Ze is straalverliefd. Heeft last van motten in haar buik en vlinders in haar hoofd. En van eczeem op haar dijen zodat ze voortdurend moet krabben tegen de jeuk.
Ze staart droefgeestig door het raam naar buiten en geniet van de prachtige zonsondergang.
“Was ze maar hier”, denkt ze. Maar ze weet dat haar schat nu thuis zit bij haar man. Verliefd worden op je docente is niet altijd even handig, vooral als deze getrouwd is. Maar voor haar is het uitstekend.
Ze heeft er een gewoonte van gemaakt om alleen onmogelijke liefdes in haar leven toe te laten.
Nee, aan een liefde met iemand die echt van haar houdt en die meer van haar wil dan een kus op de wangen moet ze niet denken.
Al haar liefdes heeft ze zorgvuldig gekozen. Ze selecteert ze op afstand. Pas als een potentiƫle kandidaat onbereikbaar in de liefde is geeft ze zich gewonnen.
Haar moeder was na de scheiding alleen gebleven en had haar vanaf haar derde jaar alleen opgevoed. En ze had van haar al haar neuroses meegekregen als bruidsschat voor elke onbereikbare geliefde die ze in haar hart wilde sluiten.
Kees had vandaag opnieuw geprobeerd om haar op school te versieren. En al vond ze dat hij beslist een lekker kontje had, ze was beslist niet van zijn avances gediend. Maar Kees was een watje en vormde geen gevaar. Ze hield hem met gemak op afstand.
Nee, met Marco had ze meer problemen. Hij kon zijn handen niet thuis laten en als het even kan zat hij aan haar te plukken, terwijl hij gore grapjes maakte die klip en klaar duidelijk maakten wat hij graag op zijn menu had staan.
“Ik haal voor vanavond een kant-en-klaar maaltijd”, zegt ze tegen zichzelf. Want ze heeft geen zin om te koken. Ze moet zich haasten, want de winkels gaan dicht.
Als ze na een half uur weer thuis komt en de deur open doet wordt ze ruw van achteren beetgepakt, terwijl ze tegelijk naar beneden word gedrukt. Ze wil zich omdraaien maar haar aanrander is te sterk. Ze probeert nog te gillen, maar een hand houdt een doekje met een ziekenhuisluchtje voor haar gezicht. Dan verliest ze het bewustzijn.
Vandaag is het niet zo’n fijne dag. Ze zit bij het raam en ziet de vlammend rode kleuren van de ondergaande zon. Ze huivert. Het doet haar denken aan bloed, aan geweld, aan pijn. Kees heeft haar gebeld en ze hadden samen een fijn gesprek. Nee, hij kon niet langs komen. Sinds kort had hij een vriendin en die zou dat niet zo fijn vinden. Hij alleen met een andere vrouw. Dat begreep ze vast wel.
“Natuurlijk begrijp ik dat”, had ze gezegd. Maar ze had het wel vreselijk jammer gevonden dat hij haar had laten zitten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten