maandag 14 november 2011

Muziek

Er was eens een man die gevangen zat en elke dag werd gemarteld. Niet met stokslagen of met een of ander martelwerktuig, maar met zijn lievelingsmuziek. De muziek die hij hoorde toen hij zijn vrouw leerde kennen, de muziek die er gespeeld werd op zijn trouwdag. De muziek die hij op een oude platenspeler draaide toen hij zat te wachten op de geboorte van zijn eerste kind, de muziek die het einde van de winter aankondigde en de kleuren en geuren van de lente verwelkomde.
Het was deze muziek die hem nu herinnerde aan gelukkiger tijden. Aan een leven dat hij als toneelspeler en komiek had geleefd in de tijd dat je nog alles kon zeggen of schrijven zonder dat je bang hoefde te zijn voor vervolging en straf.
Dit alles was nu al vele jaren voorbij. Hij wist niet of er nog iemand van zijn gezin in leven was, of zijn vrienden er nog waren. Hij wist niet wat er verder in de buitenwereld gebeurde, hij wist niet eens wie zijn kwelgeesten waren, want hij zat in eenzame opsluiting terwijl uit de luidspreker aan het plafond steeds weer de muziek klonk. Het maakte hem krankzinnig.
Toen werd zijn celdeur op zekere dag open gegooid. Er stond een man met een vuile overall in de opening die riep “ Broeder, je bent vrij”, waarna hij doorliep om de andere celdeuren open te maken.
De man kreeg, nadat hij zich gewassen had en door een arts grondig was onderzocht, schone kleren en een warme maaltijd. Men gaf hem een chipkaart voor het openbaar vervoer en daarna werd hem verteld dat hij naar huis kon gaan.
De bruine uniformen op straat waren verdwenen. De gehate rode vlag met het vlammende zwaard wapperde nergens meer. Er liepen mensen rond in groene uniformen. En de vlag was nu geel, met een blauwe gebalde vuist in het midden.
Op de voorpagina van een krant zag hij dat er ruim zeven jaar was verstreken sinds hij was vastgezet.
De man had in zeven jaar geen contact gehad met vrienden , kennissen of familie en hij haastte zich naar huis, maar de straat waarin hij gewoond had bestond niet meer.
Moedeloos sjokte hij naar het park waar hij vroeger de eendjes voerde met zijn dochter en zette zich neer op een bankje aan de vijver.
Er kwam een vrouw voorbij met een kinderwagen. Ze stopte bij de bank en ze vroeg aan de man of de plek naast hem vrij was. Hij knikte. Ze ging zitten en beiden raakten aan de praat.
Hij ontdekte dat zij haar man zeven jaar geleden kwijt was geraakt. Van de ene dag op de andere was hij zomaar verdwenen. Nooit had ze meer wat van hem gehoord.
Zij hadden samen een dochtertje van drie. Het meisje was nu tien. Ze liet hem een foto zien. Na enkele jaren was ze opnieuw getrouwd.
Drie maanden geleden was er een revolutie in het land uitgebroken. Na enkele dagen al verdween haar echtgenoot en zij was opnieuw alleen.
Nadat ze zo over haar leven verteld had vroeg ze aan de man waar hij vandaan kwam en of hij misschien getrouwd was. Hij vertelde dat hij jarenlang gevangen had gezeten en vandaag pas vrij was gekomen. Dat hij terug gegaan was naar zijn woning, maar dat de straat waarin hij gewoond had verdwenen was. Hij huilde toen hij haar dit vertelde, al probeerde hij zijn tranen in te houden.
Nadat hij zijn verhaal verteld had was het even stil tussen hen beiden. De man keek in de kinderwagen en zag daar een kindergezichtje met een lieve lach dat hem met stralende ogen aan keek.
“Ik had uw eerste man kunnen zijn”, zei hij. “Het is zeven jaar geleden dat ik ben opgepakt. Ik was toneelspeler en ik zei dingen die het regime niet welgevallig waren. Ik had een dochtertje dat, als het nu nog leeft, tien jaar is. Net als uw dochter.”
De vrouw keek hem peinzend aan. “Komt u met me mee. Dan gaan wij beiden mijn dochter van school halen. En daarna gaan we naar mijn huis. U kunt bij mij komen eten als u dit wilt. Ik heb nog een kamer over. Die wil ik best aan u verhuren.” De man was aangenaam verrast en zei dat hij haar uitnodiging accepteerde.
De dochter van de vrouw was een vrolijk kind. Ze had blijkbaar een toegankelijk karakter en al in het eerste kwartier had ze vriendschap met de man gesloten.
Met z’n drieën wandelden ze naar een groot flatgebouw, waar de vrouw een woning huurde op de bovenste verdieping.
Nadat de vrouw gekookt had gingen ze aan tafel. Omdat ze van een romantische sfeer hield zette de vrouw een plaatje op. De man barstte opnieuw in tranen uit toen hij de muziek hoorde. Muziek, die hij zeven jaar dag in dag uit had gehoord, tot hij gek was.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten