Dat is ook zoiets, schat. Dan moet je er om acht uur zijn en word je om kwart voor negen geholpen.
Nou meid, toen ik voor mijn darmen…
Ik bedoel maar. Dan kunnen ze je toch ook om half negen laten komen.
Het was helemaal verkleefd. De dokter zei…
Een kwartiertje wachten is geen probleem, maar bijna een uur…
Als ik nog langer gewacht had was het misschien te laat geweest, zei de dokter.
Te laat?
Ja lieverd. Mijn darmen, weet je wel. Ach, jij luistert toch nooit naar wat ik …
Natuurlijk luister ik wel. Mijn schoonzoon zegt dat ik zo goed kan luisteren. Zo’n leuke jongen. Heel anders dan die Marco waar ze toen mee om ging.
Het was al gaan ontsteken. Nog niet zo erg, maar ik heb een hele week aan het infuus gelegen. Mijn darmen moesten tot rust komen, weet je.
Henk heet-ie. Henk. Vroeger heeft ze ook al een Henk gehad. Hij is natuurlijk niet echt mijn schoonzoon. Anders had ik er inmiddels wel tien gehad. Ze houdt het vaak niet lang met ze vol. Als ze er op is uitgekeken zet ze ze gewoon aan de kant.
Wat ik zo raar vind is dat ze zo weinig controleren. Ik zat vol met pleisters. De vrouw die tegenover me lag is dood gegaan. Het was zo’n lief mensje. Maar ze was op, hè. Negentig was ze. Of zoiets.
Ik zeg wel eens “Je lijkt net op je moeder”.
Annemarie? Vind je dat ze op je lijkt? Ik vind van niet.
Nee, niet haar gezicht. Die neus heeft ze van haar vader. Arm kind. Ik bedoel haar karakter.
Wat is er mis met haar karakter, lieverd?
Daar is niets mis mee. Maar ze heeft mijn karakter. Als ik vroeger een man zat was, dan was het snel met hem afgelopen.
Wanneer heb jij dan voor het laatst een man gehad? Ik heb je nog nooit met een man gezien.
Nee schat, dat was allemaal voor jouw tijd. Ik heb na mijn scheiding geen kerel meer aangeraakt.
Dat is zo’n twintig jaar geleden, toch? Dat jij…
Kerels, je hebt er meer last van dan plezier.
Denkt Annemarie daar ook zo over?
Nog niet, maar dat komt wel. Al hoop ik dat ze nog een tijdje met die Henk blijft gaan. Dat is toch zo’n leuke knul.
Op de afdeling waar ik lag was een jonge dokter. Ook zo’n leukerdje. Die dokters lijken steeds jonger te worden.
Niemand wordt jonger. Iedereen wordt ouder.
Je begrijpt wat ik bedoel. Als hij langs kwam vroeg hij altijd hoe het me ging en of ik goed geslapen had.
Dat vragen ze allemaal, schat.
Maar niet zo. Zo persoonlijk als hij was heb ik het nog nooit mee gemaakt. En je weet dat ik al jaren bij het ziekenhuis loop. Dan zei ik dat ik het ’s nachts zo verschrikkelijk koud had gehad. En dan wist hij niet meer wat-ie moest zeggen.
Ik loop ook al jaren bij het ziekenhuis. Dat weet je, schat. Dit weekend nog. Toen moest ik er om acht uur zijn. En weet je wanneer ik aan de beurt was? Bijna een uur later. Snap jij dat nou dat ze je zo vroeg laten komen als ze pas een uur later tijd voor je hebben?
Met mijn darmen werd ik gelijk geholpen. Ik heb misschien maar een kwartier hoeven wachten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten