Virginia was ongetwijfeld beeldschoon. Misschien wel de allermooiste van de jonge studenten die dit jaar aan hun studie kunstgeschiedenis begonnen.
Ze had een huid zachter dan die van een perzik, een mokkabruine teint, amandelvormige donkere ogen en behalve de borsten van Yolanthe ook diens sympathieke uitstraling.
Natuurlijk zou ook haar schoonheid al snel binnen enkele jaren verwelken, maar totdat zij een echtgenoot had gevonden zou zij haar uiterste best blijven doen om de knapste te blijven van allemaal. Daarna was dit minder belangrijk. Ze zou nog jaren aantrekkelijk genoeg blijven om menig man wanhopig maar tevergeefs naar haar te doen verlangen. Dat was voor haar genoeg.
Ook als je nog niet aan de man bent stel je het echter meestal niet zo op prijs als je op straat wordt nagefloten door glazenwassers en bouwvakarbeiders, of aangegaapt door kantoorlui en voorbij tuffende automobilisten, die even hun snelheid inhielden om in de spiegel teleurgesteld vast te stellen dat zij geen centje aandacht aan hen schonk. Nee, dit waren niet de lui waarmee zij een gezinnetje wilde stichten in het Gooi. Deze armoezaaiers hadden haar alleen hun hitsige blikken te bieden. Zij ging voor het grote geld en daarom zat ze in de collegebanken altijd in de buurt van de jongens waarvan de ouders een kast van een huis in Wassenaar of Heemstede hadden en een zeilboot op de Kagerplassen.
Aan het eind van de winter raakte ze bevriend met Claude von Solingen, de zoon van de bekende speelgoedfabrikant. Hij zag er leuk en sportief uit en had iets geheimzinnigs. Claude noemde zichzelf een satyr, een volgeling van Dionysos, de God van de Wijn.
In de weekends gingen ze samen naar de kroeg, offerden hun zinnen aan Dionysos en gaven zich over aan hun lusten op het bed van Virginia, die een kleine kamer in de binnenstad huurde.
Reeds na enkele maanden nodigde hij haar uit om langs te komen op het landgoed van zijn vader, de roemruchte Bertrant von Solingen, vermaard entrepreneur en rokkenjager.
Voor de vorm protesteerde Virginia wat tegen. Ze kenden elkaar pas en nu al voorgesteld worden aan zijn ouders, was dat niet een beetje erg vroeg? Maar Claude wuifde haar bezwaren weg. “ Mijn ouders willen heel graag eens met je kennis maken” , zei hij en Virginia staakte haar protest.
Claude kwam haar dat weekend ophalen met zijn cabriolet, een Audi A5, en na een heerlijke dag in Zandvoort reden zij uiteindelijk dan toch door het smeedijzeren hek de beukenlaan in van het buiten van zijn ouders. Het was aan het eind van een mooie voorjaarsdag. Het licht viel zacht door de bladeren van de bomen en de wereld geurde naar dropjes en chocolade.
Virginia viel meteen bij Bertrant in de smaak. Aan de blik die Sophie von Solingen haar man toewierp zag je echter dat zij vond dat hij zijn enthousiasme voor haar wel wat minder mocht etaleren.
Virginia vond hem een charmante man, maar naar haar zin iets te opdringerig. Ze wist dat ook een oude bok wel eens een groen blaadje lust, maar had geen zin om bij hem op het menu te staan.
Na de avondmaaltijd, die zoals gewoonlijk weer aller voortreffelijkst was, zaten ze met zijn vieren op de waranda en onder het genot van een kopje koffie babbelden ze nog wat na over kunst.
Bertrant wilde weten waarom zij voor een studie kunstgeschiedenis gekozen had. Ze kon hem natuurlijk niet vertellen dat ze op deze wijze in contact had gehoopt te komen met één van de vele rijkeluiszoontjes die deze studie ook volgden. “Om de schoonheid”, zei ze daarom en daar was niks tegen in te brengen.
“Over twee weken vieren we het feest van Dionysos. We zouden het heel erg waarderen als je dan ook kunt komen”, zei Bertrant. Natuurlijk wist Virginia wat het feest van Dionysos inhield. Zij ging er echter van uit dat het feest dat de von Solingens wilden organiseren minder uitgelaten en ongeremd was dan de feesten die ter eren van Dionysos in de oudheid werden georganiseerd.
Toen zij dan ook twee weken later laat op de avond verkleed als een mainade samen met Claude naar het feest ging, schrok zij van de losgeslagen bende die ze daar als beesten tekeer zag gaan.
Hoewel het feest pas drie uur oud was liep iedereen er stomdronken bij. Zowel de mannen als de vrouwen waren schaars gekleed en men copuleerde ongegeneerd met elkaar alsof de zeden van het oude Romeinse rijk, waar openbare copulatie niet ongewoon was, weer waren teruggekeerd. Dit was geen feest, dit was een orgie.
Claude had haar bij de arm genomen en leidde haar rond. Er brandden grote vuren, waar vlees aan het spit werd gebraden. De tafels stonden vol drank en in grote schalen lag zeker voor een kilo van de beste Bubblegum en White Russian. “Kom, mijn vader wil je even spreken”, zei hij. Deze stond al op hen te wachten op de waranda. Hij was gekleed als een satyr en had op zijn hoofd twee kleine horentjes bevestigd. “Ik laat je even met hem alleen en zie je straks wel” zei Claude en nam afscheid van haar.
Die nacht smulde de oude bok van het groene blaadje dat zijn zoon hem op een presenteerblaadje had aangeboden. Hij was daarbij niet bepaald zachtzinnig en toen hij haar besteeg scheurde één van zijn horens een diepe snee in haar wang.
Virginia wist tegen de ochtend van het terrein te vluchten. Haar kleding was gescheurd en zat onder het bloed, ze had een pleister op haar gezicht en zag er verwilderd uit toen ze van een vroege automobilist een lift kreeg naar huis.
Met Claude verbrak ze de relatie, ze stopte met haar studie kunstgeschiedenis en ging psychologie studeren. Daar ontmoette ze een leuke vrouw waarmee ze een relatie kreeg en beiden leefden nog lang en gelukkig met elkaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten