Na een lange reis door Joegoslavië met een VW-busje ben ik eindelijk in Venetië aangekomen.
Het reisgezelschap is uiteen gevallen. Iedereen gaat weer in zijn eentje verder.
De tocht vanuit Thessaloníki heeft bijna vijf dagen geduurd en ik ben blij dat ik mijn benen weer normaal kan strekken. Mijn laatste geld is opgegaan aan het goedkope vliegticket van Tel Aviv naar Athene en de reiskosten van het busje. Ik moet nog naar Wiesbaden, maar met wat geluk ben ik daar overmorgen.
Venetië is een geweldige stad en ik kijk mijn ogen uit, ook al heb ik dan geen cent te makken.
Waar ik vannacht slaap weet ik nog niet. Het is zacht weer en desnoods leg ik mijn slaapzak ergens tussen de struiken. Dat heb ik al zo vaak gedaan.
Een groep van zeker zo’n tien jonge meisjes komt joelend voorbij. Ze kijken naar me en ik kijk brutaal terug. Ik voel me zelfverzekerd met mijn bruine kop en mijn rugzak vol avonturen. “Kom maar op dames”, denk ik. “ Ik lust jullie rauw.”
Ze blijken uit Engeland te komen en voor ik besef wat er gebeurt word ik met hen meegenomen.
Een klein blondje drukt zich stevig tegen me aan alsof ze mijn vriendinnetje is.
De groep strijkt neer op een terras om een pizza te eten. Het blondje weet inmiddels van me dat ik nagenoeg door mijn geld heen ben en tot mijn aangename verrassing wordt er wat geld ingezameld zodat ook ik een fatsoenlijke maaltijd kan krijgen.
Ook de rest van de avond blijf ik bij de meiden. De rugzak die ik bij me heb is licht en zit me niet in de weg. Er worden flessen drank gekocht en we worden allemaal dronken. Ik ben moe van het vele reizen en de alcohol stijgt al snel naar mijn hoofd.
Als het blondje er achter komt dat ik voor vannacht geen slaapplaats heb besluit de groep om mij het hotel in te smokkelen waar ze met elkaar overnachten.
De dogenstad is een sprookje in het donker en ik beleef alles wat er gebeurt als in een roes.
Ik heb tijdens het reizen geleerd om mij over te geven aan de grillen van het lot in het vertrouwen dat het altijd goed komt. En tot nu toe blijkt dit een goede houding te zijn geweest.
Waar ik echter deze keer geen rekening mee heb gehouden is om mij bij het drinken een beetje in te houden. Ik zie de lachende gezichten nog voor me. Ik hoor het opgewonden gebabbel wat ik niet helemaal volgen kan. Ik voel hoe ik over mijn eigen benen struikel en overeind gehouden word. En dan zijn er grote gaten in mijn geheugen.
Als ik wakker word heb ik het koud. Ik lig hier in de struiken en mijn half geopende slaapzak is klam.
Waar is iedereen? Mijn rugzak ligt gelukkig naast me. Ik zie een boek dat het blondje gisteravond aan mij liet zien. Irrational Man: A Study in Existential Philosophy. Geschreven door William Barret. Het ligt op de rugzak.
Ik ga met mijn benen opgetrokken zitten en probeer me tevergeefs te herinneren wat er is gebeurd.
Blijkbaar is het plannetje om mij het hotel in te smokkelen niet gelukt. Of hebben ze er vanaf gezien omdat ik zo dronken was.
Ik voel hoe er een grijns op mijn gezicht verschijnt. Het had natuurlijk wel leuk geweest als ik tussen de dekens wakker geworden zou zijn met zo’n heerlijk warm zacht lijfje tegen me aan. Maar ik kan de humor er wel van inzien dat het anders is gelopen.
Ik sta op en pak mijn spullen bij elkaar. De snelweg is niet ver en er zullen wel meer lifters staan. De zon opent de nevelsluiers die over het water hangen, de dag is nog jong, ik voel me heerlijk smerig en het leven lacht me toe. Venetië is een mooie ervaring geweest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten