Herfst. Ik word er een beetje melancholisch van. Om onduidelijke reden komen er gedachten in mij op waarin ik de schlemiel, die in een ieder van ons verborgen zit, in mezelf herken.
Zoals je weet is een schlemiel een ‘pechvogel’. Maar wel een, die zijn pech aan zichzelf te wijten heeft.
Ik zal twintig geweest zijn. We zaten achter een biertje gezellig te bomen over sciencefiction toen Andrew voorstelde om met elkaar een ruilbeurs te organiseren. Als we nu eens volgende week de sciencefictionboeken die we gelezen hadden bij elkaar zouden leggen, dan kon iedereen de boeken die hij zelf wilde lezen mee nemen. Voor niets.
Een win-winsituatie, zo hield hij ons voor. Zo kwam je van je overbodige boeken af en kreeg je er andere gratis voor terug. Het klonk te mooi om waar te zijn, maar we lieten ons overtuigen door zijn enthousiasme. Aan boeken komen zonder ze te hoeven kopen of te lenen sprak ons wel aan.
Ik kwam op het afgesproken moment langs met een volle plastic zak. Ruim twintig, misschien wel dertig boeken had ik bij me. Ik raakte ze allemaal kwijt die avond. Vooral Andrew bleek nog veel boeken niet gelezen te hebben. Met vier of vijf boeken die ik nog niet kende ging ik de deur uit. Ook toen al was ik in dit soort zaken een schlemiel. Andrew zal wel een goede zakenman zijn geworden.
Natuurlijk had ik dit van mezelf kunnen weten. Ik ben immers als schlemiel geboren.
Wie kent er niet het spel ‘handje raaien’, dat je als kind speelde? Je moest dan raden hoeveel knikkers iemand in zijn twee gesloten handen had. Raadde je het goed, dan kreeg je de knikkers. Maar als je het verkeerd had moest je het verschil bijpassen.
Al was het maar een kinderspel, het werd bloedernstig gespeeld.
Ik herinner mij dat ik op een kwade dag na schooltijd met bijna een schoenendoos vol knikkers het spel speelde met Wout. Hij was wel twee koppen groter dan ik en had kolenschoppen van handen.
‘Vijf’ riep ik bijvoorbeeld, nadat ik de twee opeen gedrukte handen nauwkeurig had geïnspecteerd.
Wout deed dan zijn handen open en hij bleek er dan wel zestig kleine knikkertjes in te hebben.
Zo’n ronde kostte me dan meer dan vijftig knikkers.
Natuurlijk wilde ik ze weer terug verdienen. ‘Tien’ zei Wout dan nadat hij mijn handen bekeken had.
Hij zat er vijf naast en triomfantelijk overhandigde hij me vijf knikkers. ‘Dat heb je goed gedaan’, zei hij dan ironisch. En ik dacht toen nog dat hij me werkelijk een compliment gaf.
Binnen een half uur was ik al mijn knikkers kwijt. Wout was verrukt over zijn onverwachte succes en verbaasd dat hij mij zo gemakkelijk van mijn knikkers had afgeholpen.
Geschrokken van mijn verslagenheid gaf hij mij een handje knikkers terug.
‘Ik moet nu naar huis. Eten’. En triomfantelijk ging hij er vandoor, mij in verwarring achter latend.
‘Het is niet verstandig om alles op het spel te zetten als je kansen op winst erg klein zijn’, was de boodschap. Maar of ik werkelijk wat van deze gebeurtenis heb geleerd…
Niet alleen als het om boeken of knikkers ging, ook in andere zaken ging het wel eens mis.
Zo had ik als tienjarige een houten stok urenlang met een klein zakmesje bewerkt. Ik hield nu een prachtig zwaard in mijn handen en voelde mij oppermachtig. De andere kinderen keken vol bewondering naar het resultaat van mijn noeste arbeid. ‘Mag ik hem even vasthouden?’ vroegen ze en welwillend stond ik dit toe. Het mooie houten zwaard ging van hand tot hand en iedereen was het er over eens dat dit toch wel het mooiste zwaard was van allemaal.
Later op de dag trokken we met een klein groepje jongens met houten zwaarden een andere wijk in.
Hier woonde de vijand en die gingen we opzoeken. Het duurde niet lang of we hadden hem gevonden. Ik zwaaide woest met mijn zwaard door de lucht. “Kom maar op, als jullie durven” riepen we naar de andere jongens, die een eindje verder op in een afwachtende houding naar ons stonden te kijken. Terwijl ik met opgeheven zwaard “Aanvalluhhh” brulde, voelde ik opeens hoe mijn houten wapen uit mijn handen werd gerukt. Schuin achter me stond een jongen die minstens vijf jaar ouder was. “Mooi zwaard heb jij. Zelf gemaakt?” Toen, zonder mijn antwoord af te wachten, tilde hij zijn rechterbeen op en brak het zwaard op zijn knieën door midden. ”Niet erg sterk”, zei hij lachend en gaf mij de twee gebroken stukken hout terug. Hij had zomaar mijn zwaard, het zwaard waar ik uren op gezwoegd had, door midden gebroken. Ik was verbijsterd.
“En nou opsodemieteren”, riep hij onverwachts dreigend. We stoven weg, want zin in een pak slaag had niemand van ons. Mijn zwaard was stuk. In de ogen van mijn vriendjes was ik dappere ridder af.
Wat voelde ik mij een schlemiel. Met mijn zakmesje maakte ik later van het houten lemmet een mooie houten dolk. “Eigenlijk veel mooier dan zo’n groot onhandig zwaard”, dacht ik. En goed te verstoppen voor de vijand, zodat ze hem niet zo snel meer van me zouden af pakken.
Ook toen al zag ik na een vervelende gebeurtenis weer snel de zon in het water schijnen.
Een halve eeuw is er sindsdien voorbij gegaan. Nog steeds komen mensen met goede ideeën die vooral voor hen zelf goed uitpakken. Misschien moet je jezelf wel altijd de vraag stellen wie er beter wordt van dat idee voordat je er in mee gaat.
Ik moet altijd lachen om de onnozelen die hun vaak zuur verdiende spaarcentjes uitlenen aan mensen met goeie ideeën die hen 10% rente beloven in tijden dat je op de bank slechts 3% krijgt.
Vervolgens zijn ze alles kwijt en willen ze dat wij hen zielig vinden. Stom zijn ze. Hartstikke stom.
De schlemiel in hen heeft het van hun gezonde verstand gewonnen.
Mijn ervaringen met het knikkerspel kun je gemakkelijk doortrekken naar deze tijd. Overal wordt het spel om de knikkers bloedserieus gespeeld. Knikkerimperiums komen en gaan. Opnieuw worden er enkelen schatrijk van de crisis in Europa. Alles wordt er op het spel gezet. Maar ik schat in dat de winkansen heel klein zijn. Alle schlemielen van Europa verenigt u. Ontwaakt, schlemielen dezer aarde. Voorwaarts en niet vergeten…de solidariteit. We worden allemaal genaaid en vragen om meer. Nu, we zullen het krijgen ook.
De tijd heeft stil gestaan. Er bestaat geen vooruitgang.
Er zijn alleen maar gebeurtenissen. En winnaars en schlemielen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten