De laatste maanden had ik, net als in het echte leven, niet
veel te vertellen. Kranten en televisie herhaalden zichzelf in een eeuwig
geleuter met weinig diepgang. Rampje hier, oorlogje daar, frauderende
wetenschappers, corrupte politici. Wat is er nieuw?
Aan al die oppervlakkige shit had ik niets toe te voegen en
misschien is dit nog steeds zo.
Ik blowde teveel, want anders bleven mijn gedachten maar
door mijn hoofd malen over niets en van alles. Ik ging veel te laat naar bed,
was gestopt met sporten en vrat me bij vlagen ongans aan chocolade, nootjes en
chippies. Maar aan alle goede dingen komt helaas een eind en nu blow ik weer
een tijdje niet, eet gezond en ren twee keer per week zo’n 10 kilometer door de
polder. Gelukkig ben ik uiterst zwak van karakter en ik verwacht nog voor het
eind van de maand december een stevige terugval.
Nu mijn tijd even niet meer helemaal wordt opgeslokt door trivialiteiten
als geld verdienen om de hypotheek te kunnen betalen of het op orde brengen van
mijn administratie, die helaas nog steeds een puinhoop is, nu ik er voor
gekozen heb om de vele klusjes die op mij wachten opnieuw nog enkele maanden
uit te stellen, nu ontstaat er weer even ruimte voor het woord.
En dat schenkt mij een gevoel van genot.
Ja, mijn ijdelheid streel ik het liefst zelf. Enig narcisme
is mij niet vreemd. Wie kietelt je als je jezelf niet kietelt?
Schrijven is leuk en de voldoening die ik ervaar als het me weer
eens gelukt is om de juiste woorden te kiezen voor wat ik zeggen wil is een
beloning op zich. Dat anderen mij hiermee soms complementeren is meegenomen,
maar hoeft van mij niet. Alleen echte schrijvers verlangen er naar dat hun
lezers hen zien als iemand met een bijzondere gave. Nee, ik ben een gewoon
manneke en hoop dit nog lang te blijven.
Vandaag heb ik zin om een verhaaltje te vertellen. Een soort bekentenis over hoe ik jaren geleden de Kerst heb gevierd in Bethlehem. Je
hebt toch wel eens van Bethlehem gehoord? Koning David en Jezus zouden er
geboren zijn. Wanneer? Dat weet ik niet. Heel erg lang geleden.
Het was in een tijd dat er nog wonderen gebeurden. Zoals
maagdelijke geboortes en rotsen die wit werden nadat Maria een druppel melk had
verloren. Nooit van gehoord? Christenen bezoeken nog steeds de Kerk van de Melkgrot.
Niet omdat ze goedgelovig zijn. Juist niet. Maar omdat zij er geen moeite mee
hebben om werkelijkheid en fantasie in dat zelfde kleine kopje van hen naast
elkaar en door elkaar heen onderdak te bieden. Water of wijn. Het is voor hen
allemaal één pot nat. Over water lopen, huilende Mariabeelden, vis
vermenigvuldigen, Hans Kazan, Marcel Kalisvaart, uit de dood opstaan…Er komt geen eind aan de
dingen waarin je kunt geloven.
Tussen haakjes, in mijn werkkamer woont
een klein kaboutertje achter een plint bij de deur. Eerst dacht ik nog dat ik een
muis zag wegschieten, maar bij nader inzien was het een kleine wijze kabouter.
Soms voer ik hele gesprekken met hem en hij beweert dat de wereld NIET zal
vergaan eind december. Esoterische kennis. Illuminatie. Het bijzondere van deze
kleine kabouter is dat hij zich onzichtbaar maken kan. Alleen ik kan hem zien.
Als dat geen wonder is.
Van wonderen in Bethlehem is al een tijd geen sprake meer. De
stad schijnt te zijn omgetoverd in een soort van vesting met een acht meter
hoge afscheidingsmuur en je kunt er alleen binnen komen via zware metalen
poorten.
Gelukkig was dat nog allemaal niet zo toen ik er een bezoek
aan bracht met Kerst in 1972.
Ik verkeerde in het gezelschap van drie vrouwen. En had het
prima met hen naar mijn zin.
Nu verkeer ik al mijn hele leven liever in het gezelschap
van vrouwen dan dat van mannen. Het zal hun geur wel zijn. Ik weet het niet.
Eén van hen was mijn vriendin. De anderen waren haar zus en
een vriendin van haar zus.
We waren pas enkele maanden in Israël en de kans om Kerst te
vieren in Bethlehem wilden we niet laten schieten.
Als enige man in het gezelschap had ik mij voorgenomen hen tegen
ongewenste avances van de lokale mannengemeenschap te beschermen. Ha, ik was
een wat groot uitgevallen krielkip van 164 centimeter en dacht eventuele
opdringerige kerels met mijn indrukwekkende postuur wel af te kunnen schrikken.
Gelukkig voor mij werden de dames niet lastig gevallen. En
omdat er op mijn rol als beschermheer toch geen beroep werd gedaan besloot ik
een fles Arak te kopen. Hoe het kan dat je in een Islamitisch land zo gemakkelijk
een fles van die naar anijs smakende godendrank krijgen kan is mij nog steeds
een raadsel.
De Geboortekerk, die staat op de plek waar Jezus geboren zou
zijn, was de ideale plek om de fles aan te spreken. Ik kan mij niet meer
herinneren of de dames ook meegedronken hebben. Eerlijk gezegd kan ik mij
nauwelijks nog wat herinneren. Mijn God, wat ben ik die eerste kerstavond
bezopen geworden. Vaag staan mij beelden bij van natte sneeuw, lachende
Arabieren, oude bekenden die wij aan boord hadden ontmoet en die nu ook Kerst
in Bethlehem kwamen vieren.
Nee, erg behoorlijk heb ik mij die avond niet gedragen. Denk
ik achteraf.
De dames hebben zich gelukkig over mij ontfermd. Hadden zij
niet op mij gepast, dan zou het waarschijnlijk slecht met mij zijn afgelopen.
Na al die jaren wil ik hen vergeving vragen voor mijn
onbehoorlijke gedrag van toen en bedanken dat ze zo goed voor mij zijn geweest.
Wat waren het een lieve meiden. Het zal een wonder zijn als zij dit ooit lezen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten