dinsdag 29 november 2011

Om in de sfeer te blijven

December staat op de stoep. Een dure tijd, maar ook een van gezelligheid. Als je tenminste de winkeliers moet geloven. Maar deze zijn niet geheel onpartijdig.
Gehersenspoeld door het een idee dat dit een maand is waarin het gezin bij elkaar moet zijn, zodat men de warmte en gezelligheid met elkaar kan delen, heb ik als onnozele 18-jarige, toen ik nog op de vaart zat, een wereldreis door mijn vingers laten glippen omdat ik met kerstmis thuis wilde zijn.
Vanaf Rotterdam zouden we via het Panamakanaal over de Grote Oceaan naar Japan en Indonesië varen en via diverse andere landen en Kaap de Goede Hoop weer naar Nederland.
Hoe deze kerstmis thuis was ben ik vergeten, maar die wereldreis is er nooit meer van gekomen en
dat weet ik nog steeds.
Inmiddels weet ik dat kerstmis niet alleen een tijd is van gezelligheid en warmte maar ook voor velen een tijd van eenzaamheid en verdriet.
Oude mensen slepen zich vanaf nu met hun laatste reserves de winter door, om bij het gloren van de eerste lentezon dood neer te vallen.
Anderen, die nog niet op respectabele leeftijd zijn maar zich wel al heel oud voelen, worden door een winterdepressie overvallen en komen pas weer tot leven bij de lichtstralen van datzelfde voorjaarszonnetje.
En dan heb ik het nog niet eens over de mensen die een partner missen of iemand anders waar ze een sterke band mee hadden. Of de daklozen, de soldaten eenzaam ver van huis, de zeelui, de zieken, de hongerigen, de gevangenen, de onnozelen.
Zij allen moeten het maar uitzoeken, want het zijn feestdagen en de meeste van hen hebben geen enkele reden om feest te vieren. Wat mij bracht tot het in elkaar flansen van het volgende 'gedicht'.

Om in de sfeer te blijven

De tafel is feestelijk gedekt
Het huis hangt vol met heerlijke geuren
Maar Karel en Hannie in hun kartonnen doos
Zitten beiden weer eens flink te meuren

Nellie staart verdrietig uit het raam
Zij mist haar man, ze zijn gescheiden
Hij woont nu bij een andere vrouw
En braadt een reebout voor hen beiden.

Joris is nu in zijn tweede jaar
Hij moet nog zeven jaren brommen
Nooit komt er iemand op bezoek
Maar ’t kan hem nu niet meer verdommen

Bart zit in zijn schuttersputje en bidt tot God
“God, zorg alsjeblieft goed voor mijn oude moeder.
Ze staat er sinds Pa’s dood helemaal alleen voor.
Niemand anders zorgt voor ’t arme loeder.”

Kees speelt met zijn piemel, geil en eenzaam
Riet, zijn vrouw, ligt te snurken in haar pyamapak
De kerstklokjes klingelen, het is bijna kerstmis
Hans schopt de stoel weg….. het touw staat strak

maandag 21 november 2011

Pakjesavond

We zitten gezellig bij elkaar. Het is 5 december. Buiten vriest het 7 graden, binnen brandt de kachel. Ja, ja. Wat hebben we het goed. Er is warme chocolademelk en een banketstaaf, die in de oven even is opgewarmd. Uit de speakers klinkt de zwoele stem van Katie Melua.
Het is weer zo ver: pakjesavond. Vanavond gaan we enkele mensen gelukkig maken.
In de hoek bij de trap staan drie grote wasmanden met in elk een berg cadeautjes.
‘Laten we beginnen’, roept mijn zoon en hij sleept samen met de anderen de manden naar het midden van de kamer.
Ruben pakt een grote doos. ‘John’ staat er op. Wauh. Wat een pakket. Ik weet wat er in zit. De anderen niet. Nieuwsgierig kijken ze toe hoe ik het mooie papier er af scheur.
Hé, dat is die 2e computer die je boven had staan. En die je verder nooit gebruikt, zegt Paula. Goed dat je die weg doet. Waar gaat hij heen?
Ik graai in een zak met namen en pak er een gesloten papiertje uit. ‘Die is voor Hans de Bruin. Ik ken hem niet persoonlijk, maar het schijnt iemand te zijn die al langer in de bijstand zit en geen kans maakt op het vinden van een baan. Ik denk dat Hans hier wel blij mee zal zijn.’ Iedereen klapt in zijn handen. Nu is Eva aan de beurt. Het pak dat ze in haar handen houdt is rijk versierd met leuke tekeningen. Zonde eigenlijk om het open te scheuren. Dat doet ze door het plakband heel voorzichtig los te maken. Er komt een tekentablet tevoorschijn. ’Laatst heb ik een nieuwe gekocht. Deze is nog goed, maar wat moet ik er mee?’ Ook zij trekt een naam. Weer iemand die al lang in de bijstand zit en geen zicht heeft op werk. Behalve namen van bijstandsgerechtigden zitten er ook namen in van instellingen waarvan de subsidie door de overheid is gestopt. En van de wat grotere organisaties die zich inzetten voor hun medemens, zoals bijvoorbeeld Artsen zonder grenzen en Greenpeace.
De een na de ander haalt een mooi cadeau uit de verpakking. Er zit van alles tussen. Van goedkope prullen die al jaren weggestouwd zijn in dozen die alleen maar ruimte innemen tot de wat duurdere overcomplete spullen die zijn bewaard omdat ze misschien nog wel eens van pas kunnen komen.
Aan het eind van de avond staan er genoegen spullen om een etalage van een winkel in te richten. Sommige spullen zijn te groot om in te pakken en daar is een foto van gemaakt. Zo is er een overcompleet bankstel, een fiets, wat elektrisch gereedschap dat weliswaar gebruikt is, maar waar niets aan mankeert, een cd-speler die overcompleet is, twee stoelen, een hobbelpaard (ja, echt.) en een barbecue die nog nooit is gebruikt.
Morgen komt er een grote wagen de pakjes ophalen om alles naar een centraal punt te vervoeren, vanwaar het wordt gedistribueerd over de mensen en instellingen waarvoor het is bestemd.
De spullen die te groot waren worden later door wagens van hetzelfde distributiecentrum opgehaald en bij de mensen thuis bezorgd.
De dag na Sinterklaas is het feest in al die huizen waar ze geen geld hebben om cadeaus te kopen en bij de instellingen die het moeten hebben van de goedheid van anderen. En honderdduizenden mensen zijn eindelijk weer af van hun overbodige spullen. Vanaf de kerst kunnen zij opnieuw beginnen met het verzamelen.

vrijdag 18 november 2011

Wie gelooft er nog in snikkelkaas?

Bijna 5 december. Al weer vijfendertig jaar geleden dat ik mezelf op Sinterklaas met zak en al cadeau deed aan Paula. Een mooier cadeau heeft ze hierna nooit meer gehad.
Het was liefde op het eerste gezicht. Van mij naar haar althans. Zij vond me geloof ik wel aardig.
Vanaf het begin hebben we elkaar het nee-woord gegeven en elkaar duidelijk gemaakt dat we nooit met elkaar zouden trouwen. Zo’n meisje zocht ik en zij zocht blijkbaar zo’n jongen.
Een mensenleven lang niet getrouwd. Mijn moeder zei het destijds al. “Johnny, jij bent geen man voor het huwelijk.” En hoe gelijk heeft ze gehad.
Soms besluiten mensen na jarenlang te hebben samengewoond om ook voor hen zelf duistere redenen alsnog met elkaar te trouwen. Opmerkingen van anderen zoals “Als jullie toch bij elkaar blijven , waarom gaan jullie dan niet trouwen?” of “ Zouden jullie kinderen het niet leuker vinden als jullie getrouwd zouden zijn?” roepen twijfels op bij het stel omdat ze eigenlijk niet goed kunnen duidelijk maken waarom ze gekozen hebben voor samenwonen boven het huwelijk.
Eerlijk gezegd zou ik dat ook niet kunnen. Maar ik zou ook niet weten waarom ik een voorkeur voor het huwelijk moet hebben boven het samenwonen. Want waarom in Godsnaam trouwen mensen eigenlijk als zij ook gewoon kunnen samenwonen? Kan iemand mij dát uitleggen?
Enfin, men laat soms na jaren te hebben samengewoond alle weerstand varen en trouwt met elkaar. Scheiden kun je immers altijd nog na zo’n elf jaar, wat de gemiddelde duur is dat menig huwelijk stand houdt.
De kinderen of kleinkinder worden dan bruidsmeisjes en bruidsjonkers en hoewel er niet meer door de bruid op was gerekend beleeft zij alsnog de mooiste dag van haar leven. Whoopie!
Hierna kan het alleen nog maar bergafwaarts gaan.

Ook met hem komt het soms nooit meer goed. En dat allemaal door één moment van zwakheid.
Het besef dat hij nu een gehuwd man is kan te confronterend zijn en er bestaat een kans dat hij decompenseert.
Ik ken geen cijfers, maar angst, verwardheid en gevoelens van depressie kunnen bij hem het gevolg zijn van het huwelijk. Of dit ook geldt voor haar weet ik niet. Zou het voor mij gelden? Vast en zeker. Ik word al depressief bij de gedachte hieraan.
Gelukkiger zullen de meesten die jarenlang samengewoond hebben en alsnog trouwen samen niet worden, denk ik. Waarom zouden ze? Dus net als in alle voorgaande jaren verwacht ik op 5 december geen huwelijksaanzoek en ook ik heb zelf geen plannen om een dergelijk aanzoek te doen. Allemaal flauwekul. Zoiets doe je een ander niet aan. En zeker niet op 5 december.

Ja, 5 december. Je zou het bijna vergeten. Het is weer de tijd voor het heerlijk avondje.
Kleine kinderen, net zindelijk geworden na een intensieve plastraining, plassen van de spanning weer in hun bed, opgefokte ouders staan met een mand vol overbodige rotzooi in de rij bij de kassa van het een of andere warenhuis en in het hele land piekert men zich suf hoe men dit jaar wèl met een origineel cadeau op de proppen kan komen bij partners, kinderen of vrienden. Kortom, ellende. Wij schuiven dit nog even voor ons uit naar de kerstdagen. En ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik het altijd weer heel erg naar mijn zin heb als iedereen er is en de cadeautjes worden uitgepakt.
Niemand komt helaas onder de druk uit die de feestdagen steeds weer met zich meebrengen. Want gezellig zal het worden. Crisis of niet. Behalve natuurlijk als schoonmama en schoonpapa besluiten om ook te komen.
Bij de kassa van een supermarkt hoorde ik hoe een man aan zijn vrouw vroeg of ze niet vergeten was een cadeautje te kopen voor hun dochter.
“Ach”, reageerde de vrouw. “Ze gelooft er toch niet meer in. Ze zit nou net op zo’n leeftijd dat ze er aan begint te twijfelen.” Ik zag dat ze rode koontjes kreeg van het gesprek, want iedereen stond natuurlijk mee te luisteren. De man reageerde niet. Hij had al jaren geleden afgeleerd om zijn vrouw tegen te spreken.
Die wendde zich tot de jongen achter de kassa. Ze wees op een kleurboek. ”Hoeveel kost –ie?”
“Twee euro vijftig, mevrouw”, was het antwoord. Er volgde een kleine aarzeling. En dan “Doe maar”.
Was ze van het gezeik af.
In dit blok heb ik mijn piekbelasting. In normaal Nederlands: dan geef ik het meeste les. In het team zijn er vier docenten voor langere tijd uitgeschakeld. Iedereen die nog wel werkt heeft het gewoon erg druk.
Zou het door de vermoeidheid of deze drukte komen dat ik mij gisteren nog versprak in de klas en opmerkte dat, met al die informatie die ze van internet kunnen halen, geen kind echt meer gelooft in snikkelkaas?

maandag 14 november 2011

Muziek

Er was eens een man die gevangen zat en elke dag werd gemarteld. Niet met stokslagen of met een of ander martelwerktuig, maar met zijn lievelingsmuziek. De muziek die hij hoorde toen hij zijn vrouw leerde kennen, de muziek die er gespeeld werd op zijn trouwdag. De muziek die hij op een oude platenspeler draaide toen hij zat te wachten op de geboorte van zijn eerste kind, de muziek die het einde van de winter aankondigde en de kleuren en geuren van de lente verwelkomde.
Het was deze muziek die hem nu herinnerde aan gelukkiger tijden. Aan een leven dat hij als toneelspeler en komiek had geleefd in de tijd dat je nog alles kon zeggen of schrijven zonder dat je bang hoefde te zijn voor vervolging en straf.
Dit alles was nu al vele jaren voorbij. Hij wist niet of er nog iemand van zijn gezin in leven was, of zijn vrienden er nog waren. Hij wist niet wat er verder in de buitenwereld gebeurde, hij wist niet eens wie zijn kwelgeesten waren, want hij zat in eenzame opsluiting terwijl uit de luidspreker aan het plafond steeds weer de muziek klonk. Het maakte hem krankzinnig.
Toen werd zijn celdeur op zekere dag open gegooid. Er stond een man met een vuile overall in de opening die riep “ Broeder, je bent vrij”, waarna hij doorliep om de andere celdeuren open te maken.
De man kreeg, nadat hij zich gewassen had en door een arts grondig was onderzocht, schone kleren en een warme maaltijd. Men gaf hem een chipkaart voor het openbaar vervoer en daarna werd hem verteld dat hij naar huis kon gaan.
De bruine uniformen op straat waren verdwenen. De gehate rode vlag met het vlammende zwaard wapperde nergens meer. Er liepen mensen rond in groene uniformen. En de vlag was nu geel, met een blauwe gebalde vuist in het midden.
Op de voorpagina van een krant zag hij dat er ruim zeven jaar was verstreken sinds hij was vastgezet.
De man had in zeven jaar geen contact gehad met vrienden , kennissen of familie en hij haastte zich naar huis, maar de straat waarin hij gewoond had bestond niet meer.
Moedeloos sjokte hij naar het park waar hij vroeger de eendjes voerde met zijn dochter en zette zich neer op een bankje aan de vijver.
Er kwam een vrouw voorbij met een kinderwagen. Ze stopte bij de bank en ze vroeg aan de man of de plek naast hem vrij was. Hij knikte. Ze ging zitten en beiden raakten aan de praat.
Hij ontdekte dat zij haar man zeven jaar geleden kwijt was geraakt. Van de ene dag op de andere was hij zomaar verdwenen. Nooit had ze meer wat van hem gehoord.
Zij hadden samen een dochtertje van drie. Het meisje was nu tien. Ze liet hem een foto zien. Na enkele jaren was ze opnieuw getrouwd.
Drie maanden geleden was er een revolutie in het land uitgebroken. Na enkele dagen al verdween haar echtgenoot en zij was opnieuw alleen.
Nadat ze zo over haar leven verteld had vroeg ze aan de man waar hij vandaan kwam en of hij misschien getrouwd was. Hij vertelde dat hij jarenlang gevangen had gezeten en vandaag pas vrij was gekomen. Dat hij terug gegaan was naar zijn woning, maar dat de straat waarin hij gewoond had verdwenen was. Hij huilde toen hij haar dit vertelde, al probeerde hij zijn tranen in te houden.
Nadat hij zijn verhaal verteld had was het even stil tussen hen beiden. De man keek in de kinderwagen en zag daar een kindergezichtje met een lieve lach dat hem met stralende ogen aan keek.
“Ik had uw eerste man kunnen zijn”, zei hij. “Het is zeven jaar geleden dat ik ben opgepakt. Ik was toneelspeler en ik zei dingen die het regime niet welgevallig waren. Ik had een dochtertje dat, als het nu nog leeft, tien jaar is. Net als uw dochter.”
De vrouw keek hem peinzend aan. “Komt u met me mee. Dan gaan wij beiden mijn dochter van school halen. En daarna gaan we naar mijn huis. U kunt bij mij komen eten als u dit wilt. Ik heb nog een kamer over. Die wil ik best aan u verhuren.” De man was aangenaam verrast en zei dat hij haar uitnodiging accepteerde.
De dochter van de vrouw was een vrolijk kind. Ze had blijkbaar een toegankelijk karakter en al in het eerste kwartier had ze vriendschap met de man gesloten.
Met z’n drieën wandelden ze naar een groot flatgebouw, waar de vrouw een woning huurde op de bovenste verdieping.
Nadat de vrouw gekookt had gingen ze aan tafel. Omdat ze van een romantische sfeer hield zette de vrouw een plaatje op. De man barstte opnieuw in tranen uit toen hij de muziek hoorde. Muziek, die hij zeven jaar dag in dag uit had gehoord, tot hij gek was.

vrijdag 11 november 2011

De kit

Na hem meerdere malen verzocht te hebben het lokaal te verlaten werd een 13-jarige jongen door een docent beet gepakt en op de gang gezet. Tja, zoiets moet je natuurlijk niet doen in Nederland, want dan vraag je om moeilijkheden. Onze politie, waar ik natuurlijk net als iedereen vreselijk dol op ben, weet met dit soort leraren wel raad. Oppakken en de bak in.


Als kind, ik zal nog geen tien zijn geweest, kreeg ik van oom agent een stevige schop onder mijn kont omdat ik niet onmiddellijk deed wat hij mij zei.
Ik stond in de rij voor een film in het buurthuis en er werd nogal gedrongen en geduwd. Zoiets doen kinderen. Maar de agent vond ons iets te rumoerig en maande ons om rustig te zijn. En omdat wij niet onmiddellijk luisterden kreeg ik te maken met de sterke laars van de wet.
Sindsdien ben ik allergisch voor dat dappere geüniformeerde volk.
Maar afgezien van mijn allergie ben ik blij dat ze er zijn om docenten duidelijk te maken dat er grenzen zijn in het bestraffen van leerlingen.
Ik adviseer daarom al mijn leerlingen als ze de klas worden uitgestuurd omdat ze, ook na een waarschuwing, door gaan met ouwehoeren, voortaan gelijk 1-1-2 te bellen.

donderdag 10 november 2011

Porno.

Het had mij kunnen overkomen. Niets menselijks is ons docenten namelijk vreemd.
De laptop staat aangesloten en ik bekijk een pornosite.
Die zijn er tenslotte niet voor niets en zo’n raam, met een blik op een wereld die gewoonlijk voor ons verborgen blijft, nodigt uit om door naar binnen te gluren.
Ik kijk naar een mooie naakte blonde vrouw, die op een creatieve manier met een bierblikje speelt.
Helaas ben ik even vergeten waar ik ben, namelijk op school, waar ik de computer net heb geïnstalleerd voor een presentatie op het digibord. En ik ben ook vergeten dat de computer al is aangesloten op dat bord, zodat heel de klas over mijn schouders staat mee te gluren.
Pas als de groep veertien en vijftienjarigen begint te joelen dringt het tot mij door dat er wat aan de hand is. Met een rode kop sluit ik de site en met een grapje probeer ik mijn gêne te verbergen.
“Sorry jongens. Thuis maar verder kijken. Wie het adres wil hebben kan na afloop even bij mij langs komen. Sorry dames. Jullie meester is gewoon een oude viezerik.”
Het overkwam een leraar van het Connect College in het Limburgse dorp Echt.
Het verontwaardigde schoolhoofd heeft de leraar 4 weken geschorst. Hij zei donderdag dat zijn school de zaak hoog opneemt wegens de voorbeeldfunctie van de leraar.
Ja, het is ook niet niks. Deze jongens en meisjes hadden zoiets nog nooit eerder gezien en het is natuurlijk belangrijk dat in het achterlijke Echt iemand is die er op toe ziet dat de goede zeden worden nageleefd.

Als ik zoiets lees krijg ik spontaan de kriebels in mijn kruis. Voorbeeldfunctie. Is er nog één idioot die een voorbeeld neemt aan zijn docent. Is hij het baken waarop we moeten koersen opdat wij niet ten onder gaan aan alle malligheid die het leven op ons bordje stort?
Nu zijn de ouders van die leerlingen ook een beetje lijp. Zij dienden een klacht in toen zij van het gebeuren hoorden.
Bij hun thuis is het alleen pa die het vlees snijdt en naar de porno kijkt. Ma breidt warme wollen sokken voor de winter, want volgens de voorspellingen wordt deze heel koud.
Als de leerlingen in hun onschuld lachend het verhaal thuis vertellen van de verstrooide professor die naar een blote vrouw zat te kijken verstommen de gesprekken aan de eettafel.
Moeders bellen elkaar op. Vaders gaan met het adres dat zij van hun zoon gekregen hebben achter de computer zitten omdat zij willen weten hoe erg het was. Heel het dorp in rep en roer.
Er wordt een vergadering belegd in het buurthuis St. Joris, waar de gemoederen hoog oplopen.
Men weet waar de leraar woont. Een lynchpartij kan net voorkomen worden.
Uiteindelijk, nadat de dominee gepleit heeft voor genade boven recht, besluit men om een klacht in te dienen. Aldus geschiedde.
Als je een porno kijkende docent bent aan het Connect College in het Limburgse dorp Echt en je bent zo dom geweest om je hobby met je leerlingen te delen, dan kun je beter verhuizen naar Ameland of verder. Of je school in de fik steken. (Oeps. Zou ik ook een voorbeeldfunctie hebben?)

dinsdag 8 november 2011

November overpeinzingen.

Het is herfst en voor mij is dit een periode van overpeinzingen. Niet over al mijn zonden, want zo lang duurt de herfst niet. Maar over de vergankelijkheid van alles en hoe mooi dat eigenlijk is.
Lees vooral niet verder als je dit geouwehoer vindt. Deze woorden zijn dan niet voor jou geschreven.
Wat mij bezig houdt is mijn persoonlijke nietigheid en de nietigheid van iedereen in het algemeen.
Terwijl wij dit meestal niet zo ervaren. Wij zijn de nieuwe onsterfelijken. Eén wereld naar de klote helpen is een peulenschilletje. Het heelal ontwrichten, daar ligt de uitdaging.
Wij hebben het gevoel dat wij de wereld kunnen overzien en zelfs in de toekomst kunnen kijken.

Maar onze eigen wereld is klein. Enorm klein. Als je al duizend mensen kent, besef dan dat dit het geboorteoverschot is van nog geen vier minuten. Zoveel mensen zijn er in vier minuten toegevoegd aan de zeven miljard die er verder nog rond huppelen. De mensen die in die vier minuten zijn gestorven zijn hier al van af getrokken. Het stelt dus niet veel voor.
Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ken de leeftijd van mijn buren niet eens en van meer dan de helft van de mensen in mijn straat die mij bijna dagelijks groeten weet ik niet eens hoe ze heten.
Mijn wereld, mijn eigen kleine wereld is de wereld thuis, op mijn werk en de pleisterplaatsen om mijn huis en tussen mijn huis en mijn werk. De winkels, bioscopen en theaters. De parken en het groen van Midden Delfland. Enkele woningen waar kennissen, familie of vrienden wonen. Het heeft niet veel om het lijf. Ik heb niet eens een stamkroeg.
Mijn wereld zit in de eerste plaats in mijn hoofd. En ook daar zijn nog vele plekken die ik nog nooit verkend heb.
Ja, het is een illusie dat wij onze wereld kunnen overzien. Dat we een duidelijk beeld van onze plaats hierin hebben. Je verstand kan niet bevatten dat je er bent. Dat je bestaat. Dat je leeft. Dat je maar heel erg kort leeft. En dan zomaar weer in het niets verdwijnt waaruit je afkomstig bent. De gedachte hieraan ervaren velen als huiveringwekkend. Jammer, want gaan doe je toch.
Je mag dan directeur zijn, een groot genie, een Unstenaar, een arme sloeber. Het maakt niet uit.
Zovelen weten nu al niet dat je bestaat en het kan ze ook niets schelen. En andersom kan het jou niet schelen dat zij bestaan. Straks, morgen, over een paar jaar, eens zal niemand op aarde weten dat je ooit bestaan hebt. En ondertussen maak je je druk over alles en nog wat en gedraag je je alsof er altijd voor je een nieuwe morgen zal zijn. Bizar. Uiterst bizar.
Ik ken zoveel mensen die er maar niet in slagen om zich bezig te houden met wat werkelijk belangrijk voor ze is. Die zich laten leven door hun partner, hun kinderen, hun ouders, hun werkgever en noem maar op. Straks als ze dood zijn hebben ze spijt dat ze niet echt geleefd hebben en kijken ze bovendien beteuterd op hun neus, omdat blijkt dat de hemel inmiddels gesloten is in verband met grondige restauratiewerkzaamheden en God met vakantie is.
Het bestaan is een mysterie en mysteries kun je niet onder woorden brengen.
Voor een trekvogel is de wereld groter dan voor een mens die een groot deel van zijn leven op slechts een paar vierkante meter door brengt en daar vrede mee heeft.

In de toekomst kijken kunnen wij ook niet. We hebben wel bepaalde verwachtingen, maar of ze uit zullen komen is nog niet bekend en ook niet of je zelf aanwezig zult zijn om het mee te maken.
Nee, we kunnen onze wereld niet overzien en in de toekomst kijken al helemaal niet. Al gedragen we ons daar wel naar.
Des te wonderbaarlijker is het dat we ondanks onze beperkingen met elkaar tot onvoorstelbare prestaties in staat zijn. En dat komt omdat we ons als geen andere levende wezens op uiterst vernuftige wijze kunnen organiseren. Dat we onze kennis en onze materiële verworvenheden door kunnen geven aan ons nageslacht. Dat we een taal hebben waarmee we onze gedachten en nog veel meer kunnen vast leggen.

Maar de belangrijkste reden is misschien wel dat dit mogelijk is omdat we ons leven vorm geven door te leven alsof we onsterflijk zijn. Omdat we blind zijn voor de consequenties van wat we doen.
Als we echt bewust zouden zijn van onze nietigheid en kwetsbaarheid, als elke vezel in ons lijf zou beseffen dat het zo voorbij kan zijn en dat dit moment steeds dichterbij komt, zouden we dan niet heel anders in het leven staan? En zou de wereld er dan niet veel anders uit zien?
De tijd waarin we leven heeft ons veel moois en goeds gebracht. Maar wat ze van ons heeft afgenomen is een diep ontzag voor het mysterie waar we allen deel van uit maken.

donderdag 3 november 2011

Junk

Tijd voor ander leed. Of is dat er niet? Het is vandaag in ieder geval een vrolijke dag voor de junk die ik vandaag in de trein hoorde bellen. Ik schatte haar op zo’n vijfendertig.
Ze was maandag uit de gevangenis ontslagen en had zich vervolgens drie dagen klem gezopen met Wodka. Nu was ze op weg naar huis.
Je kon niet zien dat het een junk was. In de gevangenis had ze blijkbaar goed te eten gehad. Ze zei ook dat ze enkele kilootjes was aangekomen.
Ze zag er niet naar uit als iemand die drie dagen bezopen is geweest. Waarschijnlijk omdat een geoefend drinker van wodka nauwelijks een kater over houdt.
Aan de andere kant van de lijn vertelde iemand dat een goede bekende van hen dood in zijn huis was aangetroffen. Ze reageerde eerder verbaasd dan geschrokken en vroeg hij misschien teveel pillen had geslikt. Dat wist hij niet. Op dat moment wist ik overigens nog niet dat ze met een man zat te praten, maar dat bleek later in het gesprek.
Het was natuurlijk allemaal klote. Ook omdat haar moeder toen zij vast zat in haar huis was geweest en daar natuurlijk de crackpijpjes en het folie had gevonden. Het was een grote teringzooi in haar huis geweest en ze vond het vervelend dat haar moeder dit had gezien.
Er liepen nog een paar zaken tegen haar, vertelde ze. En verder zouden er nog zestien man ingelaaien zijn. Ik vermoedde dat dit een soort bargoens is voor ‘gevangen gezet’.
Volgens haar zouden er nu heel veel zijn die zich de komende dagen gedeisd zouden houden. Dat betekende natuurlijk dat er geen moer te krijgen was.
Tijdens het bellen sprak ze luid en duidelijk. Enige gêne toonde ze beslist niet.
Bij thuiskomst zou ze nog even kijken of ze bij de Bouman terecht kon. Een vorige keer had ze twee uur voor niks staan wachten op haar methadon. Later had ze hen gezegd dat ze allemaal de tyfus konden krijgen.
Ze sloot het gesprek af door met een bijna tedere stem te vragen of hij begin volgende week bij haar langs wilde komen. Ze zou dan voor hem koken. Nadat dit was afgesproken beëindigde ze het gesprek. Ze liet zich nog wat verder onderuit zakken en sloot toen haar ogen. Blijkbaar was ze moe.

Die tante had zo te horen een bewogen tijd achter de rug. Meestal ontgaat mij dat er zovelen zijn met een levensverhaal dat zo anders is dan het mijne. Eerlijk gezegd besef ik vaak nauwelijks dat er nog zo veel anderen zijn. Zeven miljard.
Zou ze inmiddels al weer hebben gescoord? Zou ook zij, net als die onbekende waar ze het over had, op zekere dag dood in haar huis aangetroffen worden? En zou iemand anders zich dan afvragen of ze misschien teveel pillen had geslikt? Haar moeder bijvoorbeeld?

dinsdag 1 november 2011

Mauro (vervolg)

Gelukkig heb ik vaak ongelijk. Maar in mijn stukje van 28 oktober zag ik het allemaal al aankomen.
Huilde Mauro nu vreugdetranen op tv toen hij begreep dat het CDA hem niet definitief vast wil houden? Was men dan toch bereid om hem te laten gaan naar Angola, het land waar hij al zo lang niet is geweest?
Ja, ze deden wel een ultieme poging om hem nog even hier te houden, door hem op voorhand een studievisum toe te zeggen. Maar na zijn studie zou hij toch definitief weg moeten. Eigenlijk dus ook geen oplossing. En misschien vraagt Mauro geen studievisum aan. Want hij heeft helemaal geen plannen om te gaan studeren. Wat natuurlijk onhandig is als je straks naar een land gaat waar je met een Hollands diploma gelijk aan de slag kunt gaan.

Linksom of rechtsom: Mauro mag zeker niet permanent in Nederland blijven. Mauro is het zoenoffer van het CDA aan de PVV. Door op het pluche te gaan zitten met gedoogsteun van de PVV hebben ze zichzelf in zo’n situatie gemanoeuvreerd. Ze hebben zichzelf te kakken gezet met hun gedraai.
Ja, de PVV. Daar morrelt en bromt de kiezer omdat hun blonde Greet er maar niet in slaagt om al zijn mooie beloftes waar te maken. Maar nu hebben ze dan eindelijk een succesje geboekt. Gefeliciteerd.

In mijn hart hoop ik dat Mauro de eer aan zichzelf laat, naar Angola gaat en daar een nieuw leven op bouwt. Nu toch alles in het politieke is getrokken zou hij hier een statement mee afgeven, waarin hij duidelijk maakt geen aalmoes te hoeven, de CDA-kliek beteuterd achter latend.
Maar ik kan makkelijk lullen. Wil hij hier blijven dan moet hij het spel wel meespelen, een studievisum aanvragen en een verklaring ondertekenen waarin hij verklaart dat hij na afronding van zijn studie Nederland verlaat. En dan maar hopen dat er tegen die tijd een regering aan de macht is die met argumenten onderbouwt hem de Nederlandse nationaliteit aan biedt. Hij is dan immers minstens tien jaar in Nederland en hier nog steviger geaard dan nu.