Deze keer zaten ze vlak voor me, twee mannen van middelbare
leeftijd.
Ik had ze binnen zien komen. Ze zagen er afgetobd uit. Vast
werkzaam in een bedrijf waar ze met steeds minder mensen steeds meer werk
moesten verzetten.
Misschien waren het wel collega’s van me. Daar heb ik,
ondanks dat er honderden ontslagen zijn, er nog een paar duizend van.
Twee mannen. Hoge hypotheek, chagrijnige vrouw thuis en
studerende kinderen die de weg naar pa’s portemonnee feilloos wisten te vinden.
Kortom, gewone mannen in crisistijd.
Heb jij gisteren nog op tv dat stuk over die
belastingparadijzen gezien?
Nee, hoezo?
Wist je dat er naar schatting wereldwijd zo’n
32.000.000.000.000 dollar op een legale wijze door bedrijven en particulieren weggesluisd
is naar belastingparadijzen?
Hoe spreek je dit uit?
32 biljoen.
Dat is veel geld. En wordt daar dan geen belasting over
betaald?
Nee, natuurlijk niet oen. Daarom noemen ze het ook
belastingparadijzen.
Dat geld is dus ook niet beschikbaar voor allerlei
voorzieningen die er in een samenleving nodig zijn.
Nee, maar de wetten zijn zo gemaakt dat dit kan.
Fijne wetten zijn dat. En daarom moeten wij bezuinigen omdat
die gasten met hun geld de grens over gaan.
Ja, en het schijnt dat de banken ze graag van dienst zijn.
Het is tenslotte legaal.
Je vergeet de juristen. Die eten ook graag mee uit de ruif.
Geld is tenslotte geld.
Dat de mensen dit pikken…
Jij pikt het toch ook? Man, het is toch altijd zo geweest.
Het interesseert de mensen geen bal. Iedereen is nu bezig met het koningslied.
Brood en spelen. Dat begrijpt tenminste iedereen.
Bij ons moeten er straks zo’n twintig uit.
Zit jij daar ook tussen?
Weet ik niet. Hoor ik volgende week. 32 biljoen zei je? Jezus,
wat veel geld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten