en voor het nageslacht vast gelegd.”
Ik wist niet zeker of ik in de maling werd genomen. De man maakte de indruk serieus te zijn, maar er kwam alleen maar onzin uit zijn mond.
“Duizenden jaren geleden? En heeft het opperwezen sindsdien gezwegen?”
“Natuurlijk niet. Maar zijn boodschap heeft hij uitgedrukt in daden. En daaraan kunnen we zien dat we thans leven in de laatste dagen voor de wederopstanding.”
De man beweerde dat uit de tekenen bleek dat het niet meer lang zou duren of de wereld zou vergaan. Volgens hem zouden de bokken van de schapen worden gescheiden, waarbij de laatsten het koninkrijk der hemelen in zouden gaan en de eersten voor eeuwig in het hellevuur zouden branden.
Het was alsof ik naar een verhalenverteller uit de oudheid zat te luisteren. Hij sprak van engelen en de demiurg, de grote vijand van het opperwezen. Hij had het over wonderen, over zonden, een man die zich de zoon van het opperwezen noemde en gekruisigd werd. Die man had over het water kunnen lopen en had ander water in wijn veranderd.
Na drie dagen dood te zijn geweest was hij uit de dood opgestaan. Enzovoorts. Enzovoorts.
Ik ben dol op sprookjes. Zeker als ze nieuw voor me zijn en er veel in gebeurt. Toen de man mijn glunderende gezicht zag werd hij helemaal extatisch en vroeg mij of ik met hem mee wilde lopen naar de kerk.
Nu had ik wel vaker een kerk van binnen gezien, maar mij nooit afgevraagd waarvoor hij diende.
Ik wist wel dat er zondag altijd mensen naar toe gingen, maar wat ze er gingen doen was mij een raadsel.
Op weg naar de kerk stelde de man zich voor als Winston en terloops merkte hij op dat hij een Waanzinnige was. Ook dit liet ik mij uitleggen. En tijdens zijn uitleg bleek dat ik nu in het Land van Waan was. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Ter verduidelijking voegde hij er aan toe dat veel mensen uit het Land van Waan waren vertrokken en zich onder de andere mensen hadden verspreid. Omdat ze er net zo uitzagen als iedereen zou bij wijze van spreken je buurvrouw of buurman een Waanzinnige kunnen zijn.
De kerk was ruim van binnen. Ik vertelde Winston dat ik wist dat veel mensen op zondag naar de kerk gaan. Maar dat ik niet begreep waarvoor dit was. “Iedereen die naar de kerk gaat is een Waanzinnige of is er op de een of andere manier mee verwant. Ze komen daar met z’n allen om het opperwezen te aanbidden.”
Winston nam de tijd voor me. Hij zei dat ik zijn inspiratie was voor de zondagspreek. Dat hij zou zeggen dat hij een vreemdeling had ontmoet die alles wilde weten van het opperwezen en van zijn volgelingen. Dat hij wou dat iedereen zo snakte naar ware kennis. Dat zij een voorbeeld moesten nemen aan mij.
Arme Winston. Ik heb je maar niet gezegd wat ik werkelijk dacht. Dat, toen ik begreep dat je het serieus meende, ik een grote medelijden met je voelde. Ik begreep dat een Waanzinnige het nodig had om via rituelen greep te krijgen op zijn waanideeën. En dat hij zonder deze rituelen kans liep om knettergek te worden. Zijn geloof in het opperwezen hield hem bij elkaar en maakte het leven voor hem meer dragelijk.
Ik weet dat het geen slechte mensen zijn en dat ik niet beter ben dan zij. Ik heb alleen het geluk dat mijn eigen waanideeën vermoedelijk minder ernstig zijn dan van een Waanzinnige.
Ja, behalve de verstandige wezens zoals wij zijn er blijkbaar ook anderen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten