vrijdag 18 november 2011

Wie gelooft er nog in snikkelkaas?

Bijna 5 december. Al weer vijfendertig jaar geleden dat ik mezelf op Sinterklaas met zak en al cadeau deed aan Paula. Een mooier cadeau heeft ze hierna nooit meer gehad.
Het was liefde op het eerste gezicht. Van mij naar haar althans. Zij vond me geloof ik wel aardig.
Vanaf het begin hebben we elkaar het nee-woord gegeven en elkaar duidelijk gemaakt dat we nooit met elkaar zouden trouwen. Zo’n meisje zocht ik en zij zocht blijkbaar zo’n jongen.
Een mensenleven lang niet getrouwd. Mijn moeder zei het destijds al. “Johnny, jij bent geen man voor het huwelijk.” En hoe gelijk heeft ze gehad.
Soms besluiten mensen na jarenlang te hebben samengewoond om ook voor hen zelf duistere redenen alsnog met elkaar te trouwen. Opmerkingen van anderen zoals “Als jullie toch bij elkaar blijven , waarom gaan jullie dan niet trouwen?” of “ Zouden jullie kinderen het niet leuker vinden als jullie getrouwd zouden zijn?” roepen twijfels op bij het stel omdat ze eigenlijk niet goed kunnen duidelijk maken waarom ze gekozen hebben voor samenwonen boven het huwelijk.
Eerlijk gezegd zou ik dat ook niet kunnen. Maar ik zou ook niet weten waarom ik een voorkeur voor het huwelijk moet hebben boven het samenwonen. Want waarom in Godsnaam trouwen mensen eigenlijk als zij ook gewoon kunnen samenwonen? Kan iemand mij dát uitleggen?
Enfin, men laat soms na jaren te hebben samengewoond alle weerstand varen en trouwt met elkaar. Scheiden kun je immers altijd nog na zo’n elf jaar, wat de gemiddelde duur is dat menig huwelijk stand houdt.
De kinderen of kleinkinder worden dan bruidsmeisjes en bruidsjonkers en hoewel er niet meer door de bruid op was gerekend beleeft zij alsnog de mooiste dag van haar leven. Whoopie!
Hierna kan het alleen nog maar bergafwaarts gaan.

Ook met hem komt het soms nooit meer goed. En dat allemaal door één moment van zwakheid.
Het besef dat hij nu een gehuwd man is kan te confronterend zijn en er bestaat een kans dat hij decompenseert.
Ik ken geen cijfers, maar angst, verwardheid en gevoelens van depressie kunnen bij hem het gevolg zijn van het huwelijk. Of dit ook geldt voor haar weet ik niet. Zou het voor mij gelden? Vast en zeker. Ik word al depressief bij de gedachte hieraan.
Gelukkiger zullen de meesten die jarenlang samengewoond hebben en alsnog trouwen samen niet worden, denk ik. Waarom zouden ze? Dus net als in alle voorgaande jaren verwacht ik op 5 december geen huwelijksaanzoek en ook ik heb zelf geen plannen om een dergelijk aanzoek te doen. Allemaal flauwekul. Zoiets doe je een ander niet aan. En zeker niet op 5 december.

Ja, 5 december. Je zou het bijna vergeten. Het is weer de tijd voor het heerlijk avondje.
Kleine kinderen, net zindelijk geworden na een intensieve plastraining, plassen van de spanning weer in hun bed, opgefokte ouders staan met een mand vol overbodige rotzooi in de rij bij de kassa van het een of andere warenhuis en in het hele land piekert men zich suf hoe men dit jaar wèl met een origineel cadeau op de proppen kan komen bij partners, kinderen of vrienden. Kortom, ellende. Wij schuiven dit nog even voor ons uit naar de kerstdagen. En ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik het altijd weer heel erg naar mijn zin heb als iedereen er is en de cadeautjes worden uitgepakt.
Niemand komt helaas onder de druk uit die de feestdagen steeds weer met zich meebrengen. Want gezellig zal het worden. Crisis of niet. Behalve natuurlijk als schoonmama en schoonpapa besluiten om ook te komen.
Bij de kassa van een supermarkt hoorde ik hoe een man aan zijn vrouw vroeg of ze niet vergeten was een cadeautje te kopen voor hun dochter.
“Ach”, reageerde de vrouw. “Ze gelooft er toch niet meer in. Ze zit nou net op zo’n leeftijd dat ze er aan begint te twijfelen.” Ik zag dat ze rode koontjes kreeg van het gesprek, want iedereen stond natuurlijk mee te luisteren. De man reageerde niet. Hij had al jaren geleden afgeleerd om zijn vrouw tegen te spreken.
Die wendde zich tot de jongen achter de kassa. Ze wees op een kleurboek. ”Hoeveel kost –ie?”
“Twee euro vijftig, mevrouw”, was het antwoord. Er volgde een kleine aarzeling. En dan “Doe maar”.
Was ze van het gezeik af.
In dit blok heb ik mijn piekbelasting. In normaal Nederlands: dan geef ik het meeste les. In het team zijn er vier docenten voor langere tijd uitgeschakeld. Iedereen die nog wel werkt heeft het gewoon erg druk.
Zou het door de vermoeidheid of deze drukte komen dat ik mij gisteren nog versprak in de klas en opmerkte dat, met al die informatie die ze van internet kunnen halen, geen kind echt meer gelooft in snikkelkaas?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten