donderdag 29 november 2012

Ongeloof.

Gisteren had ik het over wonderen. En de goedgelovigheid van de mens. Ik zou het er elke dag wel over kunnen hebben. Wat een fascinerend verschijnsel. Wat een mooi thema om over na te denken.
Afgezien van de tijd dat ik nog naar de zondagsschool ging heb ik nooit gelooft. Door de jaren heen ben ik zelfs een fervent atheïst geworden. Nee, niet een agnost, maar iemand die gewoon niet gelooft. 
Er is namelijk gewoon geen God. Punt, uit. En daar mogen we heel blij mee zijn. Want als je in de bijbel of ander gebedenboek leest waar zo’n almachtig opperwezen toe in staat is, dan lopen de rillingen je langs de rug. Ook zijn tegenhanger, de Grote Beëlzebub himself, bestaat alleen maar in de hoofden van veel mensen. En dat is al net zo’n creep.
De mens is een fantasierijk wezen. Als je daarbij kunt accepteren dat mensen het blijkbaar nodig hebben om hun innerlijke hemel of hel te projecteren op de wereld buiten hen, en dat zij daarbij niet of heel moeilijk los kunnen komen van hun opvoeding, dan begrijp je dat de exotische innerlijke wereld van gelovigen vele bizarre vormen aan kan nemen.

Ik denk dat iemand die gelovig is heel vaak oprecht is in zijn geloof. Alles waarin men ons immers heeft leren geloven, of dit nu de troostrijke gedachten van een godsdienst zijn of de zegeningen van de consumptiemaatschappij, maakt deel uit van ons zelf. Vormt onze identiteit.
Ik heb er dan ook totaal geen moeite mee dat mensen geloven. Het willen dienen zit nu eenmaal in de menselijke aard. Hij is immers een kuddedier. Als hij deze behoefte niet zou hebben gehad zouden wij al lang zijn uitgestorven. Nee, oprechte gelovigen die vanuit hun hart hun geloof belijden zijn prima mensen. Als zij tenminste zelf niet voor God willen spelen en overwegen om andersdenkenden kwaad te doen, omdat zij er blijkbaar geen vertrouwen in hebben dat hun God machtig genoeg is om zelf tijd en plaats te bepalen.

Mensen die geloven doen er verstandig aan om bij dat geloof te blijven. Sterker nog, ik denk dat een oprecht gelovige sterk in het leven staat en zijn ramen op de wereld altijd open heeft staan.
Ik denk ook dat iemand die gelooft niet eens zou moeten overwegen om de weg te willen volgen van een ongelovige zoals ik. Het zou hem of haar doodongelukkig maken.
Ik heb door het leven geleerd om mijn troost en vertrouwen uit andere dingen te halen.
Verder heb ik geleerd om te accepteren dat alles is zoals het is. En daarbij hoort ook dat wij allen een andere kijk hebben op hoe wij het beste zouden kunnen leven. Een zaak van geschiedenis, maatschappij, tijdsbeeld, geografie, de dikte van je portemonnee  en vele andere variabelen.
Ik voel mij een geluksvogel omdat niemand mij een geloof heeft bijgebracht en omdat mijn vader zei dat ik daar zelf maar een keuze in moest maken als ik volwassen was.

In mijn optiek zijn veel gelovigen misleide mensen die niet geleerd hebben dat je kracht en troost kunt putten uit de wereld om je heen en uit je zelf.
Hoe? Door meditatie en door gebed. Probeer het maar eens. Het is een door de eeuwen heen beproefde techniek die rust van binnen schept. Daar heb je geen liefde voor God of angst voor de Duivel voor nodig.
Mediteren en bidden. Ik doe het graag. Net als het typen van deze letters. Dat geeft ook een fijn gevoel. Ik noem dit auto-communicatie. Communicatie op jezelf gericht. Selftalk.
Iedereen kent de kracht van selftalk. Vandaar ook het belang van positief denken. Dat geldt ook voor pessimisten zoals ik.

Ach, ongelovigen zijn door de eeuwen heen vervolgd als zij het waagden hun opvattingen over God en zijn volgelingen uit te dragen. Dus hielden zij maar beter hun mond. 
Uit de diepste duisternis,na eeuwen van vervolging en onbegrip, komen we nu aan in de schemering van het bestaan. Of we ooit, vrij van onze onnodige angsten en vrij van ons wantrouwen in andersdenkenden, in het volle licht zullen komen staan of voor die tijd in oblivion zijn verdwenen moeten we maar afwachten. Zelf zie ik het somber in.
Zo is het helaas nog steeds zo dat als je publiekelijk een grapje maakt over Allah of Mohammed je een grote kans loopt om ernstige problemen te krijgen. Dus vertel ik dit soort grapjes alleen aan het kleine onzichtbare kaboutertje dat achter de plint bij de deur woont. Bovendien, waarom zou ik mensen beledigen omdat zij anders in het leven staan dan ik.

De behoefte om te dienen heeft de mens veel moois gebracht. Maar ook veel ellende.
Afsluitend wil ik als een oprecht atheïst nog eens wijzen op de kracht van het gebed. Het maakt onvoorstelbare krachten in je los. Krachten die je ook als atheïst goed gebruiken kunt om van dit leven voor jezelf en voor anderen iets moois te maken. En daarnaast is een beetje geluk of wat minder pech ook nooit weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten