woensdag 19 januari 2011

Slapeloos.

Het is nacht. Ik lig wakker en probeer in het donker mijn vingers te tellen. Eerst die van mijn linkerhand en dan die van mijn rechter. Tevergeefs, ik zie geen moer. Ik schat in dat het er tien zijn. Daarnet lag ik nog half in een coma maar iets heeft me wakker gemaakt. De wekker geeft drie uur aan. Pas over vier uur moet ik er uit.
Moet ik misschien plassen? Hoewel ik geen aandrang voel ga ik naar het toilet, maar het lullige straaltje dat ik tevoorschijn tover kan niet de reden geweest zijn waarom ik wakker ben geworden. Een inbreker misschien? De flauwe gedachte aan een inbreker roept een glimlach bij me op. Dat zou dan wel een heel domme inbreker moeten zijn. Als er ergens niets te halen valt dan is het bij ons. Geen dure audiospullen, een Dvd-speler uit de oertijd, een televisie uit het jaar nul.
Of het moet iemand zijn die van boeken houdt, want daar staat het hele huis vol mee. Ouderwets, ik geef het toe. Ook dat ik ouderwets ben wil ik wel toegeven.
Zou er misschien een ruit zijn ingegooid? Dat is één keertje eerder gebeurd.
Toen lag de keuken vol scherven. De verzekering heeft alles vergoed.
Ach, de wereld zit vol gestoorden. Je hoeft niet jaloers op iemand te zijn die ’s nachts een steen bij een ander door de ramen gooit. Zulke mensen zijn gewoon zielig.
Ik ga naar beneden en schenk mezelf een glas melk in. Er liggen geen scherven op de grond.
Inmiddels ben ik klaarwakker. Als ik door een kier in de gordijnen naar buiten kijk zie ik een stralende volle maan tussen de wolken schijnen. Ik schuif de gordijnen een stukje open en zie aan de plassen op straat dat het geregend heeft.
Op mijn blote voeten loop ik de schuur in. In de vriezer ligt vast nog wel een lekker ijsje. Goed dat ik een jongetje ben, want bij een meisje dat midden in de nacht trek heeft in een ijsje vermoed je dat ze misschien zwanger is.
Mijn rechtervoet landt op iets kouds en kleverigs. Ik sta op een vette slak. Althans wat er van over is gebleven. Arme slak. Als ik was blijven doorslapen had jij kunnen blijven leven. Nu moet ik je van mijn voetzool afschrapen.
Ik doe daar niet al te moeilijk over en veeg mijn voet af aan de deurmat.
Met het ijsje in mijn hand ga ik voor de televisie zitten. Binnen drie minuten begin ik al te gapen. De “Stoute meiden” die op zwoele fluistertoon hun geile praatjes op de buis laten horen vermogen mij niet op te winden. Zoals altijd als ik de tv aanzet word ik alleen maar slaperig. Het effect is sterker dan een glas melk.
Ik ga weer naar bed. Mijn liefenleed ligt op mijn kant en ik duw haar zachtjes opzij met mijn achterste. Nog maar eens proberen. Ik heb nog ruim drie uur voor de wekker gaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten