Met de zoete geur van marsepein in mijn neus werd ik die ochtend wakker. Vijfentwintig september tweeduizend-en-elf. Eindelijk zestig. Voor mijn gevoel had ik er wel honderd jaar op moeten wachten.
Paula was natuurlijk al naar beneden om een kopje koffie te zetten en een vers glaasje sinaasappelsap voor me uit te persen. De lieverd. Dat deed ze bijna elke ochtend. Behalve als ik als eerste op stond. Wat helaas door mijn rooster sinds het begin van het nieuwe schooljaar het geval was. En daarom zette ìk nu meestal ’s morgens voor ons beiden een kopje koffie.
Je moet namelijk weten dat ik leraar ben aan een heel grote school. Samen met anderen leid ik daar jonge mensen op tot dienstverlener. Een dienstverlener is iemand die andere mensen helpt die zichzelf niet kunnen helpen zonder eerst zelf geholpen te zijn. Snap je? Mensen die teveel geld hebben uitgegeven en nu niets meer te eten hebben bijvoorbeeld. Of mensen die hun baan zijn kwijt geraakt en nu weer op zoek zijn naar werk.
Een dienstverlener geeft ze dan geld of zorgt dat ze weer kunnen werken. Als het geld tenminste niet op is. En er werk is. Dit moet je altijd maar afwachten. Zo zit dat.
Kwiek als een jonge oude man sprong ik uit bed, trok mijn mooie blauwe duster aan (“Die moet je maar weer eens in de was gooien”, had ze me vorige maand nog gezegd. “Hij ruikt een beetje.”) en liep neuriënd de trap af. De geur van marsepein was nu zo indringend dat ik er een beetje weeïg van werd.
Halverwege de trap stond ik stil. Ik kon mijn ogen niet geloven. In de ruime huiskamer stond een Volkswagenbus op ware grootte, helemaal gemaakt van marsepein.
Verbijsterd liep ik verder. Hoe was dit mogelijk?
Paula was nergens te bekennen maar op de keukentafel lag een briefje. Er stond maar één woord op geschreven. Maar wel in heel grote letters. “HELP” stond er. Dat zag ik al van verre. Ik herkende het sierlijke handschrift van Paula. “Zij heeft mijn hulp nodig”, dacht ik geschrokken. Want iemand die “HELP” heeft opgeschreven en nergens te bekennen is zit in moeilijkheden.
Maar waar was ze? Waar moest ik beginnen te zoeken? En wat deed die enorme Volkswagenbus van marsepein hier in de huiskamer? Wat een vreemd begin van een verjaardag. Ik snapte er niets van.
Nieuwsgierig liep ik op de Volkswagenbus af en deed de deur open. Van binnen was het een gewone auto. In het dashboardkastje vond ik een plattegrond. Maar het was wel een vreemde plattegrond. Links in een hoekje stond met kleine lettertjes “HELP” geschreven. Ik keek nog eens goed. Dit was een afbeelding van het briefje dat Paula aan mij geschreven had. Nu wist ik waar ik mij op deze plattegrond bevond. Helemaal aan de andere kant van de kaart stond in dezelfde kleine lettertjes geschreven “HIER BEN IK”. Daar moest ik dus naar toe.
Maar hoe? Ik besloot eerst om de dikke laag marsepein van de ramen van de wagen weg te vegen. Dan kon ik immers wat zien. Met een ramenwisser haalde ik de lichtblauwe marsepein weg, die overal tegen het glas geplakt zat en at deze gelijk op. Want sinds ik wakker was had ik nog niets gegeten. Tjongejonge, wat smaakte dat lekker. Ik kroop hierna weer achter het stuur en moest zowaar een stevige boer laten.
Het autosleuteltje stak in het slot en ik startte de wagen. Na enig gerochel en gehoest sloeg de motor aan. Op het dashboard sloeg er een wijzertje uit en ik zag dat de tank vol zat…met limonade.
“Logisch. Een wagen van marsepein rijdt op limonade”, dacht ik nog. Daar is niets vreemds aan.Voorzichtig reed ik de wagen door de tuindeur naar buiten. Het ging maar net, maar het ging.
Nu ik buiten stond voelde ik mij wat meer op mijn gemak. Ik denk dat iedereen die een auto in zijn kamer tegen zou komen een beetje in de war zou zijn.
De tuin was bedekt met een dikke laag blauwe marsepein. Het was dezelfde kleur als op de ramen van de wagen had gezeten. De zon scheen volop, maar aan de horizon zag ik donkere wolken waaruit een stevige regenbui viel. Plotseling verscheen er recht boven mijn hoofd een prachtige regenboog. Zo ontzettend mooi, dat er tranen van ontroering in mijn ogen sprongen. ‘Ontroering’ is het gevoel dat je hebt als je niet weet of je moet lachen of huilen van blijdschap. Daarom lachte ik, terwijl de tranen over mijn wangen liepen.Ik besloot om gewoon de regenboog te volgen en reed via het tuinhek de weg op. Ook deze was van marsepein gemaakt. “Het lijkt wel of ik over een grote taart rijd”, dacht ik nog, want alle huizen om mij heen waren van marsepein. Als ik een vogel was geweest en ik had mezelf daar beneden in die Volkswagenbus gezien, dan had ik geweten dat dit niet zomaar een gedachte was. De hele wereld was in een marsepeinen taart veranderd en ik reed in mijn marsepeinen busje het avontuur tegemoet. Ik ging mijn Paula bevrijden uit de handen van een onzichtbaar monster zonder naam dat haar ontvoerd had naar “HIER BEN IK”. Want wie zou het anders gedaan hebben?



Geen opmerkingen:
Een reactie posten