Eind van het schooljaar is het weer tijd voor een paar goeie
gesprekken. Mijn collega’s en ik, wij verheugen ons daar elk jaar weer op. En wat voor gesprekken
zijn dat dan wel? Dat zijn natuurlijk de examengesprekken.
Nadat de leerlingen een aantal vuistdikke examenportfolio’s hebben ingeleverd
en veertien daarvan voor jou bestemd blijken te zijn, ga je je op die gesprekken voorbereiden.
Je eerste zorg is deze dossiers heelhuids thuis te krijgen. Afgezien
van een lamme arm van het sjouwen is dit geen probleem. Al vraag je jezelf
natuurlijk af wat de zin er van is om anno 2012 zulke dikke dossiers te laten
maken. Alsof een digitale versie niet alleen veel praktischer is, maar
bovendien milieuvriendelijker en goedkoper. Makkelijker te delen, sneller aan
te passen indien nodig en toegankelijker mocht de inspectie haar lange neus in
deze dossiers willen steken. Zoals bekend is het toezicht op het functioneren
van scholen immers stukken scherper dan het toezicht op onze financiële
instellingen, multinationals en degenen die zeggen dat wij ze gekozen hebben om
ons te vertegenwoordigen. Wij hechten grote waarde aan goed onderwijs, meer dan
aan wat dan ook, en mocht je in deze zin enig cynisme bespeuren dan heb je
gelijk.
Maar was ik als tiener blijven steken in mijn verontwaardiging over zaken
waar ik het toen ook al niet mee eens was en had ik niet geleerd om mij te
voegen naar de besluiten van anderen, dan was het slecht met mij afgelopen.
Misschien was ik wel een verbitterde oude man geworden. Maar dit terzijde.
Terug naar het examenportfolio. Het vuistdikke en loodzware examenportfolio,
dat de leerling in viervoud heeft gemaakt. De stapel vuistdikke en loodzware
portfolio’s die hier naast mijn bureau op de grond ligt. Ik heb er zin in.
Eerst draai ik een grote pretsigaret en schenk mezelf een Grimbergen in. Daarna installeer ik mezelf
in de beste fauteuil die we in huis hebben en, terwijl er pretlichtjes in mijn
ogen komen van het vooruitzicht op het komende genot, sla ik de eerste
bladzijde van het eerste dossier open. Het lang verwachte moment is eindelijk
daar. Nu gaat het echt gebeuren.
Na een minuut of zo stop ik. Ik begrijp er niets van. Allemaal namen,
allemaal telefoonnummers?
Ik blijk per ongeluk het telefoonboek gepakt te hebben. Dat ligt ook
naast mijn bureau.
Kan gebeuren. Een docent is ook maar een mens.
Het volgende dossier heb ik in tien minuten gelezen, nummer twee in nog
geen vijf minuten.
Het gaat steeds sneller. Twee jointjes en drie Grimbergen verder heb ik
alles doorgenomen. Het is nog geen drie kwartier later. En dit was nog alleen
maar de voorpret. De gesprekken moeten nog komen.
Er zijn mensen, geloof het of niet, die serieus alles geloven wat ze
lezen. Dus ook dat ik mij stoned en dronken voorbereid op de examengesprekken.
En dat ik veertien dossiers lees in drie kwartier.
Maak daar maar vijf uur van.
Misschien geloven zij ook wel dat ik stoned en dronken ben als ik deze
gesprekken voer. Ach, hoe ontnuchterend is de harde werkelijkheid.
Duizenden docenten in Nederland bereiden zich mopperend voor op de
gesprekken, die nauwelijks enige meerwaarde hebben anders dan een fatsoenlijke
afsluiting van een opleiding.
Dit kan ook anders, dit kan ook leuker en veel gemakkelijker. Maar
docenten zijn een behoudend volkje. Hardwerkend? Zeker. Slim? Nou en of
(althans sommigen). Loyaal aan hun leerlingen en aan hun werkgever? Absoluut.
Prettige mensen om als collega te hebben. Maar als het neer komt op echte
onderwijsvernieuwing zo conservatief als de pest. En dat is wel eens jammer.
De paar examengesprekken die ik vandaag heb gevoerd verliepen prettig.
Zowel de leerlingen als de assessoren waren ontspannen. Ik was aangenaam
verrast hoe sommigen van hen zich ontwikkeld hadden. Dat ben ik elk jaar weer.
En dat vind ik beslist een groot voordeel van zo’n examengesprek: je kunt zien
dat de leerling in slechts drie of vier jaar een enorme ontwikkeling heeft
doorgemaakt.
Daar mogen ze best heel trots op zijn. Maar die dikke examendossiers,
die kunnen mij gestolen worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten