zondag 9 oktober 2011

Reis over de taart (2.)

De wereld lag aan mijn voeten. Een wereld van marsepein. Eerst reed ik naar Azië. Daar kwam ik twee oude bekenden tegen: Ying en Yang. Zoals wel vaker waren ze weer eens volledig uit balans en stonden ze ruzie te maken. Dat heb je er van als je niet mèt maar ook niet zonder elkaar kunt. Dat leidt onvermijdelijk tot frustraties. Maar uit de cirkel van het Tao waarin ze vast zaten konden ze niet ontsnappen. Daarvoor waren ze teveel met elkaar verbonden.
In Yang klonk altijd het stemmetje van Ying en in Ying kon je de stem van Yang terug horen. In essentie waren ze één, al voelden ze zich verdeeld. Of zoiets.
Deze keer hadden ze ruzie over de taart waarop ze leefden. Yang vond zoveel zoetigheid maar niets. “Te zoet, veel te zoet”, riep hij luid en ijsbeerde heen en weer. “Maar na het zoet komt altijd het zuur en dat is goed”, riep Ying wanhopig. Yang wilde hier echter niets van horen.
Geamuseerd luisterde ik naar hun gebekvecht. Na enige tijd onderbrak ik hen en vroeg hen of ze mij konden vertellen waar Amerika lag. Want dat was mijn volgende bestemming.
Gelukkig waren ze het hier met elkaar over eens en beiden wezen naar het Oosten. ”Je kunt ook wel naar het Westen gaan, dan kom je er ook”, zei Yang. “Maar de kortste weg is naar het Oosten”. Ik bedankte hen voor hun hulp en nam afscheid. Terwijl ik verder reed hoorde ik hen achter mij vrolijk verder kibbelen. ”Het is waar”, dacht ik. “Of je nu naar het Westen of het Oosten gaat maakt weinig uit. Heb je haast dan neem je kortste weg. En heb je naar je gevoel meer tijd dan kies je voor de toeristische route. Uiteindelijk leiden alle wegen naar Rome. Bij wijze van spreken dan.”
Door mijn ontmoeting met Ying en Yang was ik in een filosofische stemming gekomen.
Ha, daar zag ik Amerika al liggen.
Een grote gele emoticon kwam mij grijnzend tegemoet. Ik vond hem er een beetje luguber uit zien.
“Waarom loop jij zo te grijnzen?” , vroeg ik hem.
“Omdat ik in het rijkste land ter wereld woon. In het land of the free. And the home of the brave.”
Ik hoorde op de achtergrond het geluid van het Amerikaanse volkslied, wilde mijn hoed afnemen maar ontdekte dat ik deze vergeten was, boog eerbiedig het hoofd, legde mijn rechterhand op mijn hart en wachtte tot de laatste klanken waren weg gestorven.
“Dan heb je reden om te lachen”, beaamde ik. “Alleen heb ik wel eens gehoord dat jullie hier per duizend inwoners meer mensen in de gevangenis hebben zitten dan waar ook ter wereld. En dat er zo'n 650.000 daklozen zijn.
Daarnaast zijn er 46 miljoen Amerikanen die leven onder de armoedegrens, 41 miljoen Amerikanen kunnen zichzelf en hun gezin niet voeden zonder gratis voedselbonnen; 30 miljoen basisschoolkinderen kunnen op school ontbijten dankzij het National Breakfast Program; 10 miljoen kinderen krijgen ook een gratis of goedkope lunch op school; 48 miljoen Amerikanen hebben geen ziektekostenverzekering; 38 miljoen Amerikanen zijn onderverzekerd voor ziekte of arbeidsongeschiktheid; 2 miljoen Amerikanen moesten dit jaar hun huis veilen; 5 miljoen huiseigenaren hangt dit boven het hoofd; 14 miljoen Amerikanen hebben volgens de officiële cijfers geen baan,maar deskundigen schatten het werkelijke cijfer op 25 miljoen werklozen. Dus helemaal tof is het niet bij jullie.
De emoticon keek me met toegeknepen ogen aan. "Wij hebben jullie destijds bevrijd van de Nazi's. Hun kinderen komen nu naar Scheveningen waar jullie hen veel te veel laten betalen voor een zakje patat of frikandel. Zonder ons zaten jullie nu allemaal in kampen en waren jullie kinderen lid van de Hitler Jugend geweest." Hij lachte triomfantelijk. "Schaakmat", hoorde ik hem denken.
Gelukkig zag ik een vredesactivist voorbij komen. Nee, ik moest niet alle emoticons op een hoop gooien. Er waren er genoeg die het beste wilden en die zich schaamden voor de eerder genoemde schokkende cijfers in de statistieken. De vloek van het ongebreidelde kapitalisme raakte iedereen.
"Hi," riep ik naar hem. Dat is de manier waarop Amerikanen elkaar groeten. Een eenvoudig "Hi". Nee, niet "High". Dat is weer wat anders. Daar zullen we het een andere keer over hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten