donderdag 3 november 2011

Junk

Tijd voor ander leed. Of is dat er niet? Het is vandaag in ieder geval een vrolijke dag voor de junk die ik vandaag in de trein hoorde bellen. Ik schatte haar op zo’n vijfendertig.
Ze was maandag uit de gevangenis ontslagen en had zich vervolgens drie dagen klem gezopen met Wodka. Nu was ze op weg naar huis.
Je kon niet zien dat het een junk was. In de gevangenis had ze blijkbaar goed te eten gehad. Ze zei ook dat ze enkele kilootjes was aangekomen.
Ze zag er niet naar uit als iemand die drie dagen bezopen is geweest. Waarschijnlijk omdat een geoefend drinker van wodka nauwelijks een kater over houdt.
Aan de andere kant van de lijn vertelde iemand dat een goede bekende van hen dood in zijn huis was aangetroffen. Ze reageerde eerder verbaasd dan geschrokken en vroeg hij misschien teveel pillen had geslikt. Dat wist hij niet. Op dat moment wist ik overigens nog niet dat ze met een man zat te praten, maar dat bleek later in het gesprek.
Het was natuurlijk allemaal klote. Ook omdat haar moeder toen zij vast zat in haar huis was geweest en daar natuurlijk de crackpijpjes en het folie had gevonden. Het was een grote teringzooi in haar huis geweest en ze vond het vervelend dat haar moeder dit had gezien.
Er liepen nog een paar zaken tegen haar, vertelde ze. En verder zouden er nog zestien man ingelaaien zijn. Ik vermoedde dat dit een soort bargoens is voor ‘gevangen gezet’.
Volgens haar zouden er nu heel veel zijn die zich de komende dagen gedeisd zouden houden. Dat betekende natuurlijk dat er geen moer te krijgen was.
Tijdens het bellen sprak ze luid en duidelijk. Enige gêne toonde ze beslist niet.
Bij thuiskomst zou ze nog even kijken of ze bij de Bouman terecht kon. Een vorige keer had ze twee uur voor niks staan wachten op haar methadon. Later had ze hen gezegd dat ze allemaal de tyfus konden krijgen.
Ze sloot het gesprek af door met een bijna tedere stem te vragen of hij begin volgende week bij haar langs wilde komen. Ze zou dan voor hem koken. Nadat dit was afgesproken beëindigde ze het gesprek. Ze liet zich nog wat verder onderuit zakken en sloot toen haar ogen. Blijkbaar was ze moe.

Die tante had zo te horen een bewogen tijd achter de rug. Meestal ontgaat mij dat er zovelen zijn met een levensverhaal dat zo anders is dan het mijne. Eerlijk gezegd besef ik vaak nauwelijks dat er nog zo veel anderen zijn. Zeven miljard.
Zou ze inmiddels al weer hebben gescoord? Zou ook zij, net als die onbekende waar ze het over had, op zekere dag dood in haar huis aangetroffen worden? En zou iemand anders zich dan afvragen of ze misschien teveel pillen had geslikt? Haar moeder bijvoorbeeld?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten