zondag 24 juni 2012

Voor al mijn (trouwe) fans.


Het is tijd om een nieuw blog te starten. Omdat ik al lang met uitermate vage plannen loop om anderen te coachen wordt dit het thema. Coachen met een knipoog. Want al te serieus zal ik nooit worden, ook al neem ik anderen minstens zo serieus als zij zichzelf nemen. Wat ik afmeet aan hun bereidheid om in zichzelf en anderen te investeren.
Het zit gelukkig niet in mijn aard om al te serieus te zijn. Daarvoor ben ik te gevoelig voor de paradoxen in dit leven en de absurde en soms pikzwarte humor waarmee wij vaak te maken krijgen.
Zoals van de man die al zijn wensen vervuld zag gaan en hierdoor vreselijk ongelukkig werd.
Een goede coach had hem hiervoor kunnen waarschuwen.
Of de arme vrouw wiens dochter haar nooit kwam opzoeken en die op haar sterfbed te horen kreeg dat zij een paar miljoen had gewonnen in de loterij. Het was helaas te laat om haar dochter te onterven. Een goede coach zou haar geadviseerd hebben om haar dochter te onterven toen ze nog geen cent te makken had.
Het leven zit vol met deze verhalen. Iedereen kent ze en iedereen weet dat het lot graag een loopje met de mensen neemt.  In de zestiger jaren noemden wij dit kosmische grappen.
Afgezien dat coachen beslist niet het panacee is voor alles heb je bij succes bovendien voor je het weet een goeroe-status  en vergeten de mensen dat ze zelf ook hun eigen verantwoordelijkheid hebben.
Daarnaast kan coachen door mijn toedoen mislukken en als dit erg vervelende gevolgen heeft voor degene die door mij wordt gecoached kan ik daar toch niet zomaar aan voorbij gaan.

Door te werken aan mijn blog over coachen hoop onderweg te ontdekken of ik inderdaad anderen wil coachen. Alle stoffige boeken over coachen en alles wat daarbij een rol kan spelen zal ik vanaf nu uit de kast moeten trekken. Ik vermoed dat ik dan ook zin zal krijgen om praktisch met coachen aan de slag te gaan.
Je ziet dat ik nu gelijk begonnen ben om mezelf te coachen. En je leest ook dat ik verwacht dat mijn motivatie om zelf te gaan coachen toeneemt door me daar in eerste instantie meer in te verdiepen en er over te schrijven. Dit is een van de vele principes van zelfcoaching. Als je ergens veel tijd in steekt en daar staat niet direct een financiële beloning tegenover, dan komt de gedachte meestal bij je op dat je dit wel leuk moet vinden. Waarom zou je er anders zoveel tijd aan besteden?
Zoiets heet cognitieve dissonantie, om er maar eens een term uit de psychologie tegenaan te slingeren.
Overigens overweeg ik om de twee andere blogs die ik heb te reorganiseren.
In ieder geval blijf ik voorlopig ook schrijven voor “Er was er eens” al zal er met de vakantie voor de boeg van schrijven de komende weken niet veel van komen.

zaterdag 23 juni 2012

Dat waren dus de laatste toetsen...


Zo. Dat zit er ook weer op. Het ziet er naar uit dat ik vandaag de laatste toets van dit schooljaar heb nagekeken. Wat een takkenwerk was dat. Uren, dagen, weken ben ik er mee bezig geweest. Voor mijn gevoel. Als ik vannacht maar goed kan slapen.
Er zaten helaas veel onvoldoendes tussen. Ook van hen waarvan je het niet zou verwachten.
Maar het omgekeerde is ook waar. Sommigen die bijna altijd een onvoldoende hebben hadden deze keer een voldoende. Triest voor hen dat ze straks mogelijk te horen krijgen dat ze niet verder kunnen met de opleiding, terwijl ze op de valreep laten zien dat ze het eigenlijk misschien wel kunnen.
Ze konden het helaas niet op brengen om de extra inspanning te leveren die zij nodig hadden om door te kunnen gaan. Zelf heb ik natuurlijk ook wel eens ervaren wat het betekent als je je best niet op school doet.
Die mensen gaan het nog zwaar krijgen, want al ging ook ik vroegtijdig van school en heb ik hierna een goeie tijd gehad die ik niet had willen missen; ik was toen ook al sowieso slimmer dan de leerlingen die het bij ons niet redden. Bovendien heb ik altijd veel geluk gehad en groeide ik op in een tijd van ongekende mogelijkheden, terwijl we nu de zoveelste crisis meemaken.
Zegt een collega laatst tegen mij “ Eigenlijk ben jij helemaal niet zo slecht terecht gekomen”. Waarbij wij beiden in de lach schoten.
Natuurlijk kwam ik het nodige spiekwerk bij het nakijken tegen. Twee meisjes hadden letterlijk dezelfde fouten gemaakt en in hun onnozelheid zelfs dezelfde woorden gebruikt. Hoe dom kun je zijn.
Beide dames gaan voor zover mij bekend sowieso niet door en hoewel ik het leuke meiden vind denk ik dat het een goede beslissing zou zijn om met hen te stoppen. Ik hoor het wel op de voortgangsvergadering aan het eind van de komende week.

Dit was het dus weer bijna. Nog twee weken wat klooien met verhuisdozen, afscheid nemen van collega’s die vertrekken, diploma-uitreiking en afscheid nemen van leerlingen die ik nooit meer zal terug zien en uit eten gaan met het team. Als er tenminste geld voor is. Want mogelijk is dat op.
Sinds een jaartje weet ik dat degene die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de financiën van onze school daar nu niet direct een compliment voor verdienen. Ze zullen er wel niet aan willen dat ze zich onverantwoordelijk hebben gedragen, maar soit. Waarom zouden zij anders zijn dan andere managers?
Ik moet de eerste van hen nog tegen komen die zowel bereid is om de felicitaties voor zijn successen in ontvangst te nemen als de verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn falen.

Maar laten we het niet hebben over wat mij soms enorm ergert. Ik voel me nu net zo prettig.
Misschien zijn er nog wat vergaderingen en ga ik aan de slag met de handleidingen die nog geschreven moeten worden. Het is hoe dan ook bijna vakantie.
Na de steunbetuigingen en hartverwarmende reacties op mijn vorige bijdrage aan dit blog, waar ik niet te lang stil wil bij staan, kan ik melden dat de vakantieplannen opnieuw zijn omgegooid. En nu ziet het er naar uit dat ik alsnog drie weken met Paula op reis ga. En misschien gaat ook mijn schoonzusje enkele dagen mee. Natuurlijk in de kofferbak, want in dat geval huur ik een Smart.  
Ze komt in ieder geval een paar nachten logeren. Er schiet mij te binnen dat ik niet vergeten moet om het lekke luchtbed dat op zolder ligt te vervangen. Vervelend dat ik door het vele blowen dat ik heb gedaan soms zo’n last van mijn geheugen heb.

donderdag 21 juni 2012

21 juni 2012: Zomer


Eindelijk is het dan toch nog zomer geworden. Met een stevige regenbui en gedonder van onweer is zo-even het nieuwe seizoen ingeluid. Als dit een voorbode is van wat ons te wachten staat kan wat mij betreft de zomer worden overgeslagen en mag de herfst beginnen. Want daar hoort dit weer bij en dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben.
Zojuist hebben we onze vakantieplannen aangepast. Boukje, de zus van Paula, die vanuit Nieuw Zeeland naar Engeland is vertrokken om daar aanwezig te zijn bij de uitreiking van de bull aan haar zoon Tim, gaat toch niet zoals eerder afgesproken was naar Frankrijk, maar komt begin juli direct naar Nederland.
Niet alleen hoeven wij haar nu niet in Le Havre op te halen, wat eerst het plan was, waarna we door zouden rijden naar Bordeaux waar Paula’s andere zus met haar man Ronald op de camping staat. Nee, het leek Paula wel fijn om nog een weekje bij haar zusje te zijn. Als deze straks weer naar Nieuw Zeeland vertrekt zou het wel eens de laatste keer kunnen zijn dat ze elkaar zien.
Inmiddels zijn we allemaal op leeftijd en het is niet zeker of Paula, zoals zij dit in het verleden zeker vijf keer heeft gedaan, nog de puf heeft om over twee jaar weer zo’n reis te maken.
Ik ga nu eerst een week alleen op vakantie. Waarheen en wat ik ga doen weet ik nog niet. Ik hou van doe- vakanties. Misschien wordt het een weekje wandelen. Of fossielen zoeken. 
Over een paar dagen kan ik mijn nieuwe vouwfiets, de Dahon Speed TR, ophalen bij de fietsenzaak. Een trekking bike waar ik goede recensies over gelezen heb. Misschien ga ik wel een weekje fietsen. Gooi ik deze fiets in een huurauto. Of neem hem mee met de trein.
Ik ga er eens rustig over nadenken. Tips en suggesties zijn altijd welkom.

vrijdag 8 juni 2012

“Schoonheid zit in het oog van de waarnemer”


Een rijke koopman had zijn vriend beloofd dat zijn dochter later met diens zoon zou mogen trouwen.
En toen beiden de huwbare leeftijd hadden bereikt werden ze aan elkaar uitgehuwelijkt.
Er werd een groot feest georganiseerd en van alle kanten kwam men met cadeaus om respect te betuigen aan de ouders en aan het bruidspaar en om hen te feliciteren.
Iedereen was van mening dat de bruid er met haar fijn besneden gezichtje beeldschoon uit zag.
Haar bevallig figuurtje deed het hart van menig man sneller kloppen.
Maar de bruidegom zelf vond haar niet aantrekkelijk. Zij was beslist zijn type niet.
En nadat zij in het huwelijk waren getreden besteedde hij geen aandacht meer aan haar. Net als zijn vader ging hij in de handel en was daarom vaak weg van huis.
De jonge bruid voelde zich door zijn afwijzing erg ongelukkig.
Zelfs in de bruidsnacht had haar man een smoes bedacht om haar niet aan te hoeven raken.
Bovendien was hij niet alleen vaak voor zaken van huis; als hij niet op reis was verbleef hij in een deel van het huis waar zij niet mocht komen. Daarom zagen zij elkaar nooit.
Uit wanhoop begon de vrouw te snoepen. Niet af en toe slechts een koekje of een gebakje, zoals vrouwen wel vaker doen, maar grote hoeveelheden zoetigheid. Hele schalen met krokante koekjes en slagroomgebak gingen er dagelijks door. Sloten limonade, stukken marsepein en repen chocolade, trossen bananen en druiven, dadels en vijgen. Ze leek een niet te stillen honger te hebben.
In slechts enkele maanden tijd kwam zij meer dan vijftig kilo aan. Van haar fijne gezichtje en ranke figuurtje was niet veel overgebleven. Ze had een pafferig uiterlijk gekregen en kwam nog nauwelijks van haar bed, waarop ze zich door haar bedienden liet verwennen met allerhande lekkernij.

Op een dag vertelde men haar dat er een groot feest zou worden georganiseerd. Zij was nu bijna een jaar getrouwd en zoals dit in haar en in de familie van haar echtgenoot gebruikelijk was moest dit worden gevierd.
Haar echtgenoot liet via een bediende aan haar weten dat zij haar mooiste jurk aan moest trekken en een sluier voor haar gezicht moest dragen. Hij verwachtte haar bij het diner.
De vrouw had natuurlijk helemaal geen zin in dit feest. Ze vond van zichzelf dat ze er vreselijk uit zag en ze schaamde zich voor haar uiterlijk. Maar zij had geen andere keuze dan hem te gehoorzamen.
Toen het tijd was om aan tafel te gaan brachten haar bediendes haar naar de grote eetkamer, waar haar echtgenoot reeds aan het hoofd van de tafel zat. Zij ging aan het andere hoofdeinde zitten.
Hoewel de afstand tussen hen minstens vijftien meter bedroeg, kon zij zien dat haar echtgenoot zich niet op zijn gemak voelde. Maar ze besteedde hier verder geen aandacht aan.
Nadat alle gasten gezeten waren en men een gebed had uitgesproken van dank, werden de gerechten opgediend. Het was een copieuze maaltijd en zij liet het zich goed smaken.
Na afloop gingen allen naar de balzaal, waar een klein orkest reeds klaar zat om voor de muziek te zorgen.
Voor de heer en de vrouw des huizes had men twee prachtig versierde stoelen klaar gezet.
Nu hij haar beter kon zien was de man verbaasd over de voluptueuze verschijning van zijn vrouw. Dit kon toch niet waar zijn. Werd hij soms voor de gek gehouden?
Zwijgend ging zij naast hem zitten. Na een jaar was hij een vreemde voor haar geworden en ze deed geen poging om tot een geanimeerd gesprek met hem te komen.
Toen begon het orkest te spelen. Haar man stond op, pakte haar hand en begeleidde haar naar het midden van de dansvloer. Weldra schoven ook de andere aanwezigen bij hen aan.
Nu er zoveel mensen aan het dansen waren besloot de man dat het tijd werd voor hem en zijn vrouw om er tussen uit te knijpen. Hij pakte haar hand en nam haar mee naar de tuin. Hij wilde weten of dit echt zijn vrouw was of dat zij misschien een bediende in haar plaats had gestuurd.
Een mooi rond maantje liet zijn heldere stralen over de bomen en struiken schijnen en over het nog jonge paar. De man vroeg haar of zij haar sluier af wilde toen. Met tegenzin deed ze wat hij vroeg.
Toen hij haar bolle wangen en vlezige nek zag ontsnapte hem een zucht van verrukking. Hoe was het mogelijk. Het schrale kuikentje van destijds was een mooie stevige gans geworden. Nu pas zag hij hoe mooi zij eigenlijk was. Hij pakte haar vast en drukte haar stevig tegen zich aan. En zij? Zij was te verbaasd om enige weerstand te bieden en liet hem z’n gang maar gaan.

donderdag 7 juni 2012

Sporen in het zand.


De behoefte om erkend te worden en te worden gezien is bij velen groot. Zij moeten niet denken aan een anoniem bestaan en willen duidelijk hun sporen nalaten in de korte tijd dat zij hier op aarde zijn.
Zelf vind ik het niet erg om betrekkelijk onzichtbaar te zijn. Ik schreef al eerder dat ik liever in de coulissen sta dan op het podium. Ik kijk liever dan dat ik bekeken word.
Hoe betrekkelijk de sporen zijn die mensen nalaten in de levens van anderen kun je opmaken uit het volgende stukje. Dat mogelijk vooral herkend zal worden door andere mannen van mijn leeftijd.

Glunderend vertelde ze de verslaggever dat ze kikt op het idee dat kerels over de wereld bij het zien van haar foto’s zich aan zichzelf vergrijpen.
Ik ben maar een eenvoudig meisje maar ik weet dat ik een mooi lichaam heb. Het is toch te gek dat op elk moment er misschien wel tien kerels op de wereld zijn die zich lopen af te sjorren op een fotootje van mij. Dat zijn er duizenden per jaar. Dat kun jij niet zeggen.
De verslaggever zal haar waarschijnlijk hebben laten weten dat zij hem hierin de baas was en zijn interview hebben afgesloten met de vraag of zij misschien ook een foto voor hem had.

Het is al weer jaren geleden dat ik dit interview met een pornosterretje las.
Zij kon toen ook niet voorzien dat er zoiets als internet zou komen en dat heel dit internet dicht gemetseld zou worden met porno.
En dat hiermee de waarde van haar bijdrage aan troost voor de mannen in de stille eenzame uren tot nul zou worden gereduceerd.
In de tijd dat ik nog jong was (en dat is heel erg lang geleden) moesten wij ons behelpen met foto’s van een half ontblote Claudia Cardinale (geboren in 1938), Sophia Loren (geboren in 1934) of Brigitte Bardot (geboren in 1934). Pas in 1968 werd Chick uitgebracht, het eerste Nederlandse pornoblad.
En vanaf 1970 werd porno min of meer legaal in Nederland. Ik was toen 19 jaar.
Als je de moeite neemt om uit te zoeken hoe de eerder genoemde dames er in hun hoogtijdagen uit zagen en hoe ze er nu uit zien, dan word je de betrekkelijkheid van dit alles duidelijk.
Zij hebben hun sporen in mij en mijn generatie nagelaten. Maar welke jonge kerel denkt nog aan hen als hij achter zijn computer zit? Hij weet niet eens dat ze (nog) bestaan.
De sporen die wij nalaten zijn sporen in het zand. Zo lang zij nog zichtbaar zijn kunnen anderen ons mogelijk in onze voetstappen volgen. Maar al snel weten wij niet meer wie hier als eerste gelopen heeft en niet veel later zullen alle sporen door een nooit aflatende wind zijn uitgewist.
Weet je dat ik dit een heerlijke en troostrijke gedachte vind? De wetenschap dat er niets, maar dan ook werkelijk helemaal niets van ons over blijft. Alleen moeder aarde zet haar reis voort door een oneindig groot heelal. Nog vele miljoenen jaren nadat de laatste mens verdwenen is. 

maandag 4 juni 2012

Examengesprekken.


Eind van het schooljaar is het weer tijd voor een paar goeie gesprekken. Mijn collega’s en ik, wij verheugen ons  daar elk jaar weer op. En wat voor gesprekken zijn dat dan wel? Dat zijn natuurlijk de examengesprekken.
Nadat de leerlingen een aantal vuistdikke examenportfolio’s hebben ingeleverd en veertien daarvan voor jou bestemd blijken te zijn, ga je je op die gesprekken voorbereiden.
Je eerste zorg is deze dossiers heelhuids thuis te krijgen. Afgezien van een lamme arm van het sjouwen is dit geen probleem. Al vraag je jezelf natuurlijk af wat de zin er van is om anno 2012 zulke dikke dossiers te laten maken. Alsof een digitale versie niet alleen veel praktischer is, maar bovendien milieuvriendelijker en goedkoper. Makkelijker te delen, sneller aan te passen indien nodig en toegankelijker mocht de inspectie haar lange neus in deze dossiers willen steken. Zoals bekend is het toezicht op het functioneren van scholen immers stukken scherper dan het toezicht op onze financiële instellingen, multinationals en degenen die zeggen dat wij ze gekozen hebben om ons te vertegenwoordigen. Wij hechten grote waarde aan goed onderwijs, meer dan aan wat dan ook, en mocht je in deze zin enig cynisme bespeuren dan heb je gelijk.
Maar was ik als tiener blijven steken in mijn verontwaardiging over zaken waar ik het toen ook al niet mee eens was en had ik niet geleerd om mij te voegen naar de besluiten van anderen, dan was het slecht met mij afgelopen. Misschien was ik wel een verbitterde oude man geworden. Maar dit terzijde. Terug naar het examenportfolio. Het vuistdikke en loodzware examenportfolio, dat de leerling in viervoud heeft gemaakt. De stapel vuistdikke en loodzware portfolio’s die hier naast mijn bureau op de grond ligt. Ik heb er zin in.   

Eerst draai ik een grote pretsigaret  en schenk mezelf  een Grimbergen in. Daarna installeer ik mezelf in de beste fauteuil die we in huis hebben en, terwijl er pretlichtjes in mijn ogen komen van het vooruitzicht op het komende genot, sla ik de eerste bladzijde van het eerste dossier open. Het lang verwachte moment is eindelijk daar. Nu gaat het echt  gebeuren.
Na een minuut of zo stop ik. Ik begrijp er niets van. Allemaal namen, allemaal telefoonnummers?
Ik blijk per ongeluk het telefoonboek gepakt te hebben. Dat ligt ook naast mijn bureau.
Kan gebeuren. Een docent is ook maar een mens.
Het volgende dossier heb ik in tien minuten gelezen, nummer twee in nog geen vijf minuten.
Het gaat steeds sneller. Twee jointjes en drie Grimbergen verder heb ik alles doorgenomen. Het is nog geen drie kwartier later. En dit was nog alleen maar de voorpret. De gesprekken moeten nog komen.

Er zijn mensen, geloof het of niet, die serieus alles geloven wat ze lezen. Dus ook dat ik mij stoned en dronken voorbereid op de examengesprekken. En dat ik veertien dossiers lees in drie kwartier.
Maak daar maar vijf uur van.
Misschien geloven zij ook wel dat ik stoned en dronken ben als ik deze gesprekken voer. Ach, hoe ontnuchterend is de harde werkelijkheid.
Duizenden docenten in Nederland bereiden zich mopperend voor op de gesprekken, die nauwelijks enige meerwaarde hebben anders dan een fatsoenlijke afsluiting van een opleiding.
Dit kan ook anders, dit kan ook leuker en veel gemakkelijker. Maar docenten zijn een behoudend volkje. Hardwerkend? Zeker. Slim? Nou en of (althans sommigen). Loyaal aan hun leerlingen en aan hun werkgever? Absoluut. Prettige mensen om als collega te hebben. Maar als het neer komt op echte onderwijsvernieuwing zo conservatief als de pest. En dat is wel eens jammer.
De paar examengesprekken die ik vandaag heb gevoerd verliepen prettig. Zowel de leerlingen als de assessoren waren ontspannen. Ik was aangenaam verrast hoe sommigen van hen zich ontwikkeld hadden. Dat ben ik elk jaar weer. En dat vind ik beslist een groot voordeel van zo’n examengesprek: je kunt zien dat de leerling in slechts drie of vier jaar een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt.
Daar mogen ze best heel trots op zijn. Maar die dikke examendossiers, die kunnen mij gestolen worden.