Degenen die mij beter kennen weten dat ik in de jaren zeventig ten behoeve van mijn promotieonderzoek als antropoloog gedurende een half jaar gewoond heb tussen de Chaboonies (spreek uit: Kaboenies) op Irian Jaya, het vroegere Nederlands Nieuw Guinea.
Doel van mijn onderzoek was om vast te stellen of het kannibalisme, waaraan de Chaboonies zich volgens de geruchten nog steeds in het geheim overgaven, zodanig was geritualiseerd, dat men het zelf zag als een noodzakelijke activiteit, die in het belang van het voortbestaan van de clan wel uitgevoerd moest worden. Zoals bij de vroegere maya's, die volgens de overlevering elke avond één van hun slaven ritueel om het leven brachten door, terwijl zij nog levend waren, bij hen het nog kloppende warme hart er uit te rukken.
Dit deed men omdat men dacht dat anders de zon de volgende dag niet meer op zou komen.
Van de rituelen van de Chaboonies was echter weinig tot niets bekend en voor een antropoloog was dit daarom een ideaal onderwerp om op te promoveren.
De Chaboonies zijn een Papoea stam die wonen aan de oevers van Lake Murray, zo’n tweehonderd kilometer landinwaarts. Chaboon betekent ‘geslachtsdaad’ en de Chaboonies staan bekend om hun onbevangenheid als het gaat om seks. Net als bij de bonobo’s lossen zij elk conflict hiermee op.
Als er een ruzie dreigt biedt de onderdanigste Chaboonie zichzelf aan om het conflict te de-escaleren. Hij draait dan zijn rug naar de ander en bukt voorover. Er werd om zo te zeggen stevig op los geneukt en hierbij werd er geen onderscheid gemaakt tussen jongeren, volwassenen en ouderen of tussen mannen en vrouwen.
De missionarissen die geprobeerd hadden om de Chaboonies tot het christendom te bekeren en enige van onze beschaafde omgangsvormen bij te brengen waren allemaal in de kookpot verdwenen. Tot zover de bijdrage van de Chaboonies aan een betere wereld.
Maar van de Chaboonies was ook bekend dat zij zich vermoedelijk zo af en toe overgaven aan kannibalisme. Oftewel antropofagie. Een bezigheid die steevast bij ons de voorpagina’s haalt als dit zich voordoet bij ons. Ook in de ‘beschaafde wereld’ komt het zo nu en dan voor dat mensen elkaar opeten. Bekend bij velen is het beroemde verhaal van het vliegtuigongeluk in de Andes op vrijdag 13 oktober 1972, waarbij de overlevenden zichzelf alleen in leven konden houden door de overleden passagiers op te eten.
Ondanks de geruchten was er in de laatste tien jaar geen bewijs meer gevonden van antropofagie bij de Chaboonies. Mijn schone taak was om hier naar op zoek te gaan en vervolgens duidelijk te krijgen wat het kannibalisme betekende voor de gemeenschap.
Sinds er regelmatig vliegtuigjes landden op Lake Murray en men beschikken kon over vers voedsel en vlees in blik of anderszins geconserveerd, was de noodzaak om de medemens op het menu te zetten verdwenen. Men kon nu op andere en meer gepaste wijze aan zijn eiwitten komen.
Die noodzaak was overigens altijd betrekkelijk, want het stikte van de vis in Lake Murray.
Omdat de gevreesde ziekte kuru bij enkele stamleden van de Chaboonies was vastgesteld vermoedde men dat zij zich nog wel degelijk overgaven aan antropofagie die, zoals bekend, bij wet al twintig jaar is verboden. Kuru is een prionziekte en leidt tot een vorm van ataxie. Mensen krijgen evenwichtsstoringen en hebben moeite met het coördineren van hun bewegingen. Daarnaast ontstaat er dementie en overlijden de zieken vaak binnen een jaar. Tot zover dit beknopte college over antropofagie en kuru.
Mijn vliegtuig landde op zo’n twintig meter van de oever. Nog voor de propeller tot stilstand was gekomen dreef er al een prauw naast het vliegtuig, die mij en mijn bagage naar de kant bracht.
Wat mij als eerste onmiddellijk opviel waren de rood geverfde penissen van de jongemannen en de rood geverfde tepels van de jonge vrouwen die mij omringden. Ik begreep dat dit een manier was om eerbied aan de vreemdeling te betonen en om deze op zijn gemak te stellen.
Later kwam ik er achter dat het gebruik van de verf op de geslachtsdelen deel uitmaakte van een initiatie rite die nu al een week aan de gang was en nog zeker drie weken zou duren.
Deze jonge mensen werden op deze wijze opgenomen in de wereld van de volwassenen.
De inwijding was een collectief gebeuren waar zeker dertig jongeren bij betrokken waren. Iedereen lachte en er werd vrolijk gezongen. De ontvangst was in ieder geval allerhartelijkst. De komende dagen zou ik er achter komen wat de Chaboonies onder gastvrijheid verstonden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten