vrijdag 30 november 2012

Herfstsonate

De regen valt zoals verwacht
En valt daarom niet tegen
Het regent nu al heel de nacht
Al uren valt een koude regen

Tegen het bewasemd zolderraam
klinkt monotoon ritmisch getik
fluisterzacht tikt het jouw naam
Steeds opnieuw, tik…tik…tik…tik

Verheugd duw ik het raam omhoog
Geen Tik in velden of in wegen
Hier binnen is het lekker warm en droog
Tegen ’t bewasemd glas valt koude regen

donderdag 29 november 2012

Ongeloof.

Gisteren had ik het over wonderen. En de goedgelovigheid van de mens. Ik zou het er elke dag wel over kunnen hebben. Wat een fascinerend verschijnsel. Wat een mooi thema om over na te denken.
Afgezien van de tijd dat ik nog naar de zondagsschool ging heb ik nooit gelooft. Door de jaren heen ben ik zelfs een fervent atheïst geworden. Nee, niet een agnost, maar iemand die gewoon niet gelooft. 
Er is namelijk gewoon geen God. Punt, uit. En daar mogen we heel blij mee zijn. Want als je in de bijbel of ander gebedenboek leest waar zo’n almachtig opperwezen toe in staat is, dan lopen de rillingen je langs de rug. Ook zijn tegenhanger, de Grote Beëlzebub himself, bestaat alleen maar in de hoofden van veel mensen. En dat is al net zo’n creep.
De mens is een fantasierijk wezen. Als je daarbij kunt accepteren dat mensen het blijkbaar nodig hebben om hun innerlijke hemel of hel te projecteren op de wereld buiten hen, en dat zij daarbij niet of heel moeilijk los kunnen komen van hun opvoeding, dan begrijp je dat de exotische innerlijke wereld van gelovigen vele bizarre vormen aan kan nemen.

Ik denk dat iemand die gelovig is heel vaak oprecht is in zijn geloof. Alles waarin men ons immers heeft leren geloven, of dit nu de troostrijke gedachten van een godsdienst zijn of de zegeningen van de consumptiemaatschappij, maakt deel uit van ons zelf. Vormt onze identiteit.
Ik heb er dan ook totaal geen moeite mee dat mensen geloven. Het willen dienen zit nu eenmaal in de menselijke aard. Hij is immers een kuddedier. Als hij deze behoefte niet zou hebben gehad zouden wij al lang zijn uitgestorven. Nee, oprechte gelovigen die vanuit hun hart hun geloof belijden zijn prima mensen. Als zij tenminste zelf niet voor God willen spelen en overwegen om andersdenkenden kwaad te doen, omdat zij er blijkbaar geen vertrouwen in hebben dat hun God machtig genoeg is om zelf tijd en plaats te bepalen.

Mensen die geloven doen er verstandig aan om bij dat geloof te blijven. Sterker nog, ik denk dat een oprecht gelovige sterk in het leven staat en zijn ramen op de wereld altijd open heeft staan.
Ik denk ook dat iemand die gelooft niet eens zou moeten overwegen om de weg te willen volgen van een ongelovige zoals ik. Het zou hem of haar doodongelukkig maken.
Ik heb door het leven geleerd om mijn troost en vertrouwen uit andere dingen te halen.
Verder heb ik geleerd om te accepteren dat alles is zoals het is. En daarbij hoort ook dat wij allen een andere kijk hebben op hoe wij het beste zouden kunnen leven. Een zaak van geschiedenis, maatschappij, tijdsbeeld, geografie, de dikte van je portemonnee  en vele andere variabelen.
Ik voel mij een geluksvogel omdat niemand mij een geloof heeft bijgebracht en omdat mijn vader zei dat ik daar zelf maar een keuze in moest maken als ik volwassen was.

In mijn optiek zijn veel gelovigen misleide mensen die niet geleerd hebben dat je kracht en troost kunt putten uit de wereld om je heen en uit je zelf.
Hoe? Door meditatie en door gebed. Probeer het maar eens. Het is een door de eeuwen heen beproefde techniek die rust van binnen schept. Daar heb je geen liefde voor God of angst voor de Duivel voor nodig.
Mediteren en bidden. Ik doe het graag. Net als het typen van deze letters. Dat geeft ook een fijn gevoel. Ik noem dit auto-communicatie. Communicatie op jezelf gericht. Selftalk.
Iedereen kent de kracht van selftalk. Vandaar ook het belang van positief denken. Dat geldt ook voor pessimisten zoals ik.

Ach, ongelovigen zijn door de eeuwen heen vervolgd als zij het waagden hun opvattingen over God en zijn volgelingen uit te dragen. Dus hielden zij maar beter hun mond. 
Uit de diepste duisternis,na eeuwen van vervolging en onbegrip, komen we nu aan in de schemering van het bestaan. Of we ooit, vrij van onze onnodige angsten en vrij van ons wantrouwen in andersdenkenden, in het volle licht zullen komen staan of voor die tijd in oblivion zijn verdwenen moeten we maar afwachten. Zelf zie ik het somber in.
Zo is het helaas nog steeds zo dat als je publiekelijk een grapje maakt over Allah of Mohammed je een grote kans loopt om ernstige problemen te krijgen. Dus vertel ik dit soort grapjes alleen aan het kleine onzichtbare kaboutertje dat achter de plint bij de deur woont. Bovendien, waarom zou ik mensen beledigen omdat zij anders in het leven staan dan ik.

De behoefte om te dienen heeft de mens veel moois gebracht. Maar ook veel ellende.
Afsluitend wil ik als een oprecht atheïst nog eens wijzen op de kracht van het gebed. Het maakt onvoorstelbare krachten in je los. Krachten die je ook als atheïst goed gebruiken kunt om van dit leven voor jezelf en voor anderen iets moois te maken. En daarnaast is een beetje geluk of wat minder pech ook nooit weg.

woensdag 28 november 2012

Wonderen.

Soms krijg ik wel eens de vraag of wat ik op mijn weblog heb gezet echt is gebeurd. Is dit dan zo belangrijk? Is een spannend fantasieverhaal niet veel interessanter dan de soms saaie werkelijkheid?
De laatste maanden had ik, net als in het echte leven, niet veel te vertellen. Kranten en televisie herhaalden zichzelf in een eeuwig geleuter met weinig diepgang. Rampje hier, oorlogje daar, frauderende wetenschappers, corrupte politici. Wat is er nieuw?
Aan al die oppervlakkige shit had ik niets toe te voegen en misschien is dit nog steeds zo.
Ik blowde teveel, want anders bleven mijn gedachten maar door mijn hoofd malen over niets en van alles. Ik ging veel te laat naar bed, was gestopt met sporten en vrat me bij vlagen ongans aan chocolade, nootjes en chippies. Maar aan alle goede dingen komt helaas een eind en nu blow ik weer een tijdje niet, eet gezond en ren twee keer per week zo’n 10 kilometer door de polder. Gelukkig ben ik uiterst zwak van karakter en ik verwacht nog voor het eind van de maand december een stevige terugval.

Nu mijn tijd even niet meer helemaal wordt opgeslokt door trivialiteiten als geld verdienen om de hypotheek te kunnen betalen of het op orde brengen van mijn administratie, die helaas nog steeds een puinhoop is, nu ik er voor gekozen heb om de vele klusjes die op mij wachten opnieuw nog enkele maanden uit te stellen, nu ontstaat er weer even ruimte voor het woord.
En dat schenkt mij een gevoel van genot.
Ja, mijn ijdelheid streel ik het liefst zelf. Enig narcisme is mij niet vreemd. Wie kietelt je als je jezelf niet kietelt?
Schrijven is leuk en de voldoening die ik ervaar als het me weer eens gelukt is om de juiste woorden te kiezen voor wat ik zeggen wil is een beloning op zich. Dat anderen mij hiermee soms complementeren is meegenomen, maar hoeft van mij niet. Alleen echte schrijvers verlangen er naar dat hun lezers hen zien als iemand met een bijzondere gave. Nee, ik ben een gewoon manneke en hoop dit nog lang te blijven.

Vandaag heb ik zin om een verhaaltje te vertellen. Een soort bekentenis over hoe ik jaren geleden de Kerst heb gevierd in Bethlehem. Je hebt toch wel eens van Bethlehem gehoord? Koning David en Jezus zouden er geboren zijn. Wanneer? Dat weet ik niet. Heel erg lang geleden.
Het was in een tijd dat er nog wonderen gebeurden. Zoals maagdelijke geboortes en rotsen die wit werden nadat Maria een druppel melk had verloren. Nooit van gehoord? Christenen bezoeken nog steeds de Kerk van de Melkgrot. Niet omdat ze goedgelovig zijn. Juist niet. Maar omdat zij er geen moeite mee hebben om werkelijkheid en fantasie in dat zelfde kleine kopje van hen naast elkaar en door elkaar heen onderdak te bieden. Water of wijn. Het is voor hen allemaal één pot nat. Over water lopen, huilende Mariabeelden, vis vermenigvuldigen, Hans Kazan, Marcel Kalisvaart, uit de dood opstaan…Er komt geen eind aan de dingen waarin je kunt geloven.
Tussen haakjes, in mijn werkkamer woont een klein kaboutertje achter een plint bij de deur. Eerst dacht ik nog dat ik een muis zag wegschieten, maar bij nader inzien was het een kleine wijze kabouter. Soms voer ik hele gesprekken met hem en hij beweert dat de wereld NIET zal vergaan eind december. Esoterische kennis. Illuminatie. Het bijzondere van deze kleine kabouter is dat hij zich onzichtbaar maken kan. Alleen ik kan hem zien. Als dat geen wonder is.
Van wonderen in Bethlehem is al een tijd geen sprake meer. De stad schijnt te zijn omgetoverd in een soort van vesting met een acht meter hoge afscheidingsmuur en je kunt er alleen binnen komen via zware metalen poorten.
Gelukkig was dat nog allemaal niet zo toen ik er een bezoek aan bracht met Kerst in 1972.
Ik verkeerde in het gezelschap van drie vrouwen. En had het prima met hen naar mijn zin.
Nu verkeer ik al mijn hele leven liever in het gezelschap van vrouwen dan dat van mannen. Het zal hun geur wel zijn. Ik weet het niet.
Eén van hen was mijn vriendin. De anderen waren haar zus en een vriendin van haar zus.
We waren pas enkele maanden in Israël en de kans om Kerst te vieren in Bethlehem wilden we niet laten schieten.
Als enige man in het gezelschap had ik mij voorgenomen hen tegen ongewenste avances van de lokale mannengemeenschap te beschermen. Ha, ik was een wat groot uitgevallen krielkip van 164 centimeter en dacht eventuele opdringerige kerels met mijn indrukwekkende postuur wel af te kunnen schrikken.
Gelukkig voor mij werden de dames niet lastig gevallen. En omdat er op mijn rol als beschermheer toch geen beroep werd gedaan besloot ik een fles Arak te kopen. Hoe het kan dat je in een Islamitisch land zo gemakkelijk een fles van die naar anijs smakende godendrank krijgen kan is mij nog steeds een raadsel.
De Geboortekerk, die staat op de plek waar Jezus geboren zou zijn, was de ideale plek om de fles aan te spreken. Ik kan mij niet meer herinneren of de dames ook meegedronken hebben. Eerlijk gezegd kan ik mij nauwelijks nog wat herinneren. Mijn God, wat ben ik die eerste kerstavond bezopen geworden. Vaag staan mij beelden bij van natte sneeuw, lachende Arabieren, oude bekenden die wij aan boord hadden ontmoet en die nu ook Kerst in Bethlehem kwamen vieren.
Nee, erg behoorlijk heb ik mij die avond niet gedragen. Denk ik achteraf.
De dames hebben zich gelukkig over mij ontfermd. Hadden zij niet op mij gepast, dan zou het waarschijnlijk slecht met mij zijn afgelopen.
Na al die jaren wil ik hen vergeving vragen voor mijn onbehoorlijke gedrag van toen en bedanken dat ze zo goed voor mij zijn geweest. Wat waren het een lieve meiden. Het zal een wonder zijn als zij dit ooit lezen.

woensdag 21 november 2012

Feestdagen?

We leven in een tijd waarin alles heel snel gaat. Zelfs de feestdagen halen elkaar in. Zo heeft de gruttersmentaliteit van de, in deze donkere dagen vaak wanhopige kleine neringdoenden en die van de brutale grootgrutters er voor gezorgd, dat we ons nu al weer moeten voorbereiden op het geboortefeest van de kleine Jezus, terwijl de Sint  het land nog niet uit is.
Een ontwikkeling die al een aantal jaar geleden is ingezet. Zelf zag ik onlangs in een warenhuis in een klein hoekje een uitnodiging om cadeautjes te kopen voor het feest van Sinterklaas, terwijl nog geen vijftien meter verderop te midden van een groot assortiment van kerstspullen een vrolijke Kerstman ons maande vooral onze dierbaren met de Kerst niet te vergeten.
Ja, het is bijna Kerst en Jezus is weer even in ons midden. Dat kleine manneke dat zo kwetsbaar in zijn kribbeke ligt en dat, zo staat het tenminste in de overleveringen vermeld, zo zijn best gedaan heeft om de harten van de mensen te openen voor de liefde van het onnoembare, dat dappere knulleke  doet ons die oude man met zijn lange grijze haren vergeten voordat we zelfs maar aan hem gedacht hebben. Zo zie je maar dat God zelf machtiger is dan een oude bisschop. Met een beetje hulp van de commercie, dat wel.

Het moge dan donkere dagen zijn, in onze harten is het zeker niet kil. Het zijn ook dagen waarin wij onze emoties soms de vrije loop laten. Waarbij ik als kanttekening wil plaatsen dat sommigen daarvoor eerst een  borrel gedronken moeten hebben. Want pas dan worden ze echt sentimenteel en omdat dit gebeurt nadat zij een stevige slok op hebben zal niemand hen dit kwalijk nemen.
Wat zijn we blij met onze vrienden, onze familie, onze kennissen en onze cadeautjes.
Wat zijn we droevig als degenen die wij lief hebben er niet bij kunnen zijn.
Maar niet voor iedereen is het feest. Voor velen zijn het beroerde dagen. Zij hopen dat het allemaal weer snel voorbij is.
Juist omdat het een feest is waar we vooral bij elkaar kruipen, een gewoonte die ik niet verkeerd vind als het koud is, zullen er ook velen zijn die er weer aan herinnerd worden dat ze zo alleen zijn.
Misschien zou ik hier het woord ‘alleen’  moeten vervangen door ‘eenzaam’.
Sommigen zouden daarom nu het liefst in een gat in de grond willen kruipen om er pas in het voorjaar weer uit te komen.
Terwijl anderen, die mogelijk meer geluk gehad hebben in hun leven, reikhalzend uitkijken naar de feestdagen, zodat ze degenen die hen lief zijn eens extra lekker kunnen verwennen en daarbij hopen dat dit wederzijds is.

We leven in een tijd waarin alles heel snel gaat. Nog maar een paar maanden en dan is het gelukkig weer lente.

maandag 12 november 2012

Kleine blijdschap en grote hufterigheid.

Gedeeld geluk is toch zo mooi. Of het nu met z’n tweeën is, of in een grotere groep, het is altijd mooi om te zien als mensen hun blijdschap met elkaar delen. Maar ik vind dat je het veel te weinig ziet. Toch zag ik het laatst weer.  Ik zat wat verveeld te zappen toen ik haar toevallig zag. Ze was net vol in beeld.  Daar stond een aantrekkelijke en goed geklede vrouw van top tot teen te stralen van geluk. En zij was niet de enige. Om haar heen nog meer aantrekkelijke vrouwen die keken of onze Lieve Heer een half uurtje eerder persoonlijk aan hen verschenen was.
Volgens hen die er verstand van menen te hebben leven we in een tijd dat dit zomaar zou kunnen gebeuren, dus vreemd zou dit niet zijn geweest.  Maar omdat er geen “Breaking News” door het beeld flitste besefte ik dat er wat anders aan de hand moest zijn. En ik vroeg mij nieuwsgierig af wat deze dames zo gelukkig maakte.
Je begrijpt dat ik enigszins teleurgesteld was toen ik bemerkte dat zij allen zo blij waren omdat zij net een nieuw wasmiddel hadden ontdekt. Als zij hier al zo enthousiast over waren, hoe zouden zijn dan wel niet reageren als er in hun kerstpakket een nieuw lingeriesetje en een op afstand bestuurbare dildo zou zitten? Zouden ze dan misschien helemaal uit hun dak gaan?

Ja, het leven kan mooi zijn. Maar ook erg wreed. En de hufterigheid van sommigen onderstreept dit nog eens. Zo hoorde ik van een vrouw die kanker had en die voor haar genezing naar het buitenland vertrok omdat haar oncoloog hier haar had opgegeven. Je hoort zoiets wel vaker. De dokter hier zegt dat je er maar in moet berusten omdat er toch niets meer aan te doen valt en dat dan de wanhopige patiënt zijn of haar laatste hoop heeft gevestigd op een behandeling over de grens.
Deze vrouw genas, maar moest voor controle weer langs bij de oncoloog die haar gezegd had dat zij niet meer te genezen was.
Toen zij hem verweet dat hij haar destijds had opgegeven reageerde hij met “U moet niet zeuren. Ik ga hier niet met u over discussiëren, want u had al lang onder de grond moeten liggen.”
Ja, ook onder artsen heb je er genoeg die niet tegen hun verlies kunnen.
Zo zou een andere arts, die een patiënt had die al jaren aan de chemo was  en die klaagde dat zij altijd zo lang moest wachten voordat zij geholpen werd en dat zij daar zo moe van werd, tegen haar hebben gezegd “U denkt zeker dat u de enige bent met kanker”.   
En ineens moet ik denken aan de berichten over een samenzwering van artsen tegen een collega longarts, die zij in diskrediet wilden brengen door hem er toe te verleiden om een zware operatie uit te voeren in strijd met het protocol. De patiënt lag al onder narcose toen opeens de collega met wie hij de operatie zou uitvoeren er zogenaamd niet bleek te zijn. Wat te doen?
Gelukkig blies de arts de operatie af. Later bleek dat zijn collega er wel was.
Het lijkt er op dat men bereid was om iemand een hak te zetten zonder rekening te houden met de gevaren voor de patiënt. Lekker fris.
De zaak ligt nu voor bij de Inspectie en die heeft inmiddels alle betrokkenen aan de tand gevoeld.

Kennen we niet allemaal van dit soort verhalen?  Ik wil afsluiten met het goede nieuws dat een zeer gewaardeerde collega van mij haar stoute schoenen heeft aangetrokken en is begonnen met joggen. Nee, ik noem geen namen. Maar mocht jij toevallig ook een collega van mij zijn, dan zul je wel merken wie het is als zij straks, over  zeven maanden en voordat het weer zomer is, zo’n prachtig rank figuurtje heeft. Bij deze wens ik haar heel veel succes toe.

zondag 11 november 2012

Klagen is blijkbaar fijn.

Mocht je misschien denken dat het in deze ellendige tijden alleen maar kommer en kwel is, dan kon je daar wel eens gelijk in hebben. Gelukkig genoeg redenen om te klagen en zichzelf te beklagen.
Klagen over van alles en nog wat, want veel mensen zijn van nature over zichzelf of over hun situatie ontevreden en kunnen met deze onvrede het beste om gaan als zij deze projecteren op de wereld om zich heen. Dan hoeven ze immers hun eigen problemen niet echt aan te pakken en hebben ze toch een uitlaatklap voor hun ongenoegen. Als je dit met anderen delen kunt lucht dit wel wat op. Wat het leven soms weer wat dragelijker voor hen maakt. Ja, klagen schept gevoelens van welbehagen.
Omdat het in mijn persoonlijke leventje en dat van degenen die ik lief heb volgens mij redelijk goed gaat zul je mij dan ook niet veel  horen klagen. Helaas, want bij tijd en wijle zit ook ik vol opgefokte spanning.  Om mij dan wat prettiger te voelen zal ik naar andere oplossingen moeten zoeken. Gelukkig lukt me dat meestal wel. Ik heb het klagen daarvoor niet nodig.  

Mij zul je bijvoorbeeld  niet over de hoge brandstofprijzen horen klagen, want ik heb geen auto. Ik word er alleen maar opgewekt van als ik zie dat de benzine en diesel alweer duurder zijn geworden. In stilte hoop ik tegen beter weten in dat de automobilist nu wat vaker zijn of haar wagen zal laten staan. Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee.
Natuurlijk gaat dat niet gebeuren. Maar ook ik heb mijn dromen.
Je zult mij ook niet horen klagen over de slechte situatie op de woningmarkt, want de hypotheek op mijn huis is beduidend lager dan de marktwaarde. Van het verschil kunnen we makkelijk een splinternieuwe B&W of Mercedes kopen en dan houden we nog over.  Maar dat gaan we niet doen. Want al zijn wij allebei net zo hebberig als iedereen, wij maken andere keuzes. Zo overwegen we bijvoorbeeld om binnenkort wat extra af te lossen.
Net als zovele anderen ben ik dol op autorijden. Maar als ik op zoek zou zijn naar redenen om te kunnen klagen zouden wij van ons spaargeld een auto moeten aanschaffen. Want dat is vragen om moeilijkheden.
Files, dure brandstof, hoge parkeerprijzen, onderhoudskosten voor onderhoud dat slecht of niet is uitgevoerd, andere weggebruikers die natuurlijk niet zo goed kunnen rijden als jij zelf…redenen genoeg om te klagen. Maar nee, als ik mensen hoor mopperen over de hoge brandstofprijzen zit ik mij nu stilzwijgend te verkneukelen. Gooi er nog maar een kwartje bovenop zou ik zo zeggen.

Over de plannen van onze regering om straks te gaan nivelleren ga ik zeker niet klagen, want daar ben ik toevallig een groot voorstander van. Dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen is voor mij vanzelfsprekend. Een stevige belastingverhoging voor mensen zoals ik en voor hen die nog meer verdienen vind ik daarom wel op zijn plaats. Dit had al veel eerder moeten gebeuren. Het is sowieso al van de gekke dat de inkomensverschillen zo hoog zijn. En dan heb ik het niet eens over de enorme vermogensverschillen, want dat klopt natuurlijk ook niet. Klagen hierover heeft geen zin. Belastingmaatregelen wel.
Je zult me ook niet horen klagen over de problemen in het onderwijs en de gezondheidszorg.
Zelf werk ik, zoals bekend, in het onderwijs en in de bijna twintig jaar dat ik dat doe heb ik meestal heel fijne, bekwame en hardwerkende collega’s gehad, maar ook veel slecht functionerende en hardwerkende  managers en ik zie niet in waarom dit nu opeens anders zou gaan worden. Daar is veel meer voor nodig dan een cursus “managen uit de losse pols” of soortgelijke cursussen. Maar het schijnt er bij te horen. Dus waar zou ik mij druk over maken.  Al weet ik dat het slecht voor de organisatie is.
Ja, door slecht bestuur zijn er velen bij ons ontslagen en het eind is nog niet in zicht. Maar klagen is zinloos en als wij met elkaar accepteren dat ook slechte bestuurders een gouden handdruk krijgen van vele tonnen dan gaat dat mij niet aan. Ik vind het onjuist, maar daarover beslist men elders.

Zou ik dan misschien over de zorg moeten klagen? Mijn partner werkt in de zorg en het zware werk daar heeft haar gezondheid niet veel goeds gedaan. Het is niet voor niets dat ze volgend jaar, als ze zestig wordt, met pensioen gaat.
Net als in het onderwijs valt er veel te verbeteren in de zorg. Jaarlijks gaat er tachtig miljard naar toe.
Misschien zou de helft daarvan niet nodig zijn als een groot aantal van de zorgbehoevenden een andere levensstijl had gekozen en zich niet kapot had gerookt, zich niet een vet hart had gegeten,  zich niet lijp geslikt had aan de antidepressiva of hun hersens minder vaak op sterk water hadden gezet.
Het is echter zoals het is en zolang we vrijwillige euthenasie niet in het basispakket van de zorgverzekering opnemen zal het aantal wegkwijnende ongelukkigen de komende jaren alleen maar toenemen.  We moeten dan ook niet klagen dat de zorg onbetaalbaar wordt.

Nee, iedereen weet dat het ellendige tijden zijn en dat het alleen maar slechter wordt.  Maar wordt het beter door te klagen? ‘k Dacht het niet. Maar velen voelen zich er wel beter door.
Klagen is een strategie van de underdog. Zo ga je met je problemen om als je zelf niet in staat of bereid bent om het probleem aan te pakken.
Je klaagt vaak als je je een slachtoffer voelt. Als je denkt dat het niet jouw schuld zelf is dat het zo slecht met je gaat. Wanneer je overgeleverd voelt aan anderen en je geen invloed lijkt te kunnen uitoefenen op je eigen lot. Het enige wat er dan soms nog over lijkt te blijven is lekker klagen.

Klagen is niet afhankelijk van hoe je er werkelijk voor staat maar het gevolg van een levenshouding. Klagers voelen verwantschap met elkaar en zoeken elkaar graag op. Klagen schept een band. Er ontstaat een gevoel van valse solidariteit tussen de klagers.
“Wij de zieligen, die altijd gepakt worden. Wij de weerlozen, die ze steeds moeten hebben. Zie ons eens zielig zijn. En heus, dat we het zo slecht hebben is niet onze eigen schuld.”
Ik vind het een kuthouding, een mens onwaardig en erg onvolwassen. Maar als het mensen helpt om zich beter te voelen wie ben ik dan om daar zo negatief over te denken? Want ik weet als geen ander dat je je slachtofferrol niet zomaar van je afschudt. Dat vraagt tijd. Veel tijd en veel inspanning.

Iedereen die mij kent weet dat ik zelf ook wel eens klaag. Al geef ik het met tegenzin toe, ik ben natuurlijk soms net zo’n zeurpiet als de meeste andere mensen die ik ken. Geen haar beter.
Mijn klagen is dan weliswaar geen zelfbeklag, maar klagen is ook mij niet vreemd.
Gelukkig  heb ik veel andere en betere coping strategieën, d.w.z. manieren om met de spanning die mijn problemen oproepen om te gaan, dan klagen.  Ja, ik klaag zeker wel. Maar gelukkig weinig.
De God waar ik niet in geloof behoedde mij er voor dat ik een klager uit gewoonte wordt.
Als ik net zo op de proef zou worden gesteld als Job dan zou ik al veel eerder afhaken en er voor kiezen om een gelovig mens te worden. Want al zijn er betere coping strategieën denkbaar, alles liever dan een leven te leiden vol zelfbeklag. Ik krijg er geen harde van.

dinsdag 6 november 2012

Gezond leven.

Een van mijn collega’s was het opgevallen dat ik het wel erg vaak over blowen heb in mijn blog. En ze vroeg me of ik inderdaad zoveel blow.
Ik moest haar toegeven dat ik bijna de helft van het jaar voor het slapen gaan nog even een fijne stick opsteek. Overigens een gewoonte die me prima bevalt. Het liefst rook ik dan die zoete bubblegum.  Deze smaakt goed en is tamelijk stevig. Ik word er tenminste goed high van.
Natuurlijk kijk ik wel even hoe laat ik de volgende dag voor de klas sta en welke lessen ik moet geven.
Want ik vind wel dat mijn werk niet onder mijn slechte gewoontes mag lijden.
In de achttien jaar dat ik in het onderwijs zit heeft het blowen mij in ieder geval niet belemmerd om mijn werk goed te doen.  En mijn geheugen is ook nog steeds goed. En mijn geheugen is ook nog steeds goed.
Toch zijn er hele periodes geweest waarin ik niet blowde. Al ben ik vergeten wanneer dit was.
Waarschijnlijk als ik mij bijvoorbeeld moest voorbereiden op de marathon. Ik denk dan dat ik met blowen stopte totdat deze voorbij was en ik de fel begeerde medaille naast de anderen kon ophangen. En als ik een tentamen had haalde ik die troep ook vermoedelijk niet in huis. Sommige dingen gaan nu eenmaal niet goed samen.
Er zijn studenten die oprecht menen dat ze zich stoned op een toets kunnen voorbereiden, maar ik geloof dat ze dit zichzelf alleen maar wijs maken. Aan die gasten zou ik willen zeggen dat ze eerst maar eens een tijdje zouden moeten gaan werken, bij voorkeur in een ontwikkelingsland, en daarna weer school terug gaan. Misschien zijn ze dan wel gemotiveerd om zich in te zetten voor hun opleiding. Blowen en een opleiding gaan meestal niet goed samen. De lezer zij gewaarschuwd.

En dan de gezondheid. Blowen kan niet goed zijn voor je gezondheid. Ook al bestaat er zoiets als medicinale wiet, die zou helpen om de nare bijverschijnselen van vele kwaaltjes te onderdrukken. Gelukkig ben ik tot nu toe zelf gezegend met een goede conditie. Er zijn zeker genoeg 61-jarigen die een betere gezondheid hebben, maar er zijn er nog veel meer die last hebben van allerlei nare klachten.
Misschien voel ik mij zo gezond omdat ik altijd veel heb gesport, misschien omdat ik lang de borst heb gehad, misschien omdat ik van nature een blije gek ben en bijna overal de humor wel van kan inzien, misschien omdat ik verder heel gezond leef. Ik weet niet waar het aan ligt. Waarschijnlijk heb ik gewoon geluk gehad.

Nee, ik ben er zeker geen voorstander van dat iedereen maar gaat blowen. Het is natuurlijk gewoon troep wat je longen te verwerken krijgen. Net als de troep die je in je longen krijgt als je je in het verkeer begeeft. Of in de Rijnmond woont.
Helaas blijft het daar niet bij. Als je vlees eet of vis dan krijg je weer andere rotzooi naar binnen. Die is dan weer slecht voor andere organen.
En suiker. Dat weten we allemaal. Suiker is heel, heel erg slecht voor je. En wat dacht je van vet? Koffie? Of thee. Schijnt ook niet zo goed voor je te zijn. Over alcohol heb ik het nog niet gehad. Dat is echt een killer.
Enig idee hoe slecht televisie kijken voor je is? Of vaak draadloos bellen? En weet je wat ook fnuikend voor je gezondheid is? Je voortdurend ergeren, klagen en zielig doen, een slachtofferrol aannemen, roddelen, alleen maar aan jezelf denken, nooit doen wat je zelf wil maar alleen doen wat anderen van je verlangen, geen nee kunnen zeggen, je suf slikken aan de medicijnen, je…..
Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar ik laat het aan de fantasie van de lezer over om te bedenken wat er nog meer niet goed is voor de gezondheid en welke ongezonde gewoontes hij er zelf op na houdt.

Graag zou ik zelf ook blogs lezen waar mensen er geen moeite mee hebben om hun zwakheden te etaleren.  

Zoals die van een lieve moeder:
“Vandaag heb ik weer heerlijk karbonaadjes gemaakt voor al mijn lieve schatten en morgen krijgen ze allemaal kip. Overmorgen zalmsnippers van Foppe, want die zijn nu goedkoop. Ik heb de vriezer er mee vol liggen.”
Of een filerijder:
“Sinds ik mijn I-pad heb is het niet meer zo vervelend om in de file te staan. Elke dag vijftig kilometer naar je werk rijden en daarna weer terug is niet altijd even leuk. Ik ben er in ieder geval na vier jaar nog steeds niet aan gewend.”
Een dikke dame:
“Vanmorgen bij Etty op de koffie geweest. Sara was er ook. Ze had van die heerlijke slagroomsoezen mee genomen. Dit is nu al de derde keer deze week dat ik gebak eet en het is pas maandag. Op de weegschaal zag ik dat ik sinds vorige week weer een pondje ben aangekomen. Wel sneu.”
Een neuroot:
“ Afgelopen nacht weer slecht geslapen. Jan zegt dat ik teveel koffie drink, maar over de hele dag acht bakjes valt wel mee, vind ik. Bovendien moet ik mij op mijn werk kunnen concentreren anders val ik in slaap.”
Een alcoholicus:
“Gisteren weer strontlazerus naar bed gegaan. Ik kan gewoon niet tegen alcohol. Want wat is nou één fles whisky?”
Een meegaande vrouw:
“Mijn man is toch zo opdringerig. Het licht is net uit of hij begint al tegen mij aan te rijden. Ik zeg “Piet, stop daar eens mee. Ik wil slapen. Ik ben moe”. Maar hij trekt zich daar nooit wat van aan. Dus laat ik hem zijn gang maar gaan. Ik heb nu eenmaal moeite met ‘nee’ zeggen. En dan kan ik tenminste gaan slapen als het voorbij is. Anders blijft-ie bezig.”
Iemand nog een tip voor een blog waarin ik kennis kan nemen van al deze losers?

vrijdag 2 november 2012

Blijf met je handen van mijn portemonnee!

Ja, men is weer eens ouderwets boos in zekere kringen in Nederland. Wat is er gebeurd? Is er weer eens een asielzoeker, die al zo’n tien jaar in Nederland woonde met zijn gezin, met zijn hele hebben en houden op het vliegtuig naar nowhereland gezet? Zijn er schokkende feiten te vermelden over een door het Vaticaan gefaciliteerd pedofielennetwerk? Is Albert Heijn opeens gestopt met het verstrekken van dierenplaatjes bij de boodschappen?
Nee, veel en veel erger. We moeten met z’n allen genoegen nemen met minder geld in onze portemonnee, omdat we de laatste jaren op een te grote voet hebben geleefd en we nu onze schulden moeten gaan aflossen. Het huishoudboekje moet weer op orde worden gemaakt.
En, niet onbelangrijk, de sterkste schouders wordt gevraagd om de zwaarste lasten te dragen.
Of zij vanaf 2014 maar even een paar honderd per maand extra willen inleveren, want ons zorgstelsel wordt met meer dan 80 miljard per jaar onbetaalbaar en de laagste inkomens hebben toch al bijna geen stuiver meer om hun gat te krabben.

Rutte mag wel uitkijken. Straks is hij premier af. Hij heeft daar zomaar de liberale ideologie te grabbel gegooid. Waar moeten al die arme rijken straks heen als niemand meer zich bekommert om hun problemen? Want reken maar dat zij die hebben. Tweede huizen in het buitenland die nog niet zijn afbetaald. Net als de twee auto’s voor de deur. Een boot waarvan alleen het liggeld duizenden euro’s per jaar bedraagt. Kinderen die opleidingen volgen aan dure instituten. En geloof me, deze willekeurige voorbeelden zijn nog maar het topje van de ijsberg. Achter de ramen van al die kapitale woningen gaat groot leed schuil. Ik had de revolutie verwacht van het proletariaat, maar straks staan ze in Wassenaar en Bloemendaal op de barricaden.

Natuurlijk had ook ik een stukje geschreven over het schokkend bericht dat de zorgpremie inkomensafhankelijk wordt. Zo losjes uit de pols schat ik zelf in 2014  misschien 250 euro per maand meer kwijt ben. Kun je toch een stevige zak wiet van kopen. Of drie keer van uit eten gaan. En wat te denken van een bezoekje aan een musical met diner vooraf?
Tja, ik voorzie moeilijke tijden voor de financieel meer gefortuneerden en helaas schijn ik daar ook een beetje bij te horen.
Maar na het herlezen van wat ik geschreven had besloot ik toch maar om dit niet op mijn weblog te zetten. Het was immers alleen maar gezeur wat het toetsenbord van mijn laptop had geproduceerd.
Hetzelfde zinloze gemopper wat ik anderen vaak verwijt.
Daar heeft mijn toetsenbord wel vaker last van. Misschien zou ik een computer moeten aanschaffen waarvan het toetsenbord minder zeurt.
Helaas, dat kost weer geld en nu er zware tijden aanbreken en ik misschien mijn wiet weer zelf moet kweken of, ook heel erg, straks niet meer naar zo’n leuke musical van Joop van de Ende kan, doe ik er mogelijk verstandig aan om wat geld opzij te zetten voor mijn oude dag. De pensioenen worden immers ook al gekort. 
Zijn we nu de weg naar het einde ingeslagen? Ontstaan hier straks Griekse of Spaanse toestanden? Gaat Geert Wilders zich uit protest kaal laten scheren?
Gekscherend zei ik een paar jaar geleden nog tegen mijn leerlingen dat ook de gaarkeukens weer terug kunnen komen in Nederland. Nou, als het zo door gaat voorzie ik dat die tijd niet ver meer van ons af ligt. Nu maar hopen dat de wetenschap het tegen die tijd mogelijk heeft gemaakt om genetisch gemanipuleerde bloembollen te kweken die smaken naar worteltjes, sperziebonen of spinazie. Dan komen we ook deze donkere winter wel weer door.