Het is donker in mijn slaapkamer. De gordijnen zijn gesloten zodat het licht van de volle maan niet naar binnen kan schijnen.
Uit de kast in de hoek klinkt gekreun en gestommel. Dit is nu al zo sinds ik in bed lig. Ik sta maar weer eens op en bonk met mijn vuist op de kast.
Stilte, roep ik hard. Stilte. En ik bonk nog eens. Het is stil. Ik ga weer terug naar bed. Als ik er naast sta word ik onverwachts bij mijn enkels vastgepakt.
Hou op, gil ik geschrokken met overslaande stem en ruk me los.
Het geschuifel en gezucht vanonder het bed klinkt alsof het door iets groots wordt voortgebracht en houdt dan op. Ik kruip onder de dekens. Op dat moment gaat de telefoon. Ik zie ik dat het bijna drie uur is. Wie belt er nu midden in de nacht? Dat kan alleen maar slecht nieuws zijn. En omdat ik dat niet horen wil laat ik de telefoon net zo lang overgaan tot deze ophoudt.
Het is nu weer doodstil in de slaapkamer. Na wat onrustig woelen sta ik op en schuif een gordijn opzij. De maan staat groot en koud aan de hemel. Ik open het raam en klim naar buiten. Voorzichtig laat ik me zakken op het platte dak. Het is fris zo in mijn blote gat. Waarom ben ik ook zo stom geweest om niet even wat warms aan te trekken?
Van slapen zal vannacht niet veel meer komen.Ik ga op mijn hurken zitten. Maar goed dat niemand mij kan zien. Een blote man op een plat dak in het volle maanlicht is zo niet 2010. Dit deed je in de zestiger jaren met een jointje tussen je lippen.
Na nog geen 10 minuten hou ik het wel voor gezien en klim weer naar binnen.
Ik ben nu koud tot op het bot en klappertandend trek ik de dekens over mij heen.
Straks kan ik gelukkig uitslapen. Als ik tenminste nog in slaap val.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten