Paula heeft mij een kaart gegeven waarmee ik 10 keer de
sportschool onveilig kan maken. Als het mij bevalt krijg ik van haar een
abonnement. En vanmorgen ben ik voor het eerst met haar gaan sporten.
Zo’n vijftien jaar
geleden had ik mij voor het laatst uitgesloofd op de martelwerktuigen die je in
een sportschool vindt.
In de ijdele veronderstelling dat het misschien nog wat met
me zou worden. Bovendien was het in de baas zijn tijd en ook allemaal betaald
door hem. Hij hield er toen ook al van om gezond personeel in huis te hebben.
Dat helpt ze bij het zoeken naar een nieuwe baan als hij ze, zoals nu, massaal
ontslaat.
Inmiddels koester ik mij geen illusies meer. Misschien dat
ik dat kleine pensje nog weg kan werken voor de grote vakantie. En mezelf weer
zo’n veertig tot vijftig keer opdrukken.
Wat niet veel voorstelt, want sommigen kunnen het wel honderd keer.
Ook het aantal sit-ups blijft hangen rond de vijftig maar
daar ben ik wel tevreden over.
Twintig minuten achtereen heb ik staan zweten en zwoegen op een
machine die wel je kuiten en dijbenen belast
, maar niet je hamstrings. Dat biedt toch perspectief als ik zou besluiten om
weer te gaan trainen voor de marathon.
Om mij heen zag ik enkele erg mooie meiden, maar ook een
paar van die zielige typetjes die na de training een reep chocolade of een mars
eten om hun energie weer terug te krijgen. Ik kan het ze niet eens kwalijk
nemen, want hoe hard ze ook zwoegen, strak in hun vel komen ze nooit. En dat
stemt hen droevig en mij ook wel een beetje.
Bij de kerels was het niet veel beter. Wat een kolossale
massa’s vlees en vet. Mannen die het advies hadden gekregen om meer te bewegen
om de kans op een hartstilstand te verkleinen. Volgens mij wordt die kans
alleen maar groter als je je lichaam zo zwaar belast.
Maar er waren er ook jongere gasten, die serieus werk maakten van hun lijf.
Jaloers stond ik stiekem naar ze te kijken met een zo
neutraal mogelijke blik. Ze hoefden niet te weten dat ik hen om hun strakke lijf
benijdde.
Na deze eerste keer zullen er wel meerdere keren volgen. Puddingtarzan moet in de revisie.
Ik weet dat het nooit meer wat met me zal worden. Alles
slijt en dondert na enige tijd in elkaar.
Dit geldt niet alleen voor de buitenkant maar ook voor de
binnenkant. Ik ben daar geen
uitzondering op. Volgens sommigen moet je juist op mijn leeftijd (60) wat
rustiger aan gaan doen. Net als bij machines verslijt een lijf nu eenmaal
sneller als je het te vaak en te zwaar belast.
En daar zit zeker wel iets in. De oudjes van negentig die
Paula in haar werk als wijkverpleegkundige tegen komt zijn bijna allemaal zonder
uitzondering nooit echt sportief geweest.
Ze zijn zo oud geworden door het vooral rustig aan te doen
en matig te zijn met zowel eten als bewegen. En zich niet te druk te maken.
Misschien wil men de vergrijzing wel stoppen
door iedereen aan het sporten te krijgen. Het zou zo maar kunnen. In ieder geval varen
de sportscholen wel bij de ijdelheid van de mens.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten