zondag 23 december 2012

Kerstverhaal.

Zelf dacht hij nu alles in huis te hebben, maar toen hij zich languit op de bank achter de TV wilde installeren ontdekte hij dat het bier bijna op was.
Dat was een tegenvaller. Gelukkig dat de winkels deze zondag geopend waren, al was het bijna vijf uur. Met enige tegenzin besloot hij daarom om snel naar het winkelcentrum toe te fietsen om nog een paar sixpacks te kopen.
Uit een loodgrijze lucht viel een druilerige motregen met zo af en toe een paar grote koude druppels er tussen. Het leek er op dat de weerman gelijk had gehad toe hij voorspelde dat het dit jaar vermoedelijk geen witte Kerst zou worden.
Ondanks de crisis was het onvoorstelbaar druk in de supermarkt. Er was bijna geen doorkomen aan. Iedereen wilde vandaag de laatste boodschappen in huis halen. Dan kon men het misschien morgen wat rustiger aan doen.
Opgewekt strooiden de luidsprekers kerstliedjes over de apathisch voor zich uitstarende massa.
Toen hij eens goed keek naar de kriskras door elkaar staande karretjes en zich afvroeg hoe hij het beste bij het bier kon komen zag hij Agnes, zijn buurvrouw, achter een volle boodschappenkar voorbij strompelen in de richting van een van de vele kassa’s. Als kind uit een streng gereformeerd gezin had zij polio gehad en daarom kon zij niet normaal lopen. Dit had haar erg verbitterd.
Hun blikken kruisten elkaar maar ze deed alsof ze hem niet zag. Onbewogen keek ze voor zich uit.
Wat had hij een hekel aan het mens. Altijd chagrijnig. Slechts een keer had hij haar zien lachen en pas toen had hij gezien hoe mooi ze kon zijn. Ze was net als hij begin vijftig. Twee jaar geleden was haar man bij een auto-ongeluk om het leven gekomen en sindsdien leed ze een teruggetrokken bestaan.
Alleen als het echt nodig was kwam ze de deur uit. Hij had haar al in weken niet gezien. Dat hij haar juist hier moest tegenkomen. Waarom ze zoveel boodschappen had begreep hij niet. Ze woonde net als hij alleen en had verder geen familie. Mogelijk waren het voorraden die ze had ingeslagen.
Toen hij eindelijk zijn biertjes had bemachtigd en afgerekend was zij nergens meer te bekennen.
Hij stapte op zijn fiets en bemerkte dat de regen was overgegaan in natte sneeuw. Over vijf minuten zou hij thuis zijn en hierna hoefde hij gelukkig de deur niet meer uit.
Aan het begin van het landweggetje, dat door de polder voerde naar de Vinex wijk waar hij woonde, zag hij haar voorovergebogen haar brommer met de zware boodschappentassen voort duwen. Hij stopte naast haar met zijn fiets en vroeg haar wat er aan de hand was. Het zweet stond op haar gezicht van het gezwoeg. “Een lekke band”, antwoordde ze nors. Haar adem ging piepend.
“Ik help je wel even”, was zijn reactie. Hij stapte af. “Pak jij mijn fiets, dan pak ik jouw brommer”.
Ze keek hem dankbaar aan. Nu hij eens goed keek zag hij hoe uitgeput ze was.
“Als je wilt dan kun je naar huis fietsen. Ik kom wel achter je aan.” Omdat het een damesfiets was gaf haar dit geen problemen.  Slingerend reed ze weg en verdween in het duister.
Inmiddels vielen grote vlokken sneeuw naar beneden en begon het zacht te waaien. Een kilometertje was het hooguit. Maar hij deed er ruim een kwartier over.
Ze stond al op hem te wachten, met de schuurdeur open. Zijn fiets had ze tegen zijn schuur gezet. Met enige moeite lukte het hem om haar brommer over de drempel naar binnen te krijgen.
“Ik heb koffie gezet. Kom binnen” Ze keek hem vriendelijk aan. “Ze heeft een mooi gezicht”, dacht hij. “Eerst even mijn fiets opruimen. Dan kom ik.”
“Je komt toch echt?” Hij was verbaasd over de bijna kwetsbare toon in haar stem. ”Natuurlijk kom ik.”
Even later zaten ze samen aan de koffie. De sneeuw die nu viel was zwaar en dik. De weerman had zich vergist. Het zou een mooie witte Kerst worden, dat wist hij zeker.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten