woensdag 25 september 2013

Terugblik.

Het was laat op de avond van mijn 63e verjaardag. De gasten waren weg en met mijn vijfde Belgische biertje van die avond in mijn hand keek ik terug op een bewogen jaar op school. 
Een paar maanden eerder had ik mijn werkmanskleren voorgoed aan de kapstok gehangen. Een overhemd dat ik iets te vaak gedragen had en dat bij de boorden versleten was. Een uitgelubberde grijze broek, die ik aanvankelijk op moest houden met een riem, maar die mij, nu ik al drie maanden niet meer voor de klas had gestaan, twee maatjes te klein was geworden. Mijn tas vol gaten en scheuren lag op zolder ergens in een hoek.
Alle boeken en verslagen die ik de afgelopen jaren bewaard had, alle mappen en handleidingen die ik ooit geschreven had, heel de zooi had ik weggeflikkerd.

Het goede leven dat mij bij mijn pensionering was beloofd bleek te bestaan uit laat naar bed gaan, lang uitslapen, teveel eten, drinken en blowen. Een teveel aan alles wat slecht voor mijn gezondheid en mijn geestelijk welbevinden was. Het kostte me moeite om het mezelf toe te geven, maar ik zat in een rouwproces.
Ik miste mijn fijne collega’s, mijn energieke en leuke leerlingen en de ergernis over het management, dat mij nu niet meer gek kon maken met zijn belachelijke eisen.
Ik bleek opeens volledig overbodig te zijn en daar treurde ik over. Het schip waarop ik zo lang op gediend had zou zinken zonder mij, terwijl de kapitein de bemanning en de passagiers optimistisch moed in zou blijven spreken totdat de oceaan zich boven iedereen gesloten had.

Had ik niet beter aan boord kunnen blijven en mee naar de kelder kunnen gaan? Was ik niet als een vuile rat bezweken voor de verleiding van de zak met geld die mij beloofd was als ik gebruik zou maken van de ‘ouderenregeling’, waardoor ik vervroegd met pensioen kon gaan?
Daar zat ik dan eenzaam aan het eind van mijn feestje. Vandaag geen collega’s die mij feliciteerden en mij een fijne avond toewensten. Geen leerlingen die mij toezongen. Dat was allemaal geweest.
25 september 2013 was het de laatste keer dat ik koeken van de Hema trakteerde aan de mensen waarmee ik zij aan zij geknokt had voor betere werkomstandigheden en beter onderwijs.  
De laatste keer dat ik na een chronisch slaaptekort stond te hakkelen voor de klas terwijl de leerlingen mij allen een fijne verjaardag toe wensten.   

Ik voelde mij een verrader nu ik mijn collega’s en mijn leerlingen zo had laten barsten. Ik trok nog eens een flesje open. Het kostte me enige moeite want ik kon nog steeds niet erg goed tegen alcohol. Maar ik voelde dat ik dat wel zou leren in de stille jaren die nu voor me lagen.

dinsdag 24 september 2013

Spiegel.

Op weg naar school of naar huis kom ik ze altijd in groten getale tegen. Mensen.  Ze hebben niet meer dezelfde lichte blos van opwinding op hun wangen als toen ze misschien lang geleden op weg waren naar een sollicitatiegesprek. Ook in hun ogen ontbreekt de sprankelende vonk van weleer.
Vergis ik me of zien ze er gewoon vreselijk moe uit? Sommigen zelfs uitgeput. Het is alsof hun energie door vampiers uit hun is weggezogen. Ze lijken een beetje gestorven van binnen. Als planten die, ver van het licht dat door het raam valt,  te lang op de verkeerde plek in de kamer hebben gestaan en al lange tijd geen water hebben gekregen.
Wat gebeurt er toch met de meeste mensen als zij zijn opgenomen in het arbeidsproces?
Worden ze soms langzaam door de eisen die men aan hen stelt uitgebeend?
Ik kijk om mij heen en als ik het treurige gezelschap zie heb de neiging om hard te lachen. Maar de sfeer is zo beklemmend dat ik zelfs de glimlach die zich spontaan om mijn lippen vormt verborgen hou achter mijn hand. Nee, ook vandaag heb ik geen zin om gelyncht  te worden.
Dan bedenk ik me dat ik er zelf ook niet zo fraai uit moet zien. Een chronisch tekort aan slaap roept vlagen van een lichte luciditeit bij me op en ik voel me baldadig worden. Ik moet opnieuw aan seks denken. En de dag is nog geen twee uur oud. Als ik een plofferige brillenkop zie die droevig voor zich uit staart kom ik van binnen weer wat tot rust. Met dit soort gedachtes lukt het me om ook mijn orgasmes uit te stellen.  Zo hebben we allemaal onze trucjes om het genot wat te rekken.
Ik begrijp waarom mensen liever in hun eentje in een auto stappen en de voorkeur geven aan dat half uur in de file boven het Openbaar Vervoer, waar ze steeds zichzelf weer in de spiegel zien die anderen hen voorhouden.
Want van mijn blosjes is ook niet zoveel meer over. Moe ben ik. Al is het bij vlagen en weet ik me nog steeds te herstellen in het weekend. Nee, ik voel me niet leeggezogen. Ik weet de vampiers die het op mij gemunt hebben nog gemakkelijk van me af te slaan. Maar het worden er wel steeds meer.  

Een extra teentje knoflook en een Jezuskruis moeten mij beschermen. Het kruis hangt naast me in mijn werkkamer. Het is van mijn moeder geweest.  Ik vermoed dat ze, toen ze nog leefde, er veel troost aan heeft ontleend. En ook al vind ik het heel lekker, de knoflook eet ik voorlopig alleen bij volle maan. 

maandag 23 september 2013

Filteren

Schrijven is een leuke, maar soms ook wel moeizame bezigheid. Vooral het vele schrappen ervaar ik bij vlagen als erg lastig.
Zo is mij is destijds gevraagd op school om een bijdrage te leveren aan het weblog van de school. Doel van dat weblog is om mensen die op zoek zijn naar een opleiding te enthousiasmeren en hen duidelijke en eerlijke informatie te verstrekken.
Nu bestaat er volgens mij niet zoiets als 'eerlijke informatie'. Je ziet in een tekst wat je geneigd bent om te zien. En zeker als je mensen wilt enthousiasmeren is er een grote kans dat je jezelf gaat censureren.
Wat heeft het voor zin om alle frustraties die een reorganisatie met zich mee brengt op het bord van iemand te gooien die op zoek is naar een geschikte opleiding voor zichzelf. Hem of haar te vertellen dat de roosters voortdurend wijzigen, dat het beleid heel vaak wordt aangepast, dat er veel wantrouwen in de capaciteiten van de leidinggevenden is, dat niet de leerling maar de bankrekening van de organisatie centraal staat.
Ik gebruik mijn eigen weblog immers al als een platform om helemaal leeg te lopen op de shit asses die het leven van mij en vele anderen vergallen, zowel binnen als buiten de organisatie. Dus schrijf ik in het weblog van school een mooi verhaal waarin ik wel vermeld dat het voor iedereen wat zwaarder is geworden op school nu het vaker voorkomt dat je van half negen tot half zes op school zit en dat ik dit jammer vind.
Dat na drie weken sommigen al weer naar de vakantie verlangen.
En verzwijg ik dat ik me blijf verbazen over het onvermogen van degenen die de verantwoordelijkheid hebben om de school weer om te vormen tot een plek waar het voor iedereen goed toeven is en niet alleen voor degenen die in schaal 12 of hoger zitten. Al vind je daar mogelijk meer mensen die verlangend uit kijken naar hun pensioen dan aan de basis. A propos: zelf zit ik in schaal 11.

Toen ik nog voor de Sociale Dienst werkte had ik eens een gesprek met een leidinggevende die enthousiast vertelde over de verbouwing waarmee hij thuis bezig was. Hij zei dat het hem een gevoel gaf eindelijk iets nuttigs te doen en genoot er van dat hij nu tenminste resultaten zag.
Later bedacht ik mij dat het inderdaad voor veel leidinggevenden frustrerend moest zijn om altijd maar de plek waarop zij zaten te beschermen tegen andere ambitieuze collega's en er steeds weer achter te komen dat de invloed die zij zo graag wilden hebben en meenden te bezitten slechts een illusie was.
In zo'n geval ben je natuurlijk blij dat je tenminste op een ander levensgebied wel echt kunt scoren. Wat zullen de woningen van die gasten er allemaal mooi uit zien.

We zijn allemaal kleine poppetjes in een groot marionettenspel. Poppetjes die denken dat ze zelf aan de touwtjes trekken in plaats van de poppenspeler. Alsof de druppel denkt dat hij de oceaan kan begrijpen.
Mijn ergernis over degenen in organisaties die menen te weten hoe zij een organisatie moeten runnen en mensen moeten motiveren wordt minder, al zal hij nooit helemaal verdwijnen.
Als de lezer hier een zekere gelatenheid meent te bespeuren dan heeft hij gelijk. Je ergeren aan anderen is erg vermoeiend en levert meestal niets tot zeer weinig op. Gelukkig weet ik aardig hoe mijn filters werken en zie ook ik wat ik wil zien. Het is geen 'wij' tegen 'zij'. Het is ons gezamenlijk onvermogen om de menselijke maat te blijven zien in wat wij van elkaar verlangen. Desalniettemin blijf ik een ieder die mijn leven vergalt of tracht te vergallen als een hufter zien. Gewoon omdat ik me daar goed bij voel.



maandag 16 september 2013

Herfst.

Net als vele anderen word ik wat weemoedig als ik terug denk aan de zomervakantie.
De lange dagen, de aangename temperaturen, de verrassende ontmoetingen, de avonden aan het vuur met een biertje of een stickie tussen mijn lippen. En niet te vergeten, met wat gitaarmuziek op de achtergrond, het oeverloze geouwehoer over niets op zo’n avond, dat je het gevoel geeft dat de taal alleen maar dient om betekenisloze klanken uit te stoten die een aangename warmte in je oproepen. Alsof je met goede vrienden in een café bent blijven plakken na sluitingstijd. Niemand die nog weet waar al het gelal en gebral over gaat, maar iedereen voelt zich met elkaar verbonden.
Ik denk dat onze verre voorouders zo ook hun zomervakantie vierden.
Overdag wat leuke spelletjes speelden met elkaar, zoals tikkertje en verstoppertje, en ’s avonds een vuurtje, wat te drinken, te eten en muziek. Waarschijnlijk onder begeleiding van wat aritmisch gebeuk op een trommel. En wat grommen en brommen naar elkaar. Daarna gingen ze gewoon weer op jacht of verzamelden ze bessen, wortelen en noten om de wintervoorraad aan te vullen.  Uderzo en Goscinny hebben zo’n gezellig samenzijn bij de Galliërs heel vaak mooi vastgelegd op de laatste bladzijden van hun Asterix en Obelisk boekjes.
Een flauw aftreksel van die tijd zien we nog terug in de vele straatbarbecues die aan het eind van de zomer worden gehouden. Tuinmeubelen voor de deur, barbecuesetjes aangestoken, bier, vooral veel bier en wijn, een berg vlees van plofkippen en plofvarkens, mannen met dikke buiken en korte broeken en vrouwen met minstens net zulke dikke buiken en korte rokjes, die de vlezige dijen bloot laten en geanimeerd gebabbel, dat naarmate het later wordt over gaat in luidruchtig geknor en gebral. Ik zie het als een verlangen naar een samenzijn dat men in de donkere dagen die komen node zal missen. Heimwee naar een voorbije zomer.

Zeker, de herfst is ook een mooie tijd. Ik hou van al die woeste wolkenpartijen met zo af en toe een wolkbreuk, waarbij het water onder begeleiding van de rollende donder van een onweersbui met zoveel geweld naar beneden komt dat de mensen verschrikt ineen krimpen onder hun paraplu’s.
Het landschap begint van kleur te verschieten en bereidt zich voor op de kou die onvermijdelijk komen gaat. De hartslag van de wereld lijkt rustiger te worden.
Gelukkig is het culturele leven weer begonnen. Wat betekent dat Paula en ik weer wat vaker naar de film zullen gaan. Misschien een enkele keer naar toneelvoorstelling of een zondagsochtend concert.
En twee keer per jaar naar een museum. Daarmee heb ik ons culturele leven wel beschreven.
De herfst is begonnen. En al is het frisser geworden en valt er veel regen, we hebben onze herinneringen nog. Ongetwijfeld krijgen we nog wat mooie nazomerdagen en daarna zullen we even geduld moeten hebben. Ook al horen we straks op Prinsjesdag weer hoe wij allemaal worden genaaid; een hete herfst verwacht ik niet. Echt heet wordt het pas weer als de herfst en de winter voorbij zijn en in april het voorjaarszonnetje begint te schijnen. Tot dan zullen de meeste van ons nog even geduld moeten hebben.

zondag 8 september 2013

Uitzicht

Laatst deed ik mezelf weer eens een genoegen en ging op weg naar mijn werk tegenover een geweldige stoot in de trein zitten. Het zweet brak me uit. Nu was het loeiheet in de coupé dus zo vreemd was dit niet.
De dame in kwestie zat zonder veel interesse in een krantje te bladeren. Een zijdelingse blik in mijn richting had haar duidelijk gemaakt dat voor haar het uitzicht minder interessant was dan dat het voor mij moest zijn.
Terwijl ik deed of ik mij verdiepte in mijn rooster bedacht ik dat ik helaas maar één halte het genoegen zou hebben om van haar aanwezigheid te genieten.
Twintig was ze vermoedelijk. Misschien een beetje ouder. Halflang blond pluizig haar, een klein fijn neusje en grijsblauwe ogen. Ze droeg een kralenbandje met azuurblauwe kralen om haar pols en glinsterende ringen aan haar vingers. De grote bruine laarzen die ze aan had stonden haar stoer.
Net toen de trein op het punt van vertrekken stond kwam er een blonde reus naast haar zitten. Zo te zien van ongeveer haar leeftijd. Hij had zo uit een modeblad gestapt kunnen zijn. Colbertje, wit overhemd met bovenste knoopje los.
Het bladeren in het krantje werd wat onrustiger. Hij pakte zijn laptop en logde in. En ging toen in het niets voor zich uit zitten staren. Met zijn blonde krullen en sympathieke uitstraling zou hij de ideale schoonzoon kunnen zijn, dacht ik.
De trein had zich inmiddels in beweging gezet. Daar zaten we dan. Ik, die mijn rooster uit mijn hoofd zat te leren, hij met zijn laptop op schoot en starend naar niets en zij, wat ongemakkelijk met het krantje ritselend omdat er twee mannen binnen haar territorium zaten. Ze legde haar krantje daarom maar weg, deed een paar oordopjes in en vertrok naar een ander universum, ons beide verslagen achter latend.
Maar gelukkig had ik mijn bestemming al bereikt. Ik keek nog eens naar hem. Ook hij voelde zich blijkbaar opgelaten. Zij keurde mij geen blik waardig toen ik op stond en weg liep. Het zal de mooie muziek wel zijn geweest die haar volledig in beslag nam…


donderdag 5 september 2013

Volk van dromers

Wie denkt dat je als hoogleraar ongezouten kritiek kunt hebben op een minister, die de effecten van het winnen van schaliegas voor het milieu aan zijn laars lapt, die komt bedrogen uit.
Professor Roos Vonk heeft zich vandaag tegenover de voorzitter van College van Bestuur en de rector magnificus van de Radbout Universiteit moeten verantwoorden voor een twitterbericht waarin zij aangeeft dat ze zich door minister Kamp verneukt voelde en hem graag op zijn bek wilde slaan.
Ja Roos, ik denk dat dit terecht is. Je hoort gewoon achter aan te sluiten en te wachten tot je aan de beurt bent. Ongetwijfeld zijn er velen in Nederland die, zoals jij dit zo mooi weet te zeggen, dat uitgestreken smoelwerk van hem willen verbouwen.  Maar het past niet om voor te dringen.
Dat Kamp meent ons allen een dienst te bewijzen begrijp ik heel goed. De behoefte aan energie neemt alleen maar toe terwijl de beschikbaarheid van toegankelijke en betaalbare energiebronnen hiermee geen gelijke tred houdt.
En laten we wel zijn, het gaat tenslotte om heel veel geld. Het bedrag wat we zo ongeveer kwijt zijn aan de aanschaf van 35 JSF’s.

Nederland is weggezakt naar de 8e plaats op de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum (WEF). Oftewel, het economisch beleid van onze regering begint duidelijk vruchten af te werpen. Gelukkig maar dat onze minister president kan blijven lachen. Dat zie ik graag. Lachen is immers goed voor de eigen gezondheid en gezonde mensen hoeven geen beroep te doen op de bijna onbetaalbaar geworden gezondheidszorg. Per saldo is lachen dus goed voor de economie en het is mooi als onze minister president hierbij het voortouw neemt.

Ook ik heb vandaag vreselijk gelachen. Want net als alle andere Nederlanders mag ik het droomgeschenk dat onze nieuwe koning is aangeboden tot 1 oktober gratis af halen bij de boekhandel. 
Als er één is die graag droomt, dan ben ik het wel. En nu blijk ik in het goede gezelschap te verkeren van het gehele Nederlandse volk, dat uit ‘dromers’ blijkt te bestaan, onze regering voorop. Ik maar denken dat wij een volk van ‘doeners’ zijn. Nu begrijp ik ook ineens waarom wij van de 5e naar de 8e plaats gezakt zijn op de mondiale concurrentie-index van het WEF. Helaas is het zo dat iedereen vroeg of laat wakker zal moeten worden. Misschien zullen we dan  nuchter moeten vaststellen dat we ons te lang en te vaak in slaap hebben laten sussen.

maandag 2 september 2013

De eerste schooldag.

Het lukte me zowaar om vanmorgen redelijk vroeg op te staan, ook al werd ik pas om twee uur vanmiddag op school verwacht. Natuurlijk was de omschakeling even wennen, maar ik klaag niet.
De jaaropening heb ik maar over geslagen en achteraf blijk ik daar goed aan te hebben gedaan. De collega’s die wel geweest zijn fungeerden prima als klapvee voor de paar beter betaalde functionarissen, die zonder publiek in zo’n grote lege kerk natuurlijk niet hun verhaaltjes kunnen afsteken. Hoewel een gebakje mogelijk misplaatst zou zijn geweest nu er zoveel mensen de laan uit zijn gestuurd en de centjes op zijn is dit m.i. geen excuses om de mensen een bakje koffie voor te zetten dat naar slootwater smaakt. Aldus een collega, die zei dat hij ook een volgende keer in zijn bed zal blijven liggen.

Ik was dus om één uur op mijn werk. Erg leuk om bijna al mijn collega’s weer terug te zien en even bij te praten. Niet iedereen had er zoveel zin in als ik, maar sommigen hadden helaas ook niet zo’n geweldige vakantie gehad. Een collega vertelde dat ze in Frankrijk vreselijk noodweer hadden gehad met hagelstenen zo groot als duiveneieren en dat het gebied waar zij zaten tot rampgebied was verklaard. Ik besloot mijn mond toen maar te houden over het noodweer dat wij meegemaakt hadden in Normandië. Want dat stelde niet zoveel voor vergeleken met wat zij had meegemaakt.
Een ander had vijf van de zeven weken bij de kaakchirurg gezeten. Ook niet bepaald iets wat je gewoonlijk in je vakantie doet. En mijn teamleider had bijna de hele vakantie doorgewerkt. Niet zo vreemd dat ik hem er moe vond uitzien.

Om twee uur begon de vergadering.  Onze nieuwe directeur stelde zich aan ons voor. Mijn eerste indruk was positief, ook al had hij niet veel goeds te vertellen. Zo moet het rendement van de opleiding omhoog, moet er volgend jaar veel aandacht besteed worden aan curriculum ontwikkeling, zal het aantal contacturen met de leerlingen met zo’n 10% toenemen en tegelijkertijd was hij er duidelijk over dat de randvoorwaarden voor het geven van onderwijs er het komend jaar niet beter op worden. Gelukkig behoren docenten tot de meest getemde en meegaande mensensoort en morrend hoorden wij hem aan zonder hem het slechte nieuws kwalijk te nemen.
Daarnaast kwamen nog de introductiedagen, lesbezoeken, ouderavonden (twee dit jaar), lesmateriaal, vakgroep overleg en jaarplanning ter sprake en stipt om vier uur waren we klaar met vergaderen.


Vanavond ben ik zo’n twee uur bezig geweest met het redigeren van een handleiding. Hier ga ik morgen mee verder. Ik zie dat het al weer bijna tien uur is en besluit dat de eerste schooldag er voor mij weer op zit.