dinsdag 25 januari 2011

Voetbalplaatjes

Onze grootgrutter, die op de kleintjes let, verstrekt weer voetbalplaatjes bij de boodschappen.
Bij de uitgang van de supermarkt staan de jongste consumenten van Nederland te brullen of ze alsjeblieft de kaartjes mogen hebben. Het ijzeren hek, waar ze achter zijn gezet, houdt ze niet tegen.
Hoezo zijn kinderen schattig? Ga eens kijken hoe ze elkaar voor die plaatjes naar het leven staan. Hoe ze lopen te gillen en te schuimbekken om er een te kunnen bemachtigen.
Het zou niet vreemd zijn als aanstaande ouders die dit zien alsnog in de verleiding gebracht zouden worden om te kiezen voor een abortus, in plaats van een kind. Wat in veel gevallen een goed besluit zou zijn. Want wees nu eens eerlijk, zie jij op straat veel ouders waarvan jij het kind had willen zijn? Nou dan. En die kleine branieschoppers, die schreeuwlelijken, daar wil je toch ook niets mee te maken hebben? Ja, er staan ook van die lieve lachende kindertjes tussen, maar als je naar stapel kaartjes kijkt in hun handen begrijp je wel waarom ze lachen.
Ben ik vergeten hoe ik vroeger zelf was? Natuurlijk, zoiets weet je na meer dan een halve eeuw niet meer. De vervalste beelden die ik koester tonen een lief en onderzoekend knulletje, dat een hekel had aan herrie, van vissen hield, graag buiten speelde op straat en postzegels verzamelde.
Een manneke dat ongemeen driftig kon zijn als hij boos was, maar dat kwam niet vaak voor.
Maar als ik toen met andere kinderen achter een ijzeren hek had moeten bedelen om een voetbalplaatje, zou ik waarschijnlijk het hardst geschreeuwd hebben.
Gefascineerd door het geschreeuw en gejoel sta ik op een afstand toe te kijken hoe de meute haar prooien bewerkt. Maar die hebben er blijkbaar ook genoeg van dat ze er bijna niet door kunnen met hun boodschappenkarretjes.
Een man toont de kinderen zeker vijf plaatjes. “Ikke, mijnheer, ikke, ikke, hier mijnheer” wordt er gegild. Dan, tot grote ontsteltenis van allen, scheurt hij ze door midden en met een stalen gezicht deelt hij de halve plaatjes uit. De kinderen zijn doodstil en nemen aarzelend de halve plaatjes aan, terwijl ze met grote verbaasde ogen naar de man kijken.
“Plaatjes, willen jullie plaatjes?” vraagt een oude vrouw? “Ja, mevrouw. Hier, hier, alstublieft.”
“Ik heb ze niet, hoor”, zegt ze terwijl ze olijk kijkt. “Wat moet ik met die troep?”
“Boe!” roept er één en dit wordt overgenomen door de anderen. Wederom breekt er een pandemonium los.
Een vadsige kerel met een enorme buik wappert met een hand vol plaatjes. Elk kind krijgt er een, maar eerst likt hij er aan en kijkt daarbij alsof hij aan een flamoes likt. De kinderen huiveren.
Iemand gooit een paar plaatjes op de grond en bijna onmiddellijk ontstaat er een vechtpartij. Een wat grotere jongen trekt een klein meis je aan haar haar en rukt al haar plaatjes uit haar handen.
Zij begint te huilen en te gillen, maar haar belager is er al vandoor met haar plaatjes en met de plaatjes die op de grond gesmeten waren.
Iemand van het personeel komt naar buiten. De ingang, die tevens uitgang is, is versperd met winkelwagentjes. De chaos is compleet.
“Jullie moeten weg”, roept hij tegen de kinderen. “Morgen kun je terugkomen. En als jullie dan weer zo’n herrie maken moet je weer weg.” Zijn kordate optreden heeft succes. De kinderen druipen af. Het is weer rustig bij de ingang van de supermarkt. Maar ongetwijfeld komt de meute morgen terug en begint alles gewoon weer opnieuw.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten