woensdag 30 mei 2012

De wasstraat


Er werd gezegd dat een grote wens van haar op het punt stond om uit te komen. En om dit vast te kunnen leggen voor het grote publiek was de pers samen met een aantal fotografen aanwezig.
Of het werkelijk haar wens was of dat men haar gevraagd had om mee te werken aan de campagne voor wereld MS-dag zullen we nooit weten. We houden het erop dat ze wel van een geintje hield.
Als kind genoot ze er van dat ze elke maand met haar vader even door de wasstraat ging. Het water uit de sproei installatie leek van alle kanten te komen als ze stapvoets naar binnen reden. Alsof ze in een flinke  regenbui gevangen zaten.
Drie grote roterende borstels haalden voorzichtig de modder en vogelpoep weg, waarna in een nevel van water en schuim het vuil werd weggespoeld. Rode en groene lichtjes knipperden, er klonk een brommend gezoem van motoren, alles bewoog, het leek wel een beetje op een kermisattractie.  
Ze was nu twintig. Acht jaar geleden was er MS (Multiple Sclerose) bij haar geconstateerd. Nu kon ze zich alleen nog maar in een rolstoel voortbewegen.
Ze zou nog zo graag eens door de wasstraat gaan. Niet in een auto, maar in haar rolstoel.
En tot haar verrassing kreeg ze deze kans aangeboden van het nationale MS fonds, dat hier wel een mooie stunt in zag om zo aandacht te vragen voor wereld MS dag en voor deze vreselijke ziekte, die één op de duizend Nederlanders treft.

Haar vader duwde de rolstoel voort de wasstraat in.  Hij had dit graag voor zijn dochter over.
Je zag op tv hoe beiden naar binnen verdwenen en er aan de andere kant weer druipend uit kwamen. Triomfantelijk spreidde zij haar armen en zei dat ze het koud vond, maar wel had genoten. En dat ze nu even in de zon ging zitten om te drogen.
Pa glunderde alleen maar, want hij hield enorm van zijn dochter en hij was blij voor haar dat ze het zo naar haar zin had gehad.
Bij zichzelf had hij al besloten om haar volgende maand op haar verjaardag weer door de wasstraat te rijden. Maar het moest een verrassing zijn en daarom zei hij er niets over. Alles voor het geluk van zijn dochter.

dinsdag 29 mei 2012

De kleine dingen…


Een mensenleven is gevuld met kleine anekdotes. Terwijl we kabbelend op de golfjes met z’n allen in de richting van het Grote Water drijven, zijn het de kleine dingen in het dagelijkse leven die er toe doen.

Dat kleine beetje zon waar je al wekenlang op wacht
Die uitgestoken klauw, had je van hem dus niet verwacht
Dat kleine bosje prei en precies op dat moment
Die onverwachte lozing, als je alleen of eenzaam bent

Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen
Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen
Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen
Het zijn de kleine dingen die het doen

(Paul de Leeuw)

Dagelijks verheug ik mij over de vele kleine dingen die mijn dag vullen. Over wat ik zie en hoor, al maak ik hierbij een uitzondering voor de kranten en het journaal. Daar word ik alleen maar droevig van.
De mensen zijn nu op hun mooist. Zowel mentaal als fysiek. De winterdepressies zijn even verleden tijd en door dat kleine laagje brons op hun huid lijken ze niet alleen van buiten maar ook van binnen mooi, al weten wij allemaal natuurlijk wel beter.
Het zijn mooie warme dagen geweest. Pessimisten zullen nu wel zeggen dat we de zomer gehad hebben. De temperatuur gaat immers de komende week naar beneden en overdag houden we het niet altijd droog.
In ieder geval scheen de zon vijf dagen achtereen uitbundig. En dat nota bene terwijl hard werkend Nederland voor de verandering eens vrij had. Zon en vrijheid. Wat een luxe. Wat doe je in zo’n geval?
Je haast je om je aan te sluiten bij de file op weg naar het strand. Om daar bij aankomst vloekend tevergeefs op zoek te gaan naar een parkeerplaats. Zodat je in een andere file wederom stapvoets terug naar huis kan rijden. “Een dag zonder file is een dag niet geleefd”, zullen velen van hen gedacht hebben.
Ik zelf behoor ook tot hard werkend Nederland. Maar voor mij geen files. Ik ga liever met het OV naar het strand.
Zo stond ik Zondagavond aan het eind van de dag in een bomvolle tram vanuit Scheveningen naar Den Haag met allemaal half blote kuikentjes om mij heen, variërend in leeftijd van twaalf tot vijfentwintig jaar.
Pal voor mijn neus greep zo’n achttienjarig  brutaaltje met een schuin oog op mij gericht in de volle borsten van haar vriendin. Die schrok, schoot in de lach en deed hetzelfde bij haar.
Dolle pret. Kom daar eens om in de file. Een opgestoken vinger kun je krijgen.

Door de warmte was het gistermorgen in de sportschool even afzien. Binnen drie minuten begon ik te zweten en dit hield niet meer op. In een uur had ik uiteindelijk ruim 450 kCal verbrand. En zeker een liter vocht verloren.
Vanaf de crosstrainer zag ik veel sportievelingen gezeten op hun martelwerktuigen minutenlang met een lege blik voor zich uit staren.
Je zag ze lijden. In de kleedkamer was ik er al achter gekomen dat sommigen hier kwamen op advies van hun huisarts. Omdat ze te zwaar waren. Of een te hoge bloeddruk hadden. Of beide.
Hoewel deze mensen er verstandig aan doen om meer te bewegen is het maar de vraag of de sportschool voor sommige van hen de juiste plek is om aan hun gezondheid te werken.
Maar misschien komen ze hier ook niet voor. Want ik weet inmiddels dat zo’n sportschool ook de plek is waar men hoopt nieuwe contacten te leggen. Een ontmoetingsplaats voor hopeloze gevallen.
Mensen die de dansavondjes en speeddates voorbij zijn. Die eens rustig  de tijd willen nemen om een mogelijk geschikte partner uitgebreid in zijn of haar bijna nakie op zo’n hometrainer te observeren voordat zij een move maken.
Zo voelde ik me niet erg op mijn gemak toen ik bemerkte dat een stevig uit de kluiten gewassen dame van onbestemde leeftijd al een tijdje verlekkerd naar mij zat te staren.
Ik wendde mijn blik maar af om haar te laten weten dat ik geen interesse had, maar dat leek ze juist wel charmant te vinden. Pas toen Paula even bij me kwam staan en een slokje water uit mijn flesje nam werd het haar duidelijk dat ik hier niet in mijn eentje was. Einde micro-romance. Ja, het zijn de kleine dingen die het doen. En die soms erger voorkomen.

vrijdag 25 mei 2012

Lenteavond.


Oké. Ik wil wel toegeven dat ik teveel gedronken heb. Voor mijn doen dan. Twee trippeltjes van Westmalle en voor iemand die niet tegen alcohol kan is dit veel teveel.
Al is het fijn dat ik van mijn ongeloof zoveel mag drinken als ik zelf wil. Maar ik hou het bij deze twee trippeltjes. Door mijn gebrek aan slaap vallen ze zwaar. Morgenochtend ga ik met Paula weer naar de sportschool en ik wil niet van de crosstrainer af vallen.
Ik zit hier met een vette grijns achter mijn laptop en geniet van het  vooruitzicht dat ik straks een stevige stick ga roken in de tuin.  Dat is inmiddels ook al weer een maand geleden.
Het raam van mijn werkkamer staat open en ik hoor hoe in een van de tuinen de mensen van deze mooie zomeravond genieten.  Vast een verjaardag of  iets dergelijks. Je kent dat geroezemoes wel.
Gewoon nietszeggend geneuzel. Maar wel gezellig. Ik hoor ze steeds luider praten en lachen. Dus er zal wel stevig worden gezopen. Kinderstemmen vervlechten zich met het gelach en gegil. Als ze moe worden gaan ze vanzelf wel janken. Nu hoop ik wel dat ze aftaaien voordat ik naar bed ga, want met deze warmte zetten we ’s nachts het raam open om de muggen binnen te laten.
Het rose van de ondergaande  zon kleurt de wolken. Een heerlijke lenteavond.
Het liefst zat ik nu ergens aan een tafeltje op een terras ongegeneerd te flirten met een aantrekkelijke vrouw (ik heb er nu eentje voor ogen , maar hou haar naam angstvallig verborgen).
Ik weet dat dit niet hoort, al zal dit mij worst wezen. Het  maakt het misschien daarom zo aantrekkelijk. Niets smaakt zo lekker als een verboden vrucht. En daar ligt de fruitmand altijd vol mee.
Gelukkig word ik makkelijk verliefd, al doe ik daar nooit iets mee. Uit ervaring weet ik dat er niets gaat boven je eigen partner. Oeps, daar versprak ik mij toch bijna.
Denk nu niet dat twee biertjes mij in een stemming gebracht hebben om te biecht te gaan.
Daar moet ik er nog eentje voor drinken, maar dat gaat niet gebeuren.
De stemmen buiten en het gegil en gelach worden luider. Die hebben méér op dan twee Belgische biertjes. Hoe zullen ze straks reageren als ze mijn bubblegum  ruiken?
Nog belangrijker: hoe zal ik er zelf op reageren? Laten we het maar eens uit gaan zoeken.

dinsdag 22 mei 2012

De eerste zomerse dag.


Het was vandaag 25 graden in De Bilt en hoera, de vlag kan uit want de eerste zomerse dag van deze lente heeft zich aangediend. Alsof er echt wat te vieren valt.
Helaas word ik samen met vele anderen toch zo ontzettend loom van dit klamme zweetweer.
Alsof je op het verkeerde moment en op de verkeerde plek helemaal leeg gezogen wordt.
Nergens puf in, of het moet het open trekken zijn van een koud blikje bier.
Van mij mag de temperatuur daarom wel weer een paar graden naar omlaag. Als ik maar even mijn ogen dicht doe, of dit nu in de klas is, het OV of gewoon thuis op de bank, moet ik vechten tegen de slaap. Of heb jij dit niet? Sta jij net als de weerman op het nieuws met een lach op je gezicht tegen iedereen te verkondigen dat het zulk lekker weer is? Man, ik ben zo duf dat ik niet eens mijn mondhoeken omhoog krijg om een glimlach op mijn gezicht te toveren.
En dan te bedenken dat we nog boffen dat het slechts een paar dagen per jaar zo is. Er zijn plekken op deze wereld waar het maanden achtereen zo warm en drukkend is dat zelfs het optillen van je warme gat een te grote inspanning van je vereist. Daarom blijven de mensen daar de hele dag op hun krent zitten, ergens in de schaduw van een struik of boom. Pas als de zon verdwenen is en het wat is afgekoeld komen ze overeind om de benen even te strekken. Daarna gaan ze slapen.
En dat doen ze elke dag weer. Als er eten en drinken is breken ze de tijd met het nuttigen van een kleine maaltijd en het drinken van wat sap of water en als dat er niet is gaan ze dood. Zo gaat dat daar.
Nee, op zulke plekken moet ik niet zijn. Als ik bedenk dat daar de hoge temperaturen eerder regel dan uitzondering zijn word ik bijna blij met de paar zomerse dagen die we hier hebben.
Nu heb ik gelezen dat door het opwarmen van de aarde we hier vaker van dit weer zullen gaan krijgen.
Sommigen verwachten zelfs dat het binnen tien jaar hier een soort Costa del Ollanda wordt.
Mochten ze gelijk krijgen dan emigreer ik alsnog naar de Noordpool.  Want al mag het voor mij dan hier niet meer uit te houden te zijn, men zegt dat het daar steeds aangenamer wordt om te wonen.  

zondag 20 mei 2012

Fijne tijd Mirte, Ruben en Teim.

Dochter Mirte gaat samen met Ruben en Teim drie maanden met de camper door Europa reizen. Niet verkeerd. Niet wachten tot je pensioen maar doen, zou ik zeggen.
Eerst gaan ze naar Engeland, waar ze zes jaar heeft gewoond en gestudeerd en daarna naar Spanje en Portugal.
Zaterdag waren we bij ze om ze een goede reis te wensen en afscheid van ze te nemen.
Ik had zin in een wandeling over het landgoed en heb een paar mooie fotootjes gemaakt. Hier een impressie.

Dit is de hot tub. De hele dag moet er worden gestookt om het water warm te krijgen
's Avonds wordt er bij kaarslicht met een groepje bewoners lekker gebadderd.
Wat had ik daar graag bij willen zijn, temeer omdat we gisteren een zachte avond hadden.


Het landhuis waar Mirte cum suis woont is een oud herenhuis dat grenst aan een oud landgoed dat voor iedereen vrij toegankelijk is. Op het terrein staan prachtige oude bomen die meer dan honderd jaar oud zijn.

Wat kan ik genieten van die ruimte, die rustgevende stilte, die grillige contouren en zachte voorjaarskleuren.


De lupines zorgen voor een mooi plaatje. 
Er zijn plekken in het bos en op de velden waar de bloemen uitbundig bloeien.


Tussen de bomen aan de rand van een akker staan de resten van een klein kapelletje waar een atelier in gevestigd blijkt te zijn.

                                        Een fraaie tafereeltje bij laagstaande zon.

Het was erg gezellig. Mirte had ons uitgenodigd om te blijven eten en een lekkere maaltijd met couscous gemaakt, waarin ze allerlei verse groenten had verwerkt.
Buiten zittend in het warme zonnetje met een mooi uitzicht op de prachtige bomen kreeg ik spontaan het gevoel of ik zelf al met vakantie was.


vrijdag 18 mei 2012

Gebabbel.


Het volgende fragment hoort wat mij betreft thuis in de categorie ‘gebabbel’. Ik zou het kunnen vervangen door een stukje over hoe ik heb ontbeten, welke kleren ik vandaag heb aangetrokken, over hoe gezellig het was op de markt in de Bijlmer en verder alles wat verder volledig oninteressant is. Waarom dan toch op mijn weblog geplaatst?
Misschien omdat ik geen zin had om weer een stukje te schrijven over Henk Bleker, die tot mijn genoegen een stevige deuk in zijn ego heeft opgelopen nu hij niet de nieuwe lijsttrekker van het CDA is geworden.
Of over het verband tussen voedsel, normen, waarden, levensstijl en gezondheid dat mij de laatste tijd bezig houdt. En waarin ik de verklaring zoek van de slechte gezondheid waarmee veel mensen kampen.
Of hoe ik het een fascinerende gedachte vindt dat onze dromen beschouwd kunnen worden als een commentaar op de wijze waarop wij betekenis verlenen aan ons leven.
En zo waren er nog meer items waar ik even geen energie in wilde steken. Dat komt misschien een andere keer wel weer.
Ik had het hier bij kunnen laten, maar wie zal het mij kwalijk nemen als ik iets van de blijheid die ik voel over alle voorpret die behoort bij de vakantie ventileer ? Dat wordt het dus en verder heb ik niets te zeggen.
Ik dacht nog vijf weken te kunnen lesgeven tot aan de toetsweek, maar een leerling wees mij er fijntjes op dat het nog maar vier weken zijn. Eerst geloofde ik haar niet eens, maar ze bleek toch gelijk te hebben. Oh, wat heb ik een hekel aan leerlingen die gelijk hebben. Nu zal ik mijn lesprogramma moeten aanpassen. (N.B. Ik moet even over mijn nek gaan van mezelf. Wat een gezwam. Maar ik ga dapper door met het ‘gebabbel’. Zo snel geef ik niet op.)
Inmiddels beginnen de vakantieplannen vorm aan te nemen. Ik heb me voor enkele weken ingeschreven bij Buitenkunst en vandaag heb ik de trein naar Station Amsterdam Arena genomen om bij Decathlon  een vierpersoonstent en een tweepersoonstent van Quechua te kopen.
Zoals bekend kun je  die Quechua tentjes in slechts enkele tellen op zetten en, mits je weet hoe je dit moet doen, in een paar minuten weer afbreken. Voordat we er mee naar Frankrijk gaan zal ik er eerst mee oefenen, want ik vrees dat het anders een stuk langer gaat duren. (Who cares, sucker?)
En vanavond hebben we de rest van de overheerlijke  uiensoep die ik gisteren gemaakt heb gegeten.
Ruik maar.

donderdag 17 mei 2012

Klussen


Sommige mensen nemen een hond als ze behoefte hebben aan zo af en toe een praatje. Maar ik verzeker je dat als je het voor je deur opengebroken plaatsje opnieuw gaat bestraten je minstens zoveel aanspraak hebt.
Ik heb er lang tegenaan staan te hikken, want de klusser in me is al jaren geleden met vakantie gegaan. Alleen als er niet aan te ontkomen valt komt hij even langs om de hoognodige werkzaamheden te verrichten en neemt daarna zo snel mogelijk weer afscheid. Daarom moet er in huis ook nog steeds het nodige gedaan worden.
Helaas had ik vrij vandaag, we hadden geen plannen om ergens naar toe te gaan en bovendien scheen het zonnetje.
Dus ik aan de slag. Reeds na vijf minuten klonk het “Lekker bezig vandaag”. Iemand van verderop uit de straat. Om er gelijk aan toe te voegen “Het wordt vandaag de mooiste dag van de week”.
“Dan kan ik beter wat anders gaan doen”, antwoordde ik, waarop hij in lachen uitbarstte.
Weer vijf minuten later kwam er kwam er iemand voorbij die haar hond had uitgelaten.
“Het lijkt wel of het een beetje onregelmatig ligt”, was het eerste wat ze zei.
“In Frankrijk vinden we zoiets juist pittoresk als we er met vakantie zijn.”
“Ja, maar dan ga je na twee weken weer naar huis”, was haar reactie.
Even later kwam Karel op zijn fiets voorbij. Ik probeer hem altijd te ontwijken, want hij zo’n plakker. Je kent die mensen wel. Je vraagt beleefdheidshalve tijdens het passeren hoe het met ze gaat en een kwartier later sta je nog met ze te ouwehoeren.
Deze keer kon ik natuurlijk niet aan hem ontsnappen. Gelukkig zag hij na tien minuten een ander slachtoffer en kon ik verder.
Toen kwam de visite. Mijn buurman bleek jarig te zijn.
In het voorbij gaan moesten ze allemaal even wat tegen me zeggen. Niet opdringerig of zo, maar ze wilden blijkbaar allemaal hun waardering voor mij uiten.
Mijn buurman heeft last van zijn rug, al verdenk hem er van dat hij gewoon lui is. Maar omdat de buurvrouw zo slecht ter been is en ik van de zandbak voor de deur af wil, vond ik het geen probleem om gelijk ook het gedeelte voor hun deur te bestraten. En daar was ik net mee bezig toen er voortdurend kleine groepjes ooms en tantes en neefjes en nichtjes aan kwamen lopen.
Na enkele uren was ik toch klaar en nu zit ik met een pijnlijke rug achter de computer.
Het resultaat van mijn inspanningen is waardeloos. Alsof er een olifant heeft staan te dansen voor de deur. Maar om alles er nu weer uit te halen…
Ik wacht wel tot volgend jaar. Ze zeggen dat zo’n plaatsje nog een beetje zakt als het net bestraat is.
Nu hoop ik maar dat het op de juiste plekken zakt, want anders  moet ik binnenkort toch maar hier en daar de stenen er uit halen en opnieuw leggen.  Dat doe ik dan wel als ik behoefte heb aan een praatje.

woensdag 16 mei 2012

Arif Sağ



Oh, hoe kon ik zo stom zijn om die douanebeambte te vragen om mijn koffer weer netjes in te pakken die hij, in zijn speurtocht naar contrabande,  net overhoop gehaald had.  Dat heeft hij mij goed laten voelen.
Zonder veel te zeggen nam hij de camera die ik in New York gekocht had in beslag en zei me dat ik deze weer op kon halen op het douanekantoor. Ik moest daarvoor eerst de nodige formulieren invullen en een fikse boete betalen. Een harde les voor een 17-jarige die net terug kwam van zijn eerste buitenlandse reis als varensgezel.
Wat begreep ik de wereld toen ook al slecht. Gezien mijn ervaring als klein kind met een agent, die het nodig vond om mij een stevige schop onder mijn kont te geven omdat ik wat druk was in de rij voor de film in het buurthuis, had ik moeten beseffen dat je voor een mens in een uniform uit moet kijken. Want je moet maar afwachten of de ongeschreven regels van het fatsoen, die van toepassing zijn op het gedrag tussen gewone burgers die geen uniform dragen, nog gelden als je te maken krijgt met het geüniformeerde gezag. Of dit nu in de vorm is van een parkeerwachter, een controleur in de tram of trein, een portier, bewaker, agent of douaneambtenaar. Een uniform geeft je blijkbaar het recht om op gezag van anderen je autoriteit te laten gelden naar eigen inzicht.
Helaas reikt dit inzicht voor sommige uniformdragers niet verder dan de regels die zij moeten handhaven.  Het lijkt er op dat niet van hen wordt verwacht dat zij daar een eigen interpretatie aan geven of zelfs maar over nadenken. Het lijkt er ook op dat zij in hun opleiding geleerd hebben elk gedrag, dat te interpreteren valt als verzet tegen deze regels, onmiddellijk de kop in te drukken.
Nee, ga vooral niet in discussie en laat zien wie er de baas is.
Maar het ziet er deze keer toch naar uit dat enkele ambtenaren, in hun ijver om de regels na te leven, daar iets te ver in zijn doorgeschoten. En nu dreigt er een diplomatiek relletje met Turkije.
Op internet kun je lezen dat “Een concert van de Turkse zanger Arif Sag het afgelopen weekend niet is doorgegaan wegens het strenge toelatingsbeleid voor niet-EU-burgers in Nederland. Sag werd op Schiphol zo lang ondervraagd en hij moest zo lang wachten, dat hij Nederland niet meer in wilde en het eerste vliegtuig terug naar Istanbul nam. Sag zou op uitnodiging in ons land optreden in het kader van 400 jaar diplomatieke banden tussen Nederland en Turkije. “
Voor de goede orde, in het nieuws werd niet alleen vermeld dat het lange wachten Sag zo irriteerde, maar vooral de onbeschofte behandeling die hij kreeg. Zo zou hij, toen hij de uitnodiging om naar Nederland te komen liet zien, deze zo in zijn gezicht gesmeten hebben gekregen. Ik was er niet bij, maar ben geneigd om deze aantijging te geloven. Natuurlijk omdat ik bevooroordeeld ben en mensen in uniform wantrouw.
Enkele dagen eerder, toen hij naar Nederland kwam om te repeteren, zou hij ook al niet al te fatsoenlijk behandeld zijn.
Probeer je voor te stellen hoe het voelt als je wordt uitgenodigd om als artiest een bijdrage te leveren aan een  feestelijke gebeurtenis en dat je dan zo wordt ontvangen aan de grens.
Ik ben ook wel eens tot in mijn bilnaad gefouilleerd aan de Israëlische grens, maar ik was daar niet op uitnodiging. Waarmee ik niet wil zeggen dat Arif Sag deze intieme visitatie heeft moeten ondergaan.
Hij zal zijn saz gewoon in een valies hebben meengenomen en niet rectaal hebben vervoerd.  
Inmiddels hebben al enige politieke partijen in de 2e kamer hun verontwaardiging uitgesproken over de behandeling van Arif Sag. En heeft minister Rosenthal een onderzoek gelast.
Niet alleen de manier waarop deze artiest, die in Turkije een grote ster is, is behandeld door onze grensbewakers, maar ook de vele onzinnige en kortzichtige reacties die ik op internet gelezen heb op deze gebeurtenis, vind ik treurig. En de wetenschap dat dagelijks vele anderen aan onze grenzen te maken krijgen met soortgelijke behandelingen maakt mij er niet vrolijker op.
Nee, geüniformeerde gezagsdragers doen gewoon hun werk. Daar ben ik blij om en daar is ook niets mis mee. Maar sommige van hen hebben wel een erg grote pik en zijn daar snel op getrapt.
Ik hoop daarom dat deze gebeurtenis niet zonder gevolgen voor hen zal zijn.
Voor meer informatie over Arif Saz zie:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Arif_Sa%C4%9F

dinsdag 15 mei 2012

Voel je goed... SPAM ! Ik herhaal: SPAM


Vaak zet ik hier een of ander ouwehoerverhaal neer of ventileer ik mijn ongezouten mening over mensen en gebeurtenissen die mijn aandacht hebben getrokken. Ik wil dit blijven doen, want ik heb er veel lol in. Maar deze keer wil ik eens onvervalste reclame maken voor de duurzame kleding die mijn dochter Eva via haar website verkoopt en waar zij haar eigen ontwerpen op af heeft laten drukken. Heb je geen interesse, dan moet je zeker niet verder lezen. Tenslotte word je dagelijks door reclame bestookt en genoeg is genoeg. Maar misschien zoek je een origineel cadeautje. Of wil je de grote modezaken voorbij lopen en een keer iets duurzaam aanschaffen. Lezen kan geen kwaad en misschien vind je het ook wel leuk om iemand anders op haar website te wijzen.
Ik mag dat wel. Talent, zakelijkheid en oog voor het milieu gecombineerd. Uit bijgevoegd artikel blijkt dat ik beslist niet de enige ben die sympathiek staat tegenover duurzame mode. Je hoeft er misschien niet je hele kledingkast mee vol te hangen, maar het is toch goed om te weten dat iedereen er plezier aan beleeft. De maker omdat deze niet uitgebuit wordt, maar een normale beloning krijgt en zijn product heeft gemaakt onder goede arbeidsomstandigheden. De ontwerper, omdat zij nu haar leuke ontwerpen toegankelijk maakt voor een groter publiek. En de consument, omdat deze een origineel en duurzaam product in handen krijgt. Wat betekent dat ook het milieu zoveel mogelijk is ontzien.
Natuurlijk ben ik trots op haar. Of had je dit nog niet begrepen? Of je haar kleding mooi en betaalbaar vindt moet je zelf maar beoordelen. 
Wat let je om eens op haar website te kijken:  http://geneworks.nl/  ?

Lees ook eens het bijgevoegde artikel.
‘Modemerk verantwoordelijk voor duurzaamheid’
Uitgegeven:
26 april 2012 16:13
Laatst gewijzigd:
26 april 2012 16:17

AMSTERDAM – Klanten houden modemerken zelf aansprakelijk voor de manier waarop zij hun kleding produceren. Ze vinden dat de bedrijven verantwoordelijk zijn voor onder andere de duurzaamheid van hun producten.
Dat blijkt uit het duurzaamheidkompas dat donderdag werd uitgebracht.
Duurzame mode is voor 53 procent van de ondervraagden zelfs een must. Wat opvalt is dat 29 procent van de consumenten het vanzelfsprekend vindt dat haar of zijn favoriete kledingmerk duurzaam is.

Duurzaam
Bij het aankopen van nieuwe kledingstukken wil 62 procent van de consumenten weten of het product duurzaam is, maar 59 procent weet dat nu nog niet. Zes op de tien is van mening dat er onvoldoende gecommuniceerd wordt over duurzaamheid. 88 procent kent zelfs geen duurzame kledingmerken.

Dure merken
De klant denkt bij duurdere merken automatisch aan duurzame producten. Consumenten hopen dat als ze veel geld neerleggen voor een kledingstuk er een bijdrage gaat naar de duurzaamheid van het artikel van het merk.

Kledingindustrie
75 procent van de ondervraagden denkt dat slechte arbeidsomstandigheden en milieuproblemen voorkomen in de kledingindustrie. Daarvan denkt meer dan de helft (56 procent) zelfs dat dit vaak voorkomt bij productie van kleding die in Nederland te koop is.
Kinderarbeid wordt hierbij als grootste probleem gezien.
Recent onderzoek van de Landelijke India Werkgroep en SOMO laat zien dat zeventig kledingbedrijven, waaronder C&A en Primark, kleren kopen bij bedrijven in India die zich schuldig maken aan uitbuiting van minderjarigen.
© NUzakelijk

zondag 13 mei 2012

Moederdag.


Paula zegt altijd dat ik haar grootste kind ben. Daarom zet ik haar met moederdag altijd een beetje in het zonnetje. Mijn kinderen zelf doen niet aan moederdag en natuurlijk ook niet aan vaderdag .
Ik geloof dat ze daarmee gestopt zijn in hun pubertijd, die inmiddels ook al weer zo’n vijftien jaar geleden is.
Omdat ik vorige week nog langs ben geweest  bij mijn  moeder heb  ik vandaag niets van mij laten horen. Nu maar hopen dat mijn broers en zussen dit wel hebben gedaan en  even langs zijn geweest met hun bosje bloemen. Ik heb er vijf dus die kans is wel groot.
Gisteren stond ik nog in de rij voor het bloemstukje dat ik voor Paula wilde kopen en veel oudere mensen, die toch beter zouden moeten weten, verzuchtten dat het zo druk was. Stelletje zeikerds.
Rijen horen nu eenmaal bij het bestaan. Of je nu boodschappen gaat doen, een evenement bezoekt of, als je in zo'n armoeland woont,  je je portie rijst wilt hebben, zodat je weer een dagje kan toevoegen aan je miezerige bestaan.
Alleen de rijken hebben het voorrecht dat anderen voor hen in de rij gaan staan.
Toegegeven, ik noem die zeurpieten nu wel zeikerds, maar eerlijk gezegd heb ik ook een hekel aan rijen. Wie niet?
Zit ik ’s morgens in de trein en zie ik die lange rijen auto’s op de snelweg, dan prijs ik mezelf gelukkig dat ik nooit in de file hoef te staan. Als dit onverhoopt in de vakantie toch gebeurt dan zakt ook mijn goede humeur al snel naar een dieptepunt.
Maar laten we het over moederdag hebben. Dit stomme ‘Word-programma’ weet ook niet wat het is en ik voeg het daarom  toe aan mijn woordenlijst.
Eén keer per jaar een beetje aandacht besteden aan je moeder is toch niet teveel gevraagd?
Ik vind die hele moederdag een oubollig en commercieel ritueel. De bloemisten en drogisten zijn waarschijnlijk de enigen die er beter van worden en moeder zit soms ook niet op die drukte te wachten.
Als de kinderen nog klein zijn is dat natuurlijk anders. Zeker als ze van hun moeder houden vinden ze het leuk om dit te laten merken door bijvoorbeeld een mooie tekening voor haar  te maken of een verhaaltje voor haar te schrijven.
Maar als haar kinderen het huis uit zijn en zij gewend is hen vier of vijf keer per jaar te zien, is er grote kans dat zij zich overrompeld voelt door de komst van al haar kinderen en kleinkinderen. En terwijl zij voelt dat het bezoek als een opgave door hen wordt ervaren blijft zij lachen, snijdt ze de taart aan en schenkt de koffie in.
De kinderen zitten als geslagen honden ongemakkelijk in een kringetje om de tafel en weten niet goed wat ze zeggen moeten. Over enkele weken ook al vaderdag. Wat een gedoe.
Niet dat ze niet van hun moeder en vader houden. Maar waar heb je het nu met ze over?
Dus praatten ze maar wat over het weer en over hun vakantieplannen. Sommigen zijn hiermee gelijk uitgeluld. Als er een tuin is en het is mooi weer gaan ze daar even in zitten. Als er een voetbalwedstrijd op tv is gooien ze de tv aan. Zo is het tenminste nog een beetje uit te houden.
Gelukkig is het uur dat ze voor het bezoek hebben uitgetrokken snel voorbij. En nadat ze dan weer naar hun eigen huis vertrokken zijn en de stilte is weergekeerd ruimt vader, als er tenminste een vader is, de rommel op en zegt “Leuk dat ze voor je gekomen zijn, hè?”, terwijl hij zich afvraagt of ze straks als het vaderdag is niet samen ergens naar toe kunnen gaan om aan dit verplichte feestnummer te ontsnappen.
Ik ben er daarom voorstander van om moederdag en vaderdag alleen te vieren als er wat te vieren valt (Je hebt immers ook ouders die een slechte band met hun kinderen hebben) en de kinderen nog thuis wonen. Al krijg ik nu waarschijnlijk alle bloemisten en hun toeleveranciers en de drogisterijen over mij heen. Want behalve dat het een feestelijke dag moet zijn voor pa en ma gaat het er vooral om dat de kassa rinkelt.
Vandaag hebben Paula en ik met z’n tweeën er een gezellige dagje uit van gemaakt. En zo-even zei ze nog tegen me dat ze het een fijne moederdag had gevonden. Laten we dit voortaan dus maar gewoon 'partnerdag' noemen.

zaterdag 12 mei 2012

Godsdienst.


Wat is het toch fijn om een atheïst te zijn. Om te weten dat er geen God bestaat, geen hemel en geen hel. Dat wij zelf onze eigen hel of hemel maken in de korte tijd dat we hier zijn. Dat ons leventje geregeerd wordt door wetten en wetmatigheden en de grillen van het lot. Dat we zelf moeten leren om de verantwoordelijkheid te nemen voor ons leven.
Pas door het lezen van “De jakobsladder” van Maarten ’t Hart ben ik gaan beseffen hoe beklemmend voor sommigen hun Godsdienstige opvoeding kan zijn. En tot welke vreemde uitwassen dit kan leiden.
Niet dat Maarten zich in het boek negatief uit laat over het geloof. Hij beschrijft alleen maar hoe de mensen dit geloof een plek geven in hun leven en in hun relaties met anderen.
Maar dat is soms al pijnlijk genoeg.
Als je weten wil waarom ik zo blij ben dat ik niet ben opgegroeid in een gelovig gezin lees dan even de samenvatting van het boek die ik van internet heb afgehaald. Nog beter: lees het boek.
Degene die de samenvatting gemaakt heeft wordt niet genoemd, maar ik neem mijn petje voor hem of haar af.
Overigens besef ik dat sommige gelovigen juist heel veel liefde en vertrouwen hebben meegekregen vanuit hun geloof.  Dat dit hun leven heeft verrijkt.  En dat ze anderen er niet mee lastig vallen. Kijk, dat vind ik dan wel weer fijn voor hen. Blijf dan vooral geloven, zou ik zo zeggen. 
Het Leger des Heils krijgt van mij ook maandelijks een onbekend bedrag en die soldaten staan volgens mij positief in het leven.
Maar als het je leven en je relaties met anderen verziekt zou ik toch eens het atheïsme proberen. Kan je een heel gelukkig mens mee worden. Onder alle omstandigheden, goed of slecht.


De Jakobsladder. Auteur: Maarten ’t Hart.

Het verhaal wordt verteld vanuit Adriaan Vroklage, de zoon van de koster van de Gereformeerde Kerk. Als Adriaan op zijn elfde naar Rozenburg wordt gestuurd om bij verre familie nog wat eten te halen, wordt hij verliefd op zijn achternichtje Klaske. Als hij terugkomt van dat familiebezoek, vangt hij thuis op dat iedereen in Maassluis denkt dat hij dood is. Een jongen is terecht gekomen in de schroef van een schip. Alleen het litteken op zijn knie was nog te zien. Omdat Adriaan ook een litteken op zijn knie heeft zitten, dacht zijn vader dat hij in de schroef terechtgekomen was. De vraag is dus al snel welk jongetje het dan wel was. En nu is het Adriaan die met een antwoord komt. Hij had Jan Ruygveen op de kant zien staan. De politie wordt gewaarschuwd en de dood van Jan is een feit. Adriaan voelt zich schuldig en verantwoordelijk voor de dood van Jan. Hij besluit volgens de Kerk te handelen en boetedoening te doen. Hij komt in contact met de broer van Jan, Anton Ruygveen. Het lukt hem om vrienden te worden, en hij komt in een andere wereld terecht. De familie Ruygveen is streng calvinistisch. Anton, zijn zus Hendrikje en zijn broertje Job mogen haast niets. Bijvoorbeeld niet schaken, terwijl Anton extreem goed is, en niet fotograferen, terwijl Hendrikje zeer fotogeniek is.
Verder speelt de godsdienst een grote rol in het boek. In de tijd waarin het boek speelt bestaan veel soorten kerkgenootschappen, die allemaal op elkaar lijken. De kerk waar Anton’s vader koster is, is nog redelijk groot, maar ook hier gaat het mis. De manier van handelen van de nieuwe dominee wekt wantrouwen van een gedeelte van de aanhang, en er ontstaat een kerkscheuring. De vader van Adriaan raakt hiermee zijn baan kwijt, omdat hij geen partij durfde te trekken.
Ondertussen is vader Ruygveen zijn eigen kerk begonnen. Hij trekt veel mensen naar zijn dienst. En hij gaat helemaal op in zijn werk, is amper nog thuis en kijkt niet veel meer om naar zijn gezin. Deze kans grijpen Job en Hendrikje aan om het ‘met elkaar te proberen’. Anton zorgt via de LTS voor condooms. Vanaf deze periode raakt de familie Ruygveen echt in verval. Al snel is Hendrikje het zat om maar onder het regime van de kerk te blijven en ze vertrekt na een ruzie met haar vader naar de stad. Het gerucht gaat dat ze achter het raam zit als hoer in Delft. Anton vraagt of Adriaan dat wil nagaan, hij maakt toch elke avond lange fietstochten. In Delft krijgt Adriaan de schrik van z’n leven. Hendrikje zit inderdaad achter het raam.. Als hij Anton dit vertelt vraagt deze of hij het niet wil doorvertellen aan Job, hij lijdt onder het missen van zijn zus. De volgende dag krijgt Adriaan via via te horen dat Job zich heeft opgehangen. Dat het door Hendrikje komt is duidelijk, maar wie het hem heeft verteld wordt niet duidelijk gemaakt.
Anton is na de LTS universeel slijper geworden bij een grote fabriek. Maar hij vindt het werk niet leuk, vervelend en saai. De oproep voor dienst komt dan heel erg gelegen. Hij wordt aangenomen als wasser bij de marine, en hij maakt één grote reis naar de west. Als alle bemanningsleden naar de hoeren gaat hij monumenten bekijken, het heeft te maken met de boetedoening die hij zichzelf opgelegd heeft. Terug in Nederland staat iedereen heb op te wachten. Zijn zusje, Anton en zijn ouders.
Kort hierna komt hij een meisje tegen als hij aan het wielrennen is. Zij gaan wat drinken, en ze komen erachter dat ze elkaar van vroeger kennen; het meisje is Klaske. Zij werkt in een inrichting en vraagt of hij zin heeft er te komen werken. Aangezien Anton het helemaal heeft gehad in de metaalindustrie, wordt hij opgeleid tot verpleger. Nu komt weer de boetedoening om de hoek kijken, hij wordt verliefd op Klaske, maar durft niets te beginnen.
Wanneer Adriaan in de kliniek rondloopt, loopt hij een bekende patiënt tegen het lijf: meneer Ruygveen. Ruygveen is doorgedraaid toen zijn familie uiteenviel. Nadat Job zich had opgehangen, stierf zijn vrouw van verdriet. Anton wil naar het buitenland, en Hendrikje is hoer in Delft. Hij kon het allemaal niet meer aan. Op gegeven moment vertelt hij Adriaan wat er die ochtend tien jaar geleden was gebeurd: Jan pleegde zelfmoord. Hij had een briefje achtergelaten waarop stond dat hij eenzaam was en dat hij geen vrienden kon maken.
Toen besefte Adriaan dat hij geen schuld had aan zijn dood, en dat hij voor niets boetedoening had gedaan..
Bron: http://www.scholieren.com/boekverslagen/15585

woensdag 9 mei 2012

Politici


Soms, als er een stilte in een gesprek valt, hoor je zomaar iemand zeggen dat sommige politici echte gluiperds zijn. Voor de lezer: andere woorden voor gluiperd zijn genieperd, gladjanus, huichelaar, schijnheil, stiekemerd, smeerlap en zo zijn er nog een paar. Duidelijkheid kan geen kwaad.
Ik spreek deze mensen nooit tegen. Ze zullen het toch niet over Henk Bleker, Gerd Leers of Marja Bijsterveldt hebben, vraag ik mij dan af. Of Opstelten, Schilders of Kamp?
Net als andere gezonde Nederlanders denk ik gelukkig zelf nooit aan de hard werkende mensen die ons op het zachte donzige pluche in Den Haag vertegenwoordigen. Waarom zou ik?
Blijkbaar doet degene die zegt dat sommige politici echte gluiperds zijn dat wel en daar zal deze persoon dan wel een reden voor hebben, denk ik dan.
Eén keer in de vier jaar breng ik mijn stem uit en meer verantwoordelijkheid voor het besturen van dit drassige landje wil ik niet.
Deze keer zal het miss Sappig van Groen Links worden die mijn stem krijgt. Ik vind die lieverd toch zo’n guitig kopje hebben. En er zit nog wat in ook. Wat wil je nog meer?  Ik gun het haar om mij na de volgende verkiezingen te mogen vertegenwoordigen, de schat. En ik weet zeker dat ze dit goed zal doen. Het is immers niet niks om in tijden van crisis nog wat geld vrij te kunnen maken voor de bescherming van de restjes natuur die ons nog resten. Want dat schijnt ze gedaan te hebben. Nee, ik heb geen cijfers. Ik weet niet eens of het waar is. Maar ik wil het graag geloven. Jolande als een soort lieve groene toverfee, die met haar toverstaf die deugniet van een Henk Bleker in zijn onderbroekje zet. Want ik heb begrepen, en mijn excuses als ik het fout heb, dat hij het liefst van Nederland één grote megastal zou willen maken, maar daar nu van af ziet nu hem de macht uit handen is genomen door de val van het kabinet.
Nee, ik denk niet aan politici. Of het moet toevallig zijn. Laatst nog zag ik een man op tv en ik dacht ‘Wat heeft deze man een markante hondenkop’. Ik werd op slag vervuld met liefde voor hem toen ik de pretlichtjes in zijn vriendelijke ogen zag. Zijn mooie donkerbruine stem, waarmee hij op rustige toon de verslaggeefster te woord stond, dreigde mij in slaap te wiegen. Maar de zelfgenoegzame grijns op zijn gezicht haalde me weer terug naar de werkelijkheid.  
Zegt mijn vriendin “Kijk, daar heb je Opstelten weer”. Mr. Opstelten? Ach ja, de man van de wietpas. De olijke regent uit Rotterdam die zijn talenten ten diensten wilde stellen aan een groter publiek dan de bevolking van Rotjeknor. En rust en veiligheid heeft terug gebracht in Venlo en Maastricht door de Drogensüchtige door te sturen naar Nijmegen.
De verslaggeefster vroeg hem nog schalks of hij er zelf ook eentje zou aanschaffen, maar hij zei glimlachend dat hij zijn eigen huisdealer had. Dat was natuurlijk een grapje van hem, want de man rookt volgens mij helemaal niet  en zal ook wel niet drinken. Als hoeder van onze normen en waarden zou hij graag zien dat niemand rookt en iedereen de fles laat staan. Waar zeker wel wat voor te zeggen valt.
Zo’n man moet het zwaar vallen om onze broeders van de hermandad steeds weer een fatsoenlijk salaris te ontzeggen. Je kunt aan hem zien dat hij zijn agenten graag uit eigen zak zou willen betalen, ware het niet dat deze leeg is.
Ja, mijn gedachten schieten alle kanten uit als ik aan politici denk. Ik verlies totaal de controle.
Daarom laat ik het hierbij en ga eventjes rustig naar een dvd-tje op mijn computer kijken. Doe ik vanavond toch nog wat nuttigs.

woensdag 2 mei 2012

De sportschool.

Wat ben ik toch een puddingtarzan. Een miezerige vent van 162 centimeter en 65 kilo. Dat werd mij vanmorgen op de sportschool van Gerard, waar ik vroeger jiujitsu van kreeg, weer eens duidelijk.
Paula heeft mij een kaart gegeven waarmee ik 10 keer de sportschool onveilig kan maken. Als het mij bevalt krijg ik van haar een abonnement. En vanmorgen ben ik voor het eerst met haar gaan sporten.
Zo’n  vijftien jaar geleden had ik mij voor het laatst uitgesloofd op de martelwerktuigen die je in een sportschool vindt.
In de ijdele veronderstelling dat het misschien nog wat met me zou worden. Bovendien was het in de baas zijn tijd en ook allemaal betaald door hem. Hij hield er toen ook al van om gezond personeel in huis te hebben. Dat helpt ze bij het zoeken naar een nieuwe baan als hij ze, zoals nu, massaal ontslaat.
Inmiddels koester ik mij geen illusies meer. Misschien dat ik dat kleine pensje nog weg kan werken voor de grote vakantie. En mezelf weer zo’n veertig  tot vijftig keer opdrukken. Wat niet veel voorstelt, want sommigen kunnen het wel honderd keer.
Ook het aantal sit-ups blijft hangen rond de vijftig maar daar ben ik wel tevreden over.
Twintig minuten achtereen heb ik staan zweten en zwoegen op een machine die wel je kuiten en dijbenen  belast , maar niet je hamstrings. Dat biedt toch perspectief als ik zou besluiten om weer te gaan trainen voor de marathon.
Om mij heen zag ik enkele erg mooie meiden, maar ook een paar van die zielige typetjes die na de training een reep chocolade of een mars eten om hun energie weer terug te krijgen. Ik kan het ze niet eens kwalijk nemen, want hoe hard ze ook zwoegen, strak in hun vel komen ze nooit. En dat stemt hen droevig en mij ook wel een beetje.
Bij de kerels was het niet veel beter. Wat een kolossale massa’s vlees en vet. Mannen die het advies hadden gekregen om meer te bewegen om de kans op een hartstilstand te verkleinen. Volgens mij wordt die kans alleen maar groter als je je lichaam zo zwaar belast.
Maar er waren er ook jongere gasten,  die serieus werk maakten van hun lijf.
Jaloers stond ik stiekem naar ze te kijken met een zo neutraal mogelijke blik. Ze hoefden niet te weten dat ik hen om hun strakke lijf benijdde.
Na deze eerste keer zullen er wel meerdere keren  volgen. Puddingtarzan moet in de revisie.
Ik weet dat het nooit meer wat met me zal worden. Alles slijt en dondert na enige tijd in elkaar.
Dit geldt niet alleen voor de buitenkant maar ook voor de binnenkant.  Ik ben daar geen uitzondering op. Volgens sommigen moet je juist op mijn leeftijd (60) wat rustiger aan gaan doen. Net als bij machines verslijt een lijf nu eenmaal sneller als je het te vaak en te zwaar belast.
En daar zit zeker wel iets in. De oudjes van negentig die Paula in haar werk als wijkverpleegkundige tegen komt zijn bijna allemaal zonder uitzondering nooit echt sportief geweest.
Ze zijn zo oud geworden door het vooral rustig aan te doen en matig te zijn met zowel eten als bewegen. En zich niet te druk te maken.
Misschien wil men de vergrijzing wel stoppen door iedereen aan het sporten te krijgen.  Het zou zo maar kunnen. In ieder geval varen de sportscholen wel bij de ijdelheid van de mens.