Het is herfst en voor mij is dit een periode van overpeinzingen. Niet over al mijn zonden, want zo lang duurt de herfst niet. Maar over de vergankelijkheid van alles en hoe mooi dat eigenlijk is.
Lees vooral niet verder als je dit geouwehoer vindt. Deze woorden zijn dan niet voor jou geschreven.
Wat mij bezig houdt is mijn persoonlijke nietigheid en de nietigheid van iedereen in het algemeen.
Terwijl wij dit meestal niet zo ervaren. Wij zijn de nieuwe onsterfelijken. Eén wereld naar de klote helpen is een peulenschilletje. Het heelal ontwrichten, daar ligt de uitdaging.
Wij hebben het gevoel dat wij de wereld kunnen overzien en zelfs in de toekomst kunnen kijken.
Maar onze eigen wereld is klein. Enorm klein. Als je al duizend mensen kent, besef dan dat dit het geboorteoverschot is van nog geen vier minuten. Zoveel mensen zijn er in vier minuten toegevoegd aan de zeven miljard die er verder nog rond huppelen. De mensen die in die vier minuten zijn gestorven zijn hier al van af getrokken. Het stelt dus niet veel voor.
Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ken de leeftijd van mijn buren niet eens en van meer dan de helft van de mensen in mijn straat die mij bijna dagelijks groeten weet ik niet eens hoe ze heten.
Mijn wereld, mijn eigen kleine wereld is de wereld thuis, op mijn werk en de pleisterplaatsen om mijn huis en tussen mijn huis en mijn werk. De winkels, bioscopen en theaters. De parken en het groen van Midden Delfland. Enkele woningen waar kennissen, familie of vrienden wonen. Het heeft niet veel om het lijf. Ik heb niet eens een stamkroeg.
Mijn wereld zit in de eerste plaats in mijn hoofd. En ook daar zijn nog vele plekken die ik nog nooit verkend heb.
Ja, het is een illusie dat wij onze wereld kunnen overzien. Dat we een duidelijk beeld van onze plaats hierin hebben. Je verstand kan niet bevatten dat je er bent. Dat je bestaat. Dat je leeft. Dat je maar heel erg kort leeft. En dan zomaar weer in het niets verdwijnt waaruit je afkomstig bent. De gedachte hieraan ervaren velen als huiveringwekkend. Jammer, want gaan doe je toch.
Je mag dan directeur zijn, een groot genie, een Unstenaar, een arme sloeber. Het maakt niet uit.
Zovelen weten nu al niet dat je bestaat en het kan ze ook niets schelen. En andersom kan het jou niet schelen dat zij bestaan. Straks, morgen, over een paar jaar, eens zal niemand op aarde weten dat je ooit bestaan hebt. En ondertussen maak je je druk over alles en nog wat en gedraag je je alsof er altijd voor je een nieuwe morgen zal zijn. Bizar. Uiterst bizar.
Ik ken zoveel mensen die er maar niet in slagen om zich bezig te houden met wat werkelijk belangrijk voor ze is. Die zich laten leven door hun partner, hun kinderen, hun ouders, hun werkgever en noem maar op. Straks als ze dood zijn hebben ze spijt dat ze niet echt geleefd hebben en kijken ze bovendien beteuterd op hun neus, omdat blijkt dat de hemel inmiddels gesloten is in verband met grondige restauratiewerkzaamheden en God met vakantie is.
Het bestaan is een mysterie en mysteries kun je niet onder woorden brengen.
Voor een trekvogel is de wereld groter dan voor een mens die een groot deel van zijn leven op slechts een paar vierkante meter door brengt en daar vrede mee heeft.
In de toekomst kijken kunnen wij ook niet. We hebben wel bepaalde verwachtingen, maar of ze uit zullen komen is nog niet bekend en ook niet of je zelf aanwezig zult zijn om het mee te maken.
Nee, we kunnen onze wereld niet overzien en in de toekomst kijken al helemaal niet. Al gedragen we ons daar wel naar.
Des te wonderbaarlijker is het dat we ondanks onze beperkingen met elkaar tot onvoorstelbare prestaties in staat zijn. En dat komt omdat we ons als geen andere levende wezens op uiterst vernuftige wijze kunnen organiseren. Dat we onze kennis en onze materiële verworvenheden door kunnen geven aan ons nageslacht. Dat we een taal hebben waarmee we onze gedachten en nog veel meer kunnen vast leggen.
Maar de belangrijkste reden is misschien wel dat dit mogelijk is omdat we ons leven vorm geven door te leven alsof we onsterflijk zijn. Omdat we blind zijn voor de consequenties van wat we doen.
Als we echt bewust zouden zijn van onze nietigheid en kwetsbaarheid, als elke vezel in ons lijf zou beseffen dat het zo voorbij kan zijn en dat dit moment steeds dichterbij komt, zouden we dan niet heel anders in het leven staan? En zou de wereld er dan niet veel anders uit zien?
De tijd waarin we leven heeft ons veel moois en goeds gebracht. Maar wat ze van ons heeft afgenomen is een diep ontzag voor het mysterie waar we allen deel van uit maken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten