December staat op de stoep. Een dure tijd, maar ook een van gezelligheid. Als je tenminste de winkeliers moet geloven. Maar deze zijn niet geheel onpartijdig.
Gehersenspoeld door het een idee dat dit een maand is waarin het gezin bij elkaar moet zijn, zodat men de warmte en gezelligheid met elkaar kan delen, heb ik als onnozele 18-jarige, toen ik nog op de vaart zat, een wereldreis door mijn vingers laten glippen omdat ik met kerstmis thuis wilde zijn.
Vanaf Rotterdam zouden we via het Panamakanaal over de Grote Oceaan naar Japan en Indonesiƫ varen en via diverse andere landen en Kaap de Goede Hoop weer naar Nederland.
Hoe deze kerstmis thuis was ben ik vergeten, maar die wereldreis is er nooit meer van gekomen en
dat weet ik nog steeds.
Inmiddels weet ik dat kerstmis niet alleen een tijd is van gezelligheid en warmte maar ook voor velen een tijd van eenzaamheid en verdriet.
Oude mensen slepen zich vanaf nu met hun laatste reserves de winter door, om bij het gloren van de eerste lentezon dood neer te vallen.
Anderen, die nog niet op respectabele leeftijd zijn maar zich wel al heel oud voelen, worden door een winterdepressie overvallen en komen pas weer tot leven bij de lichtstralen van datzelfde voorjaarszonnetje.
En dan heb ik het nog niet eens over de mensen die een partner missen of iemand anders waar ze een sterke band mee hadden. Of de daklozen, de soldaten eenzaam ver van huis, de zeelui, de zieken, de hongerigen, de gevangenen, de onnozelen.
Zij allen moeten het maar uitzoeken, want het zijn feestdagen en de meeste van hen hebben geen enkele reden om feest te vieren. Wat mij bracht tot het in elkaar flansen van het volgende 'gedicht'.
Om in de sfeer te blijven
De tafel is feestelijk gedekt
Het huis hangt vol met heerlijke geuren
Maar Karel en Hannie in hun kartonnen doos
Zitten beiden weer eens flink te meuren
Nellie staart verdrietig uit het raam
Zij mist haar man, ze zijn gescheiden
Hij woont nu bij een andere vrouw
En braadt een reebout voor hen beiden.
Joris is nu in zijn tweede jaar
Hij moet nog zeven jaren brommen
Nooit komt er iemand op bezoek
Maar ’t kan hem nu niet meer verdommen
Bart zit in zijn schuttersputje en bidt tot God
“God, zorg alsjeblieft goed voor mijn oude moeder.
Ze staat er sinds Pa’s dood helemaal alleen voor.
Niemand anders zorgt voor ’t arme loeder.”
Kees speelt met zijn piemel, geil en eenzaam
Riet, zijn vrouw, ligt te snurken in haar pyamapak
De kerstklokjes klingelen, het is bijna kerstmis
Hans schopt de stoel weg….. het touw staat strak
Geen opmerkingen:
Een reactie posten