zondag 2 januari 2011

Het winnende lot.

Er was er eens een oude man. Hij heette Maarten en was die dag 70 jaar geworden.
Voor zichzelf had hij enkele bossen bloemen gekocht en een stoel met slingers versierd. Daar zat hij nu in en keek tv. Met een zuinig mondje nipte hij aan een glaasje champagne.
Niemand die hem vandaag had gefeliciteerd. Niemand die iets van zich had laten horen. Zijn ex-vrouw Margot niet. Zijn kinderen niet. Vrienden had hij niet en de vage kennissen die hij had wisten alleen van hem dat hij vroeger docent was geweest.
Vorig jaar was hij in december naar Thailand gegaan. Daar had hij zijn verjaardag uitbundig gevierd met een paar Thaise hoeren. Dit jaar had hij daar geen geld voor. Hij stond nu al twee maanden rood.
Het drong niet tot hem door waarnaar hij zat te kijken. Toen hij dit besefte deed hij de televisie uit en staarde nog enkele minuten met een lege blik naar het zwarte scherm, waarna hij opstond en naar het raam liep.
Vanaf de zeventiende verdieping kon hij duidelijk de heldere lichtjes van Utrecht zien.
Het verkeer op de A28 in de richting Amersfoort kroop als een grote lichtgevende slang heel langzaam voort.
“Al die kleine mensjes. Wat stelt dit nu eigenlijk voor?” dacht hij somber.
Uit de kast bij het raam haalde hij twee tijdschakelaars. Hij gebruikte deze altijd voor als hij met vakantie ging. Eerst stelde hij de schakelaar voor het licht in. Elke avond om vijf uur sprong vanaf morgen de huiskamerlamp en het licht in de keuken automatisch aan.
Hierna programmeerde hij de schakelaar voor de televisie, zodat deze vanaf morgen automatisch om zes uur aan sprong.
Beide schakelaars schakelden om 12 uur uit. Dan was het weer stil en donker in huis.
Nadat hij de tijdschakelaars ingesteld had ging hij naar de badkamer en liet het bad vol lopen.
Hij deed alle lichten in huis uit. De gordijnen aan de kant van de galerij waren gesloten zodat niemand naar binnen kon kijken.
Toen dit gebeurd was ging hij weer terug naar de badkamer, kleedde zich uit en liet zich voorzichtig in het warme water zakken. De temperatuur was behaaglijk.
“Het is mooi geweest”, dacht hij nog, waarna hij met een scheermesje eerst zijn linker pols en daarna zijn rechter pols doorsneed. Hij voelde zich langzaam wegglijden in het duister.

Vier weken later zag heel Nederland hoe Winston Gerschtanowitz met een grote bos bloemen onder zijn armen en een koffertje in zijn linkerhand ’s avonds ergens aanbelde om de bewoners gelukkig te maken met de kanjerprijs van drie miljoen euro. “Er is wel iemand thuis”, zei hij. “De lichten branden en ik hoor mijn eigen stem op de televisie als ik mijn oor tegen het raam leg.”
Nieuwsgierige buren hadden zich inmiddels ook op de galerij bij de televisieploeg gevoegd. Op tv hadden ze de hele karavaan in de richting van het flatgebouw zien lopen en opgewonden waren ze naar buiten gegaan. “Het is bij die oude man”, zeiden ze teleurgesteld tegen elkaar, toen ze zagen waar Winston aanbelde. Maar hoe lang hij ook belde of tikte op het raam, er werd niet open gedaan. Pas toen de politie later de deur had geforceerd werd duidelijk waarom.

Het is lente en ik zit op een terrasje bij het water. Thessaloníki is in het voorjaar mijn favoriete vakantiebestemming. Schuin tegenover me zit een mooie rijzige vrouw. Ik schat dat ze ongeveer zestig is. Ze gaat gekleed als een bohemienne. Geen goedkope rommel, maar kleding uit de stal van Pierre Cardin. Ze leest de Telegraaf.
Ik spreek haar aan omdat ze ook Hollands is en even later zitten we gezellig met elkaar koffie te drinken met een glaasje Metaxa er naast.
Ze lijkt behoefte te hebben aan gezelschap en is uiterst spraakzaam. Ze vertelt me dat ze Margot heet. Haar ex-man, God hebben zijn ziel, was afgelopen winter overleden. Hij had haar veel geld nagelaten. Ze was gestopt met werken en reisde nu heel de wereld af. Ze vertelt dat ze reizen heerlijk vindt, maar dat ze zich in haar eentje soms wel eens eenzaam voelt.
“Weet je,” zegt ze, “ik had sinds onze scheiding vier jaar geleden geen contact meer met hem gehad. Ik belde hem alleen nog als hij jarig was. Hij heeft nooit de moeite genomen om het testament dat we destijds hadden opgesteld te veranderen. Hij had het geld zelf ook goed kunnen gebruiken, maar was er net uitgestapt toen hij van de postcodeloterij een smak geld kreeg. Bizar.”
Ik kijk haar begripvol aan. Al ben ik zelf pas veertig, ik ben dol op oudere vrouwen met geld. Het is mijn enige bron van inkomen en mijn ervaring is dat als ze je lief vinden ze alles voor je over hebben.
Deze Margot lijkt me iemand die mijn gezelschap wel waardeert. Wel, lieve Margot, vanaf nu is het gedaan met je eenzaamheid. Ik ben van plan om nog lang bij je te blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten