Waarom ik dit stuk geschreven heb? Waarschijnlijk om mijn boosheid te ventileren,
zodat ik me straks prettiger voel en dan onbevangen een uurtje op mijn gitaar
kan gaan spelen.
Beslist niet omdat ik er mensen mee wil beschadigen of omdat
ik hiermee niet loyaal ben aan de organisatie waarvoor ik al vele jaren werk.
Ik hou van mijn werk, ik hou van onze organisatie. Dat is
altijd zo geweest en ik verwacht niet dat dit anders worden zal.
Maar al sinds
jaar en dag mopper ik op ons management. Het zal mijn opstandige karakter wel
zijn.
Zo vaak heb ik mij er over verbaasd welke mensen er bij ons
aan het roer stonden en staan, dat ik nu
niet verbaasd ben dat het, zeer zachtjes uitgedrukt, niet zo best gaat met de
organisatie.
Schuimbekkend en tierend van woede en onmacht heb ik meerdere
malen collega’s zien fulmineren op degenen die zij verantwoordelijk hielden
voor de chaos waarin zij hun werk moesten doen.
Het management werd door hen voor alles en nog wat
uitgemaakt, waarbij kwalificaties als ‘gore ratten’ nog tot de minste
behoorden. En als ik dan begreep waarom zij zo boos waren kon ik hen vaak niet
anders dan gelijk geven.
Af en toe vloekte ik net zo hard met hen mee, maar dat was
omdat ik me daarna weer stukken beter voelde. Ik ben er de man niet naar om van
mijn hart een moordkuil te maken. Maar dat het bij ons en bij vele andere
organisaties niet gaat zoals wij allen graag zouden zien, is een hard gegeven.
Details heb ik niet, want daar is niemand echt in geïnteresseerd. Ook ik niet.
Zo gaat het gerucht dat onze voormalige voorzitter van het
college van bestuur, die vandaag zijn afscheidsreceptie had en die er mede
verantwoordelijk voor is dat straks bij onze organisatie ruim zeshonderd mensen
hun baan kwijt zijn, een gouden handdruk, of hoe je dit ook moge noemen, vier ton bij zijn vertrek heeft mee gekregen.
Let wel, het is een gerucht. Ik ga er van uit dat het niet klopt, maar als het
wel zo is dan is dit natuurlijk een gotspe.
Wat geen gerucht is, is dat ik slechts een paar jaar geleden
nog hoorde dat er geld genoeg was en dat er nu een schuld is van meer dan tien
miljoen.
Zelf heb ik gelezen dat onze voorzitter niet staat te
popelen om te vertellen hoe het komt dat het zover heeft kunnen komen.
Waarschijnlijk wil hij al degenen beschermen die mede verantwoordelijk zijn
voor dit financiële debacle.
Wat moet je nu met zo’n verhaal? Denk niet dat ik stijf sta
van verontwaardiging. Integendeel zelfs.
Ik noem mezelf niet voor niets een vrolijke pessimist. Ik
verwacht in veel gevallen het slechte van de mens, maar gelukkig blijkt dit
vaak mee te vallen. ‘Slecht’ vind ik bovendien een zeer ongelukkig woord. ‘Onbeholpenheid’
klinkt me weer te vriendelijk.
Laat ik het er maar op houden dat naar mijn idee ons vermeende
eigenbelang ons gemakkelijk tot daden aan kan zetten die niet direct in het
belang zijn van anderen. Al houden we onze vrome smoel hierbij wel keurig in de
plooi.
De goede man die ons nu verlaten heeft is beslist niet de
enige die je mismanagement verwijten kunt. De lakeien die hem zijn gang hebben
laten gaan zijn in mijn visie mede verantwoordelijk.
Maar noch hem, noch zijn gevolg neem ik iets kwalijk. Ik lig geen seconde wakker van hen.
Ben ik dan zo begripsvol? Alles behalve. Maar als je een leven lang met mensen werkt
en daarnaast een afgestudeerd sociaal en organisatiepsycholoog bent, zou het
raar zijn als ik de mensen alleen maar zou beoordelen op wat zij aan de
buitenwereld van zichzelf laten zien.
‘Goede’ mensen, noch ‘slechte’ mensen bestaan niet. Dat het
niet zo simpel is maakt het leven juist zo interessant. Wat wel bestaat zijn mensen die anderen op weg
helpen in dit leven en ze een perspectief bieden op enig levensgeluk en mensen
die het tegenovergestelde doen.
En ook dit is veel te simpel gesteld. Misschien moet ik het
bij mezelf houden en gewoon zeggen dat er mensen zijn die ik aardig vind en
waar ik mij blij bij voel en mensen die ik absoluut niet zie zitten. Gelukkig
is de eerste groep heel groot en de tweede heel klein. Tot de laatste behoren onder
andere degenen die je verantwoordelijk kunt stellen voor de situatie waarin
onze organisatie nu verkeert.
Nee, ik ben niet begripvol. Maar het besturen van een grote
organisatie vraagt in deze zware tijden meer dan alleen een grote
deskundigheid. Zo zal men bereid moeten zijn om al de talenten in de
organisatie een kans te geven om mee te denken en te handelen.
Het vraagt om bescheidenheid. Want ook deskundigen maken
fouten en zijn afhankelijk van de medewerking van velen om een gesteld doel te
bereiken.
Het vraagt om visie en mensen die dit hebben zijn in deze
tijden van verandering zeldzaam.
Het vraagt om grootmoedigheid om toe te kunnen geven dat er
fouten gemaakt zijn en gemaakt zullen blijven worden.
Het vraagt om een management dat weet hoe het vrienden moet
maken en niet alleen vijanden.
Als het waar is dat onze voormalige voorzitter het
management om hem heen zonder aanziens des persoons publiekelijk schoffeerde
als iets hem niet zinde, zal hij wel weinig vrienden hebben gehad. Die zullen
wel blij zijn dat hij nu weg is.
Maar misschien moet ik de goede man ook wel dankbaar zijn dat
hij sommige managers heeft geschoffeerd die buiten het bereik van mijn woede
waren. Wie zal het zeggen.
In grote organisaties denkt de toplaag vaak dat zij bestaat
uit betere mensen. Ik denk dat nu zo langzamerhand tot velen wel door begint te
dringen dat dit niet zo is. Er zitten aan de top net zoveel sukkels als aan de
basis.
In mijn visie moeten we weer terug naar organisaties waar de
menselijke maat het uitgangspunt is.
Kostenbesparing en kostenbeheersing wordt dan weer mogelijk.
Megalomane karaktertrekjes krijgen dan geen of weinig kans.
Maar bovenal moeten er weer structuren worden gecreëerd die
de mensen uitnodigen om mee te praten en mee te beslissen. Nu ik zo af en toe
met mijn tong op mijn schoenen hyperventilerend thuis kom na een dag keihard
werken kun je wel stellen dat er juist het tegenovergestelde gebeurt. Juist nu
moet er ruimte en tijd worden geschapen om al het talent dat er in de
organisatie is in te zetten om er weer bovenop te komen. Anders staan we straks
allemaal op straat.
Maar eerlijk gezegd zie ik het niet gebeuren. ‘Bezinning’ is
niet een woord wat je vaak hoort tijdens grote veranderingen.
Er wordt nog steeds teveel ruimte gegeven aan degenen die denken het beter te
weten. Wij met z’n allen zullen daar
vroeg of laat de prijs voor moeten betalen. Zowel op micro, meso als
macro-niveau. Het is helaas niet anders.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten