Als ik weer eens in een bespiegelende bui de chagrijnige
stukjes herlees die ik soms schrijf, vind ik mezelf een grote zeikerd. Ik vraag
me dan af waar ik me dan zo druk om heb gemaakt. Ik weet toch dat we allemaal bij tijd en wijle erg
kortzichtig zijn en alleen maar aan ons zelf denken. Dat alle mooie woorden niet verhullen dat ons eigenbelang
meestal op de eerste plaats komt.
Dat we vaak onverschillig zijn om het leed van anderen. En
dat het ons steeds weer gelukt om , ondanks onze goede bedoelingen, er een
rommeltje, zo niet een grote puinhoop van te maken. Is het ooit anders geweest? Nee, toch?
Ik vergeet dan dat ik mij beter kan focussen op wat er wel
goed gaat. Dat er veel mensen zijn die zich zorgen maken over wat wij onszelf,
anderen en de wereld aan doen. Dat er velen zijn die zichzelf weg cijferen en
zich met hart en ziel inzetten voor een betere toekomst voor iedereen.
Kijk goed om je heen. De voorbeelden liggen voor het
oprapen. Waarom blijf ik dan toch hangen in mijn frustraties en boosheid?
Waarschijnlijk omdat ik diep in mijn hart graag zie dat onze
kwelgeesten worden gestraft.
Nog meer waarschijnlijk omdat ik weet dat ook in mij een vreselijk
destructieve kracht verborgen gaat die, als de omstandigheden er zijn, alles en
iedereen kapot zou kunnen maken.
“Wat zou ik gedaan hebben in zo’n geval?” is een vraag die
we onszelf veel te weinig stellen.
Niet dat het antwoord dat we krijgen zo betrouwbaar is. Als
we in onszelf afdalen op zoek naar antwoorden gaan we vaak niet verder dan de
kelder. Terwijl deze antwoorden vaak diep verborgen liggen in de hel die daar
onder verscholen gaat.
Het menselijke dilemma is overweldigend. Na eeuwen lang rond
gedoold te hebben in het duister moeten onze ogen nog wennen aan het licht
waarnaar wij op weg zijn.
Nog niet zo lang geleden regeerden uitsluitend geloof en
bijgeloof ook hier in het westen onze wereld. Dappere mensen hebben sinds een
paar eeuwen een bres geslagen in de dikke muren die ons gevangen hielden in een
wereld van angst en onbegrip.
Maar velen van ons verkiezen nog steeds om terug te keren
naar het veilige duister waaruit wij kruipend op handen en voeten vandaan zijn
gekomen.
Nee, de muren die ons gevangen houden zijn nog lang niet
geslecht. Overal wordt een heroïsche strijd gevoerd om de muren af te breken,
terwijl anderen de gaten weer dichten.
Het licht is hen te fel. Zij voelen zich er niet comfortabel
onder. In de duisternis denken zij veilig te zijn, want zij zijn met velen.
En ik? Ik weet dit. Maar ook ik heb angst voor het licht. Ik
voel me dan naakt, bekeken en onbeschermd.
Maar hebben we een keuze? Is het niet onze taak om
voorwaarts te gaan? Los te komen van onze angsten, los te komen van degenen die
ons naar zich toe trekken om zichzelf veiliger te kunnen voelen? Niets is er
moeilijker dan de geestelijke banden te verbreken die ons ketenen aan degenen
die ons hebben gekoesterd en verzorgd. Om met je denken een andere weg in te slaan.
Om je te richten op het onbekende dat op ons wacht.
Makkelijker en minder pijnlijk is het dicht in de buurt te
blijven van de vluchtwegen naar het diepe duister. De vertrouwde wereld waaruit
wij voortgekomen zijn. Maar hebben wij niet de verantwoordelijkheid om hen die
ons zo lief zijn te wijzen op het brokkelige pad dat ons uit de duisternis naar
het licht voert?
Ik heb niet veel tijd meer en nog een lange weg te gaan.
Maar ik ga me niet haasten. Vaker dan nu zal ik mijn blik voorwaarts proberen
te richten in de hoop dat ik het duister achter mij kan laten.
De waan van de dag zal me steeds weer verleiden om te mopperen,
te zeiken en te beschimpen. En ik zal nog vaak aan deze verleiding toegeven.
Gewoon omdat ik mij er prettig bij voel.
Het is natuurlijk kicken als je er in slaagt om te zagen aan
de poten van de stoelen, waarop degenen zitten die ons dom en afhankelijk
proberen te houden.
Ik kan niet meer ontkennen dat er vonkjes licht door de
scheuren in de muren naar binnen komen en dat ik ze zie. Ik moet maar leren om
er op te vertrouwen dat je je niet alleen in de diepste duisternis maar ook in
het volle licht veilig kunt voelen. Al denk ik als rechtgeaard pessimist dat je
eigenlijk nergens veilig bent. ’t Zal wel levensangst zijn. Zoals al zei, ik
heb nog een lange weg te gaan.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten