Dat er in een organisatie behoefte bestaat aan leiding staat voor mij buiten kijf. Maar leiding geven is iets anders dan baasje spelen. Van ‘baasjes’ krijg ik acuut huiduitslag en jeuk.
Mijn eigenzinnigheid en onderontwikkeld autoriteitsbesef heeft in het verleden daarom menigmaal geleid tot botsingen tussen mijn chefs en mijn persoontje. Ik denk hier nu met genoegen aan terug.
Vaak waren deze strebers mannetjes met veel ambitie en weinig bagage. Sommige lezers herkennen dit wel als ze kijken naar de organisatie waarin ze zelf werken of stage lopen.
Omdat de organisaties waarvoor ik destijds werkte hun geld kregen van de gemeenschap, konden mijn chefs er vaak ongestraft een grote puinhoop van maken voordat ze naar een hogere functie promoveerden. Sommigen hebben het zelfs tot directeur geschopt. Een ieder die bekend is met het ‘Peterprincipe’ zal hier niet vreemd van op kijken.
Dit principe houdt in dat ambitieuze mensen vaak één of meerdere promoties krijgen die hen functies opleveren die eigenlijk te zwaar voor hen zijn, maar die wel in lijn zijn met hun ambities. Gevolg hiervan is dat ze slecht functioneren en een last gaan vormen voor zichzelf en voor hun omgeving.
Dat zo veel organisaties ondermaats presteren komt ook door de wet van Parkinson. Volgens deze wet neemt het personeelsbestand toe, ongeacht of het werkaanbod toe neemt. Er lopen dan teveel mensen rond in een organisatie. Met name als incapabele baasjes teveel ondergeschikten krijgen is dit een ramp voor iedereen. Alleen de baasjes zelf varen er wel bij.
Mijn confrontaties in het verleden waren op het moment zelf niet zo leuk. Al schoot ik destijds vreselijk in de lach toen ik in mijn boosheid met woest rollende ogen tegen mijn directeur zei “Wij spreken elkaar nog wel”, waarna ik met een smak de deur dicht smeet. Mijn excuses heb ik hem kort daarna aangeboden. Een lange inleiding, die ik nodig had om “Propje 3” te kunnen introduceren.
Tussen mijn vele aantekeningen vond ik de verkreukelde opzet voor een brief aan de directeur die ik destijds had. Hij was een snoever en no-use figuur, maar natuurlijk zag hij dit zelf anders. Hier volgt de opzet voor een brief, die ik uit lafheid gelukkig nooit heb verstuurd.
Beste…..
Het valt me moeilijk om je dit te schrijven. Niet omdat ik niet weet wat ik je zeggen wil, maar omdat ik meegesleept word door mijn emoties, waarvan woede toch wel de sterkste is.
Ik heb al veel onbekwame bazen boven mij moeten dulden, maar jij spant de kroon. Je hebt je dan wel omgeven met lakeien en kontelikkers, maar van mij zul je deze keer horen hoe er werkelijk op de werkvloer over je wordt gedacht. Al vermoed ik dat je dit niet graag wil weten.
Mijn collega……………….heeft zich na een gesprek met jou opnieuw ziek gemeld. Gevolg is dat ons team, dat het toch al met een te krap personeelsbestand moet doen, nu helemaal overbelast is. Ik voorspel dat er daarom op kortere termijn nog meer ziekmeldingen zullen volgen.
“Hufter eersteklas” is nog de minst ernstige kwalificering van jouw persoon, die ik vernomen heb. En dat uit de mond van een collega, die je anders nooit hoort piepen, maar zelfs zij vond dat je deze keer te ver bent gegaan. Ik zal je uit piëteit de andere kwalificaties besparen.
Tot nu toe heb je ongestraft menig collega de ziektewet ingejaagd. Je zult hier wel trots op zijn.
Naar aanleiding van ons laatste gesprek heb ik dan toch maar besloten om de vakbond in te schakelen. Dat anderen over zich heen laten lopen en ziek worden moeten zij weten. Ik heb echter geen zin om mij door jou als een stuk stront te laten behandelen.
Als laatste wil ik kwijt dat, als ik je voor de wielen van mijn wagen krijg, ik het gaspedaal eens stevig in zal drukken. Ik zal er veel mensen een plezier mee doen.
Dit propje is niet leuk. Ik geef het toe. Frustraties aan het papier toe vertrouwen doet de machteloze. De machtige haalt smalend zijn schouders op en weet zich onaantastbaar. Aangezien veel mensen met onbekwame leidinggevenden te maken hebben lijkt mij dit stukje wel herkenbaar.
Tegenwoordig is mijn direct leidinggevende een fijne vent. Een man met het hart op de juiste plek.
Ik zelf maak me minder druk dan vroeger. Ik heb geleerd om op een meer evenwichtige wijze voor mezelf op te komen als dit nodig is. Het heeft me wel een mensenleven gekost.
Het mag dan niet altijd voor iedereen prettig zijn dat ik mij confronterend op stel als de situatie daar om vraagt. Ik heb ook geleerd om mijn mond te houden en reageer al lang niet meer alleen maar primair.
Iedereen met vervelende gevoelens raad ik aan om deze van zich af te schrijven. Je zult je weer prettiger voelen en als je de tekst bewaart kun je er jaren later nog hartelijk om lachen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten