maandag 22 november 2010

Er was er eens een lelijkerd…

Er was er eens een heel lelijk meisje dat in een volkswijk woonde in het centrum van een stinkende fabrieksstad. Als haar moeder ’s avonds de was binnen haalde was deze helemaal zwart van het roet, dat als een onzichtbare wurger de kelen van de mensen dichtsnoerde. De gele en bruine strepen in de onderbroeken harmonieerden daar weliswaar mooi bij, maar je wast je onderbroeken niet om ze daarna als een schilderij aan je kont te trekken. Een gewassen witte onderbroek hoort mooi wit te zijn en lekker fris te ruiken en niet zwart als hij van de waslijn komt. Tenzij hij natuurlijk altijd zwart is geweest.
Dat lelijke meisje wist dat ze lelijk was maar zag dit niet als een probleem. Iedereen om haar heen was lelijk. Niet alleen haar vader, moeder, broertjes en zusjes, waarvan zij er vijftien had, maar ook de buren en alle andere mensen in de straat. Ja, eigenlijk was iedereen in deze volkswijk lelijk.
De meeste bewoners werkten in één van de stinkfabrieken waar ze bijna naast woonden.
In die fabrieken leek het wel of Hephaistos de scepter zwaaide. Grote vuren laaiden huizenhoog op in de ovens, terwijl in het flakkerende schijnsel van de vlammen grote stevige jonge kerels bezig waren de nooit aflatende honger van het vuur te stillen met kolen, die er met tonnen tegelijk werd ingestort.
Maar ik vergeet het lelijke meisje. Lelijke meisjes vergeet ik altijd het liefst zo snel mogelijk, maar dit lelijke meisje heb ik zelf in het leven geroepen en dus ben ik ook verantwoordelijk voor haar.
Dit lelijke meisje ontving een uitnodiging om mee te doen aan een televisiequiz. Zij had zich daar in een dolle bui voor op gegeven en toen zij dit maanden later al lang weer was vergeten lag er ineens een grote enveloppe met de uitnodigingsbrief op de deurmat.
Vader en moeder waren er trots op dat nota bene hun lelijke dochter, de lelijkste van allemaal, een uitnodiging gekregen had om op tv te komen. De straat wist het dezelfde dag nog en iedereen was trots op de lelijkerd. Alsof zij de dochter was van allemaal. Wat niet zo vreemd was, want alle mannen in de straat hadden in het verleden op zeker moment wel wat met haar moeder gehad. Maar dit terzijde. Ik zal proberen om minder af te dwalen. Het liefst zou ik dit gruwelsprookje hier afbreken, want het loopt toch slecht af. Maar zover is het nu nog niet.
De prijzenpot van de televisiequiz was goed gevuld. De hoofdprijs was meer dan een miljoen euro, maar ook de kleinere prijzen liepen in de zes cijfers. Iedereen begreep dat hier de kans voor het lelijke meisje was om zich te bevrijden van het uitzichtloze leven dat ze nu leidde.
Op de avond van de quiz zat iedereen in de wijk naar haar op tv te kijken. Ze droeg een mooie zwarte jurk en een visagiste had haar uiterste best gedaan om nog wat van haar te maken. Tevergeefs natuurlijk. Toen de camera haar in beeld had hoorde je boven Nederland alle kijkers die haar zagen roepen “Wat is die lelijk.” Niet veroordelend of zo. Nee, meer constaterend. Zoals je vaststelt dat het regent. Zo stelde iedereen vast dat het meisje achteraan moest hebben gestaan toen onze Lieve Heer de meisjes aan het oppoetsen was voordat hij ze naar de aarde stuurde om geboren te worden. Toen zij aan de beurt was had Hij er geen zin meer in en ongepoetst werd zij beneden afgeleverd.
Tot grote vreugde van iedereen won het meisje de hoofdprijs. En een prachtige auto, waarbij ze in tranen uitbarstte. Iedereen die keek had een brok van ontroering in zijn keel. Thuis bij haar waren ze door het dolle heen. Hun aller lelijkste had het hem toch maar mooi gelapt.
De slingers werden opgehangen en vader haalde twee extra kratjes bier in huis. Diep in de nacht kwam hun rijke dochter thuis. Tot in de kleine uurtjes werd er feest gevierd.
De volgende dag al kregen zij bericht van een bank die vroeg of zij twee adviseurs langs mochten sturen om haar te adviseren wat zij het beste met het geld kon doen.
De heren adviseurs waren welkom.
Om een veel te lang verhaal korter te maken kwam het er hier op neer dat zij haar adviseerden om de helft van haar geld bij Icesave op een spaarrekening te zetten en de andere helft te beleggen in het fonds Palm Invest. Haar vader die, om zijn dochter te beschermen tegen het nemen van verkeerde beslissingen, aanwezig was bij het gesprek leek dit een goed idee. Deze heren deskundigen, die in een mooie donkerblauwe Renault Laguna Coupe reden en keurig in het pak staken, deze behulpzame bankemployees hadden er volgens hem alle belang bij om een goed advies te verstrekken. Want dat zou hun carrière alleen maar goed doen.
Een jaar later liep het lelijke meisje op een gure winderige avond langs de Maas. Van haar miljoen had ze nog honderdduizend euro over. De auto die ze gekregen had was door haar vader total los gereden nadat hij met een stevige borrel op achter het stuur was gekropen. Bij dat ongeluk was hij zo zwaar gewond geraakt dat hij in een rolstoel terecht kwam. De verzekering betaalde geen cent uit. Nee, haar geluk had niet erg lang geduurd. Op straat keek men haar met meewarige blik na en er werd stevig over haar geroddeld. In zo’n kleine gemeenschap blijft niets verborgen.
Er waren thuis flinke ruzies geweest over de auto en het geld. De honderdduizend die ze over had van haar spaarrekening bij Icesave moest ze nog vergoed krijgen van de regering. Maar die had geen haast om haar schadeloos te stellen.
Ze keek naar het koude water en rilde. Met haar tweeëntwintig jaar was ze nog erg jong. Eigenlijk veel te jong om nu al te sterven. Maar ze verlangde naar rust en voor het eerst in haar korte leven besefte ze niet alleen dat ze lelijk was, maar dat er een mogelijkheid was om van deze last bevrijd te worden.
En de adviseurs van de bank? Die streken hun bonus op en leefden nog lang en gelukkig. Totdat…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten