donderdag 27 september 2012

Hoe je het beste een presentatie geeft.


Zal ik u eens helpen? De jongen keek me aan met de hulpvaardige blik die ik zo goed kende van de vele goeddoeners die ik in mijn leven was tegengekomen. Hij was een nieuwe leerling en zat pas twee weken bij mij in de klas. Het zal de vermoeidheid die je van mijn gezicht af kon lezen wel zijn geweest die hem er toe had gebracht om mij dit aanbod te doen.
Waarmee zou je mij dan willen helpen?, vroeg ik hem nieuwsgierig.
Ik wil de klas wel eens vertellen hoe zij het beste straks hun presentatie kunnen verzorgen.
Ik was aangenaam verrast. Een leerling die spontaan aanbood om zijn medeleerlingen wat tips aan de hand te doen zodat zij zich straks niet voor lul voelden staan als zij over enkele weken voor het eerst hun klasgenoten tijdens een presentatie toespraken. Zoiets had ik nog niet eerder meegemaakt.
Geweldig. Wat leuk dat je dat doen wil, reageerde ik.
Op zijn verzoek verhuisden we naar een lokaal waar het wat overzichtelijker was en de leerlingen gewoon in rijtjes in hun bankjes konden zitten.
Ik vroeg de klas om stilte, legde uit wat de bedoeling was en gaf de jongen het woord.
Deze keek even om zich heen, kuchte en begon.

Als je een presentatie houdt dan moet je er vanaf het begin voor zorgen dat je de aandacht hebt. Dat kun je het beste doen door degenen die zitten te kletsen meteen luid en duidelijk te zeggen dat het een stel uien zijn en ze zich maar beter stil kunnen houden, want dat je hen anders straks buiten op zult wachten. Ik verzeker dat je hiermee iedereen stil krijgt en nieuwsgierigheid bij ze opwekt.
Kleding is belangrijk. Zorg dat je fatsoenlijk gekleed gaat.
Draag het liefst een opvallend T-shirt, bij voorkeur citroengeel, waarop met grote rode letters iets geschreven staat in de trant van ‘Beware of my big mouth’ of ‘If you can’t fuck them, suck them’.
Ik ga jullie niet uitleggen wat dat betekent. Dat is Engels op B1-niveau en dat zullen de meesten van jullie nooit of pas aan het eind van de opleiding hebben.
Dan de voorbereiding. Veel sprekers zetten een glas water op tafel? Wie weet waar dat voor is?
Om te drinken als je een droge keel hebt, zei iemand.
Juist. En wat kun je er mee doen als het leeg is?
Er in pissen?, vroeg een jongen schuchter.
Helemaal goed. Jij hebt zelf zeker ook vaak presentaties gegeven? Nee? Nou, je hebt er wel kijk op.
Dan je taalgebruik. Het gaat er niet om wat je zegt, maar hoe je het zegt. Iedereen in de ruimte is toch met zijn eigen gedachten bezig en gefocusseerd op de presentatie die hij zelf straks moet geven.
Zo wil ik iets kwijt over het gebruik van moeilijke woorden.
Ik raad je aan zo’n drie tot vier moeilijke woorden te gebruiken. Het maakt niet uit wanneer. Niemand weet wat ze betekenen. Bijvoorbeeld; Het is belangrijk om respiratoir gefocusseerd te zijn als je een bewering doet. Of; Het raadplegen van een etymologiebank is een must als je op zoek bent naar curieuze informatie voor je onderzoek.
Zeg bijvoorbeeld dat de ruimte je respiratoir beklemt en dat dit het focusseren op je presentatie belemmert. Eindig met ‘toch?’ en knik de eerste de beste vriendelijk toe. De kans is groot dat hij of zij begint mee te knikken.

Dan de do’s en de don’ts. Wie weet wat je bij een presentatie nooit moet doen? Graag vingers omhoog. Jij daar. Nee, jij. Die dikke met dat petje. Je weet toch dat petjes verboden zijn? Nou, doe dat dan af. Mooi, wat moet je nooit doen?
Pissen in een leeg glas, antwoordde het meisje schuchter.
Klopt. Als vrouw doe je zo iets nooit. Dat geeft ontzettend veel geknoei. Nee, ik bedoel dat je nooit met je knieën en dijen tegen elkaar moet gaan staan en je handen bijeen gevouwen er tussen. Dat is geen gezicht en leidt af van wat je zegt. Als je als vrouw plassen moet zeg je gewoon "Sorry, ik moet even plassen. Praten jullie maar wat met elkaar, ik ga even naar de WC."
En de do’s?
Het bleef stil in de klas. Men keek hem aan of hij de verlosser was.
Je moet altijd laten zien dat je je publiek hoog schat. Dat je weet hoe geëngageerd ze zijn. Weten jullie wat ik bedoel?
Opnieuw zwijgen. Tot er opeens een meisje zacht zegt ‘dat ze verloofd zijn’?
Je kijkt bij de verkeerde betekenis op je smartphone meisje, reageert de jongen. Nee,  geëngageerd betekent maatschappelijk betrokken.
‘Ik zie het’, zegt het meisje. Ik vond het al zo vreemd.
Mooi. Zijn er nog vragen? Nee? Nou, dan hoop ik dat er straks een paar goede presentaties uit rollen. Ik moet er tenslotte ook naar luisteren.
Iedereen begon in zijn handen te klappen. Inmiddels was de les bijna voorbij. Nog maar een kwartier. Bedankt allemaal, riep ik. En jij bedankt voor je flitsende presentatie. Ik heb er geboeid naar zitten luisteren.

Vandaag was er inderdaad een jongen in de klas die mij vroeg of hij de klas wat mocht vertellen over hoe je het beste een presentatie kunt verzorgen. Ik vond zijn verrassende aanbod heel erg leuk en gaf hem hier de ruimte voor. Het bleek dat hij zelf een boeiende presentator was. De leerlingen hingen aan zijn lippen. De tips die hij gaf spraken iedereen aan. Een cadeautje, waarvan ik er met plezier veel meer zou willen ontvangen. 

maandag 24 september 2012

Vreetbui.


De regen klettert tegen de ruiten. In de bomen klinkt het huilen van de wind als het ruisen van de zee. Het stormt. Weer om in de kroeg te zitten, nippend aan een schelvispekeltje of een biertje.
De kroeg.  Wat is het lang geleden dat ik daar ben geweest. Nog in een tijd dat de rook te snijden was en je overal om je heen bekende gezichten zag. Melief Bender, de Schouw, de Drie Ballons, Dizzy.
Allemaal voordat ik mij tevreden settelde als burgerman. Over en voorbij. Komt nooit meer terug.
Nu ik niet meer word bediend schenk ik mezelf maar een Famous Grouse in.  En stop het laatste stukje knabbelspek in mijn mond.
Ik zit mezelf hier vol te proppen. Zoet is uit bij mij. Hartig is in. Na de knabbelspekjes is een zak chips aan de beurt. Zo’n grote zak met van die mooie goudkleurige gekreukelde  schijven.
Nu ik net gelezen heb dat het niet vet , maar juist zoet is dat ons zo dik maakt, en buiten de wind de pannen haast van het dak waait, krijg ik een onbedwingbare trek in iets hartigs. En dat terwijl ik net een bord met spaghetti heb gegeten.
In nog geen uur tijd werk ik voor twee dagen aan calorieën naar binnen. Eerst snel en gedachteloos, zodat ik nauwelijks proef wat ik eet. Maar allengs steeds langzamer. Totdat ik eindelijk stop met snaaien.  Langzaam en met tegenzin malen mijn tanden de laatste chippies fijn.  
Dan kom ik weer bij zinnen. Alsof ik ontwaak uit een roes. Wat ben ik toch aan het doen?  Zit ik me daar, onbespied aan mijn bureau,  helemaal dik te vreten.  Ben ik soms gek geworden?
Nu al voel ik dat mijn broek, die zo-even nog los om mijn middel zat, al wat strakker zit. In een razend snel tempo lijk ik er te zijn in gegroeid.
Ik pak met beide handen mijn love handles vast, til ze op en laat ze weer zakken. En nog eens. Mijn handen zijn kleiner dan ik dacht.
Nee John, zo spreek ik mezelf vermanend toe, zo zijn we niet getrouwd. Als jij je zo onrustig voelt, zijn er andere manieren om hier mee om te gaan. Een beetje zelfcontrole kan geen kwaad.
Morgenochtend zal als straf mijn stoelgang wel ontregeld zijn. Eigen schuld.
De wetenschap dat dit soort vreetbuien bij mij zeldzamer zijn dan bij ons de regenbuien schenkt me gelukkig weer wat troost. 

zondag 23 september 2012

Het meisje van de patatkraam.


Op weg naar huis stap ik een halte eerder uit om bij de patatboer een portie bitterballen te halen.
Als ik dichterbij de patatkraam kom zie ik haar al staan met haar rooie haren, waar een enkele blauwe streep door loopt.  Ze is tenger gebouwd en heeft twee mooie amandelvormige ogen.  Haar gezichtje is mooi symmetrisch en als ze me vriendelijk toelacht kun je zien dat ze het meent. Ze is nog jong. Ik schat haar op twintig.
“Met mosterd?” , vraagt ze als ik mijn bestelling plaats. Haar stem is prettig om naar te luisteren.
Ze vindt het altijd leuk om mij indringend aan te kijken als ik zo af en toe langs kom voor een warme hap. Al kwam ik niet voor haar maar voor de bitterballen, ik vind het wel fijn dat ze vandaag werkt.
“Ja, graag” , antwoord ik haar.
“Tot hoe laat zijn jullie open?”, vraagt een vrouw naast me. De rooie zegt haar dat ze vanavond tot zeven uur open zijn. Tot voor kort was dit tot acht uur en stonden ze met z’n tweeën. Maar nadat ze twee keer overvallen zijn sluiten ze een uurtje eerder en staan ze er nu met z’n drieën.
Ik hoor dat er de laatste tijd nog meer overvallen geweest zijn. Ze weet precies te vertellen hoe vaak, wanneer en waar. Ze wijst op de camera’s. “Die hangen er ook sinds kort”.

“Met die crisis zal het aantal overvallen ook wel toenemen”, zegt de vrouw. Ze wendt zich tot mij en zegt “Mijn zoon gaat sinds kort met de trein naar school en heeft al twee keer mee gemaakt dat er iemand voor de trein was gesprongen”. Eerst heb ik niet door wat het verband is met de overvallen, maar dan voegt ze er aan toe “De mensen doen gekke dingen als het crisis is”, daarmee suggererend dat de crisis zowel verantwoordelijk is voor de toename van het aantal overvallen als het aantal zelfmoorden.
Ik weet niet anders dan te reageren met “Ja, het leven is hard. Maar een trein is harder”. Einde conversatie.
Ik krijg mijn bitterballen met mosterd. Dan, alsof ze de behoefte heeft om persoonlijk te worden, zegt de rooie opeens tegen mij “Toen u laatst hier was zag ik u ineens op het bankje springen”.
Ik herinner het mij nog. Dat was minstens vier weken geleden. Ik bloos. Hoe kan het nu dat ik haar ben opgevallen en dat zij zich dit nog herinnert, vraag ik mij verward af. “Vond je dat leuk?”, vraag ik haar. “Ik moest er wel om lachen”, antwoordt ze me en ik zie nu toch duidelijk het glinsteren van de neonverlichting in haar ogen. “Dat komt omdat ik altijd veel te veel energie heb”, zeg ik lachend.
Ik draai mij om en loop weg met de bitterballen. Ik voel haar ogen in mijn rug. Dan spring ik op het bankje, ren er over heen en spring weer op de grond. Ik hoor hoe ze lacht en zonder om te kijken steek ik mijn hand in de lucht en wuif naar haar. Wat kan een beetje flirten leuk zijn.

zaterdag 22 september 2012

Een mystieke beschouwing / mystiek geneuzel (Kies maar naar eigen inzicht)


Als ik weer eens in een bespiegelende bui de chagrijnige stukjes herlees die ik soms schrijf, vind ik mezelf een grote zeikerd. Ik vraag me dan af waar ik me dan zo druk om heb gemaakt. Ik weet toch dat we allemaal bij tijd en wijle erg kortzichtig zijn en alleen maar aan ons zelf denken. Dat alle mooie woorden niet verhullen dat ons eigenbelang meestal op de eerste plaats komt.
Dat we vaak onverschillig zijn om het leed van anderen. En dat het ons steeds weer gelukt om , ondanks onze goede bedoelingen, er een rommeltje, zo niet een grote puinhoop van te maken. Is het ooit anders geweest?  Nee, toch?

Ik vergeet dan dat ik mij beter kan focussen op wat er wel goed gaat. Dat er veel mensen zijn die zich zorgen maken over wat wij onszelf, anderen en de wereld aan doen. Dat er velen zijn die zichzelf weg cijferen en zich met hart en ziel inzetten voor een betere toekomst voor iedereen.
Kijk goed om je heen. De voorbeelden liggen voor het oprapen. Waarom blijf ik dan toch hangen in mijn frustraties en boosheid?
Waarschijnlijk omdat ik diep in mijn hart graag zie dat onze kwelgeesten worden gestraft.
Nog meer waarschijnlijk omdat ik weet dat ook in mij een vreselijk destructieve kracht verborgen gaat die, als de omstandigheden er zijn, alles en iedereen kapot zou kunnen maken.
“Wat zou ik gedaan hebben in zo’n geval?” is een vraag die we onszelf veel te weinig stellen.
Niet dat het antwoord dat we krijgen zo betrouwbaar is. Als we in onszelf afdalen op zoek naar antwoorden gaan we vaak niet verder dan de kelder. Terwijl deze antwoorden vaak diep verborgen liggen in de hel die daar onder verscholen gaat.

Het menselijke dilemma is overweldigend. Na eeuwen lang rond gedoold te hebben in het duister moeten onze ogen nog wennen aan het licht waarnaar wij op weg zijn.
Nog niet zo lang geleden regeerden uitsluitend geloof en bijgeloof ook hier in het westen onze wereld. Dappere mensen hebben sinds een paar eeuwen een bres geslagen in de dikke muren die ons gevangen hielden in een wereld van angst en onbegrip.
Maar velen van ons verkiezen nog steeds om terug te keren naar het veilige duister waaruit wij kruipend op handen en voeten vandaan zijn gekomen.
Nee, de muren die ons gevangen houden zijn nog lang niet geslecht. Overal wordt een heroïsche strijd gevoerd om de muren af te breken, terwijl anderen de gaten weer dichten.
Het licht is hen te fel. Zij voelen zich er niet comfortabel onder. In de duisternis denken zij veilig te zijn, want zij zijn met velen.
En ik? Ik weet dit. Maar ook ik heb angst voor het licht. Ik voel me dan naakt, bekeken en onbeschermd.
Maar hebben we een keuze? Is het niet onze taak om voorwaarts te gaan? Los te komen van onze angsten, los te komen van degenen die ons naar zich toe trekken om zichzelf veiliger te kunnen voelen? Niets is er moeilijker dan de geestelijke banden te verbreken die ons ketenen aan degenen die ons hebben gekoesterd en verzorgd. Om met je denken een andere weg in te slaan. Om je te richten op het onbekende dat op ons wacht.
Makkelijker en minder pijnlijk is het dicht in de buurt te blijven van de vluchtwegen naar het diepe duister. De vertrouwde wereld waaruit wij voortgekomen zijn. Maar hebben wij niet de verantwoordelijkheid om hen die ons zo lief zijn te wijzen op het brokkelige pad dat ons uit de duisternis naar het licht voert?



Ik heb niet veel tijd meer en nog een lange weg te gaan. Maar ik ga me niet haasten. Vaker dan nu zal ik mijn blik voorwaarts proberen te richten in de hoop dat ik het duister achter mij kan laten.
De waan van de dag zal me steeds weer verleiden om te mopperen, te zeiken en te beschimpen. En ik zal nog vaak aan deze verleiding toegeven. Gewoon omdat ik mij er prettig bij voel.
Het is natuurlijk kicken als je er in slaagt om te zagen aan de poten van de stoelen, waarop degenen zitten die ons dom en afhankelijk proberen te houden.
Ik kan niet meer ontkennen dat er vonkjes licht door de scheuren in de muren naar binnen komen en dat ik ze zie. Ik moet maar leren om er op te vertrouwen dat je je niet alleen in de diepste duisternis maar ook in het volle licht veilig kunt voelen. Al denk ik als rechtgeaard pessimist dat je eigenlijk nergens veilig bent. ’t Zal wel levensangst zijn. Zoals al zei, ik heb nog een lange weg te gaan.

woensdag 19 september 2012

Mismanagement.


Waarom ik dit stuk geschreven heb?  Waarschijnlijk om mijn boosheid te ventileren, zodat ik me straks prettiger voel en dan onbevangen een uurtje op mijn gitaar kan gaan spelen.
Beslist niet omdat ik er mensen mee wil beschadigen of omdat ik hiermee niet loyaal ben aan de organisatie waarvoor ik al vele jaren werk.
Ik hou van mijn werk, ik hou van onze organisatie. Dat is altijd zo geweest en ik verwacht niet dat dit anders worden zal. 
Maar al sinds jaar en dag mopper ik op ons management. Het zal mijn opstandige karakter wel zijn.
Zo vaak heb ik mij er over verbaasd welke mensen er bij ons aan het roer stonden en staan, dat ik  nu niet verbaasd ben dat het, zeer zachtjes uitgedrukt, niet zo best gaat met de organisatie.
Schuimbekkend en tierend van woede en onmacht heb ik meerdere malen collega’s zien fulmineren op degenen die zij verantwoordelijk hielden voor de chaos waarin zij hun werk moesten doen.
Het management werd door hen voor alles en nog wat uitgemaakt, waarbij kwalificaties als ‘gore ratten’ nog tot de minste behoorden. En als ik dan begreep waarom zij zo boos waren kon ik hen vaak niet anders dan gelijk geven.
Af en toe vloekte ik net zo hard met hen mee, maar dat was omdat ik me daarna weer stukken beter voelde. Ik ben er de man niet naar om van mijn hart een moordkuil te maken. Maar dat het bij ons en bij vele andere organisaties niet gaat zoals wij allen graag zouden zien, is een hard gegeven. 
Details heb ik niet, want daar is niemand echt in geïnteresseerd. Ook ik niet.
Zo gaat het gerucht dat onze voormalige voorzitter van het college van bestuur, die vandaag zijn afscheidsreceptie had en die er mede verantwoordelijk voor is dat straks bij onze organisatie ruim zeshonderd mensen hun baan kwijt zijn, een gouden handdruk, of hoe je dit ook moge noemen, vier ton bij zijn vertrek heeft mee gekregen. Let wel, het is een gerucht. Ik ga er van uit dat het niet klopt, maar als het wel zo is dan is dit natuurlijk een gotspe.
Wat geen gerucht is, is dat ik slechts een paar jaar geleden nog hoorde dat er geld genoeg was en dat er nu een schuld is van meer dan tien miljoen.
Zelf heb ik gelezen dat onze voorzitter niet staat te popelen om te vertellen hoe het komt dat het zover heeft kunnen komen. Waarschijnlijk wil hij al degenen beschermen die mede verantwoordelijk zijn voor dit financiële debacle.

Wat moet je nu met zo’n verhaal? Denk niet dat ik stijf sta van verontwaardiging. Integendeel zelfs.
Ik noem mezelf niet voor niets een vrolijke pessimist. Ik verwacht in veel gevallen het slechte van de mens, maar gelukkig blijkt dit vaak mee te vallen. ‘Slecht’ vind ik bovendien een zeer ongelukkig woord. ‘Onbeholpenheid’ klinkt me weer te vriendelijk.
Laat ik het er maar op houden dat naar mijn idee ons vermeende eigenbelang ons gemakkelijk tot daden aan kan zetten die niet direct in het belang zijn van anderen. Al houden we onze vrome smoel hierbij wel keurig in de plooi.
De goede man die ons nu verlaten heeft is beslist niet de enige die je mismanagement verwijten kunt. De lakeien die hem zijn gang hebben laten gaan zijn in mijn visie mede verantwoordelijk.
Maar noch hem, noch zijn gevolg neem ik iets kwalijk. Ik lig geen seconde wakker van hen.
Ben ik dan zo begripsvol? Alles behalve.  Maar als je een leven lang met mensen werkt en daarnaast een afgestudeerd sociaal en organisatiepsycholoog bent, zou het raar zijn als ik de mensen alleen maar zou beoordelen op wat zij aan de buitenwereld van zichzelf laten zien.
‘Goede’ mensen, noch ‘slechte’ mensen bestaan niet. Dat het niet zo simpel is maakt het leven juist zo interessant.  Wat wel bestaat zijn mensen die anderen op weg helpen in dit leven en ze een perspectief bieden op enig levensgeluk en mensen die het tegenovergestelde doen.
En ook dit is veel te simpel gesteld. Misschien moet ik het bij mezelf houden en gewoon zeggen dat er mensen zijn die ik aardig vind en waar ik mij blij bij voel en mensen die ik absoluut niet zie zitten. Gelukkig is de eerste groep heel groot en de tweede heel klein. Tot de laatste behoren onder andere degenen die je verantwoordelijk kunt stellen voor de situatie waarin onze organisatie nu verkeert.
Nee, ik ben niet begripvol. Maar het besturen van een grote organisatie vraagt in deze zware tijden meer dan alleen een grote deskundigheid. Zo zal men bereid moeten zijn om al de talenten in de organisatie een kans te geven om mee te denken en te handelen.
Het vraagt om bescheidenheid. Want ook deskundigen maken fouten en zijn afhankelijk van de medewerking van velen om een gesteld doel te bereiken.
Het vraagt om visie en mensen die dit hebben zijn in deze tijden van verandering zeldzaam.
Het vraagt om grootmoedigheid om toe te kunnen geven dat er fouten gemaakt zijn en gemaakt zullen blijven worden.
Het vraagt om een management dat weet hoe het vrienden moet maken en niet alleen vijanden.

Als het waar is dat onze voormalige voorzitter het management om hem heen zonder aanziens des persoons publiekelijk schoffeerde als iets hem niet zinde, zal hij wel weinig vrienden hebben gehad. Die zullen wel blij zijn dat hij nu weg is.
Maar misschien moet ik de goede man ook wel dankbaar zijn dat hij sommige managers heeft geschoffeerd die buiten het bereik van mijn woede waren. Wie zal het zeggen.
In grote organisaties denkt de toplaag vaak dat zij bestaat uit betere mensen. Ik denk dat nu zo langzamerhand tot velen wel door begint te dringen dat dit niet zo is. Er zitten aan de top net zoveel sukkels als aan de basis.
In mijn visie moeten we weer terug naar organisaties waar de menselijke maat het uitgangspunt is.
Kostenbesparing en kostenbeheersing wordt dan weer mogelijk. Megalomane karaktertrekjes krijgen dan geen of weinig kans.
Maar bovenal moeten er weer structuren worden gecreëerd die de mensen uitnodigen om mee te praten en mee te beslissen. Nu ik zo af en toe met mijn tong op mijn schoenen hyperventilerend thuis kom na een dag keihard werken kun je wel stellen dat er juist het tegenovergestelde gebeurt. Juist nu moet er ruimte en tijd worden geschapen om al het talent dat er in de organisatie is in te zetten om er weer bovenop te komen. Anders staan we straks allemaal op straat.
Maar eerlijk gezegd zie ik het niet gebeuren. ‘Bezinning’ is niet een woord wat je vaak hoort tijdens grote veranderingen.
Er wordt nog steeds teveel ruimte  gegeven aan degenen die denken het beter te weten.  Wij met z’n allen zullen daar vroeg of laat de prijs voor moeten betalen. Zowel op micro, meso als macro-niveau. Het is helaas niet anders.

zondag 16 september 2012

Mijn allergie.


Langzaam trekken de rode vlekken en pukkeltjes weg uit mijn gezicht. Morgen zullen ze wel helemaal verdwenen zijn.
Zo’n allergische reactie krijg ik nu altijd als ik lees hoe onze blonde vlam uit Den Haag weer eens de publiciteit heeft gezocht met zijn demagogisch en populistisch geneuzel.
Hem komt het goed uit dat er al weer een anti-islamfilmpje is verschenen, gevolgd door misselijk makende gewelddadigheden over heel de wereld.
Ja, Geert kan zich opnieuw voordoen als de Grote Voorvechter van het vrije woord.
De goede man lijkt niet eens te weten waarover hij praat. Het zijn mensen als hij die velen doen verlangen naar de tijd dat het leek of men eerst had nagedacht voordat men zijn mening uitsprak. Omdat men niemand met zijn mening onnodig wilde kwetsen.
Overigens ligt deze tijd volgens mij in een verre toekomst en heeft zij nog nooit bestaan.
Door weer een van zijn bekende stokpaardjes uit de kast te halen laat Geert zien over hoe weinig fantasie en fatsoen hij beschikt. En hoe makkelijk hij bereid is het belang van velen te schaden als hij er zelf beter van denkt te kunnen worden.
Zijn actie zou mij geen prettig gevoel geven als ik nu als Nederlander in een islamitisch land verbleef. Of als ik daar zakelijke belangen had. Als er straks Nederlanders in het buitenland worden vermoord door dit onverantwoordelijk gedrag kun je stellen dat hij letterlijk over lijken gaat om zijn gelijk, lees de stem van de kiezer, te krijgen.
Met het plaatsen van het gewraakte filmpje op zijn website probeert hij zijn achterban weer op te peppen na het forse verlies dat zijn partij geleden heeft. Opnieuw heeft hij de aandacht te pakken van het grote publiek.
We moeten van hem allemaal even vergeten dat hij als politicus steeds minder serieus wordt genomen en dat vele tienduizenden, die vroeger nog achter zijn vaandel marcheerden, zich bijna wanhopig gewend hebben tot de VVD of PvdA. Die hen à propos natuurlijk straks mooi in de kou zullen laten staan.
Zelf vind ik het overigens geen prettige gedachte dat velen van hen die, als zij de kans zouden krijgen, liever zouden stemmen met hun vuisten, nu tot het electoraat behoren van de twee grootste partijen.

Van het politieke toneel is Geert zeker nog niet verdwenen. Ongetwijfeld bezint hij zich op een comeback.
Ik wil niet suggereren dat hij dezelfde mentaliteit heeft als de vele slachters in de geschiedenis die hele bevolkingsgroepen over de klink gejaagd hebben. Maar waar zijn houding in die van hen afwijkt zou ik niet weten. Velen die er een studie van hebben gemaakt en er veel meer verstand van hebben dan ik noemen hem een gevaarlijk man. Van alle politici zou hij het grootste verlangen hebben naar macht. Wie ben ik om deze knappe koppen hier in tegen te spreken?
Maar gelukkig leven we nog steeds in een betrekkelijk vrij land. Het is hier zo veel beter dan in andere landen als het gaat om ons recht vrijelijk onze mening uit te mogen spreken.
Artikel 7 in de grondwet beschermt ons tegen degenen die ons dit recht af willen nemen. Daar hebben we Geert helemaal niet voor nodig. Het zijn mensen als hij die het recht om ons uit te spreken juist in gevaar brengen. Maar blijkbaar denken velen hier anders over.
Geert, jongen. Het is mooi dat je altijd je gladde rug zo recht weet te houden. Veel mensen hebben hier bewondering voor. Maar dat je steeds weer recht probeert te praten wat krom is past daar niet bij. Je lijkt me een zeer ongelukkig mens.

maandag 10 september 2012

Hoera, de herfst komt er aan.


De herfst hangt in de lucht. Die juf van het weerbericht zei het en ik geloof haar, want ze zei het bijna glunderend. Van haar heeft de zomer zeker lang genoeg geduurd.
De bladeren van sommige planten bij ons in de tuin verdorren reeds. Bij het verscheiden van de zomer proberen muggen je op de valreep nog even wanhopig zoemend lek te steken. Misschien willen ze hun familie wreken, die bij ons in de slaapkamer met gebroken vleugeltjes en pootjes als bruine roestvlekken tegen het plafond en de muren plakt, hun irritante gezoem voor eeuwig verstomd.
Ja, kleine etterbakjes. Jullie treft hetzelfde lot als je om mijn hoofd gaat zoemen. Ik maak muggenpasta van je.
In de struiken bij de compostbak wachten vette spinnen bewegingsloos in het web dat ze gesponnen hebben op een lekker hapje en de twee zielige tomaten die er in de zes tomatenplanten hangen beginnen hun groene kleur om te ruilen voor een diep oranjerood.
Moeder, zet de pan maar alvast op het vuur. Dat wordt weer een stevige tomatensoep. Ga ik eerst nog een kilo tomaten op de markt kopen.



Ja, de eerste nachtvorst is al weer gesignaleerd.  Gisteren was de temperatuur bij een bijna onbewolkte lucht in de richting van de dertig graden gegaan; de rest van de week is het regenachtig en zullen we het met ongeveer twintig graden moeten doen.
Ik verheug mij nu al op de wandelingen straks langs het strand als het stormt. En de boswandelingen die ik wil gaan maken als de bladeren aan de bomen verkleuren en er een vriendelijk najaarszonnetje schijnt. Ik ken geen betere manier om tot bezinning te komen en om afscheid te nemen van de zomer.
Transpirerend op de klamme lakens liggen met zoemende muggen in het donker, als kleine vampiers die bloed ruiken, is bijna verleden tijd. Ik kan straks weer heerlijk doorslapen. 

donderdag 6 september 2012

Ga toch stemmen


Volgende week ga ik stemmen. En ik hoop dat zoveel mogelijk mensen dat doen.
Ik twijfel nog tussen de partij van de onnozelen (PvdO) en die van de relativisten (PvdR). Maar als de partij van de negativisten (PvdN) alsnog besluit om mee te doen krijgen zij mijn stem.
De partij van de onnozelen zou ongetwijfeld de grootste worden als haar achterban slim genoeg zou zijn om te beseffen dat de PvdO de enige partij is die haar belangen echt behartigt.
Maar dit gaat niet gebeuren. Dus zullen veel onnozelen weer op de partijen stemmen die, zoals later blijkt, juist met maatregelen zullen komen die niet in hun belang zijn. Zo gaat het altijd.
Achteraf zullen ze wel weer mopperen.
“Je kunt net zo goed niet gaan stemmen. Het helpt toch geen reet”. Of: ”Zakkenvullers zijn het. Allemaal. Ze beloven je van alles, maar ondertussen…” Waarbij je als toehoorder zelf mag invullen wat er is beloofd en wat er ‘ondertussen’ voor vreselijks gebeurt.
Zelf ga ik waarschijnlijk toch weer voor de PvdO, al weet ik dat ik opnieuw zal worden genaaid. Juist zij beloven je gouden bergen, maar als rechtgeaarde onnozele hoop ik er ook nu weer op dat ze zich wel aan hun woord zullen houden.

Vind ik mezelf dan onnozel?  Of vind jij jezelf dan onnozel?  Nee, natuurlijk niet. Geen mens zal zichzelf onnozel vinden.
Maar anderen denken daar misschien wel anders over. En als ook maar twee mensen mij onnozel vinden, dan is het toch twee tegen één.
Omdat de kans groot is dat dit voor iedereen geldt, weten heel veel mensen niet dat ze onnozel zijn.
Misschien wel het toppunt van onnozelheid.
Als je even de moeite zou nemen om te kijken op synoniemennet, vind je letterlijk tientallen synoniemen voor het woord ‘onnozel’. En opeens besef je dat echt iedereen op de een of andere manier onnozel is. Ook jij. Dus waarom zou je je eigen belang uit het oog verliezen?

Ik schreef al dat ook de PvdR een kans maakt om mijn stem te krijgen. Wat maakt het immers uit? Zoals Multatuli al zei “Vanaf de maan gezien zijn we allemaal even groot”. Alles is betrekkelijk. Het leven is nu eenmaal rommelig en kort. Iedereen doet zijn best om er wat van te maken, maar velen van ons hebben daar toch veel moeite mee. Zelf denk ik dat daarom de PvdR klein zal blijven. Teveel mensen kunnen immers alleen in zwart-wit denken. De nuances zien vraagt om gevoeligheid en intelligentie.
Mij zul je niet horen zeggen dat de mensen daar ruim van zijn voorzien. Is het pedant om te denken dat jij en ik daar wel voldoende over beschikken? Helaas vormen wij een minderheid.

De PvdN twijfelt nog of zij met deze verkiezingen mee zal doen. Jammer, want als rechtgeaard pessimist denk ik erg negatief over hoe de samenleving zich de komende jaren ontwikkelen zal. Maar ik hoop wel vaker ongelijk te hebben.
Je moet blind zijn als je niet ziet hoe vooral de hebzucht en kortzichtigheid van velen alles en iedereen mogelijk in het verderf zal storten.
De crisis op veel van onze leefgebieden is niet zomaar als een negatieve deux ex machina uit de hemel komen vallen. Dit is mensenwerk. En de reacties hierop zijn dit ook.
Maar ik begrijp die mensen van de PvdN wel. Ze willen niet de partypoopers zijn op het feestje.
Dus misschien moet de PvdN maar geen pluche in Den Haag ambiëren.

Net lees ik dat de Partij van de Goedgelovigen (PvdG) gisteren besloten heeft om ook mee te doen.
En volgens Maurice de Hond zouden ze volgens de peilingen nu al dertig zetels hebben als er vandaag verkiezingen zouden zijn geweest. Alle stemmen zouden afkomstig zijn van PVV, VVD en CDA. 
Jammer voor deze partijen. We hebben nog ruim vijf dagen te gaan. Ik voorspel dat straks een nieuwe Tijl Uilenspiegel onze premier wordt.

maandag 3 september 2012

Vakantiefoto’s


Nu gaan klagen dat ik zo afschuwelijk veel vakantiefoto’s heb en niet goed weet wat ik er mee moet doen heeft niet zo veel zin. Dat had ik natuurlijk eerder moeten bedenken.
Net als bijna iedereen heb ik de gewoonte om in de vakantie er maar op los te fotograferen onder het motto “Nooit geschoten is altijd mis”.
Het resultaat is dan dat je na de vakantie met honderden foto’s en filmpjes zit, waar je niets mee kunt. Je weet soms niet eens meer waar je ze genomen hebt en wie die mensen zijn die lachend het glas naar je opheffen. Even bekruip je zelfs de twijfel of het wel je eigen foto’s zijn.
Als je vroeger wilde je weten wat je had gefotografeerd, bracht je het rolletje weg, waarbij je aan gaf wat het formaat van de foto’s moest worden en of ze glanzend dan wel mat moesten worden afgedrukt en een paar dagen later ging je de foto’s ophalen, rustig thuis bekijken waarna je ze in een lege schoenendoos gooide. Er staan nog diverse van dit soort dozen in meerdere kasten over het huis verspreid. Geen idee waar.
Nu zet ik al mijn foto’s op Picasa, dat enige leuke fotobewerkingsmogelijkheden heeft.
Soms kom ik in de verleiding om hier mee te gaan spelen, maar na een half uurtje fröbelen hou ik het meestal voor gezien. Niet dat ik iets beters te doen heb, maar ik vind het dan bijvoorbeeld prettiger om uit het raam naar een mooie wolkenlucht te staren.

Zeker, er zijn mensen die anders met hun vakantiefoto’s om gaan.  Heel vaak ga ik niet op visite bij anderen, maar als ik dan zo’n mooie fotoboek doorblader dat zo professioneel  in elkaar gezet is, vind ik dat erg plezierig. Al gaat ook dat na vijftien minuten vervelen. Maar de goedkeurende blik van de geestdriftige maker als je belangstelling toont en met complimentjes strooit, maken het voor mij onmogelijk om te zeggen dat ik nu wel genoeg gezien heb en dat ik de rest van de foto’s wel zal bekijken als ik over een half jaar of zo weer langs kom. Dus bijt ik door de zure appel en laat me nog minstens een half uur tot drie kwartier bijpraten over wat er op de foto’s staat, luister ik naar de enthousiaste vakantieverhalen en hoop ondertussen vurig dat dit beloond wordt met een mooie anekdote over autopech in the middle of nowhere, een brand in het hotel, een schipbreuk of iets anders vreselijks, maar helaas nooit wat van dit alles.
Het eten was lekker, de stranden waren schoon, de mensen vriendelijk, de vluchten heen en terug waren voorspoedig verlopen en het was alles bij elkaar opgeteld helemaal niet duur.
Ik verdenk deze mensen er van dat zij ook altijd de gebruiksaanwijzing doornemen van een net aangeschafte wasmachine, droogtrommel, televisie of ander mooi apparaat. Iets wat ik ook nooit doe.

Dus in plaats van in een doos staan mijn foto’s nu op mijn harde schijf. En daar kan ik nog duizenden foto’s kwijt. Naast de vele duizenden die er al op staan.
Aan sommigen ga ik nog wat foto’s toesturen. Dat heb ik beloofd of daar doe ik ze misschien een plezier mee. Ik zet nog enkele filmpjes op Youtube en geef dit dan door aan de mensen die daar interesse in zouden kunnen hebben. En dan hebben we ook dat weer gehad. Ik moet er alleen nog tijd voor vrij zien te maken.
Wil ik wel nog even kwijt dat ik al mijn foto’s liever op een harde schijf heb staan dan dat ze een vergeten bestaan leiden in een doos. Want al zijn veel foto’s flut en geheel overbodig, er zitten er altijd tussen die ik regelmatig wil zien. Van mensen bijvoorbeeld waarvoor ik in mijn hart een plekje heb ingeruimd. Ik ga daarom nog maar eens bij mijn vakantiefoto’s kijken wat er tussen zit. Misschien vind ik het stiekem toch wel leuk om ze allemaal nog eens te zien.