woensdag 2 mei 2012

De sportschool.

Wat ben ik toch een puddingtarzan. Een miezerige vent van 162 centimeter en 65 kilo. Dat werd mij vanmorgen op de sportschool van Gerard, waar ik vroeger jiujitsu van kreeg, weer eens duidelijk.
Paula heeft mij een kaart gegeven waarmee ik 10 keer de sportschool onveilig kan maken. Als het mij bevalt krijg ik van haar een abonnement. En vanmorgen ben ik voor het eerst met haar gaan sporten.
Zo’n  vijftien jaar geleden had ik mij voor het laatst uitgesloofd op de martelwerktuigen die je in een sportschool vindt.
In de ijdele veronderstelling dat het misschien nog wat met me zou worden. Bovendien was het in de baas zijn tijd en ook allemaal betaald door hem. Hij hield er toen ook al van om gezond personeel in huis te hebben. Dat helpt ze bij het zoeken naar een nieuwe baan als hij ze, zoals nu, massaal ontslaat.
Inmiddels koester ik mij geen illusies meer. Misschien dat ik dat kleine pensje nog weg kan werken voor de grote vakantie. En mezelf weer zo’n veertig  tot vijftig keer opdrukken. Wat niet veel voorstelt, want sommigen kunnen het wel honderd keer.
Ook het aantal sit-ups blijft hangen rond de vijftig maar daar ben ik wel tevreden over.
Twintig minuten achtereen heb ik staan zweten en zwoegen op een machine die wel je kuiten en dijbenen  belast , maar niet je hamstrings. Dat biedt toch perspectief als ik zou besluiten om weer te gaan trainen voor de marathon.
Om mij heen zag ik enkele erg mooie meiden, maar ook een paar van die zielige typetjes die na de training een reep chocolade of een mars eten om hun energie weer terug te krijgen. Ik kan het ze niet eens kwalijk nemen, want hoe hard ze ook zwoegen, strak in hun vel komen ze nooit. En dat stemt hen droevig en mij ook wel een beetje.
Bij de kerels was het niet veel beter. Wat een kolossale massa’s vlees en vet. Mannen die het advies hadden gekregen om meer te bewegen om de kans op een hartstilstand te verkleinen. Volgens mij wordt die kans alleen maar groter als je je lichaam zo zwaar belast.
Maar er waren er ook jongere gasten,  die serieus werk maakten van hun lijf.
Jaloers stond ik stiekem naar ze te kijken met een zo neutraal mogelijke blik. Ze hoefden niet te weten dat ik hen om hun strakke lijf benijdde.
Na deze eerste keer zullen er wel meerdere keren  volgen. Puddingtarzan moet in de revisie.
Ik weet dat het nooit meer wat met me zal worden. Alles slijt en dondert na enige tijd in elkaar.
Dit geldt niet alleen voor de buitenkant maar ook voor de binnenkant.  Ik ben daar geen uitzondering op. Volgens sommigen moet je juist op mijn leeftijd (60) wat rustiger aan gaan doen. Net als bij machines verslijt een lijf nu eenmaal sneller als je het te vaak en te zwaar belast.
En daar zit zeker wel iets in. De oudjes van negentig die Paula in haar werk als wijkverpleegkundige tegen komt zijn bijna allemaal zonder uitzondering nooit echt sportief geweest.
Ze zijn zo oud geworden door het vooral rustig aan te doen en matig te zijn met zowel eten als bewegen. En zich niet te druk te maken.
Misschien wil men de vergrijzing wel stoppen door iedereen aan het sporten te krijgen.  Het zou zo maar kunnen. In ieder geval varen de sportscholen wel bij de ijdelheid van de mens.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten