Dat was een tegenvaller. Gelukkig dat de winkels deze zondag
geopend waren, al was het bijna vijf uur. Met enige tegenzin besloot hij daarom
om snel naar het winkelcentrum toe te fietsen om nog een paar sixpacks te kopen.
Uit een loodgrijze lucht viel een druilerige motregen met zo
af en toe een paar grote koude druppels er tussen. Het leek er op dat de
weerman gelijk had gehad toe hij voorspelde dat het dit jaar vermoedelijk geen
witte Kerst zou worden.
Ondanks de crisis was het onvoorstelbaar druk in de supermarkt.
Er was bijna geen doorkomen aan. Iedereen wilde vandaag de laatste boodschappen
in huis halen. Dan kon men het misschien morgen wat rustiger aan doen.
Opgewekt strooiden de luidsprekers kerstliedjes over de apathisch
voor zich uitstarende massa.
Toen hij eens goed keek naar de kriskras door elkaar staande
karretjes en zich afvroeg hoe hij het beste bij het bier kon komen zag hij Agnes,
zijn buurvrouw, achter een volle boodschappenkar voorbij strompelen in de richting
van een van de vele kassa’s. Als kind uit een streng gereformeerd gezin had zij
polio gehad en daarom kon zij niet normaal lopen. Dit had haar erg verbitterd.
Hun blikken kruisten elkaar maar ze deed alsof ze hem niet
zag. Onbewogen keek ze voor zich uit.
Wat had hij een hekel aan het mens. Altijd chagrijnig.
Slechts een keer had hij haar zien lachen en pas toen had hij gezien hoe mooi
ze kon zijn. Ze was net als hij begin vijftig. Twee jaar geleden was haar man
bij een auto-ongeluk om het leven gekomen en sindsdien leed ze een
teruggetrokken bestaan.
Alleen als het echt nodig was kwam ze de deur uit. Hij had
haar al in weken niet gezien. Dat hij haar juist hier moest tegenkomen. Waarom
ze zoveel boodschappen had begreep hij niet. Ze woonde net als hij alleen en had
verder geen familie. Mogelijk waren het voorraden die ze had ingeslagen.
Toen hij eindelijk zijn biertjes had bemachtigd en
afgerekend was zij nergens meer te bekennen.
Hij stapte op zijn fiets en bemerkte dat de regen was
overgegaan in natte sneeuw. Over vijf minuten zou hij thuis zijn en hierna
hoefde hij gelukkig de deur niet meer uit.
Aan het begin van het landweggetje, dat door de polder voerde
naar de Vinex wijk waar hij woonde, zag hij haar voorovergebogen haar brommer
met de zware boodschappentassen voort duwen. Hij stopte naast haar met zijn
fiets en vroeg haar wat er aan de hand was. Het zweet stond op haar gezicht van
het gezwoeg. “Een lekke band”, antwoordde ze nors. Haar adem ging piepend.
“Ik help je wel even”, was zijn reactie. Hij stapte af. “Pak
jij mijn fiets, dan pak ik jouw brommer”.
Ze keek hem dankbaar aan. Nu hij eens goed keek zag hij hoe
uitgeput ze was.
“Als je wilt dan kun je naar huis fietsen. Ik kom wel achter
je aan.” Omdat het een damesfiets was gaf haar dit geen problemen. Slingerend reed ze weg en verdween in het
duister.
Inmiddels vielen grote vlokken sneeuw naar beneden en begon
het zacht te waaien. Een kilometertje was het hooguit. Maar hij deed er ruim
een kwartier over.
Ze stond al op hem te wachten, met de schuurdeur open. Zijn
fiets had ze tegen zijn schuur gezet. Met enige moeite lukte het hem om haar
brommer over de drempel naar binnen te krijgen.
“Ik heb koffie gezet. Kom binnen” Ze keek hem vriendelijk aan.
“Ze heeft een mooi gezicht”, dacht hij. “Eerst even mijn fiets opruimen. Dan
kom ik.”
“Je komt toch echt?” Hij was verbaasd over de bijna kwetsbare
toon in haar stem. ”Natuurlijk kom ik.”
Even later zaten ze samen aan de koffie. De sneeuw die nu
viel was zwaar en dik. De weerman had zich vergist. Het zou een mooie witte
Kerst worden, dat wist hij zeker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten