zondag 7 april 2013

Afvallen.


Met moeite pers ik mij naast de volslanke brunette op het bankje. Ik heb geen zin om te blijven staan en alle andere plaatsen zijn al bezet. Het is gelukkig maar voor tien minuten.
Tegenover me zitten twee van haar vriendinnen. Ook behoorlijk aan de maat.
Het moet voor anderen een komisch tafereeltje zijn om dit kleine mannetje te zien in het gezelschap van zoveel lillend vlees en vet.
Wat ik er ook aan doe, ik val geen onsje af, verzucht de dame naast me. En ik ga toch twee keer per week naar de sportschool.
Ach meid, waarom zou je? Je hebt toch al een man…
Ze schateren van het lachen.
Ik heb haast geen enkels meer, zegt ze.  Moet je zien. Ongegeneerd trekt ze een broekspijp omhoog. Inderdaad zijn haar enkels even dik als haar onderbenen.
Voor de zomer moet er vijfentwintig af. Ik wil weer gewoon in mijn badpak op het strand kunnen liggen.
Vijfentwintig? Waarom geen vijftig?
Opnieuw geschater.
Je mag blij zijn als het je lukt om er tien af te krijgen, zegt de blonde in het gezelschap. Heb ik vorig jaar ook geprobeerd. Weet je nog?
De anderen knikken. Ja, maar jij zat toen in je scheiding. En dan ga je vanzelf wel eten. Allemaal van frustratie.
Ja, ik ben toen twintig kilo aangekomen in drie maanden.
Tegenwoordig drink ik de hele dag water, zegt de vrouw met het paarse jasje.
Zeker om je chocolaatjes weg te spoelen, reageert de dikkerd die naast me zit. Ze zegt het lachend zodat haar vriendin weet dat ze het niet meent.
Nee, echt. Ik ben al vijftien kilo kwijt. In nog geen twee maanden. Ze kijkt hen triomfantelijk aan.
Dat meen je niet, krijgt ze als reactie. Je kan het nog niet goed zien. Ja, je gezicht is geloof ik wat smaller geworden.
Nee, moet je straks maar eens naar mijn billen kijken. Zul je het gelijk zien.
Op je billen heb ik niet gelet. Ik kijk nooit naar vrouwenbillen. Behalve dan mijn eigen billen.
Ik vind hun gelach steeds meer op een soort krijsend geknor gaan lijken. Gelukkig moet ik er uit.
Ik wil er ook wel zo’n zes of zeven kwijt.  Twee per maand. Het is een bescheiden wens.
Als ik vijfentwintig kilo af zou vallen blijft er helemaal niets meer van me over.
Ik sta op. Sterkte dames, zeg ik. Ik ga voor twee kilo per maand tot de zomer. Moet lukken.
En met mijn rugzakje op loop ik snel in de richting van de uitgang, hen verbaasd achter latend.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten