Hoewel ouder worden, dat een onvermijdelijk neveneffect is van blijven adem halen, vaak met vervelende defecten van het lichaam gepaard gaat, is het zeker niet allemaal komkommer en kwelgeest wat de pot schaft. Althans, dat vind ik.
Er staan nog steeds leuke maaltijden op het menu. De dagschotel is daar een duidelijk voorbeeld van.
Altijd een verrassing en meestal een ratjetoe van de restjes die er gisteren over bleven, maar zeker niet onsmakelijk en soms zelfs beter van smaak dan wat er toen op het menu stond.
Laat u zich niet misleiden door de wartaal die hier staat, want achter elk woord staat er nog een, behalve dan aan het end, want dan komt er niets meer. De laatste maaltijd is genuttigd, het heeft ons goed of minder goed gesmaakt, de rekening komt en wij moeten het veld ruimen voor nieuwe gasten.
De grote Chef-kok houdt van variatie en zet ons steeds een ander bordje voor. Soms is het niet te vreten, maar leeg eten zullen we het. Er is tenslotte niet voor niets gekookt. Gelukkig kunnen we vaak zelf kiezen, maar ieder natuurlijk naar zijn eigen portemonnee. Als je pech hebt krijg je een leeg bord.
Het leven kent vele gangen en niet alleen voorgerechten. Al denken wij daar in onze jeugd mogelijk anders over.
De hoofdmaaltijden zijn het moeilijkst te verteren, maar je kunt er ook langer van genieten. Tenzij er niets te genieten valt en dat komt ook voor. De Kok heeft immers niet altijd zijn dag.
Natuurlijk gaat het niet alleen om wat de pot ons schaft. Onze eigen trek bepaalt of wij sowieso al waarderen wat ons wordt voorgeschoteld. Daarnaast moet je sommige gerechten ook leren eten en dat vraagt geduld.
Het alleen maar eten van goedkoop en drekkig snackvoedsel heeft de smaakpapillen van velen helaas afgestompt. Zij waarderen de kroket en andere snelle hap, maar halen hun neus op voor het betere voedsel dat er ook op de kaart staat. Steeds weer opnieuw stouwen zij zich vol, overvreten zich en kennen geen maat. Een copieuze maaltijd slaan zij in één keer achterover en spoelen het weg met donker bier.
Zelf lust ik gelukkig zowel kroketten (bij voorkeur de kwekkeboom) als oesters (bij voorkeur die uit Belon), drink ik graag een glaasje water, maar van een champie ben ik ook niet afkerig, al drink ik dit maar een paar keer per jaar. Bijvoorbeeld als mijn partner een paar dagen weg is, op Buitenkunst in Drenthe als dit zo uitkomt en met de jaarwisseling. Eén van mijn goed voornemens is om volgend jaar wat vaker zo’n fles met bubbels open te trekken. Lekker snobjes. Of vulgair. Kiest u maar.
De charme van het ouder worden is de wetenschap dat straks het laatste menu uit je handen wordt gerukt en men nog één keer met de dessertkaart komt. Want aan het eind van elke goede maaltijd vind ik dat er een dessert hoort. En zoals ik al zei, hierna komt de rekening.
Tot nu toe heb ik niet over de Chef-kok te klagen gehad. De man verstaat zijn vak. De laatste tijd zijn de maaltijden die ik te verstouwen krijgt wel wat te groot naar mijn smaak. Met de jaren neemt de honger af en de trek immers toe. Als ik soms mijn ogen sluit en mij al dat lekkers voor de geest roep loopt het water in mijn mond. Maar als mijn maag te vol is heb ik weinig trek.
Naast het vaker drinken van champagne in crisistijd neem ik mij daarom voor om wat minder te eten en om de Kok te vragen mijn maaltijden minder groot te maken. Het gaat tenslotte om kwaliteit en niet om kwantiteit in dit leven, al heb ik daar beslist wel eens anders over gedacht.
Wat hij niet op mijn bord doet kan hij dan misschien op het bord van een ander doen.
Eerlijk gezegd zijn mijn smaakpapillen ook niet meer wat ze zijn geweest. Te vaak heb ik zitten schrokken zonder te proeven wat het was. Maar daar komt verandering in. Dat beloof ik.
Aan het eind, voordat de rekening komt, wil ik de Chef bedanken en zal ik hem zeggen dat ik iedereen dit restaurant kan aanbevelen. In mijn geval is een compliment wel op zijn plaats.
Nu maar hopen dat de andere gasten het restaurant niet in de fik zullen steken, want niet iedereen is zo tevreden als ik.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten