Sinds een maand ben ik lid van de orde der futlozen. Een goede vriend heeft mij bij hen geïntroduceerd en alleen omdat ik me eerst volledig futloos had geblowd viel ik bij deze introductie niet door de mand.
Degenen die mij kennen zullen zich ongetwijfeld afvragen waarom ik tot deze orde ben toegetreden. Ben ik niet dat kereltje dat altijd stuitert van energie? Dat mannetje dat als een ADHD-er vaak van geen ophouden weet en maar grenzeloos door blijft gaan? Dat je uitput met zijn hak op de tak gesprekken en wilde plannen waar nooit, maar dan ook nooit, iets van terecht komt?
Ik begrijp dat dit bij hen de nodige vragen oproept. Maar laat me uitleggen wat er aan de hand is.
Net als bijna iedereen behoor ook ik graag tot een clubje van gelijkgestemden.
Deze mensen vind ik in mijn gezin, op mijn werk en in mijn vriendenkring. Mensen die een beeld van je hebben en je daarom menen te kennen. Fijne mensen waarbij ik me prettig voel.
Eén kant van mij blijft in de omgang met hen altijd onderbelicht omdat wij er nooit over praten. Waarschijnlijk omdat niemand het ziet. Ik heb het over de momenten dat ik gebrek heb aan energie.
De momenten dat ik mij leeggezogen en volledig uitgeput terug trek in mijn werkkamer om dan hyperventilerend weer wat op adem te komen. Vergeet niet dat ik niet aan mezelf ontsnappen kan. Als er dus één moe wordt van mezelf dan ben ik het zelf wel.
Dit toegeven of delen met anderen is niet makkelijk. Toen deze vriend van mij, een BN’er die door zijn arbeidzaam leven in de politiek volledig uitgeput was geraakt, mij laatst vertelde dat hij dank zij ‘de orde der futlozen’ weer helemaal was opgeknapt, begon ik daarom nieuwsgierig te worden.
Temeer omdat hij er energieker uit zag dan ik me van hem over het laatste jaar kan herinneren.
Het valt dan ook niet mee om het volk telkens een oor aan te naaien. Maar dit terzijde.
De drempel om lid te worden van de orde is laag, want van futloze mensen moet je niet teveel inspanning verwachten.
Desondanks was ik, toen het de avond was van het inwijdingsritueel, een beetje gespannen. Mijn energie vloog weer alle kanten met me op en ik vreesde dat ik door de mand zou vallen.
Ik besloot daarom om een klein beetje te frauderen. Ik had nog wat bubblegum liggen en na twee stevige joints was ik zo futloos als je maar kunt zijn.
Mijn vriend kwam me ophalen en we reden naar Den Haag, waar de orde haar zetel heeft.
We stopten voor een grote villa in de diplomatenbuurt. Het duurde even voor de deur werd open gedaan door een futloos uit zijn ogen kijkende portier, die ons verzocht om hem te volgen.
Hij ging ons voor naar een ruime zaal, waar aan een tafel zo’n twintig mensen zaten. Ze zagen er allen volledig uitgeput uit. Ik herkende enkele gezichten uit de politiek en uit het artiestenwereldje. ‘Zij ook?’, dacht ik, want op de televisie straalden deze mensen van energie en werklust. Ja, zij ook. Ik werd aan het gezelschap als een aankomend novice voorgesteld, vertelde dat ik in het onderwijs zat (wat diverse meewarige blikken opleverde) en dat ik mij vereerd voelde om deel uit te mogen maken van zo’n illuster gezelschap.
Toen moest ik het inwijdingsritueel ondergaan. En dat duurde, dat duurde… Je werd er moe van.
De avond sleepte zich voort. De meesten waren inmiddels ingedut en lagen met hun hoofd op tafel ongegeneerd te ronken. De voorzitter liet zich door hen niet af leiden. Nadat ik uiteindelijk beloofd had de geheimen van de orde niet openbaar te maken werd mij gezegd dat ik nu lid was van de orde der futlozen. Alles werd bezegeld met een goed glas wijn.
Daarna reed mijn vriend mij weer naar huis. Het was zondagochtend drie uur en we hadden de A13 voor ons zelf. En dat was maar goed ook, want we waren uitgeput en beiden licht aangeschoten.
Sinds ik lid ben geef ik mij twee keer doordeweeks en één keer in het weekend ’s avonds volledig over aan het niets doen. Ik voer geen flikker uit. Maar dan ook helemaal niets. Ik vergeet dat ik nog wat huiswerk heb na te kijken of lessen heb voor te bereiden. Ik kijk geen tv en de computer staat uit. Futloos hang ik wat op de bank, mezelf verliezend in een onverantwoord heerlijk niets doen. Helemaal niets.
En daar krijg ik me toch een partij energie van. Ongelooflijk. Als ik dan weer voor de klas sta, bij mijn vrienden langs ga of met het gezin aan tafel zit lijkt het of ik bruis van de energie. Gewoon omdat ik het mezelf toe sta om zo af en toe de knop resoluut om te draaien.
Vandaag heb ik ook niets gedaan. Het was bijna twaalf uur toen ik op stond. Pas om drie uur heb ik mijn duster omgeruild voor een lange broek en een overhemd. Het kwartiertje dat de zon vandaag scheen tussen half vier en vier uur heb ik in de tuin gezeten. Daarna begon het weer te regenen.
Dit weekend word ik zestig. Ik heb ontdekt dat het heerlijk is om niet alleen met mensen om te gaan die je waarderen om je energieke uitstraling, maar ook met mensen die te lusteloos zijn om zelfs maar hun ogen open te houden. Waar je tegenaan kunt lullen zonder dat ze naar je luisteren en die je het niet kwalijk nemen als je ook niet naar hen luistert.
Ik ben nu nog op zoek naar een groep mensen die het niet al te nauw neemt met de trouw aan hun partner en die het leuk vindt om daar op een onbevangen manier met elkaar over te praten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten