dinsdag 6 december 2011

Lekker eten.

Sommige mensen hebben ongekend veel geluk. Ik dus. Want Paula heeft er naast het naaien, wat zij zeker niet onverdienstelijk doet, sinds kort een nieuwe hobby bij: koken.
Denk nu niet dat ze dat vroeger nooit deed. Toegegeven, een keukenprinses is het nooit geweest al kon ze af en toe heel leuk uit de hoek komen.
Ik denk dan vooral aan haar soepen en bouillonnetjes. Haar welgevulde kippensoep bijvoorbeeld. Gemaakt van twee stevige dijen van een scharrelkip. En haar runderbouillon, die met wat verse groente werd omgetoverd in een verrukkelijke en stevige groentesoep.
Andere gerechten waarmee zij mij een tongstrelende sensatie bezorgde willen me nu even niet te binnen schieten. Dat zal je nu altijd zien als je op zoek bent naar sprekende voorbeelden.
En ik besef dat ik met mijn verhaal over in partjes gesneden jonge spruitjes uit de wok niemand echt overtuig.
Tegenwoordig is het echter bijna elke dag raak en soms met verrassende resultaten.
Vanavond was bijna driekwart van wat ze op tafel had gezet bijzonder lekker. Zeker, de salade was volkomen mislukt. Na twee happen heb ik er dan ook voor bedankt. Eerst dacht ik nog dat ik mij vergiste. Zoiets smerig kon het toch niet zijn? Wat een gore troep was dat.
De ranzige olie die ze gebruikt had was in alle fijne ingrediënten doorgedrongen en even kreeg ik visioenen van een tijd dat men nog alles at, zonder eigenlijk te weten of het eetbaar was. Een tijd waarin een gemiddelde aardbewoner niet ouder werd dan veertig jaar. Stomweg omdat hij het loodje legde na het eten van zijn laatste maaltijd, dat dan teven zijn galgenmaal geworden was.
Nee, al zou ze de hele dag in de keuken hebben gestaan en het smaakt me niet dan zal ik dat zeggen.
Ik schuif dan met een vies gezicht mijn bord naar voren en zeg: Getverdegetver, wat is dat smerig.
Ik zou mezelf geen lastige eter willen noemen. Maar als ik het vies vind eet ik het niet op.
Ook al hebben de arme kindertjes in Afrika nog zo’n honger.
Heeft zij echter lekker gekookt dan zal ik haar de hemel in prijzen. En zij weet dat ik mijn complimenten dan ook echt meen.

Elke man waardeert het dat, als hij na een dag hard werken thuis komt, er iemand in de keuken staat en zijn neus wordt geprikkeld met de geur van vers gekookt eten.
In mijn geval was mijn neus al verwend tijdens het kleine stukje lopen van de tramhalte naar huis, want het leek of iedereen in de keuken stond. Wat best wel eens zou kunnen want het was tegen etenstijd.
Toen ik thuis kwam stonden er zowaar twee vrouwen te koken. Hier zal ik niet verder over uitweiden.
Mij werd gevraagd om nog maar even naar boven te gaan, want aan een pottenkijker bestond geen behoefte. Dus pakte ik een Duveltje en trok me discreet terug.
Zo’n half uur later kon ik aanschuiven. Ik schonk de dames en mezelf een glas rode wijn in, al voelde ik mij reeds een beetje licht in het hoofd van dat ene Duveltje.
De wijn, een fruitige Mâcon uit 2009, viel gelukkig goed. Ik denk dat ik straks nog maar een glaasje in schenk.

Ja, nu kan ik uitgebreid gaan vertellen wat ik allemaal gegeten heb. Maar wie is daar nu in geïnteresseerd? Ik beperk me daarom tot de overheerlijke borsjt, waarvan ik hier de ingrediënten op zal noemen:
- Bieten
- Wortel
- Ui
- Knoflook
- Kruidenboeket
- Groentebouillon
- Citroensap
- Zout en peper
- Zure room

Vraag me niet om hoeveelheden of het allemaal moet worden klaar gemaakt. Van ons kokkie heb ik inmiddels begrepen dat ze dat zelf ook niet meer weet. Letterlijk zei ze “Ik doe maar wat.”
Lekkerder dan vandaag zal ze het zeker niet kunnen maken. Ja, ik ben een bofkont met zo'n kokkie. Al blijft het altijd spannend wat er op tafel wordt gezet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten