vrijdag 28 oktober 2011

Mauro

Er was er eens een kleine jongen van tien jaar, die door zijn ouders naar Nederland werd gestuurd omdat het levensgevaarlijk was in hun eigen land en zij een veilige toekomst voor hun kind voor ogen hadden.
Hun kind mocht voorlopig in Nederland blijven, maar een rare PVDA-man, met een veel voorkomende Joodse achternaam, had er voor gezorgd dat er een wetje kwam waarin stond dat de jongen, net als alle andere jongetjes en meisjes die hier zonder ouders waren aangekomen, weer terug naar zijn land zou moeten als hij 18 was.
En de jongen groeide op in de Nederlandse samenleving en werd een echte Nederlander. Hij was nu acht jaar in Nederland en de grote dag was bijna aangebroken. Hij zou op kosten van Nederland een enkele reis Angola krijgen. Wat was deze jongen blij. Hij kon niet wachten om afscheid te nemen van het gezin waarin hij zo liefdevol was groot gebracht. Ook zij juichten zijn komende vertrek toe.
Wat hij allemaal geleerd had op school zou hij vast goed kunnen gebruiken als hij weer in Angola zou zijn. Ook zou hij zijn vrienden Nederlands kunnen leren, want zoals iedereen wel weet is Nederlands een wereldtaal die iedereen graag beheerst. Maar terwijl onze Mauro, want zo heette de knul, vol verwachting alvast zijn koffers aan het pakken was, stak er een politieke partij een stokje voor zijn vertrek. Want zij hadden last van hun, je raadt het nooit, ik zal het hier met hoofdletters spellen, hun G E W E T E N. En die politieke partij was het CDA en de minister van emigratie (of was het immigratie?) en Asiel, Gerd Leers, was een echte CDA’er. Een man die als burgemeester van Maastricht voortijdig moest aftreden omdat, toen er problemen ontstonden over de privé- aanschaf van een vakantievilla in Bulgarije, hij zijn functie als burgemeester gebruikte om zijn recht te halen, terwijl de gemeente Maastricht hier niets van wist. En deze Gerd wilde toch zo graag dat Mauro hier zou blijven. Dan kon iedereen zien dat het Nederlandse immigratiebeleid zo slecht nog niet was. Maar iedereen raakte wel een beetje in de war van zijn gedraai toen hij, zoals hij wel eerder gedaan had, van mening veranderde. Aan de bijzettafel van de regering van dat land zat namelijk een grote briesende blonde fee, die dreigde een vloek over Gerd en de zijnen uit te spreken als Mauro een verblijfsvergunning zou krijgen. Zelfs zijn partijgenoten wisten niet meer wat er van hen werd verwacht.

Terzijde: iedereen weet dat er niets leukers is dan het zien van de worsteling die het CDA voert met zijn geweten, al is het nooit een spannend gevecht. Natuurlijk delft het geweten het onderspit, maar dat komt omdat veel CDA’ers sterker zijn dan hun zwak ontwikkelde geweten. Voor sommigen is het zelfs verwoorden tot een rudimentair aanhangsel dat hen alleen maar zo af en toe een vervelende jeuk bezorgt. CDA’ers hebben deze strijd vaker gestreden. Altijd met de bijbel in hun hand en hun geweten aan de kant. Dat er mensen zijn als Ad Koppejan en Kathleen Ferrier die hun Bijbelse uitgangspunten trouw gebleven zijn is mooi, want anders zou er helemaal van een gevecht geen sprake zijn. Maar wel jammer dat ze straks elke geloofwaardigheid verliezen als ze op de valreep alsnog bakzeil halen en het besluit ondersteunen waarin staat dat Mauro Manuel terug moet naar Angola. Want zo is de wet nu eenmaal. En CDA’ers houden zich altijd aan de wet en die bijbel is de lijmpot die de christenen bindt. De bladzijden plakken er van aan elkaar, de handen zijn er smerig van, maar welke christen leest tegenwoordig nog de bijbel? Dan zijn er tegenwoordig wel leukere boeken. En dat geinige weblog natuurlijk van “Dutchy”. Rare naam trouwens. Zou die jongen wel een verblijfsvergunning hebben? Einde terzijde.

Gerd zei dat hij alle mogelijkheden had bekeken maar dat hij geen mogelijkheden zag om Mauro hier te houden. Hij moest de jongen die zo graag terug wilde naar Angola laten gaan.
Gerd had echter de Volkskrant niet gelezen. Hier volgt een stukje uit het artikel dat daar in stond.

Hoogleraren recht: Leers kan Mauro wel degelijk verblijfsvergunning verlenen

Minister Gerd Leers kan de Angolese asielzoeker Mauro wel degelijk een verblijfsvergunning verlenen. Daar zijn namelijke goede juridische argumenten voor op te voeren. Dat stelt een groep van twaalf rechtshoogleraren morgen in een opiniestuk in de Volkskrant.

Leers zei eerder deze week alle mogelijkheden te hebben onderzocht om Mauro alsnog in Nederland te kunnen houden, maar er geen één gevonden te hebben. Volgens de hoogleraren heeft de minister echter een grote mate van vrijheid om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken.

Redelijkheid
Daarvoor 'kunnen goede en juridisch houdbare argumenten worden aangevoerd', zo staat in het opiniestuk. Immers, de Raad van State oordeelde dan wel dat de minister 'in redelijkheid' heeft mogen oordelen dat Mauro geen verblijfsvergunning hoefde te worden verstrekt op grond van zijn gezinsbanden, maar dat geldt evengoed andersom.

Mauro vormt namelijk een gezin met zijn pleegouders en pleegbroer. 'Dit gezinsleven verdient bescherming op grond van onder meer artikel 8 van het Europese mensenrechtenverdrag.'

En dus, zo schrijven de hoogleraren: 'de rechter zou ongetwijfeld ook vinden dat de minister vanwege het gezinsleven in redelijkheid wél een vergunning aan Mauro kan geven'.


Uiteindelijk werd besloten om Mauro niet tegen te houden. Als hij zo graag terug wilde naar Angola, dan moest hij maar gaan. De ondankbare hond.
En zo geschiedde het dat in de donkere dagen vlak voor Kerst een groot vliegtuig van Schiphol opsteeg en richting Angola koerste met aan boord Mauro, de bijna echte Nederlander. In Angola zaten ze met open armen op hem te wachten. En Mauro leefde nog lang en gelukkig. En Gerd natuurlijk ook.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten