vrijdag 27 april 2012

Time out


Gapend zit ik achter mijn computer. Het is bijna drie uur ’s middags. De laatste les zit er op. Ik ben een kwartiertje eerder gestopt. Straks gaan we nog even borrelen, maar niemand maakt aanstalten om op te stappen. Een collega van het stagebureau gaat met zwangerschapsverlof en heeft ons uitgenodigd om haar afscheid te vieren.
Gaan we nu wel of niet? Ik heb zin in een grote natte klets. Twee is ook goed.
Als we dan uiteindelijk toch in het doelencafé aankomen zitten er al een paar collega’s. Later voegen zich er meer bij. Ondanks dat twee van hen vandaag te horen hebben gekregen dat hun arbeidscontract in verband met de reorganisatie niet zal worden verlengd is de sfeer geanimeerd. Tegen etenstijd ga  ik aangeschoten naar huis. Drank en ik passen niet goed bij elkaar.  Ik heb al snel een volle blaas en sla meer wartaal uit dan ik toch al uit gewoonte voor de klas doe.  Ik haast mij naar de halte en binnen twee minuten komt de tram er aan.

Ik ben bijna thuis. Mijn blaas staat op springen en ik besluit om eerder uit te stappen. In het Bachbos, een strook groen met wat vermolmde populieren langs de tramrails met een pad van houtsnippers waarover ik naar huis kan lopen, laat ik hem er uit hangen. Of de villabewoners aan de andere kant van de zwarte sloot die er ligt mogelijk hun maaltijd zullen onderbreken om naar mij te gluren interesseert me niet zo. Ik ben al blij dat ik even rustig kan piesen.
Slechts twee flesjes Westmalle heb ik op, maar het voelt alsof ik de hele middag heb zitten zuipen.
Nee, mijn tolerantie voor alcohol is al jaren niet meer wat het vroeger is geweest. En ik voeg hier het adjectief ‘gelukkig’ aan toe, want je kunt het volgens mij beter aan de wetenschap over laten om het kleine beetje hersens dat je als mens hebt  op sterk water te zetten.
Je moet erg voorzichtig zijn met dat goedje. Alcohol is namelijk hartstikke giftig voor de hersenen. Dat het bovendien verslavend is maakt het alleen maar erger.
Met een sierlijk boogje laat ik mijn blaas leeg lopen in het riet. Er lijkt geen einde aan het dunne doorzichtige helder straaltje te komen.
Ik ben dan ook erg opgelucht als ik de laatste druppel van mijn knuppeltje af kan schudden.
Thuis gekomen zitten Lizzy en Paula al aan tafel. Ik schuif aan en voel de vermoeidheid van een lange dag van me af glijden. Het is vakantie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten