Soms, als er een stilte in een gesprek valt, hoor je zomaar
iemand zeggen dat sommige politici echte gluiperds zijn. Voor de lezer: andere
woorden voor gluiperd zijn genieperd, gladjanus, huichelaar, schijnheil,
stiekemerd, smeerlap en zo zijn er nog een paar. Duidelijkheid kan geen kwaad.
Ik spreek deze mensen nooit tegen. Ze zullen het toch niet
over Henk Bleker, Gerd Leers of Marja Bijsterveldt hebben, vraag ik mij dan af.
Of Opstelten, Schilders of Kamp?
Net als andere gezonde Nederlanders denk ik gelukkig zelf nooit
aan de hard werkende mensen die ons op het zachte donzige pluche in Den Haag vertegenwoordigen.
Waarom zou ik?
Blijkbaar doet degene die zegt dat sommige politici echte
gluiperds zijn dat wel en daar zal deze persoon dan wel een reden voor hebben,
denk ik dan.
Eén keer
in de vier jaar breng ik mijn stem uit en meer verantwoordelijkheid voor het
besturen van dit drassige landje wil ik niet.
Deze keer zal het miss Sappig van Groen Links worden die
mijn stem krijgt. Ik vind die lieverd toch zo’n guitig kopje hebben. En er zit
nog wat in ook. Wat wil je nog meer? Ik
gun het haar om mij na de volgende verkiezingen te mogen vertegenwoordigen, de
schat. En ik weet zeker dat ze dit goed zal doen. Het is immers niet niks om in
tijden van crisis nog wat geld vrij te kunnen maken voor de bescherming van de
restjes natuur die ons nog resten. Want dat schijnt ze gedaan te hebben. Nee,
ik heb geen cijfers. Ik weet niet eens of het waar is. Maar ik wil het graag
geloven. Jolande als een soort lieve groene toverfee, die met haar toverstaf
die deugniet van een Henk Bleker in zijn onderbroekje zet. Want ik heb
begrepen, en mijn excuses als ik het fout heb, dat hij het liefst van Nederland
één grote megastal zou willen
maken, maar daar nu van af ziet nu hem de macht uit handen is genomen door de
val van het kabinet.
Nee, ik denk niet aan politici. Of het moet toevallig zijn. Laatst
nog zag ik een man op tv en ik dacht ‘Wat heeft deze man een markante hondenkop’.
Ik werd op slag vervuld met liefde voor hem toen ik de pretlichtjes in zijn vriendelijke
ogen zag. Zijn mooie donkerbruine stem, waarmee hij op rustige toon de
verslaggeefster te woord stond, dreigde mij in slaap te wiegen. Maar de zelfgenoegzame
grijns op zijn gezicht haalde me weer
terug naar de werkelijkheid.
Zegt mijn vriendin “Kijk, daar heb je Opstelten weer”. Mr. Opstelten?
Ach ja, de man van de wietpas. De olijke regent uit Rotterdam die zijn talenten
ten diensten wilde stellen aan een groter publiek dan de bevolking van
Rotjeknor. En rust en veiligheid heeft terug gebracht in Venlo en Maastricht
door de Drogensüchtige door te
sturen naar Nijmegen.
De verslaggeefster vroeg hem nog schalks of hij er zelf ook
eentje zou aanschaffen, maar hij zei glimlachend dat hij zijn eigen huisdealer
had. Dat was natuurlijk een grapje van hem, want de man rookt volgens mij
helemaal niet en zal ook wel niet
drinken. Als hoeder van onze normen en waarden zou hij graag zien dat niemand
rookt en iedereen de fles laat staan. Waar zeker wel wat voor te zeggen valt.
Zo’n man moet het zwaar vallen om onze broeders van de
hermandad steeds weer een fatsoenlijk salaris te ontzeggen. Je kunt aan hem
zien dat hij zijn agenten graag uit eigen zak zou willen betalen, ware het niet
dat deze leeg is.
Ja, mijn gedachten schieten alle kanten uit als ik aan
politici denk. Ik verlies totaal de controle.
Daarom laat ik het hierbij en ga eventjes rustig naar een
dvd-tje op mijn computer kijken. Doe ik vanavond toch nog wat nuttigs.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten