Boeken kunnen een grote vreugde geven en daarom ben ik blij dat ik zo van lezen hou.
Het eerste boek dat ik kreeg was Dik Trom. Ik zal toen acht jaar geweest zijn. Man, man, wat heb ik gehuild. Vreselijk gewoon. Ik had veel liever een pistool of pijl en boog voor mijn verjaardag gekregen. Maar mij gaven ze een boek. Wat moesten mijn ouders een hekel aan mij hebben gehad.
Toen ik na een paar weken ziek in bed lag en mij verveelde, besloot ik toch maar om het te lezen. Daarmee stapte ik in een wereld die vele malen groter was dan ik kon bevatten en waarin ik mij onmiddellijk thuis voelde. Een wereld zonder grenzen . Een wereld waar alles mogelijk is. Na al die jaren keer ik er nog steeds als het even kan graag naar terug.
Bovendien ben ik er op gesteld dat men mij met rust laat als het mij zo uitkomt en dan helpt het als je een boek bij de hand hebt. Al zijn er ook die daar ongevoelig voor lijken te zijn.
Laatst nog zat ik in de trein een boek te lezen van Willem Frederik Hermans. Hem lees je alleen voor je plezier als het niet hoeft. Hermans is immers een groot schrijver wiens werk je niet al te luchthartig mag nemen. Als goed Nederlander betaamt het hem om anderen voortdurend de les te lezen. Dan wil je natuurlijk niet het risico lopen dat je net dat stukje tekst mist waarin hij jou de maat neemt.
Toen ze toch tegenover me ging zitten zag ik vanuit mijn ooghoeken dat ze blond was. En dat ze een mooi ovaal gezicht had met twee amandelvormige blauwe ogen. Een mooie jonge vrouw die niet gebukt ging onder haar eigen schoonheid.
Ik concentreerde mij op mijn boek, maar tevergeefs. Als ik stiekem onder mijn wenkbrauwen naar haar keek deed ze of ze mij niet zag loeren.
Ook mijn gekuch negeerde ze. Ik liet mijn boek daarom vallen en bij het oprapen streek ik even met mijn linkerhand langs haar been. Maar ze reageerde alsof ik niet bestond.
Ik wou dat ze me met rust liet. Hoe kon ze nu juist tegenover mij gaan zitten? Door mijn boek een beetje schuin te houden en naar haar toe te draaien zorgde ik er voor dat ze te zien kreeg welk boek ik las.
“Dat is een goed boek”, zei ze. Ik keek haar niet-begrijpend aan. Ze bevestigde nogmaals dat het een goed boek was. ”Ik heb het op de middelbare school gelezen voor mijn examen”, verduidelijkte ze.
Ik zei niets. “Nu begint ze ook al tegen me te praten”, dacht ik en draaide mij van haar af.
Wat dacht ze wel? Waar haalde ze het lef vandaan?
De trein minderde vaart. “Ik zal u niet verder storen,” zei ze, stond op, pakte haar tas en liep het gangpad uit. Haar blonde haren golfden over haar schouders. Ik keek haar na. Wat een achterste.
Het was goed dat ze hier uitstapte. Het was zo’n type dat was blijven zitten als ze er niet uit had gemoeten.
Gezien mijn reactie op haar poging tot het voeren van een gesprek zou zij misschien wel zijn gaan zitten op de bank schuin tegenover me, die vrij was gekomen. Ze begreep vermoedelijk heel goed dat ik Hermans verkoos boven haar.
Ongevoelige vrouwen zoals zij zijn echter een uitzondering. Mensen respecteren het als je leest en laten je graag met rust. Ook dat is een reden waarom een boek mij grote vreugde kan geven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten